Nieuwe avatar in low-polygon style

Een nieuw jaar, dus ook een nieuwe look…

Na een jaar lang m’n Polaroid selfie als avatar te gebruiken moest ik weer eens een nieuwe hebben. Normaal betekent dat een paar uurtjes met flitsers en m’n spiegelreflex kloten, maar ik was eigenlijk toe aan iets creatievers dan een usual headshot.

Toen ik dit effect van Polygon zag was ik meteen verkocht. Polygon is een gamingwebsite die op z’n about pagina profielfoto’s van alle schrijvers heeft in, hoe toepasselijk, low-polygon style. Polygons zijn tweedimensionale figuren zoals vierkantjes en driehoekjes; karakters in computerspellen worden gemaakt met 3d modellen die uit een mozaïek van polygons bestaan. Oude 3d spellen hadden nog niet zoveel rekenkracht ter beschikking en konden daarom maar weinig polygons gebruiken: daar komt de typische low-poly look vandaan. Gaming retro, maar ook weer niet zo retro als de 8-bit look dus.

Polygon About

Het effect zag er tof uit en kon niet zo heel lastig te bereiken zijn. Ik wou het eerst helemaal met de hand doen, maar gelukkig vond ik al snel de Triangulate Image app op Behance. Laad een foto in de app, zet puntjes op alle plekken waar een hoekpunt moet komen, en de app genereert automatisch een gekleurde mesh. Een stuk handiger dan elk driehoekje met de hand moeten maken in Illustrator.

b181f1784e305197b85d2feb64449c31

Als foto nam ik een ava van vorig jaar die ik niet zo heel lang gebruikt heb, en na een uurtje puntjes klikken was ik al een heel eind gekomen:
workinprogress-part1

Je ziet hier goed waar veel detail terechtkomt: rond ogen, neus, mond en oor staan veel meer puntjes dan de rest van mijn gezicht. Dat is niet helemaal in de spirit van low-poly zoals het vroeger echt was, maar als je op deze plekken te weinig polygons gebruikt ben je als persoon niet meer herkenbaar. Die loze puntjes in de achtergrond waren geplaatst om de mesh minder lelijk te maken, zodat ik iets makkelijker in de volgende stap kon zien hoe het resultaat ging worden.

De mesh op basis van die puntjes en het gekleurde resultaat:
workinprogress-part2

De kleuren worden door de app automatisch bepaald door de gemiddelde kleur te nemen van alle pixels in een vlakje; op sommige plekken zie je dat best wel mis gaan. De plukken haar op m’n voorhoofd bijvoorbeeld kleuren een volledig driehoekje donker. De gekleurde mesh ging daarom nog even door Illustrator heen voor wat kleuraanpassingen en het gebroken Polygon effectje:

illustrator

En werd als laatste in Photoshop nog gecombineerd met een gradient van de oude huisstijl kleuren van Style over Substance (linksonder een zachte cyaan tint, rechtsboven een zachte magenta tint), en voila:

avatar-2015-medium-size-1000

Mijn nieuwe ava voor dit jaar is af!

DIY sous-vide koken, deel 2

Hoe maak je zelf nou zo’n goedkoop sous-vide apparaat?

Dit is deel 2 van mijn posts over sous-vide koken. In het eerste deel heb ik uitgelegd wat sous-vide is en verteld over mijn eerste ervaringen met een DIY sous-vide apparaat. In dit deel leg ik uit hoe je zo’n apparaat bouwt.

Laat ik deze post meteen even openen met een waarschuwing: als je niet vaker aan electra gesleuteld hebt, haal er dan iemand bij die meer ervaring heeft. Het is in principe helemaal geen lastig projectje en je bent er zo klaar mee, maar je bouwt wel een intelligente 230 volt schakelaar. Netstroom voor je kiezen krijgen is even wat anders dan de 5 of 12 volt die je maximaal kunt pakken als je even een computer uit elkaar haalt of een ander thuis-hobby-projectje doet. En omdat het hier gaat om een apparaat dat je helpt bij het koken zal er altijd een grote hoeveelheid water binnen handbereik staan. Water en elektriciteit samen is niet tof.

Sous-vide machine van binnen. Don't mention the wiring...

De door mij gebouwde versie bevat een aantal shortcuts die in principe niet netjes zijn – hangende kroonsteentjes, niet standaard draadkleuren, etc – en daarom heb ik er geen stappenplan voor echte beginners van gemaakt. Als je een beetje weet wat je doet heb je aan onderstaande informatie genoeg om een veilige versie te bouwen. Zo niet, vraag dan iemand om hulp die dat wel kan.

En uiteraard: ik ben er niet verantwoordelijk voor als je jezelf elektrocuteert, je huis affikt of je op andere creatieve wijze een Darwin award wint. Of zoals Laurens op Stijlforum poste:

daily

Don’t become that guy.

Anyway, na die flinke disclaimer…

rexc100

Je kunt bij Banggood een setje kopen met een Rex-C100 PID, een merkloze type K thermokoppel en een Fotek 40A solid state relais (SSR). Hoewel de SSR en de PID niet geaard zijn kun je de schakeling verder wel geaard uitvoeren en aangezien er aardig wat water in de buurt zal zijn zou ik dat zeker aanraden.

IMG_9763.jpg

De SSR moet volgens de specificaties gezekerd worden en op een heatsink gemonteerd om meer dan 5A aan te kunnen. Fotek maakt een bijpassende heatsink met de juiste afmetingen en gaten, maar elke heatsink met voldoende oppervlak zou genoeg moeten zijn om de hitte af te voeren. Ik ben daarom naar de lokale electroboer gegaan en heb de eerste de beste heatsink gekocht die groot genoeg was en qua voorgeboorde gaten op de SSR paste. Met wat 96% schoonmaak-alcohol zijn beide delen netjes ontvet en met een tube koelpasta is de aansluiting van de SSR op de heatsink gegarandeerd. In mijn build is de SSR nog niet gezekerd.

IMG_9765.jpg

Zoals je ziet waren de voorgeboorde gaten niet helemaal recht voor deze SSR. Nee, dat is inderdaad niet optimaal.

kthermo

De thermokoppel uit deze set is een type K en dit exemplaar kan volgens de productbeschrijving van 0 tot 400 graden Celcius meten, in hele graden. Tot mijn eigen verbazing blijkt deze thermokoppel toch wel waterdicht en dus prima te gebruiken voor sous-vide (In de toekomst kan het alsnog handig zijn om een betere thermometer aan te sluiten. In tegenstelling tot een thermokoppel kan een RTD bijvoorbeeld de temperatuur wel tot één decimaal meten). Belangrijk om te weten is dat je de kabel van een thermokoppel niet zomaar mag verlengen, want daarmee verandert het spanningsverschil dat gemeten wordt en daarmee ook de gemeten temperatuur. De maximale afstand van dit apparaat tot je waterbad is dus zo lang als de thermokoppel is.

c100

De Rex serie PID’s is officieel van het Japanse electronicabedrijf RKC Instruments, maar ik heb zo het gevoel dat deze versie die je uit China haalt een schaamteloze kopie is. Op eBay kun je de goedkoopste versie namelijk al voor $1.99 krijgen. No problem, kopie of niet, hij doet nog steeds wat ie moet doen. De bijgeleverde handleiding van de C100 is in onleesbaar Chinees en er zijn online meerdere verschillende Engelse handleidingen te vinden, maar afhankelijk van de reseller kan het gaan om een afwijkende versie van de C100 met andere menu’s en instelmogelijkheden. Sommige handleidingen spreken elkaar zelfs direct tegen. De enige handleiding die grotendeels overeen lijkt te komen met het gedrag van mijn C100 heb ik hier beschikbaar gemaakt. De tekst heeft last van wat rare vertalingen, maar is op zich prima te begrijpen.

De C100 heeft een sticker op de zijkant waar het modelnummer op staat. Omdat verschillende varianten van de C100 bestaan moet je even controleren of het modelnummer klopt, de betekenis van elk karakter staat in de handleiding beschreven. Mijn C100 is model REX-C100FK02-V*NN, waarbij het belangrijkste stuk de -V is. Heb je een -M in plaats van een -V, dan zit er al een relais in de PID gebouwd. Deze is helaas te zwak voor het bedoelde gebruik en gaat op een bepaald moment falen. Daarom gebruiken wij een externe SSR met een -V model. Je kunt de -M zelf ombouwen als dat nodig blijkt.

Leuk detail: in alle online handleidingen, behalve de door mij gelinkte, klopt de pinout niet. Volg daarom sowieso de pinout die op de zijkant van de C100 is geplakt. In de verkeerde handleidingen willen ze voeding op pin 6 en 7 hebben, maar in de realiteit moet het op pin 1 en 2 staan want 6 en 7 is een alarmcircuit. Nu wil het geluk dat mijn model C100 geen alarm en dus geen pin 6 of 7 heeft, dat kon niet mis gaan, maar mocht je onverhoopt een variant hebben die wel een alarm heeft dan zou je hiermee de PID opblazen.

Als hittebron heb ik een waterkoker gebruikt, waardoor zowel hittebron als waterbak bij mij één object waren. Je kunt ook een dompelaar, of meerdere dompelaars parallel, gebruiken in een losse waterbak. Sommige mensen gebruiken bijvoorbeeld dompelaars met geïsoleerde koelboxen.

Sluit de onderdelen als volgt aan:

rex-c100-sousvide-diagram

Bij gebrek aan een metalen behuizing waar het apparaat in gebouwd is aard ik in deze build ook de heatsink, als enige andere metalen object dat je per ongeluk kunt vastpakken. Als je een metalen behuizing gebruikt zou ik de heatsink daaraan vastmaken en de behuizing aarden.

Plug het apparaat in en de PID start op – je ziet dan eerst het type thermometer dat is ingesteld, vervolgens de min en max temperatuur die hij kan meten, en daarna het standaard PV/SV scherm. Het bovenste getal, de PV, is de gemeten temperatuur. Als je hier nu de melding Err, oooo of uuuu krijgt is er iets mis met (de aansluiting van) je thermokoppel. Het onderste getal, de SV, is de door jou ingestelde gewenste temperatuur. De vier knoppen daaronder zijn SET, SHIFT, DOWN en UP. Druk éénmaal op SET om de SV waarde te veranderen. Met SHIFT kies je welk getal je via UP en DOWN wilt veranderen. Druk nogmaals op SET om de nieuwe instelling op te slaan. De PID onthoudt hier en in de menu’s geen veranderde instellingen totdat je ze via SET opslaat. Als je een SV kiest die hoger is dan je huidige PV gaat de PID al proberen om de hittebron in te schakelen, je ziet dan op de PID het OUT1 lampje branden en op de SSR het rode relais lampje.

Screenshot 2015-01-19 23.12.35

De overige instellingen van de PID zijn verspreid over 3 menu’s: het Parameters menu dat je krijg als je SET 3 seconden ingedrukt houdt, het Functions menu (COD 0) dat je krijgt als je SET en SHIFT beide 3 seconden ingedrukt houdt, en het Constants menu (COD 1) dat je krijgt als je in het Functions menu de instelling van COD op 0001 zet. Volgens deze handleiding zou er ook nog een COD 2 menu moeten zijn, maar die heeft mijn C100 niet. Het kan zijn dat in het begin de COD menu’s niet beschikbaar zijn. Dit heeft te maken met de data lock functie, LCK in het Parameters menu. Deze moet op 1000 staan om alle menu’s toegankelijk te maken.

Ik heb de volgende instellingen in de COD menu’s aangepast/gecontroleerd:

Input definiëren als Thermokoppel type K.
COD0 menu, SL1 op 0000

Input eenheid definiëren als graden Celcius.
COD0 menu, SL2 op 0000

Alarmfuncties uitzetten.
COD0 menu, SL4 op 0000
COD0 menu, SL5 op 0000
COD0 menu, SL7 op 0000

Functie instellen op Verwarmen.
COD0 menu, SL6 op 0001

Hoogst meetbare temperatuur instellen op 400.
COD1 menu, SLH op 0400

Laagst meetbare temperatuur instellen op 0.
COD1 menu, SLL op 0000

Digital Filtering uitzetten.
COD1 menu, DF op 0000

Het doel van Digital Filtering is om ruis uit de temperatuurmeting te halen, maar deze functie is zo absurd slecht geïmplementeerd in de C100 dat het filter ook grote temperatuurverschillen kan verbergen. De getoonde PV temperatuur blijft dan gelijk aan de gewenste SV temperatuur, ondanks temperatuurschommelingen in het water. Hierdoor lijkt het alsof je systeem perfect nauwkeurig is, maar ondertussen wijk je al een aantal graden af! Dat is onacceptabel bij sous-vide koken en moet daarom uitgezet worden.

IMG_9774.jpg

Als laatste moet de PID zichzelf instellen voor jouw setup, dit moet ook elke keer dat je verandert van hittebron of waterbad opnieuw. Via de autotune procedure gaat de PID een aantal keer je hittebron aan- en uitzetten, om zo te leren wat in dit geval het opwarm- en afkoelgedrag is. Aan het eind worden de opties uit het Parameters menu automatisch correct ingesteld.

Maak voor de autotune je opstelling klaar: zet genoeg water in de waterbak, plaats daar de hittebron en de thermokoppel in, en stel de SV in op een reguliere sous-vide temperatuur zoals 60 graden Celcius. Ga nu naar het Parameters menu en stel ATU in op 0001 om de autotuning te starten. Het AT lampje gaat knipperen gedurende het proces, hoe lang het duurt hangt onder andere af van wat je gebruikt als hittebron en waterbak. Bij mij was de PID in een kwartier klaar met een 1,7 liter waterkoker. Als de autotune klaar is dooft het lampje en op dat moment zouden de getoonde PV en SV gelijk moeten zijn. Gefeliciteerd, je sous-vide machine is klaar voor gebruik! Begin hier maar vast wat inspiratie op te doen :D

DIY sous-vide koken, deel 1

De perfecte manier om je biefstukje voor te bereiden…

Het probleem van grote stukken eten klaarmaken in een pan is dat de hitte nogal ongelijk wordt verdeeld. Iedereen kent wel dat lapje vlees dat van binnen net lekker rosé is, maar van buiten al zwartgeblakerd eruitziet. Of dat stukje vis dat al het perfecte korstje heeft, maar van binnen nog als de diepvries aanvoelt. Sous-vide, Frans voor ‘onder vacuum’, is een manier van koken die dat probleem oplost. Bij sous-vide laat je het eten onder water, in een vacuumverpakking, op een specifieke temperatuur langzaam warm worden. Hierdoor krijgt het hele stuk uiteindelijk dezelfde egale temperatuur, terwijl de vacuumverpakking ervoor zorgt dat er niks van de smaak verloren kan gaan aan het water. Volgens sommige topchefs krijg je bijvoorbeeld de perfecte biefstuk als je die 2 uur lang op een ideale 55 graden Celcius sous-vide laat garen.

Screenshot 2015-01-09 03.51.10

Zoiets had ik al eens eerder met de hand geprobeerd: in Timothy Ferriss z’n boek 4 Hour Chef staat ook een sous-vide recept, waarin je anderhalf uur naast een fornuis staat om met een thermometer een pan water in de gaten te houden. In het water zit een diepvrieszak met kip die op 63 graden moet blijven. Duikt de temperatuur onder de 63 graden? Fornuis hoger zetten. Komt de temperatuur boven de 63 graden uit? Fornuis lager zetten. Een leuk idee, tot je anderhalf uur neurotisch naar een thermometer zit te staren. Dat was niet voor herhaling vatbaar.

Anova_2013 0264_v1

In plaats van naar een fornuis staren kun je ook kiezen voor een voorgebouwde sous-vide optie, zoals de veel geprezen Anova One. Dit alles-in-één apparaat kan niet simpeler zijn: je vult een pan met water, hangt de Anova in de pan, stelt de gewenste temperatuur in – klaar! De Anova regelt zonder dat je verder iets hoeft te doen de perfecte temperatuur van het water. Dat gemak kost je alleen een flinke 200 dollar…

volkskrant

En toen werd op Stijlforum dit artikel uit de Volkskrant geplaatst. Zelf een sous-vide apparaat maken door een PID (Proportional-Integral-Derivative) controller met een hittebron zoals een waterkoker te combineren. De PID, een soort industriële thermostaat, leert hoe het aan- en uitzetten van de waterkoker zorgt voor afwijkingen in de temperatuur. Als je bijvoorbeeld een waterkoker normaal uitzet blijft het verwarmingselement nog een tijdje heet, waardoor het water warmer blijft worden, ook al staat het apparaat al uit. De PID meet dit effect en houdt er daarna rekening mee: voortaan zal de PID de waterkoker eerder uitzetten, zodat de restwarmte het water juist naar de gewenste temperatuur brengt. Door te compenseren voor al die afwijkingen van de waterkoker kan de PID heel nauwkeurig de temperatuur vasthouden. In plaats van een waterkoker zou je ook bijvoorbeeld een rijstkoker, frituurpan of dompelaar kunnen gebruiken – de PID hoeft alleen maar zichzelf in te stellen op de afwijkingen van het nieuwe apparaat.

rexc100

De PID die de Volkskrant gebruikt is de Chinese Rex-C100, volgens het artikel kant en klaar al voor 30 euro bij Amazon te krijgen. Dan krijg je niet alleen de PID, maar ook een bekabelde thermocouple (de thermometer) en een solid state relay (de schakelaar die de hittebron aan- en uitzet) die je nodig hebt voor dit project. Dat klinkt al goedkoop, maar bij de Volkskrant hebben ze dan nog ruimschoots teveel betaald: Banggood verkoopt deze PID met dezelfde set voor 14 euro. Voor die prijs kan ik zo’n projectje niet laten schieten, dus meteen besteld. Een paar dagen geleden belde de postbode aan met m’n pakje. Tijd om te spelen!

Nou ja, spelen, het bleek achteraf toch iets meer gedoe te zijn dan ik had verwacht toen ik het setje bestelde. Wat een projectje van één uur had moeten zijn werd uitgerekt naar een paar dagen door onleesbare Chinese handleidingen, elkaar tegensprekende online instructies en ook nog een paar missende onderdelen. Ik zal in een volgend deel iets meer toelichten hoe dit ding gebouwd werd, maar voor nu hoef je alleen maar het geweldige resultaat te aanschouwen:

IMG_9769.jpg

Uh, okee, beetje een anticlimax… Maar geloof me, hij werkt beter dan ie eruit ziet. De lelijke plastic opbergdoos houdt de verschillende onderdelen, waar wel gewoon 230 volt op staat, uit de buurt van enig gemorst water en dankzij het opbouwstopcontact kan ik makkelijk een upgrade maken naar een andere hittebron. Ja, de electroboer verkoopt ook plastic behuizingen die wel voor dit soort projecten bedoeld zijn en ja, de electroboer verkoopt ook aansluitingen die er niet uit zien alsof ze van de muur van een willekeurige achterstandsflat zijn gerukt. Maar wat zou daar nou de lol van zijn?

IMG_9776.jpg

En wat is dan het eerste waarmee dit apparaat getest gaat worden? Eitjes!

Niet alleen omdat het originele Volkskrant artikel over eieren ging, maar ook omdat dit een soort lakmoesproef is voor een zelfgebouwde sous-vide machine. Door op de perfecte temperatuur te zitten kun je een eitje maken waarvan het eigeel een pudding-achtige structuur heeft – niet zachtgekookt, niet hardgekookt, maar iets er tussen in wat je normaal nooit op je bord krijgt. Maar het luistert erg nauw, veel nauwer dan bij andere sous-vide recepten. Heeft je sous-vide machine teveel uitschieters in de temperatuur? Dan krijg je na al die moeite ‘gewoon’ een hard- of zachtgekookt eitje. Serious Eats heeft er een uitgebreid achtergrondartikel over geschreven dat ik iedereen aanraad te lezen.

Ik stelde de PID in op 64 graden, volgens deze video van een sous-vide machinemaker absoluut de perfecte temperatuur voor de zogenaamde ‘custard eggs’. Na even opwarmen zat de waterkoker al snel precies op de gekozen temperatuur – maar zou die ook kloppen? Als extra controle gooide ik m’n kookthermometer in het water.

IMG_9778.jpg

Hmmm, 63, not bad. Wel één graad lager dan het volgens de PID is. Het probleem is natuurlijk dat ik ook niet weet of mijn keukenthermometer wel nauwkeurig is. En misschien nog belangrijker, beide thermometers ronden af naar een hele graad. Misschien is het water volgens de keukenthermometer wel 62,5 graden, terwijl het volgens de PID 64,4 graden is. Anderzijds, misschien is het volgens de keukenthermometer wel 63,4 graden, terwijl het volgens de PID 63,5 graden is. Geen flauw idee.

Maar dat zijn problemen voor later. Na de aangeraden 55 minuten haalde ik het eerst eitje eruit, pelde ik ‘m en sneed ik ‘m doormidden…

IMG_9781.jpg

Hmmm, dat was niet helemaal de verwachting. Volgens de online voorschriften zou dit wel veilig te eten moeten zijn, ondanks dat het lijkt op vloeibare salmonella. Na de eerste paar voorzichtige happen bleek het ook best lekker te zijn, een soort extreem zachtgekookt eitje. Maar niet het beloofde ‘custard egg’ effect.

Volgens Serious Eats was tijd ook een factor. Misschien was 55 minuten in mijn DIY setup gewoon niet lang genoeg? Om dat te testen liet ik het volgende eitje 2 en een half uur in het water zitten. Dus na wachten, pellen en snijden kreeg ik…

IMG_9782.jpg

Iets beter, maar nog steeds wel erg vloeibaar. Smaakte prima en het eigeel was nu wel romiger, zou misschien ook al uitgesmeerd kunnen worden op toast zoals in het filmpje gesuggereerd. Maar ook dit kwakje blijft de vloeibare salmonella vibe toch iets meer houden dan ik fijn vind.

Ik deed nog één poging met een eitje, maar nu op 66 graden in plaats van 64. In het Serious Eats artikel was dat namelijk de temperatuur waarbij het plaatje van een ei het meeste leek op de omschrijving van een ‘custard egg’. Weer 55 minuten later tikte ik ‘m open en…

IMG_9783.jpg

Wauw. Het is maar 2 graden verschil, maar opeens heeft het eigeel inderdaad die pudding-achtige consistentie en blijft het eiwit ook een ei-vorm behouden na het doorsnijden. De textuur is onverwacht anders dan een normaal halfzacht eitje, en geheel consistent door het hele ei heen. Best wel tof dit.

IMG_9789.jpg

Maar een test met alleen eitjes is natuurlijk geen test om trots op te zijn. Vlees willen we! Een lekker biefstukje, om precies te zijn. Ook hier heeft Serious Eats een flink achtergrondartikel over gemaakt. 45 minuten op 55 graden zou voldoende moeten zijn om een perfect medium-rare stuk koe op je bord te krijgen. Omdat ik ondertussen twijfel of de PID misschien een afwijking naar boven heeft besluit ik er 1 uur op 57 graden van te maken, dan zit ik in ieder geval goed.

IMG_9788.jpg

Ik had toevallig nog een lapje biefstuk in de diepvries liggen, en het plastic waar die in gesealed zit is ook prima te gebruiken als vacuumverpakking. Het nadeel hiervan is dat ik nu geen peper en zout of kruiden bij het vlees kan gooien, wat je normaal wel zou doen voordat je ‘m vacuum zuigt. Maar prima, dit is dan ook een eerste test. Eerst even ontdooien in de koelkast, dan in de waterkoker en een uurtje wachten later…

IMG_9791.jpg

Okee, zo ziet de inhoud van de verpakking er niet geweldig tempting uit, maar hee, ’tis nog een work in progress. Misschien wordt het beter als we ‘m uit de verpakking halen.

IMG_9794.jpg

Nee. Definitely not.

IMG_9798.jpg

Gelukkig wist ik van tevoren al dat je na het sous-vide bereiden beide kanten van de biefstuk nog even moet aanbakken in de koekenpan. 1 minuutje aan elke kant zorgt voor genoeg maillard reactie om een lekker bruin tintje en dat heerlijke biefstuk gevoel te krijgen (Ja, ik weet dat dat een verschrikkelijke pan is – een van de dingen die je accepteert aan een gedeeld huis). En daarna even doormidden snijden om te kijken wat het resultaat is…

IMG_9804.jpg

Goddamn, nice. Het kwijl loopt opnieuw in m’n mond bij het zien van de foto’s.

IMG_9806.jpg

Zo mals. Zo lekker. Zo onverwacht goed voor een eerste test. Jep, ik ga heel, heel, heel veel plezier beleven aan dit apparaat.

Update: Deel 2 van deze post is nu ook beschikbaar.

Gaggia Classic Espressomachine

Hoe dankzij twee vrienden de zoektocht naar het perfecte kopje espresso begonnen is…

Het is allemaal de schuld van Paul en Thijs. Vorig jaar kochten zij allebei espressomachines, van die flinke degelijke apparaten zoals je ze ook in een goed café ziet. Op mijn aanrecht stond nog steeds een Krups Nespresso apparaat, het goedkoopste model dat met kerst bijna gratis in je handen wordt geduwd om je maar aan die cups verslaafd te krijgen.

Tijdens een gezamenlijk weekendje Parijs kreeg ik van beide heren continu te horen dat ik als koffieverslaafde mijn mannelijkheid zo ongeveer mocht inleveren, omdat ik nog steeds die stomme cups dronk. Echte espresso komt voort uit met zorg geselecteerde, versgemalen bonen, die door bekwame handen worden aangedrukt om vervolgens onder optimale temperatuur en druk met de perfecte hoeveelheid water blablabla…

Dat lijkt voor buitenstaanders een vrij onzinnige discussie om te voeren, maar ik ben nogal beïnvloedbaar – en dat weten ze. Het idee dat ik iets minderwaardigs bezit, terwijl hoge klasse eigenlijk binnen handbereik is, bezorgt me meteen slapeloze nachten.

vibiemme

En zo zat ik opeens wekenlang mezelf in te lezen op espressomachines. Heat exchangers, E61 drukgroepen, boilers van messing, digitale PID’s, allemaal dingen waarvan ik nooit wist dat ik ze wou hebben maar waarvan het nu volledig zeker was dat mijn leven niet compleet zou zijn zonder. En toen ik midden in de nacht de specs van een Vibiemme Domobar Super zat door te bladeren, om die het liefst te combineren met een Mazzer Super Jolly maler, en dan ook nog een hele lijst aan andere accessoires verzameld had die absoluut nodig waren om een lekkere espresso te zetten… realiseerde ik me dat we het over meer dan 3000 euro aan gear hadden.

Eén reality check later ging ik op zoek naar een machine die beter bij mijn budget past.

gaggiaclassic

Aan de onderkant van de – volgens online puristen – lijst aan acceptabele espressomachines zit de Gaggia Classic. Deze machine, ontworpen in 1991 en sindsdien eigenlijk onveranderd, is een halfautomaat en kwalitatief goed maar zo kaal als het maar kan. Waar een volautomaat met één druk op de knop voor jou de bonen maalt en een kopje koffie zet moet je met een halfautomaat zelf de bonen malen, afmeten, aanstampen, in de machine zetten en de juiste hoeveelheid water erdoorheen laten lopen. De Classic doet ook niks voor jou om dat enigszins makkelijker te maken. De allergoedkoopste acceptabele optie, die meestal voor net onder de 300 euro te verkrijgen is. Hmmm. 300 euro is nog steeds niet echt goedkoop eigenlijk. Ik hou inderdaad zielsveel van koffie, maar is het me dat wel waard? Gelukkig hebben we marktplaats. Een weekje jagen later werd een bod van 75 euro geaccepteerd en was ik de bezitter van een tweedehandse Classic!

Maar ik was er nog niet. Met de Gaggia kun je al espresso zetten, maar als je dat met voorgemalen bonen doet had je net zo goed bij de Nespresso cups kunnen blijven. Want de puristen zeggen: bonen moeten vers gemalen worden en meteen gebruikt om geen smaak te verliezen. Gelukkig kon ik tegelijkertijd van een forumgenoot zijn oude, maar degelijke, maler overnemen. Top, want malers zijn net zo duur als (of zelf nog duurder dan) de espressomachines! Voor een vriendenprijsje was ik een Demoka M203 rijker en kon ik aan de slag.

Espresso machine setup

Helaas is goedkoop nog wel eens duurkoop. Na een paar eerste testkopjes te zetten besloot ik de Gaggia eens grondig schoon te maken. De buitenkant was geen probleem, de binnenkant daarentegen… Met een schroevendraaier en een imbus-sleuteltje trek je zonder moeite de kop waar het water uit komt van het apparaat en kun je zien wat erachter verscholen ligt. Ik wist dat daar best wel veel kalk- en koffieresten te vinden zouden zijn, dat is normaal, maar wat ik niet had verwacht was dat het aluminium half weggevroten was.

Ieuw. Ieuw ieuw ieuw. Brewgroup in de Gaggia vervangen.

Ieuw. Ieuw, ieuw, ieuw, ieuw, IEUW. Daar had ik dus al koffie uit gedronken. Waarschijnlijk was dit onderdeel in de afgelopen 10 jaar nog nooit schoongemaakt. Ik deed nog een laatste poging, maar het werd al snel duidelijk dat dit een verloren zaak was. De oude onderdelen gingen richting de vuilnisbak en een snel tripje naar de lokale espressomachine-boer later had ik een aantal nieuwe, zware, messing onderdelen gekocht die nooit zouden vergaan. Onderdelen die natuurlijk weer een stuk duurder waren dan de normale aluminium reserve-onderdelen.

So far, so good. Maar een schone machine en een maler zijn nog maar het beginpunt van deze queeste voor het perfecte kopje espresso. In een volgende blogpost zal ik jullie verblijden met alle andere accessoires die gekocht moesten worden, alleen maar omdat Paul en Thijs het niet konden laten om me te pesten over mijn Nespresso apparaat. Thanks guys. Mijn bankrekening haat jullie :D

Barbour International jas

De iconische Britse motorjas, zoals Steve McQueen ook ooit droeg…

Deze week kan ik weer een kledingstuk van de lijst afstrepen. Nouja, soort van – het bleek eigenlijk niet helemaal wat ik gedacht had…

manbike

Barbour maakte in 1936 een motorpak speciaal ontworpen voor de ISDT – de International Six Day Trials, een van de oudste offroad wedstrijden voor motorfietsen. Het pak werd gemaakt van waterbestendig waxed canvas en ontworpen met veel details die handig waren voor een motorrijder, zoals een grote ringvormige rits die je met handschoenen aan kon dichtritsen en een riem om de wind buiten te houden. Daarnaast had het pak specifieke features bedoeld voor deze trials, zoals de ‘dronken’ schuine linkerborstzak waar je makkelijk met je rechterhand een landkaart uit kon halen en een kleine zak op de mouw waar een scheidsrechter tijdens de wedstrijd een afgetekende tijdkaart in kon stoppen.

ursula

De pakken waren zo goed dat de kapitein van de HMS Ursula, een Britse onderzeeër uit de tweede wereldoorlog, speciale versies bestelde voor zijn eigen bemanning. De kleding die de Britse marine zelf aan de onderzeeërs leverde was ontworpen voor gebruik op normale schepen en niet opgewassen tegen de extra natte omstandigheden op een onderzeeër. De Barbours daarentegen waren wel in staat om weer en wind te overleven.

Deze Ursula variant was geen volledig pak meer, maar een jas. En daaruit ontstond na de oorlog de moderne versie van de International, de Barbour motorjas die nog decennia daarna gemaakt zou worden. De jas was zo goed dat Britse nationale motorteams uitsluitend de International droegen en ook bekendheden uit andere landen, zoals Steve McQueen, ervoor kozen.

mcqueen

In tegenstelling tot de Schott Perfecto, waar ik eerder over schreef, is de International de Britse interpretatie van de ideale motorjas. De Amerikaanse Perfecto is gemaakt van leer, kort en nauw aangesloten op het lichaam, perfect om eindeloze mijlen aan vlak asfalt te doorkruisen. De Britse International daarentegen is van stevig waxed canvas, met een lange, ruime fit om probleemloos op de motor de doorweekte Engelse bossen te overwinnen. En net als de Perfecto begon de International het uniform te worden van een bepaalde lifestyle.

barbourinternational

Daardoor werd ook buiten de motorsport de International bekend en gaandeweg steeds vaker gezien in het straatbeeld als normale jas. En ondertussen zo belangrijk voor Barbour dat zij een apart label hebben vernoemd naar de International, met een volledige collectie kleding die dezelfde associaties probeert op te roepen.

IMG_9409.jpg

Een fraaie jas met een toffe historie dus. Zeker geen onaangename verrassing toen ik in de Episode, bladerend tussen de waxjassen, opeens zo’n dronken borstzak zag verschijnen. Ik plukte de jas uit het rek en was meteen enthousiast: een goede bruine tint met een fijn verweerd patina, zoals het hoort op een waxjas, niet versleten maar ook zeker niet nieuw. Snel trok ik de jas aan in de hoop dat het ook maar een beetje mijn maat zou zijn. Aziaten zijn nou eenmaal erg aan de kleine kant en Britten zijn dat, kort door de bocht, vaak niet.

Untitled

Maar hij paste perfect. Te perfect zelfs, hij was zo fitted dat ik haast niet kon geloven dat het kon kloppen. Barbour valt over het algemeen verschrikkelijk groot omdat het van oorsprong hele functionele kleding moest zijn, maar deze zat aan alle kanten meteen goed. Dat maakte het een no-brainer: meteen naar de kassa gelopen en gekocht.

Eenmaal thuisgekomen ging ik toch even googlen, want bij Barbour jassen zit er in de binnenzak een wit label met modelinformatie. Altijd handig, want dan kun je het modelnummer opzoeken en zo een tweedehandse jas volledig identificeren. En toen ontdekte ik waarom deze International zo verrassend slimfit valt.

Modelnummer L1926 hoort namelijk bij een vrouwenjas. Oeps.

Barbour_Ladies_Wax_International_Jacket_-_Sandstone_L1926_1

Achteraf vallen de verschillen ook op. De knopenrij sluit op de vrouwelijke wijze rechts-over-links. De borstzakken zijn hoger geplaatst om meer ruimte te maken en het label zit aan de andere kant. Maar dat was me allemaal niet opgevallen omdat de rits wel op de traditioneel mannelijke manier sluit, en dat is de enige test die ik normaal doe om te kijken of het wel een mannenjas is.

Maar om eerlijk te zijn… fuck it. ’tis misschien een vrouwenjas, maar hij staat me met m’n kleine bouw een stuk beter dan een echte mannen-International me zou staan. En er is echt niemand die in het wild de omgekeerde knopenrij opvalt. Hij is voor de komende winter zeker niet warm genoeg, maar ik denk dat ik er in de lente heel veel plezier van ga hebben!

barbour_ursula_jacket

Ondertussen blijf ik ook gewoon doorzoeken naar een paar andere vergelijkbare jassen op de lijst. De Ursula is door Barbour in recente jaren weer opnieuw uitgebracht als limited edition, en dat vind ik toch ook een verrassend mooi exemplaar. Hij verschilt vooral op details van de International, maar het meest opvallend zijn de ontbrekende borstzakken waardoor de jas bij de borst minder bulky is.

Screenshot 2014-11-27 15.15.04

En de eeuwige concurrent van Barbour, het modieuze Belstaff, heeft ook een aantal vergelijkbare motorjassen als de Trialmaster en de Panther in de collectie. Destijds waren deze modellen ook verkrijgbaar in waxed canvas maar het merk is tegenwoordig voornamelijk bekend om zijn leren versies, die er ook erg goed uit zien. Omdat de Perfecto voor mij toch lastig dragen is – het biker imago is niet helemaal mijn ding – is de veel lagere in-your-face factor van deze modellen een erg goed alternatief.

Nu nog hopen dat ik deze jassen ooit ga tegenkomen in een vintage store, want ik was zeker niet van plan de hoofdprijs te betalen :)

Yashica-A TLR camera

Een nieuwe, oude, aanwinst op fotografie gebied…

Mijn cameracollectie groeit de afgelopen jaren gestaag. Niet alleen met steeds nieuwere, luxere, digitale toestellen maar juist ook met oude analoge modelletjes. En kijk eens wat voor beauty ik afgelopen week gevonden heb…

IMG_7640.jpg

Een Yashica TLR! Ik had al langer besloten dat ik een TLR, een Twin Lens Reflex camera, aan de collectie wou toevoegen. Had me zelfs al een beetje dieper ingelezen op het onderwerp. Maar had ook verwacht dat ik maanden op marktplaats en eBay zou moeten stalken om iets betaalbaars te vinden. Ik had niet echt voorzien dat ik er nu zomaar één voor 25 euro in een vitrine van een willekeurige kringloop in Utrecht tegen zou komen. Meteen meegenomen natuurlijk.

IMG_7668.jpg

TLR camera’s vallen vooral op door hun aparte vormgeving – eigenlijk niets meer dan een doos met 2 lenzen. Dat puur functionele ontwerp, niet voorzien van enig modern ergonomisch inzicht, stamt nog uit de jaren ’20 van de vorige eeuw. De lenzen zijn identiek maar elk heeft een eigen doel: één lens waarmee jij de compositie van je foto kunt zien, en één lens waarmee de camera daadwerkelijk de foto neemt.

TLR-diagram

Voordat deze techniek ontwikkeld was kon een fotograaf namelijk niet tegelijk een foto nemen én zien wat er op de foto zou komen. De TLR zou later vervangen worden door de SLR – juist, Single Lens Reflex – die de spiegel omklapt zodat het beeld vanuit één enkele lens of naar de fotograaf, of naar de film wordt gestuurd. Maar voor z’n tijd was de TLR baanbrekend. Het doos-met-2-lenzen ontwerp stamt uit 1929 toen Rollei de Rolleiflex uitbracht, een model dat zo succesvol was dat andere bedrijven het ontwerp nog decennia imiteerden.

rollei3.5manua1

Zo ook Yashica. Vanaf het begin van de jaren ’50 maakten zij betaalbare Rollei klonen, vanaf het eind van dat decennium ook met een reputatie voor goed spul. Voor elk budget hadden ze wel een TLR die de beste prijs/kwaliteit verhouding had, vergeleken met de concurrentie. Mijn Yashica is een Yashica-A, volgens het serienummer uit februari 1958. De Yashica-A was het budgetmodel uit een serie waar ook de Yashica-B, -C en -D in zaten – okee, naamgeving was wat minder hun sterke punt. Er werd in de -A bezuinigd op de lens en een aantal handige features zoals een lichtmeter, waardoor deze modellen niet heel gewild zijn onder verzamelaars. De meest moderne Yashica TLR daarentegen, de Mat-124G, kan in goede staat nu nog steeds een paar honderd euro opleveren.

Ad

De Yashica gebruikt – net als alle andere TLR’s – een waist-level finder, een zoeker die je niet naar je oog toebrengt. In plaats daarvan hou je de camera op buikhoogte en kijk je van boven de camera in. Hier zit een groot matglas waar het beeld van de bovenste lens op geprojecteerd wordt. Dat matglas is groter dan de schermen die tegenwoordig op veel digitale camera’s zitten!

IMG_7699.jpg

Verrassend als je de zoeker voor het eerst gebruikt is de spiegeling – links en rechts zijn omgedraaid, waardoor je omgekeerd de camera moet bewegen om de compositie goed te krijgen. Daar wen je vanzelf aan, zegt iedereen online, maar in het begin is het nogal frustrerend. Om het beeld te zien moet je ook eerst de camera openklappen, de kwetsbare glazen zoeker wordt van boven beschermd door een metalen deksel.

IMG_7670.jpg

Ben je gewend aan een zoomknop op je moderne camera om te kijken of je goed gefocust hebt? Dat kon vroeger ook al, maar dan lekker analoog: er zit een vergrootglas verstopt in het deksel. Klap die over het glas en opeens kun je perfect zien of je goed zit.

IMG_7682.jpg

Verder is de bediening van de camera vrij simpel. Focussen doe je met een knop aan de rechterzijde van de camera. Door daaraan te draaien worden de lenzen verschoven en de focus verlegd naar een ander punt. Omdat de lenzen samen bewegen zie je in de zoeker ook altijd wat er op de uiteindelijke foto in focus zal zijn.

IMG_7663.jpg

Met een hendel onderaan de lens stel je het diafragma in, met een draairing op dezelfde lens de sluitertijd. Een hendel boven de lens windt de veer op die de sluiter mechanisch laat afgaan. Eén druk op de knop, onder in de hoek, en je foto is genomen.

IMG_7658.jpg

Dit model rolt niet automatisch voor je de film op. Om de volgende foto niet over hetzelfde stuk film te nemen moet je daarom met een andere knop aan de rechterkant handmatig de film doordraaien, totdat je in een venster achterop het volgende nummertje te zien krijgt. Als je overigens into lomografie bent kan het soms juist heel leuk zijn om niet door te draaien, maar te kijken wat er gebeurt als je meerdere foto’s combineert…

IMG_7666.jpg

Als film gebruikt de Yashica-A gebruikt medium, een verzamelnaam voor een aantal formaten film die gangbaar waren voordat we 35mm filmrolletjes hadden uitgevonden. Het mooie van medium is dat het een veel groter oppervlak heeft dan die 35mm rolletjes. Hoe groter je film – of tegenwoordig je digitale sensor – hoe meer detail je kunt vangen in je foto. Om je een idee te geven vergelijkt Wikipedia hier de oppervlakte van één type medium film met een aantal andere formaten:

35mm-vs-645-film-actual-size2

Full-frame is dezelfde grootte als een standaard 35mm filmrolletje, en dezelfde grootte die tegenwoordig in professionele digitale camera’s gebruikt wordt. Een crop-sensor zoals APS-C zit in de duurdere consumenten camera’s. En dat kleine vierkantje rechts onderin is wat er in de gemiddelde smartphone (of goedkope point&shoot!) wordt gestopt… Medium format film is daarom nog lange tijd de standaard geweest voor serieuze studiofotografie, en sommige pro’s zweren nu nog steeds bij (verschrikkelijk dure) digitale camera’s met een medium sensor.

De Yashica-A gebruikt niet het 6×4.5cm formaat uit het diagram, maar het nog grotere 6×6 formaat (en de originele inspiratie voor Instagram’s vierkante foto’s). Daarmee passen er 12 foto’s op een rolletje, en bij ‘rolletje’ moet je nu zeker niet teveel voorstellen. Het is geen lichtdicht geheel zoals je gewend bent van 35mm rolletjes; een rolletje 120 is niet meer dan een lange strip film om een crappy spoel van willekeurig materiaal gewonden. Als je alle foto’s geschoten hebt moet je heel voorzichtig de spoel opwinden en uit de camera halen zonder hem bloot te stellen aan licht.

120spools

Flink oldschool dus. 120 film is online en bij speciaalzaken nog prima verkrijgbaar, al kent niemand het verder meer. Je kunt het zelfs nog laten ontwikkelen bij de HEMA – die sturen alle rolletjes op naar een fotolab en doen er zelfs niks meer aan – maar dan moet je niks aan de baliemedewerkers vragen, want die hebben geen flauw idee wat je doet of wilt. Ik heb net 2 rolletjes gehaald en ga komende week eens experimenteren met de Yashica … ben erg benieuwd!

Schott Perfecto 618

Ultieme rock chic: de klassieke Amerikaanse biker jas…

Ik zal vast een stukje mannelijkheid moeten inleveren als ik dit beken, maar who cares: ik heb een kleding bucketlist. Best een grote, zelfs. Gevuld met bepaalde objecten die zo iconisch zijn dat ik ze simpelweg ooit moet hebben. Sommige zijn makkelijk te krijgen omdat ze én goedkoop zijn én nog steeds geproduceerd worden. Denk aan de donkerblauwe Vans Authentics, die de Z-boys droegen, of de Adidas Superstar sneakers die Run DMC beroemd heeft gemaakt. Sommige zijn een flink stuk prijziger of zijn, als ze niet meer gemaakt worden, alleen in extra dure reproducties te verkrijgen. De klassieke Burberry trenchcoats, of de Amerikaanse fishtail legerparka’s waar de Britse mods na de tweede wereldoorlog mee rondliepen. Duizenden euro’s neerleggen voor een jas is gewoon nog niet echt een optie voor mij.

Eén van de kledingstukken op die bucketlist is de Schott Perfecto. De allereerste leren motorjas ooit, ontworpen in 1928, speciaal gemaakt om motorrijders warm te houden zonder in de weg te zitten tijdens de rit.

viceinfographic1

Niemand had daarvoor eraan gedacht om kleding specifiek voor op de motor te maken. Bijna elke motorjas die daarna kwam is geïnspireerd geweest door de originele Perfecto. Veel iconischer kun je het eigenlijk al niet krijgen. Maar in de decennia daarna werd de Perfecto ook nog eens geassocieerd met alles van outlaw biker gangs en acteurs als Marlon Brando en James Dean in de ’50s, tot het uniform van de punkscene in de ’70s bij bands als de Sex Pistols, Blondie, Joan Jett en natuurlijk het belangrijkste: de Ramones.

ramones-photo3(large)

Met een wannabe-skate jeugd gevuld met punkmuziek luisteren heb je hier dan natuurlijk best wel een heilige graal te pakken. Schott maakt ook nog steeds Perfecto’s, maar ze zijn ondertussen ietsje duurder geworden: voor 825 dollar heb je een gloednieuwe, zwarte runderleren Perfecto.

perfectomodern

Dat valt toch wel ietsje buiten budget. Je zou natuurlijk via eBay of een andere veilingsite er goedkoper aan kunnen komen, maar een gebruikte Perfecto in redelijke staat levert nog steeds makkelijk 300 euro op. Dat blijft een hoop geld.

En daarom ben ik zo blij met de Episode in Utrecht. Met stip mijn favoriete winkel in heel de stad. Kringloopwinkels zijn niet echt mijn ding, maar de Episode is schoon, netjes, georganiseerd en voorzien van relaxte lui achter de kassa. En minstens zo belangrijk – als vintage store hebben ze net wat vaker de echt boeiende merken in huis dan een willekeurige kringloop.

episode

Burberry, Barbour, Gloverall, etc… ik ben het allemaal al tegengekomen daar. En je neemt het mee voor een paar tientjes per stuk, terwijl die dingen op eBay voor het veelvoud gaan.

Maar een Schott had ik er nog nooit gezien. Het merk is voornamelijk bekend in Amerika dus het is ook lastig om ze hier in het wild tegen te komen, ze kunnen alleen verkopen wat er ook daadwerkelijk binnenkomt. Maar toch hoopte ik elke keer dat er misschien deze week wel een Schott tussen de leren jassen zou hangen. Twee jaar lang keek ik steeds weer, en zag ik opnieuw dezelfde leren jassen in het rek hangen. Tot vorige week. Toen zag ik opeens een aantal nieuwe jassen hangen, en tussen de revers van één jas…

Schott Perfecto 618 - neck tag detail

Yeah baby. De heilige graal: een Perfecto!

Schott Perfecto 618 - zipped

En niet alleen een Perfecto, maar ook nog een Perfecto in maat 42 (US). Mijn maat! Mijn maat!!!

Even zoeken naar het verborgen merkje in de zak, waar de model informatie op staat…

Schott Perfecto 618 - production label detail

Een 618, het tweede modelnummer Perfecto dat Schott uitbracht, die sindsdien nog steeds wordt gemaakt. Met deze informatie en wat foto’s kun je via de Schott site laten dateren wanneer je jas de fabriek verlaten heeft. Een post op het forum van Schott later en al snel wist ik meer:

The jacket is the Steerhide version style 618 which is confirmed on the pocket ticket. Since the pocket ticket has no bar code the jacket was produced prior to 1992. Based on the Perfecto label w/Schott NYC, YKK & Ideal zippers in the jacket the jacket is probably from the mid-1980’s. – Gail

Vintage stierenleer uit de ’80s, dus al een jaartje of 30 lekker ingesleten. Dat zie je ook, maar het is niet lelijk, en de jas is eigenlijk zelfs nog in verrassend goede staat voor z’n leeftijd. Maar als je de verhalen zo leest zijn deze jassen ook degelijk genoeg gemaakt om het langer te overleven dan de eigenaar, uitzonderingen als motorongelukken daargelaten.

Schott Perfecto 618 - sleeve detail

Nog wat extra detail shots. Check die afwerking:

Schott Perfecto 618 - sleeve zipper detail

Schott Perfecto 618 - button detail

Schott Perfecto 618 - pocket zipper detail

Schott Perfecto 618 - belt buckle detail

Schott Perfecto 618 - main zipper detail

En hoeveel heb ik betaald voor zo’n legendarisch item? Slechts 45 euro. Jep, dat klopt, vier tientjes en één vijfje. Suck it, eBay, met je 300 euro.

Schott Perfecto 618 - unzipped

Nu alleen nog kijken hoe ik ‘m daadwerkelijk kan gaan dragen – je hebt nog best wat van de juiste attitude nodig om met zo’n jas rond te lopen, en zowel de indie hipster als preppy student look passen er tot nu toe niet helemaal bij :) .

Polaroid SX-70 camera

Het begin van mijn vintage camera collectie: de mooiste Polaroid camera ooit gemaakt…

“Ik denk dat ik wat oude fotocamera’s wil verzamelen,” vertelde ik m’n pa. Ik zag op Tumblr en Pinterest aan de lopende band de gaafste foto’s gemaakt met oude filmcamera’s. En stiekem waren de camera’s zelf natuurlijk ook een stuk aantrekkelijker vormgegeven dan de moderne digitale modellen. De hipster in mij was hooked. “Eerst wat goedkope, om ook weer even te wennen aan film schieten. En dan langzaam omhoog werken naar het dure spul. Een Rollei TLR, een Leica M rangefinder. Ooit een Hasselblad als ik echt teveel geld heb. Maar eerst ga ik beginnen met een Polaroid SX-70, want die zijn vet.”

“Oh,” antwoordde hij, “je bedoelt die hele platte Polaroid? Die je helemaal moet openvouwen voordat je een foto kunt nemen?”

sx70

Dat was exact het model dat ik bedoelde.

“Die heb ik hier nog wel ergens in een kast liggen hoor.”

En zo had ik opeens een Polaroid SX-70.

De SX-70 is zo ongeveer de coolste Polaroid camera ooit. Iedereen kent hun latere boxcamera’s wel uit jaren ’80 films, maar dat waren best grote en lompe apparaten. De veel dunnere, en veel duurdere, SX-70 was het allereerste model waar ze de Polaroid integral techniek in gebruikten. Het doel was om toen al te maken waar we nu in onze smartphones aan gewend zijn: een camera die zo compact is dat je hem altijd bij je kunt hebben, en waar je meteen de resultaten van kunt zien zonder lastig te moeten doen met rolletjes of negatieven.

Om dat compacte, vouwende concept werkelijkheid te maken moest er een heel systeem van lenzen en spiegels aan de binnenkant ontworpen worden. Je waardeert niet hoe elegant dit ontwerp was tot je de visuele uitleg in de originele handleidingsvideo gezien hebt:

(deze video werd overigens gemaakt door Charles en Ray Eames, beroemde ontwerpers die iedereen kent van hun Lounge Chair)

Mijn ouders kregen deze SX-70, een Alpha 1 model met zwart leer en branding van de Duitse Revue winkel, als cadeau tijdens hun bruiloft. M’n moeder wist me zelfs nog te vertellen dat toen ik geboren werd mijn pa het hele ziekenhuis rondging met een Polaroid baby-foto die hij met deze camera had gemaakt. Maar al snel kochten ze toch camera’s die op de veel goedkopere 35mm rolletjes werkten en verdween de Polaroid in een kast.

IMG_7515.jpg

Nadat we de camera terugvonden – een zoektocht die ook niet probleemloos verliep, want vind maar eens iets wat je 25 jaar geleden ooit opgeborgen hebt – kreeg ik een AH-tas vol met oude Polaroid spullen mee. In die tas lag zelfs nog een flashbar en een oud pakje Time-Zero film in originele verpakking. De film zelf was onbruikbaar, chemisch allang verlopen en de batterij al jaren leeg. Maar het nostalgische gevoel van Polaroid’s simpele maar effectieve design op de verpakking warmt het hart van elke ontwerper.

Oldschool vondst bij ouders: origineel pakje Polaroid SX70 film!

De flashbar is al helemaal een fossiel wat niemand zich meer kan voorstellen. Voordat de flitser zoals we ‘m nu kennen bestond had je deze weggooi-units: een strip met tien lampjes, vijf aan elke kant, die bovenop een camera geplugd werd. Bij elke foto knalde één van de lampjes in een felle flits zichzelf kapot. Na vijf foto’s draaide je de bar om, en na tien foto’s was hij op en moest je weer een nieuwe op de camera plaatsen. Deze mate van verspilling geeft zelfs mij koude rillingen.

flashbar

Polaroid maakt al sinds 2006 geen film meer, maar The Impossible Project is door oudwerknemers van Polaroid opgestart om dat gat te vullen. Helaas zijn de chemicaliën die door Polaroid gebruikt werden niet meer verkrijgbaar in de hoeveelheden die zij nodig hebben, waardoor ze de afgelopen jaren bezig zijn geweest met het ontwikkelen van alternatieve formules. Die zijn nog niet even goed als het origineel, waardoor de nieuwste kleurenfilm bijvoorbeeld drie kwartier nodig heeft om te ontwikkelen. Dat is toch net even anders dan de instant shake-it waar Outkast had over had.

Het spul is ook duur. 20 euro voor 8 foto’s; omgerekend 2,50 euro voor één foto. Dat tikt snel aan. Soms heb je wel aanbiedingen – ik heb toevallig net voor nog geen 50 euro 6 pakjes aan B-kwaliteit film gekocht bij hun summer sale – maar die zijn schaars. Ik stopte dus met enige huivering mijn allereerste eerste pakje film in het apparaat.

Dat ging… niet zo goed.

De 25 jaar dat de camera in een kast had gelegen had niks kapot gemaakt, maar alles zat wel een beetje vast. De rollers, die tegelijkertijd de chemicaliën om de foto te ontwikkelen egaal verspreiden en hem uit de camera duwen, wilden niet lekker draaien en de foto’s bleven steeds half in de camera hangen. Mijn eerste pakje film later had ik acht mislukte foto’s en nog steeds geen werkende rollers. Elke nieuwe foto kwam wel steeds verder uit de camera, dus er was vooruitgang, maar we waren er nog niet. Nog een pakje film erin gooien zou me weer 20 euro kosten, en dan had ik nog steeds geen enkele foto gemaakt.

Toen had ik een geniaal idee. Als ik de mislukte foto’s nou terug in hun pakje duwde en dat weer in de camera stopte! Dan kon ik die steeds opnieuw blijven leegschieten totdat de rollers weer goed werkten.

sx70cameras

Niet zo geniaal dus. Polaroids vinden het namelijk niet tof om meerdere keren door die rollers geduwd te worden. De ingebouwde zakjes chemicaliën in elke frame zijn ook niet gemaakt om die druk meer dan één keer aan te kunnen. Toen ik het pakje film er voor de tweede keer doorheen klikte werd ik dan ook verrast door een plakkerige, paars-witte substantie die over alle frames gesmeerd was. De zakjes chemicaliën waren geknapt en door de rollers zelfs helemaal uit de foto’s geperst. Niet alleen de foto’s, maar ook de binnenkant van de camera zat er daardoor helemaal onder.

Die laatste foto kwam er wel, ondanks de zooi en plakkerigheid, volledig op eigen kracht uit. Dat maakte alsnog de twee uur goed die ik daarna bezig was om de rollers en andere stukken van de binnenkant schoon te maken waar alle chemische troep op zat :)

Een makkelijk begin van een vintage camera collectie dus – en ontzettend goedkoop, als je bedenkt dat een gerestaureerd model uit een winkel tegen de 300 euro kan kosten. Nu eens op zoek naar een Rollei of een Leica… of een Hasselblad… :D

Credits: animated GIFS, Photojojo

DIY BoomCase speakerkoffer

Wat doe je als je wat autospeakers, een goedkoop versterkertje en een vintage koffer over hebt? Nou…

Soms heb je van die ideeën die voortkomen uit het gevoel dat je iets voor een paar tientjes ook wel zelf kunt maken.

Meestal heb je dan ongelijk :)

Ik had op Tumblr en Pinterest al vaker BoomCases voorbij zien komen; omgebouwde vintage koffers waar een volledig speakersysteem met accu’s was ingebouwd (Boombox + Suitcase, je weet).

leviboomcaseweb

Supertof leken die me, voor chillen in het park in de zomer, of om mee te nemen naar Lowlands of elk ander festival voor op de camping. Maar die BoomCases zijn meer bedoeld als art project dan als puur functionele gadget, en daar is de prijs dan ook naar – zo’n BoomCase kost makkelijk $1000. En hoewel er een hoop winkels bij zijn gekomen die hetzelfde voor minder geld maken blijft de prijs toch vaak op vele honderden euro’s steken.

Toen ik erover nadacht leek me dat eigenlijk een beetje belachelijk. Een vintage koffer, een stel speakers, versterkertje en een accu – en klaar. Zelfs als je alles nieuw kocht zou je makkelijk onder de 100 euro moeten blijven. Nu had ik ook nog autospeakers liggen uit m’n vorige wagen en een klein Chinees versterkertje van een ander project dat niet doorging… dan was ik al halverwege!

Zo googlend vond ik meer bewijs dat het niet zo moeilijk kon zijn. Op Instructables zag ik een goede guide en op Tweakers was er een ontzettend actief Krat- en KistRadio topic waar ook veel mensen koffers hadden gebruikt als alternatief voor een leeg krat bier.

Bij het inlezen bleek eigenlijk al dat het toch wat gecompliceerder zou zijn dan ik eerst dacht, maar ik was nu zo betrokken bij m’n DIY idee dat stoppen geen optie meer was :D

Een trip langs de kringloop en ik was een klein, rood leren koffertje rijker. Snel keek ik of de rest van de spullen er ongeveer in zouden passen.

Not too bad. Met karton maakte ik een mal voor de speakers en sneed ik alvast stukken uit de leren voorkant van de koffer.

Zou die het doen?

Sweet.

Een decoupeerzaag en een plaat 6mm dik MDF later en de kartonnen mal was omgezet tot een lelijke, maar degelijke voor- en achterkant van de koffer.
Experiment 1 met de decoupeerzaag. Not bad.

De aansluiting om je iPod in te pluggen zit ook al meteen aan de buitenkant.
Boomcase project is weer stapje verder: minijack ingang verplaatst naar buitenkant.

Met de accu erbij kunnen we nu voor het eerst testen zonder netsnoer!
Wiring setup.

Ziet er goed uit…
BoomCase V1 is een feit!

… en er komt zelfs geluid uit!

De volgende stap is de AccuSafe inbouwen. Dit circuit maakt de koffer zo ‘intelligent’ dat automatisch de accu gaat opladen en de versterker aan de voeding wordt gehangen als je een netsnoer aansluit. Als je die vervolgens afkoppelt kun je gewoon weer vanaf de accu doorspelen. Ook schakelt de koffer automatisch uit als de accu te leeg wordt en lui zou worden als er nog meer stroom werd verbruikt. Superhandig!
Laatste onderdeel van de BoomCase - een AccuSafe circuit - is binnen!

Daarna het status LEDje ingebouwd.
Aan/uit LEDje gemonteerd :D

Toen de aan/uit knoppen.
Aan/uit knoppen aan de buitenkant gemaakt. V1.5 is bijna klaar!

Als laatste de aansluiting voor een netsnoer.
En af. Voeding aansluiting zit nu ook buiten, koffer hoeft niet meer open!

Opeens is het een stuk meer spaghetti in de koffer geworden. Ik voegde ook een aantal stokken toe om het inzakken van het zachte leer tegen te gaan.
Final wiring setup van BoomCase v1.5!

En dan heb je ook wat!
Af!

De koffer weegt uiteindelijk een flinke 7 kilo, wat toch wel een stuk zwaarder is dan ik origineel voor ogen had. Ook een stuk zwaarder dan het gemiddelde iPod dock wat je naar het park zou meenemen. Maar goed, hier zit dan ook een volwaardig speakersysteem in en genoeg accu om ruim 10 uur op feestvolume door te kunnen spelen. Dat lukt je niet met een dockje.

Maar hoeveel heeft dit projectje me dan nou uiteindelijk gekost? Ik dacht snel en goedkoop klaar te kunnen zijn, maar uiteindelijk moesten er allemaal dingen bij komen. Zo’n AccuSafe bijvoorbeeld, met bijbehorende lader en voeding. Maar ook een decoupeerzaag, die ik nog niet had, en veel klein electronica spul zoals kabels, faston connectors en krimpkous moesten in huis gehaald worden. Als je alles bij elkaar optelt zit ik toch dichter bij de 150 euro dan bij die paar tientjes die ik voor ogen had…

Oh well :D zo gaat dat meestal met mijn projectjes.

In m’n hoofd ben ik alweer bezig met een v2 van het project. Een mooiere vintage koffer gecombineerd met speakers met een ouderwets uiterlijk zouden het helemaal af maken, zoals de mooiste BoomCases die me origineel inspireerden.

atest

Maar laat ik eerst maar eens dit seizoen mijn rode speeltje gaan uitproberen, met een biertje in de hand genietend van de ondergaande zon, m’n eigen zomer playlist keihard door het park heen schallend :D

Luch 2209 ultra-thin horloge

Een superdun, maar toch betaalbaar, vintage klokje uit het oostblok…

Een paar maanden geleden stond de Piaget Altiplano 900p met grote letters bovenaan alle horlogesites. Het wereldrecord voor dunste mechanische horloge ter wereld was weer gebroken, de 900p was met een dikte van slechts 3,65mm toch 0,4mm dunner dan de vorige recordhouder.

Piaget-900P

Dit soort superdunne mechanische horloges zijn een beetje zinloos, maar toch fascinerend. Het uurwerk bevat allemaal kleine veertjes en radertjes die flinterdun gemaakt moeten worden om in die paar millimeter te passen, maar toch stevig genoeg om hun werk te doen en daarbij zelfs vrij nauwkeurig te zijn. Een bepaalde elegantie die je bij moderne quartzhorloges niet meer tegenkomt.

Tof dus, maar het prijskaartje van 25.000 euro voor de 900p schrok me toch een klein beetje af. Een leuk alternatief kun je voor een paar tientjes vinden tussen de vintage horloges uit Rusland. In de jaren ’60 hebben de Soviet ingenieurs ook gewerkt aan een zo dun mogelijk uurwerk. Hun eerste poging was de Poljot 2200, maar die was zo dun dat hij letterlijk verboog tijdens het dragen. De iets dikkere 2209 bleek een stuk beter bestand tegen daadwerkelijk gebruik.

Luch 2209 movement macro

De technische uitleg is lang en saai, maar kort door de bocht zijn een hoop onderdelen die normaal in het midden van het uurwerk op elkaar gestapeld liggen nu op ingenieuze wijze naast elkaar geplaatst. Hierdoor is de 2209 veel dunner dan andere uurwerken uit die tijd: slechts 2,9mm dik (alleen het uurwerk, de 3,65mm van Piaget’s 900p gaat om het hele horloge).

Luch 2209 side shot

De 2209 is bijna twintig jaar lang gemaakt, van 1961 tot en met 1979, en door die jaren heen in verschillende merken horloges gestopt. Ze hadden bijna allemaal dezelfde dunne kast, met kleine pootjes die schuin uitsteken en een bol plexiglas glaasje er bovenop, maar vaak per merk eigen ontwerpen wijzers en wijzerplaten. Het resulterende horloge is uiteindelijk 7mm dik, wat grotendeels komt door het bolle glas. Om een beeld te geven van de vele variaties heeft een verzamelaar op WatchUSeek een foto gemaakt van zijn persoonlijke collectie:

collection2209

Merken als Poljot, Luch en Wympel brachten in de USSR horloges op 2209 basis uit, terwijl merken als Sekonda en Cornavin ze exporteerden naar het Westen. Ik vond mijn exemplaar, gemaakt door Luch (uitspraak: loetsj), via eBay en voor 3 tientjes inclusief verzendkosten kwam hij uit Rusland mijn kant op. Het horloge heeft wel wat te verduren gehad en mag met recht vintage genoemd worden. De wijzerplaat en wijzers zijn nog schoon en bijna onaangetast, maar de kast heeft flink wat krassen en butsen en op een van de pootjes zelfs een plek waar de goudlaag helemaal weggeslagen is. Maar dat geeft een vintage klok natuurlijk juist karakter, en verklaart ook de lage prijs.

Luch 2209 wristshot

Mocht je meer geld uitgeven om een NOS exemplaar te bemachtigen – New Old Stock, oftewel ongebruikte exemplaren in originele verpakking uit onverkochte oude voorraad – is het klokje zelfs uitermate geschikt als een formeel horloge, zoals een andere WatchUSeek gebruiker hier laat zien:

polj aut blk w out photo 2012-10-15082114_zpsdb8358a7.jpg

Je moet als je via eBay op zoek gaat wel wat geduld hebben. Er worden vaak 2209 ultra-thin horloges aangeboden met een hoge Buy-It-Now prijs van zo’n 100 tot 150 dollar. De verkoper zit simpelweg te wacht tot er iemand impulsief genoeg is om op die knop te drukken. Maar leuk als zo’n ultra-thin is, hij is absoluut geen 150 dollar waard. Het is beter om de normale veilingen af te wachten, te zoeken naar een exemplaar in goede staat waar niet te hard op geboden wordt. Als dat lukt heb je voor weinig geld echt wat moois te pakken.

Nog één wijze les: de nummers die ze in de USSR voor uurwerken gebruikten waren niet uniek, maar een functionele code die grootte en doel omschrijven. De 2209 code is daarom van toepassing op 3 compleet verschillende Soviet uurwerken! Pas daarom op als je horloges ziet met een 2209 van Vostok of van Raketa. Dat zijn niet dezelfde klokjes als mijn Luch. De Raketa horloges met hun versie van de 2209 zijn vaak ook nog erg dun, vergelijkbaar met deze Luch, maar Vostok stopte hun 2209 in zulke klokken:

Vintage Soviet Union Vostok diver in tonneau case

Toch net even anders :)

Draaitafel terug van service bij Dr. Thorens

Ook draaitafels hebben soms wat zorg nodig. Daar is Dr Thorens voor!

Elke zelfrespecterende hipster luistert naar vinyl. En een hipster is natuurlijk alleen een hipster als ie dat doet op een draaitafel die beter is dan die van z’n vrienden, alleen maar om te kunnen zeggen dat ie beter is. Vandaar dat ik vier jaar geleden een vintage Thorens TD-166 draaitafel kocht in plaats van een nieuw plastic USB geval uit de MediaMarkt.

Thorens TD166 - Overview

Een nadeel van vintage kopen is dat niemand verwacht had dat deze apparaten een halve eeuw later nog steeds gebruikt zouden worden. Ze zijn nooit gemaakt om zo lang zonder iets van onderhoud te blijven draaien, regelmatig een beetje nieuwe olie is toch wel het minste. En vooral tijdens de opkomst van de CD werden dit soort draaitafels massaal weggestopt in kasten en voor tientallen jaren vergeten. Eenmaal weer gevonden en doorverkocht heeft zo’n draaitafel meestal al iets van dertig jaar aan achterstallig onderhoud te verduren gehad.

Mijn TD-166 was volgens het serienummer al veertig jaar oud, en volgens de verkoper waarschijnlijk in de jaren ’80 voor het laatst gebruikt. Wat er überhaupt nog aan restjes olie in zat had ik de afgelopen vier jaar er wel uitgedraaid. Achterstallig onderhoud was nog de nette manier om het te omschrijven. Gelukkig is er Dr. Thorens.

Thorens TD166 - Close-up Thorens text

Dr. Thorens, oftewel Rob, komt hoog aanbevolen op de verschillende Nederlandse audio fora. Een liefhebber die jarenlang in de hifiwereld gewerkt heeft en nu in z’n vrije tijd Thorens draaitafels onder handen neemt. Ongeacht het model of de leeftijd van je Thorens, bij Rob kun je ermee terecht voor een opfrisbeurt.

Thorens TD166 - Close-up RPM selector

Afgelopen november stuurde ik een email met alle gebreken die mijn tafel had en de vraag wat een servicebeurt precies zou kosten. Ik kreeg meteen een duidelijke prijslijst terug, maar ook de melding dat ik pas in februari (!!!) aan de beurt zou zijn. Drukke man, die Rob. Maar goed, ik had geen haast, die paar maanden gingen het verschil ook niet maken na dertig jaar.

Thorens TD166 - Close-up Ortofon Red cartridge

Voor ik de tafel naar Rob bracht moest ik zelf al een beetje onderhoud uitvoeren – door een ongelukje bij het verplaatsen van de draaitafel vloog de arm van z’n standaard af en knalde de naald tegen het plateau. Hopeloos verbogen, maar dat was stiekem een geluk bij een ongeluk: ik wou toch al een upgrade en dit was het perfecte excuus om niet alleen de naald maar het hele element te vervangen.

Van de populaire budgetelementen koos ik uiteindelijk de Ortofon 2M Red, stiekem omdat de vormgeving van de Red zoveel mooier is dan van zijn competitie. Kiezen op uiterlijk is vloeken in de audiofiele kerk natuurlijk, maar de Red ziet er wel echt veel toffer uit op je arm dan een standaard element.

Thorens TD166 - TP16 mkIV arm

Toen ik begin februari de draaitafel bracht inspecteerde Rob alles samen met mij, om zo een goede prijsopgave te kunnen maken. Sowieso zou de hele tafel schoongemaakt en geolied worden, maar we zouden nu nog andere onderdelen tegen kunnen komen die aan vervanging toe waren. Stukje bij beetje haalde hij delen van de tafel om de stand van zaken te kunnen beoordelen. De rubber snaar die het plateau aandrijft moest bijvoorbeeld meteen vervangen worden, die was zo uitgelubberd dat hij een paar centimeter langer was dan een nieuwe. Dit veroorzaakte ook het probleem dat de tafel niet goed kon schakelen tussen 33 en 45 toeren.

Thorens TD166 - Close-up TP16 mkIV arm gimbal

De arm, een TP16 mkIV, hoort niet standaard op deze tafel maar komt van een duurder model Thorens. Rob vond dat zeker een mooie combinatie, vooral gezien zijn positieve ervaringen behaald met TP16 armen. Maar dit exemplaar was niet perfect, er was speling op gekomen. De lagers zaten niet meer strak en hij kon zijdelings bewegen terwijl hij echt alleen maar omhoog en omlaag moet kunnen. De armsteun stond ook hopeloos verkeerd, waardoor het mogelijk was voor de arm om zo hard tegen het plateau te slaan. En mijn montage van het Red element bleek ook niet helemaal zoals bedoeld. Geen probleem, werd allemaal gefixed.

DSCN2171

De binnenkant werd ook niet ontzien. De as van het plateau werd gedempt zodat zo min mogelijk trillingen werden doorgegeven. De overige bitumen demping – de zwarte strips die rondom de kast en op het subchassis geplakt zijn – was door de vorige eigenaar aangebracht. Rob was daar niet geweldig enthousiast over maar hij vond het wel acceptabel uitgevoerd.
De audiokabels waren door de vorige eigenaar al vervangen door dikkere, wat er goed uit zag. Maar de stroomkabel voor de motor liep naast deze audiokabels, wat voor storing zou kunnen zorgen. Deze kabels werden daarom naar andere kanten van de kast verplaatst. Intern werden de audio- en grondkabels ook verlegd, zodat deze zo min mogelijk invloed zouden hebben op de beweging van het geveerde subchassis.

DSCN2170

Dat geveerde subchassis was het volgende aandachtspunt. Thorens staat bekend om draaitafels waarbij de arm en het plateau samen op een apart geveerd subchassis gemonteerd zijn. Als je een tik geeft tegen het plateau terwijl de tafel speelt zie je dat het plateau en de arm samen exact dezelfde bewegingen maken, waardoor de muziek niet overslaat. Ook onzichtbare trillingen worden op deze manier uit het geluid gehouden. Maar om dat systeem goed te laten werken moeten de drie veren van het subchassis perfect ingesteld staan. Omdat de veren langzaam uitrekken zou dat na al die jaren niet meer het geval zijn. De zware bitumen demping op het subchassis is hier eigenlijk een nadeel – de veren moeten ook weer anders afgesteld worden om te compenseren voor het extra gewicht. En deze vering is ook meteen de reden waarom het zo lang duurt voordat een tafel bij Rob geserviced is, na elke aanpassing van de vering moet deze opnieuw inzakken tot een stabiel punt is bereikt.

Thorens TD166 - Close-up case

De buitenkant van de tafel kreeg daarna voldoende aandacht. De hele kast werd opnieuw zwart gespoten, zodat alle lelijke plekjes en stootjes in de lak verdwenen. De metalen bovenplaat werd volledig schoongepoetst, de metalen strip aan de voorkant omgedraaid zodat de mooiste kant zichtbaar was. Ook het plateau kreeg een poetsbeurt om alle vlekjes en krasjes eruit te werken.

Thorens TD166 - Close-up platter

Als laatste werd er een nieuwe bodemplaat gemaakt en gemonteerd. De standaard bodemplaat is gemaakt van dun hardboard, wat erg gevoelig is voor resonanties. Vaak worden vervangende bodemplaten van dik MDF gemaakt maar Rob gebruikt Trespa, een modern alternatief gemaakt van geperst papier. Dat klinkt alsof het al helemaal niks weegt, maar een dunne Trespa bodem is even zwaar en stevig als een 2 centimeter dik MDF alternatief. Onderop de bodemplaat werden nog drie voetjes van Trespa geplaatst om de tafel verder omhoog te tillen en te isoleren.

Thorens TD166 - Close-up record

Twee weken later kon ik de draaitafel weer ophalen. Weer werd ik door Rob op een tour door de hele tafel genomen om te laten zien wat er allemaal gebeurd was. Daarna nog even lekker met een kop koffie erbij kletsen over muziek en audio. Het is toch altijd mooi om iemand tegen te komen die zo overduidelijk een liefhebber is, die van een specifieke niche heel veel weet. Gave verhalen over de invloed van je bekabeling, over de DIY truukjes die hij door de jaren heen al had geprobeerd om geluid mooier te maken, welke superdure tafels toch een teleurstelling blijken. Hij liet ook vol enthousiasme een Origin Live Alliance arm horen, een modern budgetmodel die zijn duizend euro duurdere SME armen eruit wist te spelen. Mocht ik ooit nog zo ver doorslaan dat ik een draaitafel echt custom van onderdelen in elkaar ga zetten staat die zeker hoog op het lijstje.

Een keertje bij Rob langs gaan met je Thorens is dus zeker een aanrader. En nu staat de TD-166 weer fijn bij mij in de woonkamer plaatjes te draaien!

Vintage Ronson Whirlwind aansteker

Een aandenken aan mijn overleden grootvader…

Mijn opa overleed toen ik nog jong was – wel oud genoeg dat ik er wat van zou kunnen herinneren, maar al zo lang geleden dat ik er toch weinig meer van weet. Longkanker, het resultaat van roken in de tijd dat nog niemand wist hoe slecht het voor je was.

Ergens is het dus cru dat van de twee dingen die ik nog van hem heb, één een horloge is – hoe kan het ook anders – maar de ander een aansteker.

IMG_9456.jpg

Na het overlijden van mijn oma, een paar jaar geleden, kwamen we deze spullen tegen tijdens het opruimen van het huis. Het horloge, relatief nieuw en afgezien van emotionele waarde niet speciaal, kon na vervangen van batterij en bandje meteen door. De aansteker daarentegen, weggestopt en vergeten in een hoekje van een kast, deed helemaal niks meer.

IMG_9465.jpg

Uit nieuwsgierigheid nam ik hem toch mee, om te kijken of ik hem kon repareren. Googlen naar het merk leverde al snel wat hulp – er blijken verzamelaars van aanstekers te zijn die daar ook hele sites aan wijden. De aansteker is een Ronson Whirlwind, een Amerikaans model gemaakt tussen 1941 en 1956, met een speciaal uitschuivend windscherm dat de vlam beschermt als je buiten staat.

IMG_9474.jpg

Ronson staat bekend om een ingenieus systeem waarbij je met één druk op de knop de aansteker ontsteekt en weer dooft als je hem loslaat, in tegenstelling tot een Zippo aansteker. Zelfs het patent, de handleiding en verschillende advertenties voor dit model zijn via Google nog beschikbaar.

ronsonad

Vroege modellen van de Whirlwind uit de jaren ’40 hadden Ronson “Whirlwind” op het windscherm staan, later stond daar geen tekst meer op. Ik vond zelfs afbeeldingen van identieke exemplaren die volgens de verzamelaars uit 1942 kwamen.

IMG_9470.jpg

Dat zou deze aansteker al zeventig jaar oud maken, nog uit de tijd dat de familie in Indonesië woonde, voor mijn moeder geboren was. Dat mijn opa deze aansteker zelfs in Nederland nog had betekent dat hij ‘m lang bij zich heeft gehouden, meegenomen in de periode dat Indonesië gevaarlijk onstabiel voor Chinezen werd en hij besloot zijn familie in Nederland in veiligheid te brengen. Opeens snap ik de charme van historische Zippo’s verzamelen ook – deze dingen waren belangrijke tools voor rokers, gingen overal mee naar toe, hebben wat meegemaakt. Heel anders dan de wegwerpaanstekers die we tegenwoordig gebruiken. Vintage kun je ook in een winkel kopen en leuk naar kijken, het patina waarderen, afvragen waar het geweest is. Maar dit stuk vintage komt uit de familie. Dat is toch anders.

Reparatie van zo’n oude aansteker bleek nog best lastig. Het één-knop systeem is simpel en elegant: door middel van tandwieltjes wordt bij het indrukken van de knop tegelijkertijd het deksel opengeklapt en de lont aangestoken. Bij het loslaten valt het deksel weer dicht en dooft de vlam. Maar alles was zo vastgeroest dat de knop niet eens ingedrukt kon worden. Ook het vuursteentje zat muurvast en de dop van de benzinetank bleek niet goed af te sluiten.

6825946923_fb6830b711_o.jpg

Uiteindelijk had ik hulp van een aansteker-reparateur op Marktplaats nodig – ja, die bestaan – om de buis voor vuursteentjes weer open te boren, de rest kon ik zelf oplossen. En toen had ik weer een werkende Ronson Whirlwind in handen:

IMG_9476.jpg

Een vreemd object om te hebben. Eén van de twee resterende bezittingen die ik nog van mijn grootvader heb. Die ook lang van hem is geweest, een leven over meerdere continenten heeft meegemaakt. Maar tegelijkertijd ook een symbool van de ziekte waar hij aan is overleden.

IMG_9478.jpg

Toch fijn dat ie het weer doet.