Boomcase v3

Oude spullen in een nieuw jasje; m’n nieuwste boomcase is een feit!

Boomcase v1 is dood, lang leve boomcase v3! V1 was mijn eerste speakerkoffer experiment, waar ik ook een hoop onderdelen in- en uitgebouwd heb om mee te testen. Dat heeft het koffertje geen goed gedaan, en het werd steeds lastiger om hem te repareren als er weer eens iets mis ging. Net voor ik hem mee zou nemen naar Frankrijk stopte opeens één van de speakers ermee en kreeg ik ‘m niet meer aan de praat. Toen was ik er klaar mee en besloot ik de onderdelen uit v1 opnieuw te gebruiken in een nieuwe, beter gebouwde koffer. Tada:

IMG_0607.jpg

Dat ziet er al een stuk strakker uit dan de vorige twee versies. Vintage leren koffers zien er geweldig uit, maar hebben als nadeel dat ze zacht zijn. Je moet een houten frame bouwen – die de hele koffer meteen twee keer zo zwaar maakt – om de speakers en andere onderdelen te dragen. Toen ik v1 bouwde was ik ook nog een totale noob op het gebied van houtbewerking, en dat zag je meteen. Niks past, alles staat schots en scheef, de halve koffer zakt steeds in. Not great.

Bij het bouwen van v2 ontdekte ik hoe handig vintage koffers van licht hout zijn, die uit zichzelf al genoeg stevigheid bieden om de speakers te dragen. Ik probeerde nog zo’n koffertje te vinden in de kringlopen in de buurt, maar die waren helemaal leeggekocht – blijkbaar ben ik niet meer de enige hipster die ze ombouwt. En toen kwam ik geheel willekeurig bij de Blokker dit koffertje tegen.

blokkerfolder

Okee, die wereldkaart is intens lelijk en het mist de echte vintage charme. Maar voor 2 tientjes heb je wel een stevig koffertje met de juiste afmetingen. Moeite van het proberen waard!

Afgelopen zaterdag begon ik om 2 uur ‘s middags met meten, plaatsen, aftekenen en zagen. In tegenstelling tot v1 wou ik nu de versterker aan een zijkant monteren in plaats van aan de voorkant, geïnspireerd door een aantal modellen op Instructables. Dat ziet er beduidend professioneler uit:

sideamp

Na 3 uur passen en meten zat de koffer vol met de juiste gaten en kon ik de oude onderdelen beginnen over te zetten. Deze koffer blijkt overigens niet van hout te zijn gemaakt; bij het boren kwam er een kartonachtige pulp uit. Maar de koffer is alsnog stevig genoeg om alles te dragen.

Untitled

De binnenkant is gevoerd met stof, die ik eigenlijk wou laten zitten. Maar de eerste keer dat ik gaten boorde in het deksel bleef de boorkop haken in de stof en anderhalve seconde later was alles uit de koffer gescheurd en om m’n boor gewikkeld. Dat had, bedacht ik me later, veel slechter en pijnlijker kunnen aflopen. Voortaan snij ik daarom de de voering eerst uit de koffer.

Untitled

Qua techniek is v3 nog steeds hetzelfde als v1: een 7200mAh 12v (scooter)accu met een accusafe regeling en ingebouwde lader, Lepai LP-2020A+ digitale versterker met ingebouwde adapter, en twee Pioneer autospeakers. Op normaal luistervolume verwacht ik met deze spullen makkelijk 20+ uur muziek te halen, op feestvermogen waarschijnlijk een uur of 10. Als ik na gebruik de accu weer wil opladen hoef ik de koffer alleen maar in een stopcontact te pluggen; de accusafe regelt verder dat de accu veilig opgeladen wordt.

IMG_0601.jpg

Na 3 uur onderdelen inbouwen, kabels afwerken en alle polariteit nog een keer checken was ik klaar. Bouwtijd is dus teruggebracht van dagenlang avondjes klussen naar 6 uur aan één stuk doorwerken. ‘Tis nog steeds niet iets wat ik winstgevend voor de verkoop zou kunnen doen, maar wel leuk om te zien hoe snel je beter wordt in dit soort geklus.

Stiekem vind ik v3 veel mooier zonder het speakergaas erop, en de eerste paar uur heb ik ‘m dan ook zonder bewonderd. Maar het is echt niet veilig om zonder gaas zo’n koffer te gebruiken, ook al lijkt iedereen online dat zogenaamd te doen. Je hoeft maar één keer per ongeluk de hoek van een tafel verkeerd aan te stoten en er zit een scheur dwars door je speaker. Zonder gaas is misschien een optie als je koffer permanent op één veilige plek in je huis blijft staan. Maar deze gaat mee naar festivals, dus nee.

Untitled

Eén feature die volledig nieuw is in v3 is een USB aansluiting, met rubber dop om in het geval van regen niet kort te sluiten. Deze plug met 2 USB uitgangen, waaronder een 2A uitgang voor tablets, is eigenlijk bedoeld voor inbouw op een motorfiets. Hij maakt van de 12v waar de koffer op draait netjes de 5v die USB nodig heeft. Ik kan hiermee vanaf de boomcase accu ook mijn telefoon opladen – dat gaat superhandig zijn op Lowlands over een paar weken.

IMG_0604.jpg

Wat moet er nu nog gebeuren? Waar ik me nog echt zorgen om maak is het handvat. Het koffertje is zelf wel stevig genoeg om de 6 kilo aan spullen te dragen, maar datzelfde vertrouwen heb ik eigenlijk niet in het handvat. Vooral de manier waarop die aan de koffer is bevestigd lijkt de term ‘decoratiekoffer’ uit de Blokker folder nogal te benadrukken. Maar dat is op zich zo opgelost met een dremel en een verstevigde plaat om ‘m aan te monteren.

Ik heb nu nooit een flauw idee hoe leeg de accu al is. Het liefste zou je een smartphone-achtig indicatortje hebben met een volle tot lege accu, maar zo simpel werkt het helaas niet. Wat je wel kunt monteren is een voltmeter die aangeeft hoeveel spanning nog op de accu staat. Naarmate de accu leger wordt gaat de spanning namelijk ook naar beneden. Als de voltmeter bij de 11.5v komt is de accu zo ongeveer leeg.

voltmeter

Daarnaast zou ik het liefst toch weer bluetooth hebben in deze case, maar het BT bordje wat ik in v1 heb getest was verschrikkelijk. Minder dan één meter bereik en het in de hand houden van je telefoon is al genoeg om het signaal te verbreken. Maar het is mogelijk om BT antennes te vervangen, en dat zou natuurlijk weer een prima oplossing kunnen zijn om de ontvangst te verbeteren.

En eigenlijk ziet deze koffer er veel te nieuw uit. Ik heb al wat ideeën over hoe ik wat nep patina kan aanbrengen om toch het vintage effect te krijgen, en dan meteen die wereldkaart eraf te schuren. Deze guide van Mythbuster’s Adam, die laat zien hoe hij z’n props een oud uiterlijk geeft, geeft ook genoeg inspiratie:

Nog genoeg te doen dus! En wat gebeurt er met de restjes van v1? Tjah, ik kon het toch niet over m’n hart verkrijgen om die koffer nu weg te gooien. Dus misschien komt er daar toch ook weer een projectje uit…

Boomcase v2

Combineer een vintage danskoffertje, een versterkertje en accu uit China, een autospeaker en wat losse kabeltjes en onderdelen… en wat krijg je dan?

Vorig jaar heb ik, als leuk projectje voor in het park en op festivals, mijn eigen boomcase gemaakt. Een speakerkoffer met ingebouwde accu waarmee je een flink aantal uur op degelijk volume muziek kunt luisteren. Vergelijkbaar met die kleine Bluetooth speakertjes die nu populair zijn, maar dan wel met volume, accuduur en genoeg ademruimte om goede audio kwaliteit te leveren.

Een vriendin, die haar eigen theaterbureau begonnen is, keek het afgelopen jaar al een paar keer verlekkerd naar mijn creatie. Zoiets zou ze ook wel kunnen gebruiken als ze op locatie geluid nodig had, want zo’n koffer heeft een stuk creatievere vibe dan een standaard PA set. Met haar verjaardag in aantocht leek het me supertof om nog zo’n boomcase te bouwen en als cadeau te geven!

Maar mijn eigen koffer weegt, nu alles ingebouwd is, een ruime 8 kilo. Ik vind hem zelf eigenlijk al te zwaar om mee te nemen naar het park, laat staan als ik ‘m steeds voor m’n werk zou moeten meenemen naar verschillende locaties. In plaats daarvan werd het mijn doel om een zo licht mogelijke boomcase te bouwen. En nu, een paar weekjes later, ben ik best tevreden over het uiteindelijke resultaat!

IMG_0521.jpg

IMG_0523.jpg

Not too shabby. Of, eigenlijk, juist heel erg shabby en daarmee dus perfect de vintage look die ik zocht te pakken.

IMG_0552.jpg

Bij één van de lokale kringlopen vond ik een oud koffertje van leer en canvas over een dun houten binnenwerk, waar met legerstencils in het wit DANS op was geschilderd. Lekker licht, maar door het binnenwerk wel stevig genoeg dat ik zelf geen zware binnenkant meer hoefde te bouwen. Waarschijnlijk was de originele eigenaar leerling bij een dansschool en nam hij hierin zijn spullen mee? In ieder geval leek dit me perfect voor theaterworkshops, met een zeer gepast commando erop.

IMG_0555.jpg

Het prachtig verweerde canvas en het door ouderdom en gebruik aangetaste patina van het leer was ook exact wat ik in m’n hoofd had toen ik een koffertje zocht voor dit project. Ik had echt niet iets met meer karakter kunnen vinden.

IMG_0536.jpg

De handgreep is misschien het mooiste deel van deze koffer, gemaakt van leer gebonden om een kurkvorm. Het leer is door het jarenlang vasthouden een prachtig donker cognac tintje geworden. Ook het oude merkje – dit is original bagage van Giovanni – is een onmiskenbaar fraai detail.

IMG_0553.jpg

Bij het ijzerwerk zijn niet alle popnagels nog aanwezig, sommige zijn door de jaren heen al afgebroken. Ik heb zelf geen popnageltang dus heb met kleine schroeven deze onderdelen opnieuw vastgezet. Deze DIY reparaties vallen niet ontzettend op, en voegen wat mij betreft juist wat extra charme toe aan de koffer. Hij is daadwerkelijk zo oud dat niet alle delen meer origineel kunnen zijn.

IMG_0541.jpg

Links en rechts zitten stoffen riempjes om ervoor te zorgen dat de koffer niet te ver open kan klappen. Deze waren beide kapot gescheurd, maar heb ik opnieuw vastgezet met een boutje en een moertje.

IMG_0544.jpg

En dan komt natuurlijk ook nog de technische kant van het verhaal, al valt zoals je hier kunt zien het heel erg mee hoeveel werk daar in zit.

IMG_0550.jpg

Ten eerste de accu. Mijn eigen boomcase draait op een gelaccu die eigenlijk bedoeld is voor scooters, maar dat ding is verschrikkelijk zwaar en vereist extra electronica en een ingebouwde druppellader om er veilig gebruik van te maken. Een veel lichter alternatief zijn deze blauwe lithium-ion accu’s uit China. Het voordeel is dat ze betaalbaar en makkelijk in gebruik zijn. Het nadeel is dat het Chinees spul is: het werkt, zolang het werkt. Garanties bestaan niet en de beloofde capaciteit mag je sowieso door drie delen. Maar voor het doel, een zo licht mogelijke koffer, vond ik dat een acceptabele afweging.

IMG_0530.jpg

Door de laadaansluiting te verplaatsen naar de buitenkant kan de accu ook opgeladen worden zonder dat je kabels in de koffer zelf hoeft te pluggen.

IMG_0545.jpg

Om vervolgens met die stroom ook daadwerkelijk muziek te maken heb je een versterker nodig. Populair voor dit doel zijn deze Chinese TA2024 versterkers. Het is een simpele, lichte class D versterker die met vrij weinig vermogen al veel en kwalitatief acceptabel geluid weet te produceren. Om goed te werken met zwakke bronnen als telefoons en mp3 spelers moet je nog wel een kleine aanpassing maken door er 2 extra weerstanden op te solderen.

IMG_0542.jpg

Naast de versterker moet je speakers hebben om geluid te maken. Mijn keuze viel op een Pioneer autospeaker. Autospeakers zijn gecombineerde speakers – naast een woofer voor midden en lage tonen hebben ze in het midden ook een tweeter voor hoge tonen zitten. In een normale speaker zijn dit 2 aparte onderdelen, met extra electronica om het juiste signaal naar elk deel te sturen. Een autospeaker is door de combinatie een stuk simpeler voor zo’n koffer dan een normale speakerset. Door ook maar één autospeaker te gebruiken wordt het gewicht weer gehalveerd. De koffer is toch niet zo breed, waardoor er geen overtuigend stereobeeld kan worden neergezet. Mono is dan prima voor dit doel.

IMG_0557.jpg

Met twee speakers wil je een stereo signaal, maar met slechts één speaker heb ik een mono signaal nodig. De nette manier om dat te doen is door zowel het linker als rechter signaal met elkaar te combineren, te ‘summen’. Daarom soldeerde ik van een paar weerstandjes een hele simpele stereo-mono summer. Dat zit verborgen in de blauwe krimpkous van de minijack aansluiting.

n109fig2

IMG_0547.jpg

Ook de minijack aansluiting is naar de buitenkant van de koffer geplaatst. Op deze manier kun je met een standaard koptelefoonkabel een telefoon, mp3speler of andere geluidsbron aansluiten zonder dat de koffer open hoeft.

IMG_0540.jpg

Door de binnencirkel van de kap af te tekenen op het deksel van de koffer had ik een goede lijn om te volgen met de decoupeerzaag. Ik maakte me hier nog zorgen om, want dit ging een paar keer mis bij mijn originele boomcase, maar nu ging het meteen goed. Na het uitzagen van de cirkel paste de speaker zonder enig probleem in het gat.

IMG_0532.jpg

De origineel zwarte kap spoot ik perfect wit om beter te matchen met de witte DANS letters. Maar het pure wit blijkt helemaal niet te passen bij de verweerde looks van de koffer. Met wat schuurpapier maakte ik daarom de verflaag grover, spoot er een lichte zwarte waas over voor textuur en gebruikte koude koffie (!!!) om een aantal bruine vegen toe te voegen. Het resultaat lijkt misschien wat viezig, maar past daardoor veel beter bij de rest van de koffer.

IMG_0531.jpg

Om de kap helemaal af te maken wou ik het logo van haar theaterbureau op de plek hebben waar origineel het Pioneer logo zat. Door het logo op transferpapier te printen kreeg ik een decal, zo’n watersticker die je misschien nog wel kent van de plastic modelbouwkitjes uit je jeugd. Na de decal vochtig te maken kun je hem – als je een beetje behendig bent – zo van het papier schuiven op het plastic. Ik ben helaas niet zo behendig, dus had 12 pogingen nodig voor het een beetje wilde lukken. Maar een paar lagen blanke lak later zit de decal nu fraai en onzichtbaar op de kap.

IMG_0563.jpg

En toen was ie al af! Ook dit keer had ik het niet kunnen doen zonder de hulp van de GoT leden die in het Krat- en Kistradio topic posten. Als je nog getwijfeld hebt over het zelf maken van zo’n speakerkoffer na het zien van mijn vorige post, laat die twijfel dan varen: het hoeft helemaal niet zo moeilijk te zijn. Zoals je in deze post kunt zien kun je ook met weinig onderdelen een simpele en lichte, maar nog steeds erg gave, boomcase bouwen!

DIY sous-vide koken, deel 2

Hoe maak je zelf nou zo’n goedkoop sous-vide apparaat?

Dit is deel 2 van mijn posts over sous-vide koken. In het eerste deel heb ik uitgelegd wat sous-vide is en verteld over mijn eerste ervaringen met een DIY sous-vide apparaat. In dit deel leg ik uit hoe je zo’n apparaat bouwt.

Laat ik deze post meteen even openen met een waarschuwing: als je niet vaker aan electra gesleuteld hebt, haal er dan iemand bij die meer ervaring heeft. Het is in principe helemaal geen lastig projectje en je bent er zo klaar mee, maar je bouwt wel een intelligente 230 volt schakelaar. Netstroom voor je kiezen krijgen is even wat anders dan de 5 of 12 volt die je maximaal kunt pakken als je even een computer uit elkaar haalt of een ander thuis-hobby-projectje doet. En omdat het hier gaat om een apparaat dat je helpt bij het koken zal er altijd een grote hoeveelheid water binnen handbereik staan. Water en elektriciteit samen is niet tof.

Sous-vide machine van binnen. Don't mention the wiring...

De door mij gebouwde versie bevat een aantal shortcuts die in principe niet netjes zijn – hangende kroonsteentjes, niet standaard draadkleuren, etc – en daarom heb ik er geen stappenplan voor echte beginners van gemaakt. Als je een beetje weet wat je doet heb je aan onderstaande informatie genoeg om een veilige versie te bouwen. Zo niet, vraag dan iemand om hulp die dat wel kan.

En uiteraard: ik ben er niet verantwoordelijk voor als je jezelf elektrocuteert, je huis affikt of je op andere creatieve wijze een Darwin award wint. Of zoals Laurens op Stijlforum poste:

daily

Don’t become that guy.

Anyway, na die flinke disclaimer…

rexc100

Je kunt bij Banggood een setje kopen met een Rex-C100 PID, een merkloze type K thermokoppel en een Fotek 40A solid state relais (SSR). Hoewel de SSR en de PID niet geaard zijn kun je de schakeling verder wel geaard uitvoeren en aangezien er aardig wat water in de buurt zal zijn zou ik dat zeker aanraden.

IMG_9763.jpg

De SSR moet volgens de specificaties gezekerd worden en op een heatsink gemonteerd om meer dan 5A aan te kunnen. Fotek maakt een bijpassende heatsink met de juiste afmetingen en gaten, maar elke heatsink met voldoende oppervlak zou genoeg moeten zijn om de hitte af te voeren. Ik ben daarom naar de lokale electroboer gegaan en heb de eerste de beste heatsink gekocht die groot genoeg was en qua voorgeboorde gaten op de SSR paste. Met wat 96% schoonmaak-alcohol zijn beide delen netjes ontvet en met een tube koelpasta is de aansluiting van de SSR op de heatsink gegarandeerd. In mijn build is de SSR nog niet gezekerd.

IMG_9765.jpg

Zoals je ziet waren de voorgeboorde gaten niet helemaal recht voor deze SSR. Nee, dat is inderdaad niet optimaal.

kthermo

De thermokoppel uit deze set is een type K en dit exemplaar kan volgens de productbeschrijving van 0 tot 400 graden Celcius meten, in hele graden. Tot mijn eigen verbazing blijkt deze thermokoppel toch wel waterdicht en dus prima te gebruiken voor sous-vide (In de toekomst kan het alsnog handig zijn om een betere thermometer aan te sluiten. In tegenstelling tot een thermokoppel kan een RTD bijvoorbeeld de temperatuur wel tot één decimaal meten). Belangrijk om te weten is dat je de kabel van een thermokoppel niet zomaar mag verlengen, want daarmee verandert het spanningsverschil dat gemeten wordt en daarmee ook de gemeten temperatuur. De maximale afstand van dit apparaat tot je waterbad is dus zo lang als de thermokoppel is.

c100

De Rex serie PID’s is officieel van het Japanse electronicabedrijf RKC Instruments, maar ik heb zo het gevoel dat deze versie die je uit China haalt een schaamteloze kopie is. Op eBay kun je de goedkoopste versie namelijk al voor $1.99 krijgen. No problem, kopie of niet, hij doet nog steeds wat ie moet doen. De bijgeleverde handleiding van de C100 is in onleesbaar Chinees en er zijn online meerdere verschillende Engelse handleidingen te vinden, maar afhankelijk van de reseller kan het gaan om een afwijkende versie van de C100 met andere menu’s en instelmogelijkheden. Sommige handleidingen spreken elkaar zelfs direct tegen. De enige handleiding die grotendeels overeen lijkt te komen met het gedrag van mijn C100 heb ik hier beschikbaar gemaakt. De tekst heeft last van wat rare vertalingen, maar is op zich prima te begrijpen.

De C100 heeft een sticker op de zijkant waar het modelnummer op staat. Omdat verschillende varianten van de C100 bestaan moet je even controleren of het modelnummer klopt, de betekenis van elk karakter staat in de handleiding beschreven. Mijn C100 is model REX-C100FK02-V*NN, waarbij het belangrijkste stuk de -V is. Heb je een -M in plaats van een -V, dan zit er al een relais in de PID gebouwd. Deze is helaas te zwak voor het bedoelde gebruik en gaat op een bepaald moment falen. Daarom gebruiken wij een externe SSR met een -V model. Je kunt de -M zelf ombouwen als dat nodig blijkt.

Leuk detail: in alle online handleidingen, behalve de door mij gelinkte, klopt de pinout niet. Volg daarom sowieso de pinout die op de zijkant van de C100 is geplakt. In de verkeerde handleidingen willen ze voeding op pin 6 en 7 hebben, maar in de realiteit moet het op pin 1 en 2 staan want 6 en 7 is een alarmcircuit. Nu wil het geluk dat mijn model C100 geen alarm en dus geen pin 6 of 7 heeft, dat kon niet mis gaan, maar mocht je onverhoopt een variant hebben die wel een alarm heeft dan zou je hiermee de PID opblazen.

Als hittebron heb ik een waterkoker gebruikt, waardoor zowel hittebron als waterbak bij mij één object waren. Je kunt ook een dompelaar, of meerdere dompelaars parallel, gebruiken in een losse waterbak. Sommige mensen gebruiken bijvoorbeeld dompelaars met geïsoleerde koelboxen.

Sluit de onderdelen als volgt aan:

rex-c100-sousvide-diagram

Bij gebrek aan een metalen behuizing waar het apparaat in gebouwd is aard ik in deze build ook de heatsink, als enige andere metalen object dat je per ongeluk kunt vastpakken. Als je een metalen behuizing gebruikt zou ik de heatsink daaraan vastmaken en de behuizing aarden.

Plug het apparaat in en de PID start op – je ziet dan eerst het type thermometer dat is ingesteld, vervolgens de min en max temperatuur die hij kan meten, en daarna het standaard PV/SV scherm. Het bovenste getal, de PV, is de gemeten temperatuur. Als je hier nu de melding Err, oooo of uuuu krijgt is er iets mis met (de aansluiting van) je thermokoppel. Het onderste getal, de SV, is de door jou ingestelde gewenste temperatuur. De vier knoppen daaronder zijn SET, SHIFT, DOWN en UP. Druk éénmaal op SET om de SV waarde te veranderen. Met SHIFT kies je welk getal je via UP en DOWN wilt veranderen. Druk nogmaals op SET om de nieuwe instelling op te slaan. De PID onthoudt hier en in de menu’s geen veranderde instellingen totdat je ze via SET opslaat. Als je een SV kiest die hoger is dan je huidige PV gaat de PID al proberen om de hittebron in te schakelen, je ziet dan op de PID het OUT1 lampje branden en op de SSR het rode relais lampje.

Screenshot 2015-01-19 23.12.35

De overige instellingen van de PID zijn verspreid over 3 menu’s: het Parameters menu dat je krijg als je SET 3 seconden ingedrukt houdt, het Functions menu (COD 0) dat je krijgt als je SET en SHIFT beide 3 seconden ingedrukt houdt, en het Constants menu (COD 1) dat je krijgt als je in het Functions menu de instelling van COD op 0001 zet. Volgens deze handleiding zou er ook nog een COD 2 menu moeten zijn, maar die heeft mijn C100 niet. Het kan zijn dat in het begin de COD menu’s niet beschikbaar zijn. Dit heeft te maken met de data lock functie, LCK in het Parameters menu. Deze moet op 1000 staan om alle menu’s toegankelijk te maken.

Ik heb de volgende instellingen in de COD menu’s aangepast/gecontroleerd:

Input definiëren als Thermokoppel type K.
COD0 menu, SL1 op 0000

Input eenheid definiëren als graden Celcius.
COD0 menu, SL2 op 0000

Alarmfuncties uitzetten.
COD0 menu, SL4 op 0000
COD0 menu, SL5 op 0000
COD0 menu, SL7 op 0000

Functie instellen op Verwarmen.
COD0 menu, SL6 op 0001

Hoogst meetbare temperatuur instellen op 400.
COD1 menu, SLH op 0400

Laagst meetbare temperatuur instellen op 0.
COD1 menu, SLL op 0000

Digital Filtering uitzetten.
COD1 menu, DF op 0000

Het doel van Digital Filtering is om ruis uit de temperatuurmeting te halen, maar deze functie is zo absurd slecht geïmplementeerd in de C100 dat het filter ook grote temperatuurverschillen kan verbergen. De getoonde PV temperatuur blijft dan gelijk aan de gewenste SV temperatuur, ondanks temperatuurschommelingen in het water. Hierdoor lijkt het alsof je systeem perfect nauwkeurig is, maar ondertussen wijk je al een aantal graden af! Dat is onacceptabel bij sous-vide koken en moet daarom uitgezet worden.

IMG_9774.jpg

Als laatste moet de PID zichzelf instellen voor jouw setup, dit moet ook elke keer dat je verandert van hittebron of waterbad opnieuw. Via de autotune procedure gaat de PID een aantal keer je hittebron aan- en uitzetten, om zo te leren wat in dit geval het opwarm- en afkoelgedrag is. Aan het eind worden de opties uit het Parameters menu automatisch correct ingesteld.

Maak voor de autotune je opstelling klaar: zet genoeg water in de waterbak, plaats daar de hittebron en de thermokoppel in, en stel de SV in op een reguliere sous-vide temperatuur zoals 60 graden Celcius. Ga nu naar het Parameters menu en stel ATU in op 0001 om de autotuning te starten. Het AT lampje gaat knipperen gedurende het proces, hoe lang het duurt hangt onder andere af van wat je gebruikt als hittebron en waterbak. Bij mij was de PID in een kwartier klaar met een 1,7 liter waterkoker. Als de autotune klaar is dooft het lampje en op dat moment zouden de getoonde PV en SV gelijk moeten zijn. Gefeliciteerd, je sous-vide machine is klaar voor gebruik! Begin hier maar vast wat inspiratie op te doen :D

DIY sous-vide koken, deel 1

De perfecte manier om je biefstukje voor te bereiden…

Het probleem van grote stukken eten klaarmaken in een pan is dat de hitte nogal ongelijk wordt verdeeld. Iedereen kent wel dat lapje vlees dat van binnen net lekker rosé is, maar van buiten al zwartgeblakerd eruitziet. Of dat stukje vis dat al het perfecte korstje heeft, maar van binnen nog als de diepvries aanvoelt. Sous-vide, Frans voor ‘onder vacuum’, is een manier van koken die dat probleem oplost. Bij sous-vide laat je het eten onder water, in een vacuumverpakking, op een specifieke temperatuur langzaam warm worden. Hierdoor krijgt het hele stuk uiteindelijk dezelfde egale temperatuur, terwijl de vacuumverpakking ervoor zorgt dat er niks van de smaak verloren kan gaan aan het water. Volgens sommige topchefs krijg je bijvoorbeeld de perfecte biefstuk als je die 2 uur lang op een ideale 55 graden Celcius sous-vide laat garen.

Screenshot 2015-01-09 03.51.10

Zoiets had ik al eens eerder met de hand geprobeerd: in Timothy Ferriss z’n boek 4 Hour Chef staat ook een sous-vide recept, waarin je anderhalf uur naast een fornuis staat om met een thermometer een pan water in de gaten te houden. In het water zit een diepvrieszak met kip die op 63 graden moet blijven. Duikt de temperatuur onder de 63 graden? Fornuis hoger zetten. Komt de temperatuur boven de 63 graden uit? Fornuis lager zetten. Een leuk idee, tot je anderhalf uur neurotisch naar een thermometer zit te staren. Dat was niet voor herhaling vatbaar.

Anova_2013 0264_v1

In plaats van naar een fornuis staren kun je ook kiezen voor een voorgebouwde sous-vide optie, zoals de veel geprezen Anova One. Dit alles-in-één apparaat kan niet simpeler zijn: je vult een pan met water, hangt de Anova in de pan, stelt de gewenste temperatuur in – klaar! De Anova regelt zonder dat je verder iets hoeft te doen de perfecte temperatuur van het water. Dat gemak kost je alleen een flinke 200 dollar…

volkskrant

En toen werd op Stijlforum dit artikel uit de Volkskrant geplaatst. Zelf een sous-vide apparaat maken door een PID (Proportional-Integral-Derivative) controller met een hittebron zoals een waterkoker te combineren. De PID, een soort industriële thermostaat, leert hoe het aan- en uitzetten van de waterkoker zorgt voor afwijkingen in de temperatuur. Als je bijvoorbeeld een waterkoker normaal uitzet blijft het verwarmingselement nog een tijdje heet, waardoor het water warmer blijft worden, ook al staat het apparaat al uit. De PID meet dit effect en houdt er daarna rekening mee: voortaan zal de PID de waterkoker eerder uitzetten, zodat de restwarmte het water juist naar de gewenste temperatuur brengt. Door te compenseren voor al die afwijkingen van de waterkoker kan de PID heel nauwkeurig de temperatuur vasthouden. In plaats van een waterkoker zou je ook bijvoorbeeld een rijstkoker, frituurpan of dompelaar kunnen gebruiken – de PID hoeft alleen maar zichzelf in te stellen op de afwijkingen van het nieuwe apparaat.

rexc100

De PID die de Volkskrant gebruikt is de Chinese Rex-C100, volgens het artikel kant en klaar al voor 30 euro bij Amazon te krijgen. Dan krijg je niet alleen de PID, maar ook een bekabelde thermocouple (de thermometer) en een solid state relay (de schakelaar die de hittebron aan- en uitzet) die je nodig hebt voor dit project. Dat klinkt al goedkoop, maar bij de Volkskrant hebben ze dan nog ruimschoots teveel betaald: Banggood verkoopt deze PID met dezelfde set voor 14 euro. Voor die prijs kan ik zo’n projectje niet laten schieten, dus meteen besteld. Een paar dagen geleden belde de postbode aan met m’n pakje. Tijd om te spelen!

Nou ja, spelen, het bleek achteraf toch iets meer gedoe te zijn dan ik had verwacht toen ik het setje bestelde. Wat een projectje van één uur had moeten zijn werd uitgerekt naar een paar dagen door onleesbare Chinese handleidingen, elkaar tegensprekende online instructies en ook nog een paar missende onderdelen. Ik zal in een volgend deel iets meer toelichten hoe dit ding gebouwd werd, maar voor nu hoef je alleen maar het geweldige resultaat te aanschouwen:

IMG_9769.jpg

Uh, okee, beetje een anticlimax… Maar geloof me, hij werkt beter dan ie eruit ziet. De lelijke plastic opbergdoos houdt de verschillende onderdelen, waar wel gewoon 230 volt op staat, uit de buurt van enig gemorst water en dankzij het opbouwstopcontact kan ik makkelijk een upgrade maken naar een andere hittebron. Ja, de electroboer verkoopt ook plastic behuizingen die wel voor dit soort projecten bedoeld zijn en ja, de electroboer verkoopt ook aansluitingen die er niet uit zien alsof ze van de muur van een willekeurige achterstandsflat zijn gerukt. Maar wat zou daar nou de lol van zijn?

IMG_9776.jpg

En wat is dan het eerste waarmee dit apparaat getest gaat worden? Eitjes!

Niet alleen omdat het originele Volkskrant artikel over eieren ging, maar ook omdat dit een soort lakmoesproef is voor een zelfgebouwde sous-vide machine. Door op de perfecte temperatuur te zitten kun je een eitje maken waarvan het eigeel een pudding-achtige structuur heeft – niet zachtgekookt, niet hardgekookt, maar iets er tussen in wat je normaal nooit op je bord krijgt. Maar het luistert erg nauw, veel nauwer dan bij andere sous-vide recepten. Heeft je sous-vide machine teveel uitschieters in de temperatuur? Dan krijg je na al die moeite ‘gewoon’ een hard- of zachtgekookt eitje. Serious Eats heeft er een uitgebreid achtergrondartikel over geschreven dat ik iedereen aanraad te lezen.

Ik stelde de PID in op 64 graden, volgens deze video van een sous-vide machinemaker absoluut de perfecte temperatuur voor de zogenaamde ‘custard eggs’. Na even opwarmen zat de waterkoker al snel precies op de gekozen temperatuur – maar zou die ook kloppen? Als extra controle gooide ik m’n kookthermometer in het water.

IMG_9778.jpg

Hmmm, 63, not bad. Wel één graad lager dan het volgens de PID is. Het probleem is natuurlijk dat ik ook niet weet of mijn keukenthermometer wel nauwkeurig is. En misschien nog belangrijker, beide thermometers ronden af naar een hele graad. Misschien is het water volgens de keukenthermometer wel 62,5 graden, terwijl het volgens de PID 64,4 graden is. Anderzijds, misschien is het volgens de keukenthermometer wel 63,4 graden, terwijl het volgens de PID 63,5 graden is. Geen flauw idee.

Maar dat zijn problemen voor later. Na de aangeraden 55 minuten haalde ik het eerst eitje eruit, pelde ik ‘m en sneed ik ‘m doormidden…

IMG_9781.jpg

Hmmm, dat was niet helemaal de verwachting. Volgens de online voorschriften zou dit wel veilig te eten moeten zijn, ondanks dat het lijkt op vloeibare salmonella. Na de eerste paar voorzichtige happen bleek het ook best lekker te zijn, een soort extreem zachtgekookt eitje. Maar niet het beloofde ‘custard egg’ effect.

Volgens Serious Eats was tijd ook een factor. Misschien was 55 minuten in mijn DIY setup gewoon niet lang genoeg? Om dat te testen liet ik het volgende eitje 2 en een half uur in het water zitten. Dus na wachten, pellen en snijden kreeg ik…

IMG_9782.jpg

Iets beter, maar nog steeds wel erg vloeibaar. Smaakte prima en het eigeel was nu wel romiger, zou misschien ook al uitgesmeerd kunnen worden op toast zoals in het filmpje gesuggereerd. Maar ook dit kwakje blijft de vloeibare salmonella vibe toch iets meer houden dan ik fijn vind.

Ik deed nog één poging met een eitje, maar nu op 66 graden in plaats van 64. In het Serious Eats artikel was dat namelijk de temperatuur waarbij het plaatje van een ei het meeste leek op de omschrijving van een ‘custard egg’. Weer 55 minuten later tikte ik ‘m open en…

IMG_9783.jpg

Wauw. Het is maar 2 graden verschil, maar opeens heeft het eigeel inderdaad die pudding-achtige consistentie en blijft het eiwit ook een ei-vorm behouden na het doorsnijden. De textuur is onverwacht anders dan een normaal halfzacht eitje, en geheel consistent door het hele ei heen. Best wel tof dit.

IMG_9789.jpg

Maar een test met alleen eitjes is natuurlijk geen test om trots op te zijn. Vlees willen we! Een lekker biefstukje, om precies te zijn. Ook hier heeft Serious Eats een flink achtergrondartikel over gemaakt. 45 minuten op 55 graden zou voldoende moeten zijn om een perfect medium-rare stuk koe op je bord te krijgen. Omdat ik ondertussen twijfel of de PID misschien een afwijking naar boven heeft besluit ik er 1 uur op 57 graden van te maken, dan zit ik in ieder geval goed.

IMG_9788.jpg

Ik had toevallig nog een lapje biefstuk in de diepvries liggen, en het plastic waar die in gesealed zit is ook prima te gebruiken als vacuumverpakking. Het nadeel hiervan is dat ik nu geen peper en zout of kruiden bij het vlees kan gooien, wat je normaal wel zou doen voordat je ‘m vacuum zuigt. Maar prima, dit is dan ook een eerste test. Eerst even ontdooien in de koelkast, dan in de waterkoker en een uurtje wachten later…

IMG_9791.jpg

Okee, zo ziet de inhoud van de verpakking er niet geweldig tempting uit, maar hee, ’tis nog een work in progress. Misschien wordt het beter als we ‘m uit de verpakking halen.

IMG_9794.jpg

Nee. Definitely not.

IMG_9798.jpg

Gelukkig wist ik van tevoren al dat je na het sous-vide bereiden beide kanten van de biefstuk nog even moet aanbakken in de koekenpan. 1 minuutje aan elke kant zorgt voor genoeg maillard reactie om een lekker bruin tintje en dat heerlijke biefstuk gevoel te krijgen (Ja, ik weet dat dat een verschrikkelijke pan is – een van de dingen die je accepteert aan een gedeeld huis). En daarna even doormidden snijden om te kijken wat het resultaat is…

IMG_9804.jpg

Goddamn, nice. Het kwijl loopt opnieuw in m’n mond bij het zien van de foto’s.

IMG_9806.jpg

Zo mals. Zo lekker. Zo onverwacht goed voor een eerste test. Jep, ik ga heel, heel, heel veel plezier beleven aan dit apparaat.

Update: Deel 2 van deze post is nu ook beschikbaar.

DIY BoomCase speakerkoffer

Wat doe je als je wat autospeakers, een goedkoop versterkertje en een vintage koffer over hebt? Nou…

Soms heb je van die ideeën die voortkomen uit het gevoel dat je iets voor een paar tientjes ook wel zelf kunt maken.

Meestal heb je dan ongelijk :)

Ik had op Tumblr en Pinterest al vaker BoomCases voorbij zien komen; omgebouwde vintage koffers waar een volledig speakersysteem met accu’s was ingebouwd (Boombox + Suitcase, je weet).

leviboomcaseweb

Supertof leken die me, voor chillen in het park in de zomer, of om mee te nemen naar Lowlands of elk ander festival voor op de camping. Maar die BoomCases zijn meer bedoeld als art project dan als puur functionele gadget, en daar is de prijs dan ook naar – zo’n BoomCase kost makkelijk $1000. En hoewel er een hoop winkels bij zijn gekomen die hetzelfde voor minder geld maken blijft de prijs toch vaak op vele honderden euro’s steken.

Toen ik erover nadacht leek me dat eigenlijk een beetje belachelijk. Een vintage koffer, een stel speakers, versterkertje en een accu – en klaar. Zelfs als je alles nieuw kocht zou je makkelijk onder de 100 euro moeten blijven. Nu had ik ook nog autospeakers liggen uit m’n vorige wagen en een klein Chinees versterkertje van een ander project dat niet doorging… dan was ik al halverwege!

Zo googlend vond ik meer bewijs dat het niet zo moeilijk kon zijn. Op Instructables zag ik een goede guide en op Tweakers was er een ontzettend actief Krat- en KistRadio topic waar ook veel mensen koffers hadden gebruikt als alternatief voor een leeg krat bier.

Bij het inlezen bleek eigenlijk al dat het toch wat gecompliceerder zou zijn dan ik eerst dacht, maar ik was nu zo betrokken bij m’n DIY idee dat stoppen geen optie meer was :D

Een trip langs de kringloop en ik was een klein, rood leren koffertje rijker. Snel keek ik of de rest van de spullen er ongeveer in zouden passen.

Not too bad. Met karton maakte ik een mal voor de speakers en sneed ik alvast stukken uit de leren voorkant van de koffer.

Zou die het doen?

Sweet.

Een decoupeerzaag en een plaat 6mm dik MDF later en de kartonnen mal was omgezet tot een lelijke, maar degelijke voor- en achterkant van de koffer.
Experiment 1 met de decoupeerzaag. Not bad.

De aansluiting om je iPod in te pluggen zit ook al meteen aan de buitenkant.
Boomcase project is weer stapje verder: minijack ingang verplaatst naar buitenkant.

Met de accu erbij kunnen we nu voor het eerst testen zonder netsnoer!
Wiring setup.

Ziet er goed uit…
BoomCase V1 is een feit!

… en er komt zelfs geluid uit!

De volgende stap is de AccuSafe inbouwen. Dit circuit maakt de koffer zo ‘intelligent’ dat automatisch de accu gaat opladen en de versterker aan de voeding wordt gehangen als je een netsnoer aansluit. Als je die vervolgens afkoppelt kun je gewoon weer vanaf de accu doorspelen. Ook schakelt de koffer automatisch uit als de accu te leeg wordt en lui zou worden als er nog meer stroom werd verbruikt. Superhandig!
Laatste onderdeel van de BoomCase - een AccuSafe circuit - is binnen!

Daarna het status LEDje ingebouwd.
Aan/uit LEDje gemonteerd :D

Toen de aan/uit knoppen.
Aan/uit knoppen aan de buitenkant gemaakt. V1.5 is bijna klaar!

Als laatste de aansluiting voor een netsnoer.
En af. Voeding aansluiting zit nu ook buiten, koffer hoeft niet meer open!

Opeens is het een stuk meer spaghetti in de koffer geworden. Ik voegde ook een aantal stokken toe om het inzakken van het zachte leer tegen te gaan.
Final wiring setup van BoomCase v1.5!

En dan heb je ook wat!
Af!

De koffer weegt uiteindelijk een flinke 7 kilo, wat toch wel een stuk zwaarder is dan ik origineel voor ogen had. Ook een stuk zwaarder dan het gemiddelde iPod dock wat je naar het park zou meenemen. Maar goed, hier zit dan ook een volwaardig speakersysteem in en genoeg accu om ruim 10 uur op feestvolume door te kunnen spelen. Dat lukt je niet met een dockje.

Maar hoeveel heeft dit projectje me dan nou uiteindelijk gekost? Ik dacht snel en goedkoop klaar te kunnen zijn, maar uiteindelijk moesten er allemaal dingen bij komen. Zo’n AccuSafe bijvoorbeeld, met bijbehorende lader en voeding. Maar ook een decoupeerzaag, die ik nog niet had, en veel klein electronica spul zoals kabels, faston connectors en krimpkous moesten in huis gehaald worden. Als je alles bij elkaar optelt zit ik toch dichter bij de 150 euro dan bij die paar tientjes die ik voor ogen had…

Oh well :D zo gaat dat meestal met mijn projectjes.

In m’n hoofd ben ik alweer bezig met een v2 van het project. Een mooiere vintage koffer gecombineerd met speakers met een ouderwets uiterlijk zouden het helemaal af maken, zoals de mooiste BoomCases die me origineel inspireerden.

atest

Maar laat ik eerst maar eens dit seizoen mijn rode speeltje gaan uitproberen, met een biertje in de hand genietend van de ondergaande zon, m’n eigen zomer playlist keihard door het park heen schallend :D

DIY Waxcanvas Cameratas: deel 1

Als ik nu €300 aan onbesteed geld op de rekening had staan dat ik nergens anders voor nodig had weet ik zeker waar het heen zou gaan. Dat werd gepaypald naar de VS om een van deze twee cameratassen te bestellen:


ONA Union Street


ONA Brixton

Ik vind de meeste normale cameratassen verschrikkelijk lelijk. Het zijn net laptoptassen; zwarte nylon gedrochten, functioneel gemaakt om een bepaald object van plek A naar plek B te slepen, zonder enige aandacht voor hoe het eruit ziet. De paar merken die wel aandacht aan het uiterlijk besteden zijn op hun beurt weer diefstalgevoelig; elke dief weet dat er uit een Crumpler tas waarschijnlijk een hoop geld te halen valt. Daarnaast moet het moderne, synthetische uiterlijk van Crumpler je ook maar net bevallen.

ONA pakt het anders aan. Van binnen zijn deze tassen net zo functioneel als elke andere goede cameratas, maar van buiten wekt de tas niet de indruk dat er een dure camera in zit. Het lijkt een ‘gewone’ messengerbag met een wat ouderwets uiterlijk. Je ziet er dan ook geen grammetje nylon of plastic aan – het doek is gemaakt van waxcanvas, de trim is van volnerf leder, het metaalwerk is van koper. Precies mijn smaak dus.

Waxcanvas is een oude methode uit de jaren ’20 om stof waterafstotend te maken door het met een wasmengsel te behandelen. Het idee was de eeuw daarvoor ontwikkeld voor zeilen op schepen, maar het werd toen opgepikt door bedrijven als Barbour, Filson en Belstaff om kleding en tassen te maken die bestand waren tegen het vochtige buitenleven. Zo werd waxcanvas al snel geassocieerd met activiteiten als jagen en motorrijden. De was maakt de stof stugger en geeft het een heel typerend uiterlijk, dat net als leer er mooier uit gaat zien naarmate het meer doorleefd en gebruikt wordt. Waxcanvas is daardoor nu opnieuw populair bij merken die een stijlvol heritage tintje aan hun producten willen geven. Maar omdat men het tegenwoordig nog maar weinig gebruikt – er zijn ondertussen functioneel betere synthetische oplossingen ontdekt – wordt er niet meer op grote schaal waxcanvas geproduceerd. Het proces om canvas te waxen is ook niet geautomatiseerd en het is lastiger om gewaxte stoffen te verwerken tot het eindproduct, waardoor er veel handwerk in zit. Dat drijft de prijs van producten met waxcanvas flink op.

Zo’n ONA is dus helaas buiten mijn huidige financiele bereik. Maar toen werd ik via Stijlforum op het volgende idee gebracht:

  • Je kunt door middel van een padded insert van elke normale tas een geschikte cameratas maken.
  • Webshop ASOS heeft een aantal goedkope tassen – slechts 20 euro – die oppervlakkig gezien best veel lijken op zo’n ONA, van katoen canvas en met splitlederen trim en koperkleurige gespjes.
  • Je kunt zelf canvas waxen, ook als het al in een eindproduct is verwerkt.

Vooral dat laatste punt was een openbaring. Na wat googlen bleek dat het jarenlang voor scouts, survivalists en kampeerders de normaalste zaak van de wereld was om hun eigen spullen als tenten en rugzakken te behandelen met wax. En heel lastig lijkt het niet te zijn, als je de videos op YouTube zo bekijkt. Een tas in ONA stijl ligt dus wel binnen bereik! En aangezien ik altijd hou van niet helemaal goed doordachte doe-het-zelf plannen…

De ASOS tas is verkrijgbaar in zwart, blauw en mosterdgeel (origineel ook in olijfgroen, nu helaas niet meer). Omdat ik de blauwe versie het mooiste vond heb ik deze besteld, maar later realiseerde ik me dat gewaxte stof donkerder van kleur wordt en dat het mosterdgele model na het waxen waarschijnlijk precies de tint bruin was geworden die ONA ‘Ranger Tan’ noemt. Als het eindresultaat bevalt koop ik de mosterdgele ook wel, voor het geld hoef je het niet te laten.

Ik heb nog een padded insert van het merk Tenba liggen. Toevallig heeft Marijn dezelfde ASOS tas (wel in olijfgroen) met dezelfde insert getest – zie foto hierboven – waardoor ik weet dat dit model in ieder geval perfect past. Misschien koop ik, als het wax-experiment goed verloopt, er nog wel een mooiere insert voor op eBay. Bijvoorbeeld de Puleme, die ook voorzien is van een flap aan de bovenkant om de compartimenten mee af te sluiten.

Zelf wax maken bleek simpel, het basisrecept is een mengsel van paraffinewas (waxinelichtjes) met bijenwas. Toevoegen van olie of thinner is ook mogelijk voor andere eigenschappen van de wax, maar niet noodzakelijk. Maar hoewel dit de goedkoopste optie was had ik eigenlijk helemaal geen zin in het zelf omsmelten en mengen van wax. Ik wil eerst zien of het resultaat uberhaupt de moeite waard is voor ik een paar kilo kaars ga omsmelten, dus moest een wax kopen die al klaar voor gebruik was.

Aankoop 1 voor project waxed canvas cameratas is binnen! #otterwax

Mijn keuze voor deze eerste poging viel op OtterWax. In tegenstelling tot reguliere wax bevat OtterWax geen paraffine en is daardoor 100% natuurlijk, hoewel dat mij natuurlijk weinig kan schelen. Het belangrijkste voordeel van Otterwax is namelijk dat het niet gesmolten hoeft te worden, het blok wax (ter grootte van een stuk zeep) kan direct op de stof worden uitgewreven. Barbour, Filson, en andere bedrijven die waxcanvas producten maken leveren ook eigen wax, maar die moet eerst boven een vuurtje gesmolten worden voor het met een kwast of roller op het object gesmeerd wordt. OtterWax leek mij de minste moeite te gaan kosten.

De OtterWax is al binnen, want besteld bij de Nederlandse webshop Warenmagazijn, de ASOS tas komt overvliegen uit Engeland en laat nog even op zich wachten. Zodra die er ook is ga ik het meteen proberen, dan volgt ook een deel 2 bericht met uitgebreide fotoshoot van het proces en hopelijk het succesvolle resultaat!

Update: Deel 2 staat nu ook online!