Best Kept Secret 2015

Best Kept Secret was mijn eerste festival van 2015: geen geweldig weer, maar zeker wel wat mooie bands meegepakt. Een klein verslag!

Dit was voor mij een festival vol met eerste keren. Eerste keer Best Kept Secret. Eerste keer zien voor bijna al deze bands. Eerste keer in een tentje, want normaal gaan we met een vouwwagen naar festivals maar die is na jaren intens gebruik nu toch echt overleden. Eerste keer een festival zonder dat ik alcohol drink – ik ben weer eens strak op dieet. Eerste keer een festival met zoveel Belgen (Tilburg is voor ze om de hoek). Eerste keer een festival met RFID bandje in plaats van muntjes. Eerste keer verstandig zijn en oordopjes gebruiken – nouja, bij de bands waar het je verder toch niks kan schelen. En let’s face it, je wordt ook ouder en dat merk je: doorfeesten tot de vroege ochtend om na een powernap vervolgens ook weer fris te knallen bij het eerste bandje zit er gewoon niet meer in. Dus ook een eerste keer niet elke nacht doorgaan tot het bittere eind, en een eerste keer op zondag al weer terug naar huis.

Ik ben er nog niet helemaal over uit wat ik van BKS vind. De locatie is top, line-up was leuk, maar het weer viel tegen en door mijn dieet was ik zowel op eet- als drankgebied niet helemaal aan het meedoen. Ik was eigenlijk de eerste dag gewoon permanent koud, ondervoed en nuchter en daardoor zelfs ronduit chagrijnig. Naarmate de dagen vorderden werd het beter maar deze ervaring kan – ook door eigen toedoen – nog niet tippen aan een Lowlands voor me.

BKS15plattegrond

Met een zonnetje erbij is het BKS terrein echt prachtig. Bomen met fijne schaduw aan de ene kant, zand en water om in te chillen aan de andere kant. Het nadeel van het verder gezellige kleine terrein van BKS is dat je je daadwerkelijk kunt vervelen. Iets wat ik niet gewend ben na al die jaren Lowlands, wat groot en immens is maar waar je elke 100 meter lopen altijd wel iets nieuws boeiends gevonden hebt. Ik zat best wat momenten bij BKS een beetje stil om me heen te kijken met zo’n gevoel van “Is dit het nou?”. De altijd perfect op elkaar aansluitende programmering tussen podium 1 en tent 2 zorgde er ook voor dat je vaak netjes tussen die 2 plekken heen en weer bleef lopen, met veel minder verspreiding over het terrein dan ik gewend ben.

Het eten bij BKS wordt altijd de hemel ingeprezen om z’n speciale foodtrucks en stands, maar ik kan me daar niet echt in vinden. Ik ben groot fan van foodtruckfestivals, maar dan geef ik een klein fortuin uit om een dag speciale dingen te proeven als doel. Bij een muziekfestival heb ik al een fortuin uitgegeven met een ander doel, dus het eten op een festival mag nog steeds lekker zijn maar moet vooral genoeg energie geven om weer een paar uur te springen en feesten. Een optie als de hamburgers van de Burgermeester is daar prima voor. Maar als je serieus oesters en kreeft kunt halen op een muziekfestival gaat er volgens mij iets mis, ongeacht dat ik hipster scum en dus doelgroep ben.

Over die RFIDs bandjes wil ik meteen duidelijk zijn: superkut. Met muntjes kun je gewoon steeds van iedereen die wat te drinken wil een muntje krijgen en alles in één keer halen, en dan komt het financieel prima uit. Nu moet òf iedereen los halen, òf steeds per rondje grote bedragen gehaald worden van één armbandje en hopen dat het een beetje gelijk verdeeld was aan het eind van het weekend. Dat potpasje dat je kunt halen lost ook niks op, want gaat er nog steeds van uit dat je gezamenlijk bij elkaar blijft de hele tijd. Festivals zijn voor mij juist mooi omdat je van hot naar her kunt met die paar mensen die je smaak delen, maar dat hoeven niet bij elk optreden dezelfde mensen te zijn.

Anyways, genoeg geklaag. Liever start ik het verslag van wat ik gezien heb de afgelopen drie dagen, dat is namelijk een stuk positiever! Best Kept Secret festivalgangers lijken een stuk langzamer te zijn met het uploaden van videomateriaal dan ik bij Lowlands gewend ben; bij de bands dus vaak opnames van andere festivals om je in ieder geval een idee te geven hoe het was.

Zoals vanouds begon onze eerste festivaldag met alles opzetten en vervolgens rondhangen bij de tenten, biertjes drinken (Bavaria 0.0% witbier voor mij, ook even wennen) en bijpraten met festivalvrienden. Normaal doen we dat op donderdagavond, maar aangezien de BKS camping pas op vrijdag opent snoepte dit een aantal uur van de eerste dag af. De eerste act die we zagen was daarom het relaxte Klangstof in tent 3. Iets te relaxt misschien, maar een lekker makkelijk begin van de dag.

Eén van de vrienden koos helaas dit moment om nogal onwel te worden – combinatie van weken te hard werken en dan nu opeens enthousiast indrinken alsof je weer 19 bent – en moest even in z’n bed gelegd worden. Door het rondje naar de camping en terug misten we wat optredens maar kwamen we net op tijd weer terug om Circa Waves op het hoofdpodium te zien.

Circa Waves: supervet.

Ik had ze al eerder gehad als voorprogramma bij een optreden van de Libertines in de HMH. Normaal kunnen voorprogrammaband’s me helemaal niks schelen, maar zij waren echt leuk. Chille muziek, goed passend bij de vibe van de Libs. Het aanstekelijke T-Shirt Weather was de 3FM megahit een paar maanden geleden en sindsdien regelmatig op de radio te horen. Helaas was het niet daadwerkelijk t-shirt weather, dag 1 van BKS was echt fucking koud. Ik had de hele dag met een tshirt, polo en legerparka combi nog steeds kippevel.

Chet Faker

Daarom was onze next stop een stuk comfortabeler: Chet Faker deed daar zijn ding in de fijne, warme tent 2. Ondanks de warmte had ik hier nog steeds kippevel, maar dan van zijn soulstem over de kalme, trippy electronica beats heen. Een geweldige afwisseling voor de meer uptempo gitaarbandjes waar ik normaal op festivals voor ga.

Waar we voor kwamen: Libertines!!!

En dan de reden waarom we überhaupt voor dit festival kozen: de Libertines op het hoofdpodium. Zij zijn heilig voor mij; hun muziek de perfecte uiting van de 00’s Britse garagerock die ik haast verafgood. Als ik ooit weer een eigen band zou hebben dan zou ik zo willen klinken. Lange tijd gedacht dat ik ze nooit meer zou zien, want Barat en Doherty waren met flinke ruzie uit elkaar gegaan. Maar eind vorig jaar kwam de band na jaren toch weer bij elkaar en speelden ze weer een prachtige debuutshow in Hyde Park. Hun show hier in de HMH was top en ook op BKS waren ze weer aan het knallen.

Mooi extraatje: Doherty besloot tegen het eind van de show dat ze een nieuw nummer moesten spelen. Een echte scoop, want er is verder nog helemaal niks gelekt van het nieuwe Libertines materiaal. Het nieuwe Gunga Gin heeft een weird reggea/dub achtig couplet maar het refrein klinkt weer als de Libertines vanouds. Het wordt ook de eerste single van het nieuwe album, dus we gaan het vast vaker horen.

Na de Libertines doken we weer tent 2 in. Daar was Eskmo bezig, maar daar kon ik weinig mee. Ik respecteer de manier waarop ie live elke track in elkaar knutselt met willekeurige objecten en samplers/loopers – als hij een melodieus ritme weet te kloppen uit alle hoeken van een sneeuwschep is dat toch best een prestatie. Maar ondanks de interessante show stond ik aan het eind van de dag nog steeds helemaal stil.

Als alternatief voor Eskmo doken we tent 5 in. Daar was Pissed Jeans bezig. Dat was het ook niet helemaal voor mij. Als het om punk gaat blijft ik toch dat kutjoch die voor de meer melodieuze, poppy punkrock gaat. Dit soort punk herken ik gewoon te weinig in.

Cashmere Cat

Onverwacht tof vond ik juist de set van Cashmere Cat, weer in tent 2. Deze turntablist-turned-DJ/producer weet totaal van geen ophouden. Nummers lijken bij hem alleen door de selectie te komen als ze ergens een overdreven flinke build-up bevatten, en alles daarvoor en daarna is filler dus hoeft niet echt gedraaid te worden. Daardoor voelt het aan alsof je zo ongeveer elke minuut weer een nieuwe climax ondergaat. Er is in de hele set niks van opbouw of elegantie te vinden, maar het zorgt wel voor een verdomd leuk stukje knallen.

Grappig is trouwens dat als je z’n oude DMC (turntablist kampioenschappen) sets bekijkt, je ook al dezelfde energieke vibe voelt:

Na Cashmere Cat was het tijd voor mij om te slapen. Ik was nog steeds bevroren koud, ik had geen alcohol in m’n systeem en het geluid uit tent 3 en podium 4 klonken me weinig boeiend: liever wat slaap inhalen om de volgende dag meer te pakken.


Dag 2 opende relaxt. De rest van de mannen was tegen het sluiten van het festival pas gaan pitten dus kwamen rond de middag de tent uitgerold. Zoals altijd op festivals kwamen we ook nog eens langzaam op gang, dus misten sowieso de eerste paar namen van de dag. Met de kou van de eerste dag in het achterhoofd en een nog ergere voorspelling in het vooruitzicht koos ik nu voor de ’tis-echt-kutweer optie: t-shirt, dikke hoodie, voering in de legerparka en voor de zekerheid nog een plastic poncho mee.

John Coffey

Het eerste wat we zagen was John Coffey, voornamelijk bekend van het viral bier filmpje van Pinkpop. We hadden in de auto onderweg een paar nummers geluisterd en dat klonk op zich wel prima. Vertwijfeld keek de zanger na de opening de tent in en vroeg letterlijk “Hoeveel van jullie zijn gekomen om te zien of ik nòg een biertje kan vangen?”. Achterin de tent, waar wij stonden, gingen niet geheel onverwacht heel veel handen omhoog. Of hij er nog een ving hebben we uiteindelijk niet meer gezien, want het klonk toch niet echt zoals in de auto en na een paar nummers gingen we door.

Hinds

Temples speelde op het hoofdpodium en daar ging een groot deel van m’n groep heen, maar dat vond ik niet zo boeiend dus ik ging zelf even verder kijken. In tent 5 kwam ik één van de grote verrassingen van dit festival voor mij tegen: Hinds. Zo leuk. Hinds zijn vier superschattige Spaanse meisjes die zich voorheen Deers noemden, maar dat niet meer mochten omdat een andere band die naam ook al gebruikte. Hun sound is lo-fi ’60s jangle, een soort nostalgisch Beach Boys gevoel maar dan met girlpower vocals in plaats van gelikte mannenharmonie. Het ademt gewoon dat gevoel van zomer, van blauwe hemels en warme avonden op stranden tijdens eindeloze roadtrips. Ze hebben nog maar een paar singles uit, maar ik hoop dat er snel een album volgt.

Of Monsters And Men

Uit het niks klaarde de hemel opeens en verscheen de zon. En daar sta je dan, met je hoodie en je parka en zonder je zonnebril. Met een klein deel van de groep ging ik daarom terug naar de camping om voor iedereen wat kleding te wisselen en zonnebrillen te halen. Daardoor miste ik St. Paul & The Broken Bones, die me toch wel tof leken, maar was ik nog wel op tijd terug voor Of Monsters And Men.

Ironisch genoeg verdween hierna de zon ook weer, om de rest van de dag niet meer gezien te worden. Dat hele lopen was dus een iets minder zinvolle actie.

Death Cab for Cutie!

Van het grote podium liepen we weer terug naar tent 2. Death Cab For Cutie stond al eeuwen op de moet-ik-nog-eens-zien lijst. Niet dat ik ze nou zo uitzonderlijk vet vind, maar ze zijn wel één van de legendarische iconen van de indie scene. En Ben Gibbard, de man achter Death Cab, is ook de helft van The Postal Service – wel weer een heilige band voor mij. Ze speelden veel nieuw werk wat ik niet goed ken, maar wel allemaal perfect uitgevoerd.

Balthazar

Onverwacht tof: we zaten na Death Cab te chillen op de heuvel naast het hoofdpodium met weinig zin om meer te doen dan uitrusten, biertjes drinken en vrouwen kijken. Maar de klanken die we achter ons hoorden waren toch interessanter dan gedacht. We doken het publiek in die bij Balthazar vooraan stonden, om het wat beter te horen. Superstrakke arrangementen met zoveel gelaagdheid van zang en instrument. Ik had nog niet eerder van deze Belgische band gehoord maar ga ook zeker hier meer van luisteren.

Vaccines!!!

En toen kwam het volgende hoogtepuntje van het festival: the Vaccines! Die stond al een tijdje op de lijst, maar het was nog niet zo uitgekomen dat we die ook op een festival gezien hadden. Ze stelden zeker niet teleur. Na het bekende hitje Wreckin’ Bar eruit te knallen als tweede nummer ratelden ze even wat van hun rustige repertoire af, om daarna weer vol voor hun uptempo spul te gaan. Leukste pit die ik het hele weekend gezien heb, met ook daarbuiten een veld vol blije springende mensen.

Noel Gallagher!!

De albums van Noel Gallagher’s High Flying Birds ken ik eigenlijk niet. Ik was gigantisch Oasis fan als tiener, en kan elk nummer op Definitely Maybe, (What’s The Story) Morning Glory en Be Here Now meezingen. Maar na de eindeloze ruzies van de broertjes Gallagher was ik er een beetje klaar mee. Ik ken daarom ook niks van Liam’s Beady Eyes, en had stiekem weinig interesse in deze show. Maar dat veranderde vrij snel toen Noel’s nieuwe werk heel veel oud-Oasis invloeden bleek te hebben – ga ik zeker meer naar luisteren. De pareltjes van de avond waren echter wat Oasis klassiekers die ik niet had verwacht ooit af te kunnen strepen van de bucketlist, aangezien Oasis never-nooit-niet meer bij elkaar gaat komen. Champagnene Supernova, Masterplan en Don’t Look Back In Anger waren ge-wel-dig.

Gelukzalig na het zien van een paar van mijn favoriete Oasis klassiekers liepen we door naar podium 4 om nog wat uit te chillen. Huis-DJ St. Paul begon net te draaien en zette hitje na hitje op. Niet elke mix was heel netjes, maar dat vergeef je een man die van Ceasars Palace via DuvelDuvel naar Portishead gaat meteen – wij hadden een toptijd. Ik had eigenlijk nog Kiasmos (mooie minimale techno) en Kero Kero Bonito (weird-ass Britten die 8-bit melodietjes en Japanse raps bij elkaar mashen) op m’n lijstje staan om te zien deze avond, maar ik was wederom kapot en zonder alcohol om me gaande te houden was het om 2 uur ‘s nachts toch tijd om weer te crashen.


Dag 3 begon met een klein stortbuitje, waarbij werd bewezen hoe kut mijn 20 euro werptent van de Action precies was.

Ah zo goed waterdicht is mijn tentje dus. Gelukkig had ik mn spullen al eruit.

Maar fuck it, dat werd al snel goedgemaakt door het verschijnen van een puur zonnetje. Trui en jas mochten uit en ik kon eindelijk met t-shirt en een zonnebril op het festivalterrein rondlopen.

Alvvays

Ik starte de dag met Alvvays – uitgesproken als ‘always’ – een bandje met een lekkere jangly sound die goed te vergelijken is met Hinds. Ik heb daar blijkbaar een zwak voor, want ook dit vond ik geweldig. Dromerige indie met een mooie vrouwenstem kun je me altijd voor wakker maken. Een paar van de nummers deden me ontzettend aan Rilo Kiley denken, ook een van mijn favoriete bands – wiens zangeres meewerkte aan The Postal Service.

Wat het dus extra leuk maakt dat ik zo googlend een cover van dit nummer ontdek door Ben Gibbard, inderdaad die man achter Death Cab for Cutie en dus ook van The Postal Service. Hij is ook fan en zijn versie heeft meteen iets van een Postal Service tintje:

Na Alvvays zocht ik de rest van m’n groep op. Zij hadden net het terras-setje voor de worstenbroodstand gescoord: die heeft perfect uitzicht op het hoofdpodium maar zit relaxt dicht in de buurt van drank en eten. Met de volle zon daar op ons dak en het wandelverkeer aan festivalgangers om ons aan te vergapen waren we daar natuurlijk niet meer vanaf te krijgen. Het deel van onze groep die toch nog naar Kate Tempest was geweest zegt dat we een topfeestje gemist hebben, maar ik kreeg eindelijk die lading vitamine D die ik dit hele festival al miste dus dat vond ik een prima afweging.

Future Islands speelt daar ergens; ik blijf even hier in de zon liggen.

Future Island was prima te zien en horen vanaf deze locatie, dus het volgende uur hoefden we ook niet weg. ‘Tis niet echt mijn ding, maar respect voor de getergde stem die de zanger uit z’n strot weet te persen. Ik neem aan dat daar jarenlang misbruik van whisky en sigaren voor nodig was. Ik ben wel benieuwd hoeveel jaar hij nog een zangcarrière kan hebben.

Typhoon

Na genoeg opgeladen te zijn in de zon gingen we door naar tent 2. Ik was, om eerlijk te zijn, sceptisch over Typhoon. Er hangt voor mij een DWDD nasmaak aan, zo’n muzikant die daar een paar keer heeft mogen verschijnen, overdreven gehyped wordt en die heel zichzelf-hip-vindend Nederland dan automatisch geweldig vindt. Ja dat is heel hypocriet van me, maar fuck it.

Nou, ik had dat dus he-le-maal fout. Wat een topgast, wat een fucking mooie show, echt een van de betere feestjes van het weekend. Ik begon dit optreden helemaal achterin bij de bar, maar eindigde al springend en dansend ergens voorbij de eerste paal. De sfeer deed me heel erg denken aan de eerste keer dat ik Relax ooit live zag spelen op een bevrijdingsfestival in Wageningen; binnen nog geen 5 minuten was zelfs de saaiste lul opgezweept en sprong z’n longen uit z’n lijf. Zo ook hier in tent 2: niemand met een werkend gehoor stond stil. Nie-mand.

Royal Blood tijdens het eten.

Royal Blood was voor mij de laatste show van het festival. Ik zou eigenlijk ook Alt-J ook nog kijken, maar dat kwam qua vermoeidheid en rijtechnisch gewoon te slecht uit. Daarom tijdens het eten van één laatste burger bij de Burgermeester uitgebreid deze 2 jongens zich helemaal naar de tering zien spelen. Wat een muur van geluid voor maar 2 man, onbegrijpelijk. Ergens had dat wel wat weg van Blood Red Shoes, die ook met maar 2 muzikanten een oorverdovend lawaai kunnen maken. Maar de snerpende klanken van Royal Blood komen uit een basgitaar, iets wat ik zelf als bassist niet voor mogelijk had gehouden. Ik was eigenlijk ervan overtuigd dat hij White Stripes style een gitaar via een octave pedaal gebruikte om laag te kunnen gaan. Geweldig van genoten dus, ook al zaten we op een bankje te eten in plaats van voorin rond te springen.

En toen was het alweer tijd om naar huis te gaan. Mooie opener van mijn festivalseizoen, ondanks wat eerder aangestipte negatieve puntjes, en ik heb ontzettend zin gekregen in alle volgende feestjes die deze zomer komen gaan!

Headerplaatje gejat van de Best Kept Secret site.

Toshiba Flashair II en Shuttersnitch op een iPad

Hoe je ‘bijna’ instant foto’s van je camera kunt previewen op de iPad…

Bij tethering gebruik je jouw camera met een kabel verbonden aan een computer, zodat je meteen de foto die je net geschoten hebt kunt zien op een groot scherm. Zo’n instant preview is een stuk handiger dan achterop je camera kijken en hopen dat het uiteindelijk een beetje lijkt op wat het kleine schermpje laat zien.

Tethered Shooting

Het probleem van tetheren is natuurlijk ook meteen duidelijk: je zit met een kabel vast aan een computer. Als je een laptop hebt en een hele lange kabel valt daar nog wat voor te zeggen, maar het wordt toch lastig om een iMac mee te slepen naar een fotoshoot buiten.

Maar daar is nu een interessant alternatief voor: de iPad app Shuttersnitch, in combinatie met een SD-kaart waar ook WiFi op zit. De iPad maakt dan verbinding met de WiFi van de SD-kaart, om op die manier foto’s vanaf de camera naar Shuttersnitch te sturen en daar te bekijken.

teardown

Een iPad had ik al en Shuttersnitch was met één klik in de appstore gekocht – wel een prijzige app (€16,99) – dus het enige wat ik nog nodig had was zo’n SD-kaart. Er zijn een aantal verschillende merken beschikbaar, waaronder de Eye-Fi, PQI Air, Transcend Wifi, Trek Flu, Toshiba Flashair en de ezShare WiFi. Mijn lijstje met eisen was simpel:

  • Minstens 16gb opslagruimte
  • Minstens class 10 snelheid
  • Geen problemen met Magic Lantern (een alternatieve firmware voor Canon camera’s)
  • Geen problemen met Shuttersnitch
  • Laagst mogelijke prijs

toshiba-flashair-ii

Na een nachtje onderzoek kwam ik uit op de Toshiba Flashair II 16gb. Dit II model is in tegenstelling tot de oude I versie wel class 10, en omdat de nieuwe III is uitgekomen al voor 30 euro verkrijgbaar. Dat is een stuk goedkoper dan alle concurrenten (de Eye-Fi’s vallen overigens dubbel af omdat ze niet met Magic Lantern kunnen samenwerken). De Flashair heeft ook een eigen gratis iOS app, maar die wordt door iedereen afgeraden.

shuttersnitch

Het werkend krijgen van de combinatie van Flashair, iPad en Shuttersnitch bleek nog wel vrij lastig. Een aantal tips:

  • Update voor het eerste gebruik de firmware van de Flashair.
  • Om de iPad goed te laten verbinden met dit WiFi netwerk moet je enkele instellingen veranderen.
  • Stel bij Shuttersnitch in dat de app met een Flashair verbinding moet maken.
  • Stel je camera in om zowel in RAW (voor jou) als JPG (voor Shuttersnitch) op te slaan.
  • Zorg ervoor dat Shuttersnitch alleen de JPG bestanden opent, en niet de RAW, door de optie ‘Accept JPEGs only’ aan te zetten.
  • Laat je camera de JPG maken in de kleinste resolutie die je iPad-scherm vult. Op mijn Canon 60D bijvoorbeeld kies ik voor optie S2 (1920×1280) in plaats van L (5184×3456), omdat mijn iPad Mini maar een resolutie van 1024×768 heeft.
  • Om onduidelijke redenen sloeg mijn camera de foto’s op in een bestaande map van de Flashair, en de Flashair wou weer geen JPG’s versturen vanuit die map. Ik moest zelf op de computer een Canon style folderstructuur aanmaken op de Flashair om dat te verhelpen.

Een beetje gedoe, maar als het eenmaal werkt is het super simpel: aan het begin van een nieuwe shoot start je jouw camera. Na een aantal seconden is de Flashair dan ook opgestart en is er rondom de camera een nieuw WiFi netwerk aanwezig. Verbind je iPad met dit netwerk en open Shuttersnitch. Start in die app een nieuwe collectie voor deze shoot – als je niet in een collectie zit weigert de app foto’s te ontvangen. En voila: vanaf dat moment kun je foto’s schieten en ze vervolgens draadloos op de iPad bekijken. Met mijn instellingen zitten er zo’n 8 seconden tussen het schieten van de foto en het verschijnen ervan op de iPad.

Meteen een wireless preview van m'n dSLR pics op de iPad! Supervet.

Die 8 seconden was ik eigenlijk best teleurgesteld over – het is uiteindelijk nog best veel, en zeker niet zo ‘instant’ als bij bedrade tethering. Het zou ook alle snelheid uit een shoot halen, zeker als je modellen hebt, om steeds 8 seconden te moeten wachten voordat je de volgende foto schiet. Wat wel goed kan is in korte series schieten, om vervolgens op de iPad door een stuk of 20-30 foto’s te bladeren om te kijken of je globaal veranderingen wilt maken.

collection

Maar het zou ook heel goed kunnen dat je veel minder last hebt van die 8 seconden als je een nieuwere iPad bezit. Een groot deel van die tijdsduur lijkt namelijk niet besteed te worden aan de overdracht, maar aan een aantal berekeningen die de iPad moet uitvoeren voordat de foto getoond wordt. Mijn iPad Mini loopt ondertussen al aardig achter met slechts een A5 (dualcore 1ghz) processor, terwijl de nieuwste Air2 een A8X (triplecore 1,5ghz) heeft. Een snellere berekening zou betekenen dat de foto ook veel sneller getoond wordt – al kan het retina scherm van de Air2 weer grotere JPG’s aan, die er weer langer over doen om verstuurd te worden. Alsnog lijkt het me de moeite van het testen waard.

benchmark

Niet alleen op de iPad moet je wachten, ook op de computer is de Flashair geen snelheidsduivel. Het class systeem voor SD-kaarten is een soort minimumspecificatie: het getal is het aantal MB per seconde dat de kaart minstens aan kan. Class 10 is daarom minstens 10MB per seconde lezen en schrijven. Maar officieel gaan die classes niet verder dan 10, terwijl iedereen al veel snellere kaarten maakt. Mijn normale SD-kaarten, de Sandisk Extreme III’s, kunnen volgens de fabrikant 45MB per seconde halen. De Flashair is volgens verschillende benchmarks wel een class 10 (al is niet elke review het daar mee eens) maar op z’n best nog niet eens half zo snel als m’n Extremes. Dat merk je meteen wanneer je de Flashair direct in je computer plugt om de RAWs te importeren; Lightroom doet er vergeleken met de Extremes 2 tot 3 keer zo lang over.

IMG_9872.jpg

Een van de eerste shoots die ik deed was de kamer van Aniek. Die had voor een advertentie goede foto’s nodig en die wou ik best voor haar maken. Een grote preview tijdens het schieten van dit soort foto’s blijkt extreem handig. Kleine ongewenste details kunnen gemist worden tijdens het aankleden van de ‘set’ en op het kleine scherm achterop de camera valt vaak ook niet alles op. Je kunt ongewenste elementen natuurlijk achteraf photoshoppen, maar het is handig als je met één zoombeweging op een iPad al meteen duidelijkheid kunt krijgen.

IMG_9820.jpg

Dus voor product- en huisfotografie, of andere projectjes waar niemand anders bij aanwezig is, maakt dat beetje vertraging op zich niet uit terwijl de combinatie wel veel voordeel oplevert. Maar wat als je te maken hebt met modellen? Ik heb ook drie shoots gehad waar ik deze combinatie juist met mensen heb gebruikt. Eerst waren er twee profielfoto shoots, voor Thomas en voor Anneke.

thomas

Bij Thomas werd de iPad vooral gebruikt om tijdens de shoot een indruk te krijgen van de voortgang. De iPad lag tussen ons in, op de grond, zodat we allebei tijdens het schieten de foto’s konden bekijken. Voor mij handig om op een groot scherm om de zoveel tijd mijn belichting te checken, voor hem goed om on-the-go een beeld te krijgen van zijn pose en look. Maar we stopten dus niet na elke foto de shoot om te kijken hoe die foto geworden was.

Voor Anneke was de iPad handig, omdat ze na de shoot meteen een selectie kon maken van foto’s die ze mooi vond en nabewerkt wou zien. Shuttersnitch heeft een simpel 1-tot-5 sterren systeem waarmee je elke foto kunt beoordelen en afgekeurde foto’s meteen al in de app wegfiltert. Via de SnitchSync plugin – die ik overigens pas na deze shoot ontdekte en nog niet zelf geprobeerd heb – kun je deze sterretjes vervolgens automatisch in Lightroom importeren. Superhandig. Hier kwam de iPad dus aan het eind van de shoot pas aan bod, tijdens het nemen van de foto’s keken we er niet eens naar.

De laatste shoot was een theaterworkshop op locatie voor Buro Bis. Er was gevraagd om een aantal sessies in verschillende zalen in het pand te fotograferen. De iPad bleef daarbij de hele tijd op één plek bij m’n gear liggen, terwijl ik heen en weer rende om alle foto’s te nemen.

a-workshop-12

Hier kwam meteen een limitatie van deze oplossing om de hoek kijken. De SD-kaart heeft een miniscule antenne, die bij mij ook nog eens wordt omringd door een zware metalen camera. Het bereik van het WiFi netwerk is daardoor op z’n best een paar meter. Loop je iets te ver van de iPad vandaan, dan wordt de connectie verbroken. Op locatie is dat iets minder vervelend, want daar heb je waarschijnlijk geen andere netwerken op de iPad ingesteld en maakt de iPad automatisch weer contact zodra je terugloopt. Maar thuis is dat extra irritant: de iPad schakelt dan meteen over op je normale WiFi netwerk en maakt niet automatisch weer contact met je camera. Die moet je dan handmatig aanpassen. Bij het opnieuw maken van contact met de SD-kaart krijg je eerst van Shuttersnitch de vraag of je de in de tussentijd gemaakte foto’s ook nog wilt downloaden. Weer een handmatige stap, waarbij je dan ook staat te wachten tot alle missende foto’s zijn doorgestuurd voor je weer nieuwe foto’s kunt previewen.

Door dit probleem maakte ik tijdens deze workshop shoot eigenlijk nauwelijks gebruik van de iPad. Ook naderhand bleef de iPad ongebruikt, want er waren vele honderden foto’s geschoten. Veel van die foto’s waren onderbelicht door het gebrekkige licht op de locatie, maar dat zou prima naderhand op te lossen zijn in Lightroom. Nu nog die honderden foto’s importeren en nalopen om alles een beoordeling te geven zou dus niet alleen vervelend zijn, maar ook geen goede weergave geven van het uiteindelijke te verwachten resultaat.

We zijn er dus nog niet helemaal met deze combi. Al met al ben ik zeker overtuigd van het nut van een draadloze preview, maar ben vooral nog niet tevreden over de snelheid – zowel die van het draadloos schieten over WiFi, als die van direct kopiëren naar de computer. Misschien dat andere of nieuwere kaartjes sneller zijn, de Flashair II is natuurlijk al wat ouder. Maar volgens het persbericht van Toshiba over de III zijn er daar vooral in de interface en tools vernieuwingen aangebracht, niet in de hardware. Ik denk daarom dat deze oplossing vooral geschikt is voor de enthousiaste hobbyist, en het nog een tijdje zal duren voordat dit terecht komt in de workflow van een semi-pro.

PS. Als je wat technischer aangelegd bent kun je in plaats van de Flashair ook een Transcend WiFi kopen. Werkt hetzelfde met Shuttersnitch, maar dankzij vrij matige beveiliging zijn deze gehackt en leuk om mee te experimenteren. Ooit een webserver op een SD-kaart willen hebben? Nu kan het!

Boomcase v2

Combineer een vintage danskoffertje, een versterkertje en accu uit China, een autospeaker en wat losse kabeltjes en onderdelen… en wat krijg je dan?

Vorig jaar heb ik, als leuk projectje voor in het park en op festivals, mijn eigen boomcase gemaakt. Een speakerkoffer met ingebouwde accu waarmee je een flink aantal uur op degelijk volume muziek kunt luisteren. Vergelijkbaar met die kleine Bluetooth speakertjes die nu populair zijn, maar dan wel met volume, accuduur en genoeg ademruimte om goede audio kwaliteit te leveren.

Een vriendin, die haar eigen theaterbureau begonnen is, keek het afgelopen jaar al een paar keer verlekkerd naar mijn creatie. Zoiets zou ze ook wel kunnen gebruiken als ze op locatie geluid nodig had, want zo’n koffer heeft een stuk creatievere vibe dan een standaard PA set. Met haar verjaardag in aantocht leek het me supertof om nog zo’n boomcase te bouwen en als cadeau te geven!

Maar mijn eigen koffer weegt, nu alles ingebouwd is, een ruime 8 kilo. Ik vind hem zelf eigenlijk al te zwaar om mee te nemen naar het park, laat staan als ik ‘m steeds voor m’n werk zou moeten meenemen naar verschillende locaties. In plaats daarvan werd het mijn doel om een zo licht mogelijke boomcase te bouwen. En nu, een paar weekjes later, ben ik best tevreden over het uiteindelijke resultaat!

IMG_0521.jpg

IMG_0523.jpg

Not too shabby. Of, eigenlijk, juist heel erg shabby en daarmee dus perfect de vintage look die ik zocht te pakken.

IMG_0552.jpg

Bij één van de lokale kringlopen vond ik een oud koffertje van leer en canvas over een dun houten binnenwerk, waar met legerstencils in het wit DANS op was geschilderd. Lekker licht, maar door het binnenwerk wel stevig genoeg dat ik zelf geen zware binnenkant meer hoefde te bouwen. Waarschijnlijk was de originele eigenaar leerling bij een dansschool en nam hij hierin zijn spullen mee? In ieder geval leek dit me perfect voor theaterworkshops, met een zeer gepast commando erop.

IMG_0555.jpg

Het prachtig verweerde canvas en het door ouderdom en gebruik aangetaste patina van het leer was ook exact wat ik in m’n hoofd had toen ik een koffertje zocht voor dit project. Ik had echt niet iets met meer karakter kunnen vinden.

IMG_0536.jpg

De handgreep is misschien het mooiste deel van deze koffer, gemaakt van leer gebonden om een kurkvorm. Het leer is door het jarenlang vasthouden een prachtig donker cognac tintje geworden. Ook het oude merkje – dit is original bagage van Giovanni – is een onmiskenbaar fraai detail.

IMG_0553.jpg

Bij het ijzerwerk zijn niet alle popnagels nog aanwezig, sommige zijn door de jaren heen al afgebroken. Ik heb zelf geen popnageltang dus heb met kleine schroeven deze onderdelen opnieuw vastgezet. Deze DIY reparaties vallen niet ontzettend op, en voegen wat mij betreft juist wat extra charme toe aan de koffer. Hij is daadwerkelijk zo oud dat niet alle delen meer origineel kunnen zijn.

IMG_0541.jpg

Links en rechts zitten stoffen riempjes om ervoor te zorgen dat de koffer niet te ver open kan klappen. Deze waren beide kapot gescheurd, maar heb ik opnieuw vastgezet met een boutje en een moertje.

IMG_0544.jpg

En dan komt natuurlijk ook nog de technische kant van het verhaal, al valt zoals je hier kunt zien het heel erg mee hoeveel werk daar in zit.

IMG_0550.jpg

Ten eerste de accu. Mijn eigen boomcase draait op een gelaccu die eigenlijk bedoeld is voor scooters, maar dat ding is verschrikkelijk zwaar en vereist extra electronica en een ingebouwde druppellader om er veilig gebruik van te maken. Een veel lichter alternatief zijn deze blauwe lithium-ion accu’s uit China. Het voordeel is dat ze betaalbaar en makkelijk in gebruik zijn. Het nadeel is dat het Chinees spul is: het werkt, zolang het werkt. Garanties bestaan niet en de beloofde capaciteit mag je sowieso door drie delen. Maar voor het doel, een zo licht mogelijke koffer, vond ik dat een acceptabele afweging.

IMG_0530.jpg

Door de laadaansluiting te verplaatsen naar de buitenkant kan de accu ook opgeladen worden zonder dat je kabels in de koffer zelf hoeft te pluggen.

IMG_0545.jpg

Om vervolgens met die stroom ook daadwerkelijk muziek te maken heb je een versterker nodig. Populair voor dit doel zijn deze Chinese TA2024 versterkers. Het is een simpele, lichte class D versterker die met vrij weinig vermogen al veel en kwalitatief acceptabel geluid weet te produceren. Om goed te werken met zwakke bronnen als telefoons en mp3 spelers moet je nog wel een kleine aanpassing maken door er 2 extra weerstanden op te solderen.

IMG_0542.jpg

Naast de versterker moet je speakers hebben om geluid te maken. Mijn keuze viel op een Pioneer autospeaker. Autospeakers zijn gecombineerde speakers – naast een woofer voor midden en lage tonen hebben ze in het midden ook een tweeter voor hoge tonen zitten. In een normale speaker zijn dit 2 aparte onderdelen, met extra electronica om het juiste signaal naar elk deel te sturen. Een autospeaker is door de combinatie een stuk simpeler voor zo’n koffer dan een normale speakerset. Door ook maar één autospeaker te gebruiken wordt het gewicht weer gehalveerd. De koffer is toch niet zo breed, waardoor er geen overtuigend stereobeeld kan worden neergezet. Mono is dan prima voor dit doel.

IMG_0557.jpg

Met twee speakers wil je een stereo signaal, maar met slechts één speaker heb ik een mono signaal nodig. De nette manier om dat te doen is door zowel het linker als rechter signaal met elkaar te combineren, te ‘summen’. Daarom soldeerde ik van een paar weerstandjes een hele simpele stereo-mono summer. Dat zit verborgen in de blauwe krimpkous van de minijack aansluiting.

n109fig2

IMG_0547.jpg

Ook de minijack aansluiting is naar de buitenkant van de koffer geplaatst. Op deze manier kun je met een standaard koptelefoonkabel een telefoon, mp3speler of andere geluidsbron aansluiten zonder dat de koffer open hoeft.

IMG_0540.jpg

Door de binnencirkel van de kap af te tekenen op het deksel van de koffer had ik een goede lijn om te volgen met de decoupeerzaag. Ik maakte me hier nog zorgen om, want dit ging een paar keer mis bij mijn originele boomcase, maar nu ging het meteen goed. Na het uitzagen van de cirkel paste de speaker zonder enig probleem in het gat.

IMG_0532.jpg

De origineel zwarte kap spoot ik perfect wit om beter te matchen met de witte DANS letters. Maar het pure wit blijkt helemaal niet te passen bij de verweerde looks van de koffer. Met wat schuurpapier maakte ik daarom de verflaag grover, spoot er een lichte zwarte waas over voor textuur en gebruikte koude koffie (!!!) om een aantal bruine vegen toe te voegen. Het resultaat lijkt misschien wat viezig, maar past daardoor veel beter bij de rest van de koffer.

IMG_0531.jpg

Om de kap helemaal af te maken wou ik het logo van haar theaterbureau op de plek hebben waar origineel het Pioneer logo zat. Door het logo op transferpapier te printen kreeg ik een decal, zo’n watersticker die je misschien nog wel kent van de plastic modelbouwkitjes uit je jeugd. Na de decal vochtig te maken kun je hem – als je een beetje behendig bent – zo van het papier schuiven op het plastic. Ik ben helaas niet zo behendig, dus had 12 pogingen nodig voor het een beetje wilde lukken. Maar een paar lagen blanke lak later zit de decal nu fraai en onzichtbaar op de kap.

IMG_0563.jpg

En toen was ie al af! Ook dit keer had ik het niet kunnen doen zonder de hulp van de GoT leden die in het Krat- en Kistradio topic posten. Als je nog getwijfeld hebt over het zelf maken van zo’n speakerkoffer na het zien van mijn vorige post, laat die twijfel dan varen: het hoeft helemaal niet zo moeilijk te zijn. Zoals je in deze post kunt zien kun je ook met weinig onderdelen een simpele en lichte, maar nog steeds erg gave, boomcase bouwen!