iPhone 6s battery replaced

With the news breaking that Apple is purposefully slowing down iPhones with worn-down batteries, I decided to go ahead and have the battery on my iPhone 6s replaced yesterday. One day in and I’m already amazed at the difference it makes. The proof is anecdotal, but starting up Flitsmeister – a must-have speedtrap app for my daily commute – for example, started taking a good 15 to 20 seconds after installing iOS 11. That has gone back down to 5 seconds tops after replacing the battery. If you still want to wring some life out of your older iPhone, definitely consider going this route.

On a related note; my iPhone 6s is actually eligible for a free battery replacement program from Apple, but the hoops they make you jump through to get that battery are maddening and in the end I figured paying a third party was faster and easier. Making an appointment to get the phone looked at by an authorized service provider took ages. Splotches on the side of the screen were considered signs of water damage (its never touched water in its life); a slight bend in the case meant I must wear the phone in my back pocket and sit on it (I don’t), both of which might invalidate my eligibility. If you don’t want to replace these batteries, Apple, don’t do a fucking program.

A new direction

As you may have noticed, this blog has not been getting updated much in the past few years. Most of this is the result of jobs taking up my daily available capacity for quality writing. But it’s also a result of choices made while building previous versions of this site – magazine layouts with impressive spreads are beautiful to look at, but are costly in production time. If every article has to be accompanied by a high-quality wallpaper-size image, writing down your thoughts gets bogged down by the speed at which you can produce that kind of photography. At the same time, my decision to write in Dutch made sense 10 years ago when my blog was mainly aimed at friends and other geeks in the Dutch blogosphere, but now it just limits my reach to a pretty small country in this completely connected world.

So as of today, Style over Substance is an English-language, text-focused blog. I want to take the site into the direction of Kottke or Daring Fireball – more about my words than about flashy layouts. And yes, I do realize the utter irony considering the title of this site.

The switch to Twenty Sixteen feels extremely odd – I haven’t run a default WordPress theme since 1.5 – but kinda good at the same time. I’ll give this theme a few small tweaks here and there and then I’ll just let it be for now.

N-3B Snorkel Parka

Ik heb mijn nieuwe winterjas vervangen met het 60 jaar oudere origineel…

Mijn fascinatie voor Amerikaanse legerkleding heeft weer een nieuw nerd-niveau bereikt. De nieuwste aankoop is een origineel vintage exemplaar van een van de meest legendarische winterjassen die de Verenigde Staten ontwikkeld heeft; een N-3B uit 1957.

Rond de tweede wereldoorlog begon het Amerikaanse leger door te hebben dat ze meer functionele kleding nodig hadden; de leren jassen die piloten bijvoorbeeld droegen zagen er mooi uit maar hielden de piloten niet warm genoeg tijdens de vlucht. En ook het grondpersoneel had het zwaar; op vliegdekschepen en legerbasissen in besneeuwde gebieden waren de bestaande jassen simpelweg te koud om lang buiten te blijven. De N serie winterjassen, ook wel parka’s genoemd, werden juist voor dat doel ontwikkeld. Met een officiele classificatie als “JACKET,FLYING, MAN’S, EXTREME COLD WEATHER” krijg je wel een gevoel welke richting ze op wilden.

De inspiratie voor deze kleding kwam van de Inuit eskimo’s, die flink ervaring hadden met in bittere kou overleven: zij gebruikten in hun kleding bijvoorbeeld bont rondom het hoofd en de polsen, omdat bont als een natuurlijk windscherm werkt en warmte binnenhoudt. Op de N parka’s werd daarom ook bont verwerkt rondom de capouchon. Dit bontkraagje, de voorganger van alle moderne bontkraagjes, kon zo hoog dichtgeritst worden dat de capouchon alles behalve de ogen bedekte – vandaar de bijnaam ‘snorkel parka’. Met zo weinig huidcontact konden zelfs temperaturen van -50 Celcius overleefd worden met een N parka over je uniform.

Ook andere features hielpen deze parka’s je warm houden. Het toen heel moderne nylon werd gebruikt voor de buitenlaag, omdat het wind en water tegenhield, en de jas werd uitgevoerd met speciale zakken om handen warm te houden en een windflap die over de rits dichtgeknoopt kon worden. Van de N modellen was de N-3 wat langer, en had een capouchon die uit één stuk bestond. De N-3 werd doorontwikkeld en veranderde uiteindelijk in de N-3B, het model dat ook door de Amerikaanse luchtmacht massaal in gebruik werd genomen vanaf de jaren ’50.

De N-3B is vervolgens vele decennia voor de Amerikaanse defensie gemaakt, waardoor ze langere tijd vrij consistent in legerdumps te vinden waren. De jas is zo iconisch dat veel details op moderne winterjassen hun oorsprong vinden in de N-3B of zijn soortgenoten, en het model eigenlijk een soort grootvader is van alle parka’s zoals we ze nu kennen. De militaire specificatie voor de N-3B was voor het laatst in 2003 nog geupdate tot de MIL-DTL-6279M spec. Ondanks deze recente aanpassing is de N-3B in het leger ondertussen allang vervangen door modernere jassen, al blijven producenten als Alpha Industries nog steeds versies van deze jas maken – maar dan voor burgers.

Dat de N-3B een designklassieker is merk je ondertussen ook als je op zoek gaat naar zo’n originele jas. Vintage, ongebruikte exemplaren van vroege N-3B legermodellen gaan nu zelfs voor een klein fortuin weg – verzamelaars in Japan leggen zonder probleem 1000 dollar neer voor zo’n jas. Maar latere jaargangen hebben die verzamelwaarde niet, en beschadigingen op gedragen exemplaren doen de waarde ook flink zakken.

Mijn interesse in de N-3B was al een tijdje gewekt. Maar voor ik serieus geld ging investeren in een vintage N-3B leek het me een goed idee om eerst te kijken of het model uberhaupt iets voor me was. Ik kocht online een goedkope zwarte replica van de N-3B. Voor een paar tientjes kon ik daarmee de maatvoering vergelijken en zien of het model mij stond. Dat was in 2014… en 3 winters verder kan ik je zeker vertellen dat de N-3B iets voor me is. Die goedkope jas, origineel alleen als test was bedoeld, heb ik bijna permanent in de koude seizoenen aangehad, omdat ie zo praktisch en warm was. Deze winter bedacht ik me dat het ondertussen wel tijd was geworden om een echte N-3B aan te schaffen!

Makkelijker gezegd dan gedaan. Ongebruikte N-3B’s zijn niet te krijgen, want die eerder genoemde Japanse verzamelaars winnen altijd van je, ongeacht je bod. Gebruikte N-3B’s zijn een gok want het blijven legerjassen, en die worden echt afgetuigd als ze gedragen worden – dat dunne lijntje tussen wat nog vintage is of gewoon echt gesloopt is soms ver te zoeken bij de verkopers. Daarnaast bleken de meeste vintage N-3B jassen toch in Amerika te verblijven, wat een hoop gedoe zou betekenen met verzend- en douanekosten. Uiteindelijk kwam ik na een lange zoektocht op eBay uit op mijn huidige aankoop: een verkoper in Belgie had een N-3B die geproduceerd was in de jaren ’50, wat erg vroeg is, maar wel gedragen was, waardoor hij toch betaalbaar blijft. Inclusief verzendkosten was ik een zeer prima 80 euro kwijt aan deze jas.

Mijn jas is volgens het label gemaakt door Albert Turner & Co, een bekende producent van legerkleding en één van bedrijven die de N-3B officieel voor de luchtmacht gemaakt heeft. De militaire specificatie van deze jas is 6279C – bij elke aanpassing ging de letter aan het eind een stap verder, dus dit was de derde aanpassing op het N-3B model. Omdat er geen DSA (Defense Supply Agency) nummer, een identificatie voor producent en productiejaar, op het label staat kunnen we niet meteen zien in welk jaar de jas gemaakt is – maar de DSA werd pas in 1962 geintroduceerd, dus deze jas is sowieso ouder. Dit klopt ook met het zwarte label, want het moderne witte label werd ook pas rond de introductie van het DSA nummer toegepast. Veel andere sites (bijvoorbeeld deze) over N-3B parka’s verwijzen voor een Albert Turner parka met 6279C als spec naar 1957 als productiejaar, dus laten we daar ook even van uit gaan.

Tof detail: gebruikte legerjassen hebben vaak persoonlijke aanpassingen of identificatie van de originele eigenaar erop. Zo zie je bijvoorbeeld veel N-3B jassen met reflectieve strips erop gestikt, zodat grondpersoneel goed zichtbaar was, ook als ze nacht-operaties moesten voorbereiden. Mijn jas heeft een handgeschreven naam van de voormalige eigenaar onder het label staan, die niet meer te lezen is na al die tijd. ‘Berielke’ misschien? De eigenaar zat in ieder geval in de USAF – niet verrassend, aangezien deze jassen daar voor gemaakt waren – maar meer weten we niet. Was hij piloot? Of technisch grondpersoneel? Je kunt er van alles bij bedenken.

Zo’n oud model is niet alleen meer gewild door de zeldzaamheidswaarde, maar ook omdat in latere jaren flink bezuinigd werd op het materiaal van deze jassen. Zo heeft deze 6279C jas een buitenkant gemaakt van 100% nylon en een 60% wol / 40% katoen mix voor de vulling, en werd er toen nog echt bont op de jas gebruikt. Latere jassen gebruikten een goedkopere nylon/katoen mix voor de buitenkant en simpel polyester voor de vulling, met een synthetisch nepbont uit de tijd dat ze dat nog niet heel goed konden maken.

Opvallend bij het nylon is dat dit destijds nog een ontzettend nieuw materiaal was, waar ze nog veel over moesten leren. Zo bleek de nylon samenstelling die zij gebruikten zeer gevoelig te zijn voor verkleuring, waardoor het groene nylon langzaam paars kon worden. Vooral onder langere invloed van UV licht was dit merkbaar, waardoor oudere N-3B jassen some volledig paars zijn uitgeslagen. Onder het luchtmachtpersoneel die de jassen droegen was dit echter een statussymbool; het dragen van een ‘salty’ jas, zoals zij dat noemden, betekende dat je al lang in dienst was. Mijn jas heeft hier ook last van, al blijft het bij een aantal vlekken hier en daar.

Deze oudere jassen hebben ook andere details die latere jaargangen niet hebben. Zo is er nog een U.S. Air Force logo gestencild op de linkermouw, wel flink vervaagd vergeleken met hoe duidelijk deze origineel had moeten zijn. Een ander mooi detail is het merk ritssluitingen, nog van het originele Amerikaanse merk Crown. Zoals veel Made in the USA producten werden Crown ritssluitingen later vervangen door de veel goedkopere – en volgens kenners kwalitatief slechtere – ritssluitingen die gemaakt werden in het buitenland. Crown ritssluitingen zijn zo’n belangrijk onderdeel van vintage Amerikaanse kleding, dat het Japanse Buzz Rickson’s – een merk dat perfecte replica’s maakt van legerkleding – een fortuin heeft uitgegeven om exacte kopieen te kunnen produceren van Crown ritsen.

Ondanks de goede staat, voor een gebruikte jas van ruim 60 jaar oud, kun je zeker stellen dat hij niet perfect is. Naast een beperkt aantal beschadigingen, die mijn kleermaker allemaal netjes weer kon bijwerken, mist deze jas het originele bontkraagje en de originele knopen voor de windflap. Echt bont vergaat op den duur, en ik kan me voorstellen dat het laagje bont op deze jas na 60 jaar niet bijzonder fris meer was. Ik ga even op zoek naar een vervanging voor bont en knopen, en dan is deze jas weer helemaal klaar voor het winterseizoen eind dit jaar!

Vintage Jaeger-LeCoultre

Mijn nieuwste aanwinst, een vintage Jaeger-LeCoultre horloge van 70 jaar oud.

Jaeger-LeCoultre is een merk dat ik al een tijdje op de wishlist had staan. Ze hebben een uitstekende reputatie als een van de grote horlogehuizen, al meer dan anderhalve eeuw een favoriet van horlogemakers. LeCoultre bestaat sinds 1833 en was gespecialiseerd in het bouwen van geraffineerde uurwerken, die ze verkochten aan bekende merken als Cartier en Patek Philippe. Na een fusie met Jaeger, een bedrijf dat zakhorloges maakte, ging het bedrijf onder de naam Jaeger-LeCoultre eigen horloges verkopen.

IMG_1226.jpg

Het meest bekende model van JLC is de Reverso, een horloge uit de art-deco periode waarvan de kast omgeklapt kan worden om zo het tere glas en uurwerk te beschermen tegen rake klappen – origineel omdat de eigenaar op dat moment waarschijnlijk polo aan het spelen was. In mijn ogen één van de mooiste horloges ooit gemaakt. Helaas prijkt het merk met zulke historie ook redelijk hoog op de niet-zo-heel-erg betaalbaar lijst. Dus ik had al een klein beetje geaccepteerd dat ik niet snel een JLC om de pols zou hebben.

En toen kwam ik deze nieuwe aanwinst tegen op een veilingsite… Het model behoort niet tot een specifieke modellijn of familie, het is gewoon een van de vele wat nettere horloges die JLC in de late ’40s/vroege ’50s uitbracht. Maar dit is wel een fraai exemplaar met een degelijke 36mm kast – tegenwoordig haast een damesmaat, maar 70 jaar geleden was dit vrij groot voor een herenhorloge. De licht gepatineerde witte plaat heeft opgelegde zilverkleurige markers, waarbij alleen de even cijfers met een nummer zijn uitgevoerd. Een verzonken subdial bij de 6 houdt de secondes bij, terwijl bovenin haast onleesbaar als logo het merk ‘Jaeger-leCoultre’ staat geschreven. De eveneens zilverkleurige wijzers hebben een voor JLC typische zwaardvorm. De Reverso heeft hier bijvoorbeeld een kleinere versie van, terwijl op het Geophysic model ook zulke wijzers (maar dan met lume) zitten.

IMG_1243.jpg

Het ontwerp van deze kast is nogal ouderwets. In plaats van de tegenwoordig standaard geschroefde achterkant klikt dit deksel simpelweg vast en is daardoor niet bepaald waterdicht te noemen; ik zou dit horloge niet eens graag aan hebben in een zware regenbui. Het klokje draait op een JLC cal469/1c, een uurwerk waarvan het ontwerp uit de ’30s stamt maar waar verder niet zoveel over bekend is. Het ziet er wel verrassend prima uit, vaak zie je juist bij dit soort oude horloges veel slijtage op het uurwerk, door goedkopere horlogemakers in de afgelopen decennia die met net-niet-passende schroevendraaiers aan het werk zijn geweest. Maar elk schroefje hier ziet er nog perfect uit.

EH3B0038.jpg

Gezien de leeftijd is het klokje nog in verrassend goede staat. Natuurlijk is het wel 70 jaar oud en in die tijd gebruikt, dus krassen op de kast en patina op de plaat zijn geen verrassing. Maar de plaat is nog in goede staat, het patina geeft het juist wat leeftijd en karakter zonder meteen vies en oud aan te doen. Het acryl glaasje was bij ontvangst wel flink bekrast, wat niet heel gek is gezien de leeftijd. Maar een beetje polywatch poetsmiddel en drie kwartier boenen later was het glaasje weer prima bruikbaar. Er zitten door deze en eerdere poetsbeurten wel wat vertekeningen in het glas, wat gelukkig niet heel zichtbaar is als het horloge in elkaar zit.

IMG_1232.jpg

Wat wel tegenviel was de kroon. Omdat dit een handwinder is moet je hem elke dag met de hand opwinden, wat constante slijtage van de kroon als gevolg heeft. Daarom zijn de kronen op vintage horloges vaak al meerdere keren vervangen. In dit geval was de kroon bij de laatste service vervangen door een messing-kleurige kroon, wat helemaal niet past bij de rest van het horloge. Die heb ik meteen door een stalen exemplaar laten vervangen. Het is wel mooi dat JLC horloges uit deze tijd geen merkje op de kroon hadden, waardoor ik niet hoefde te zoeken naar een passende JLC kroon en juist een goedkopere blanco kroon kon laten plaatsen.

IMG_1422.jpg

Door drukte bij de horlogemaker kon ik dit horloge deze week pas ontvangen, nadat het al 6 maanden bij hem op service lag te wachten. Een lange tijd om zonder nieuw speelgoed te zitten, maar al met al ben ik nu zeer tevreden met het eindresultaat. Ik ben toch wat gevoelig voor merkjes en dan is het ontzettend tof om met een Jaeger-LeCoultre om de pols te lopen. En sowieso ben ik blij met weer een fraaie aanwinst erbij in de horlogedoos!

Yashica Electro 35 rangefinder

Ook wel bekend als de ‘poor man’s Leica M’

Hoog op mijn wishlist voor vintage camera’s staat een Leica M rangefinder. De red dot cult – de geuzennaam voor Leica fans – wordt vaak vergeleken met Apple fanboys – volledig idolaat zonder een echt rationele onderbouwing. Maar het merk staat voor alles waar ik altijd naar op zoek ben: authenticiteit, historie, kwaliteit. Ik kan er niks aan doen – bij elke hobby die ik erbij krijg zal voor een merk de heritage altijd een doorslaggevende factor zijn.

m3

Er zijn in al die jaren dat Leica bestaat flink wat leden bij de red dot cult gekomen. Daarom zijn Leica M toestellen, het meest bekende en gewilde model Leica, ook zo onbetaalbaar. Zelfs slecht onderhouden modellen die al decennia oud zijn kunnen nog steeds ruim 1000 euro opleveren. Een moderne, digitale Leica M? Die kost je zonder lens al 7000 euro.

Maar wat maakt die camera’s dan zo speciaal? Eén essentieel onderdeel is dat het rangefinders zijn. Een rangefinder is een type camera met een speciale focustechniek. Deze is ontwikkeld voordat electronische autofocus bestond, toen focussen nog met de hand, op het oog, en vaak op goed geluk ging. Neem de volgende video als voorbeeld:

Door de zoeker van een rangefinder zie je als fotograaf de wereld voor je, maar zie je tegelijkertijd een doorzichtige kopie in het midden hangen. Die kopie maakt duidelijk welk deel van de foto in focus is. De kopie beweegt als je aan de focusring draait; zodra jouw onderwerp in zowel de kopie als het volle beeld over zichzelf valt is deze in de uiteindelijke foto in focus. Fans van deze techniek vinden dat deze manier van focussen natuurlijker is, en dat je met wat oefening sneller en nauwkeuriger kunt zijn dan een moderne autofocus. Ideaal voor straatfotografie, waar de paar seconden zoeken van de autofocus het verschil kan zijn tussen perfectie of een gemiste shot.

Super interessant om eens te proberen, maar ik kan dus geen Leica betalen. Wat zijn dan m’n opties? Een regelmatig terugkerende aanbeveling is de Yashica Electro 35. Ik ontdekte de Electro na een artikel van GearPatrol. Verder zoekend kwam ik meer enthousiaste reviews tegen op sites als Steve Huff, Ken Rockwell en JapanCameraHunter. De conclusie: ’tis zeker geen Leica M, maar het is een hele leuke, hele betaalbare rangefinder om mee te beginnen.

En zelfs Peter Parker loopt ermee rond in de laatste Spiderman films :D
spiderman

Nog een voordeel van dit model Yashica? Er zijn er zo verschrikkelijk veel van gemaakt. Bij andere vintage camera’s moet je altijd even slikken als je begint te zoeken, want hoeveel zijn er nou tegenwoordig nog in werkende staat? Maar dat was hier absoluut niet het geval. Even jagen op marktplaats en voor je het weet ben je een paar tientjes armer en een camera rijker.

A post shared by Guy Sie (@guysie) on

Het eerst wat opvalt: wat een lomp ding. Ik had al gelezen dat de Electro één van de grotere rangefinders uit die tijd was, maar het blijft een flink brok metaal. Zelfs vergeleken met mijn toch niet laffe dSLR camera, een Canon 60D, heb ik het gevoel iets veel gewichtigers in handen te hebben.

Batterij is wel een probleem, aangezien de originele PX32 5.6V batterij niet meer gemaakt wordt en alleen nog maar van dure sites besteld kan worden die zich in zeldzame modellen specialiseren. Maar met een simpele adapter kun je een tegenwoordig nog te verkrijgen batterij omzetten naar de juiste grootte om in de Electro te passen. Ik haalde mijn adapter van eBay en was verrast om te zien dat de ‘adapter’ bestond uit een stukje hout, een plastic tube en een schroef. Maar ach, als het maar werkt.

Gebruik kan eigenlijk ook niet makkelijker. De camera staat in principe altijd in Av (Aperture Priority) mode en past de sluitertijd automatisch aan op het door jou gekozen diafragma. Dit maakt de camera simpeler en daarom minder interessant voor de pro dan de Leica’s, die volledig manual zijn. Maar fuck it, ik wil gewoon leuke plaatjes schieten. Dat gaat, vooral voor een rangefinder beginner, een stuk makkelijker als de camera je een klein beetje meehelpt.

Voortaan gaat deze camera daarom dagelijks mee in de ONA tas! Als ik het echt leuk blijk te vinden om met m’n rangefinder foto’s te maken, dan mag ik van mezelf erover nadenken om daadwerkelijk die Leica M eens op de kop te gaan tikken…

Een nieuwe plaat in een oude Omega

Na het monteren van een vervangende wijzerplaat kan deze Omega Seamaster uit de ’60s er weer tegen aan!

Een van de eerste vintage horloges die ik kocht was een Omega Seamaster uit de ’60s, een 14759 om precies te zijn. Het horloge had alles wat ik zocht in een net kantoorklokje – rustig en ingetogen model van een goed merk, met mooie details zoals de ‘alpha’ vorm van de handen en de goudkleurige opgelegde markers.

IMG_9115.jpg

Ik liep er een paar weken heel enthousiast mee rond, maar toen merkte iemand op dat de Omega tekst er een beetje scheef op stond. En toen ik er met een macro-lens foto’s van nam zag ik ook hoe slecht afgewerkt het Omega logo op de plaat zat. En eigenlijk viel het ook wel op dat de wijzerplaat veel te clean was, vergeleken met de wijzers.

Vintage Omega Seamaster

En zodra je het gezien hebt kun je het natuurlijk nooit meer negeren. Zo’n slecht gerestaureerde wijzerplaat noemen de horloge-fans een ‘redial’, en het betekent ook dat het horloge een stuk minder waard wordt. Miskoopje dus, maar ik wist toen nog niet zoveel van horloges.

En toen vond ik op eBay dit vintage exemplaar tussen de horloge onderdelen liggen:

Vintage Omega dial

Andere markers, geen Seamaster text en een crosshair over de plaat, maar alsnog zag deze plaat er beter uit dan de plaat die al in m’n Seamaster zat. Ik wist niet helemaal zeker of het ging passen, dus op hoog van zegen maar op geboden – en gewonnen! Deze week door een horlogemaker laten monteren en…

Omega Seamaster

Pretty damn good. Erg tevreden over zelfs. De markers hebben een andere vorm, maar ik vind deze misschien nog wel mooier. De Seamaster tekst mis ik niet, de crosshair vind ik de plaat juist weer mooi opvullen. En dat ziet er zo uit om de pols:

Vintage Omega Seamaster wristshot

Deze Seamaster gaat weer wat vaker gedragen worden!

Barbour Durham jas

Een nieuwe Barbour jas voor de collectie.

Ik heb een lichte, misschien wat ongezonde, fascinatie met Barbour. Het is een van die Britse heritage merken waar je niet omheen kunt, zo Brits als de Mini, als Burberry, als de Beatles. Deze met wax behandelde jassen houden probleemloos de regen en kou buiten, of je nou een op fazanten jagende prins bent of een motorrijder die door de Engelse modder een trial rijdt. En het is, natuurlijk, ook het merk van door de blubber banjeren op Glastonbury, want festivalgangers kopen elk jaar de kringlopen in Engeland leeg voor deze waterdichte waxjassen.

Als gevolg van die fascinatie heb ik al een Barbour Bedale (met de optionele bont binnenvoering), Barbour International (de klassieke motorrijdersjas) en een Barbour Liddesdale (de ongeveer 5 jaar geleden oh-zo-hippe ovenwant) in de kast hangen. Maar er is altijd ruimte voor meer. Bij mijn laatste tripje naar de Episode – mijn favoriete vintage winkel in Utrecht – kwam ik een model tegen dat ik nog niet eerder had gezien: de Barbour Durham.

Durham blijkt een pittoresk stadje in het noorden van Engeland te zijn, waar het natuurlijk altijd nat en koud is. Dat is min of meer het scenario waar elke Barbour jas voor gemaakt wordt. Maar in tegenstelling tot de gemiddelde Barbour jas heeft de Durham een aantal aparte features – een vaste capouchon, een dubbel schouderstuk om regen buiten te houden, stormflappen op de rits en zakken. Klinkt als een typische winterjas, maar in tegenstelling tot die verwachting is hij juist lichtgewicht gemaakt, zonder zware voering en met een flexibele sylkoil wax coating. Perfect in slecht weer, zonder meteen zwaar en verstikkend heet te zijn.

De jas was door die combinatie van eigenschappen zo handig, dat een aantal regimenten Britse paratroopers tijdens de Falkland oorlog zelfs aangepaste Durhams gebruikten, in plaats van hun officiele overjassen. Barbour heeft daar overigens een rijke historie in – de Britse onderzeeboten kregen in de tweede wereldoorlog standaard marinekleding toegewezen, maar die kleding bleek tijdens de oorlog niet waterdicht genoeg voor gebruik op een onderzeeboot. De kapitein van de onderzeeboot HMS Ursula heeft toen aangepaste Barbour kleding voor zijn bemanning laten maken, wat uiteindelijke zou resulteren in het Barbour model wat we nu als de International kennen.

De Durham is dus uitstekend geschikt als lente/herfst jas, vooral in de landen waar die seizoenen vooral nat zijn in plaats van koud. Ik heb hem nu een week op vakantie in Valencia gebruikt, in het seizoen dat er toch wat minder zon is en er flink wat meer regen valt – maar waarbij de temperatuur in Spanje dan nog steeds prima is, en een echte gevoerde jas je oververhit en zweterig maakt. Slecht weer? Jas dicht, capouchon op, en de wind en regen maakt geen kans meer. Zonnig? Jasje open, capouchon af, mouwen opstropen – nergens last van. Mooie nieuwe aanwinst, die zeker vaker gedragen zal worden als de winter weer voorbij is!