Vintage Jaeger-LeCoultre

Mijn nieuwste aanwinst, een vintage Jaeger-LeCoultre horloge van 70 jaar oud.

Jaeger-LeCoultre is een merk dat ik al een tijdje op de wishlist had staan. Ze hebben een uitstekende reputatie als een van de grote horlogehuizen, al meer dan anderhalve eeuw een favoriet van horlogemakers. LeCoultre bestaat sinds 1833 en was gespecialiseerd in het bouwen van geraffineerde uurwerken, die ze verkochten aan bekende merken als Cartier en Patek Philippe. Na een fusie met Jaeger, een bedrijf dat zakhorloges maakte, ging het bedrijf onder de naam Jaeger-LeCoultre eigen horloges verkopen.

IMG_1226.jpg

Het meest bekende model van JLC is de Reverso, een horloge uit de art-deco periode waarvan de kast omgeklapt kan worden om zo het tere glas en uurwerk te beschermen tegen rake klappen – origineel omdat de eigenaar op dat moment waarschijnlijk polo aan het spelen was. In mijn ogen één van de mooiste horloges ooit gemaakt. Helaas prijkt het merk met zulke historie ook redelijk hoog op de niet-zo-heel-erg betaalbaar lijst. Dus ik had al een klein beetje geaccepteerd dat ik niet snel een JLC om de pols zou hebben.

En toen kwam ik deze nieuwe aanwinst tegen op een veilingsite… Het model behoort niet tot een specifieke modellijn of familie, het is gewoon een van de vele wat nettere horloges die JLC in de late ’40s/vroege ’50s uitbracht. Maar dit is wel een fraai exemplaar met een degelijke 36mm kast – tegenwoordig haast een damesmaat, maar 70 jaar geleden was dit vrij groot voor een herenhorloge. De licht gepatineerde witte plaat heeft opgelegde zilverkleurige markers, waarbij alleen de even cijfers met een nummer zijn uitgevoerd. Een verzonken subdial bij de 6 houdt de secondes bij, terwijl bovenin haast onleesbaar als logo het merk ‘Jaeger-leCoultre’ staat geschreven. De eveneens zilverkleurige wijzers hebben een voor JLC typische zwaardvorm. De Reverso heeft hier bijvoorbeeld een kleinere versie van, terwijl op het Geophysic model ook zulke wijzers (maar dan met lume) zitten.

IMG_1243.jpg

Het ontwerp van deze kast is nogal ouderwets. In plaats van de tegenwoordig standaard geschroefde achterkant klikt dit deksel simpelweg vast en is daardoor niet bepaald waterdicht te noemen; ik zou dit horloge niet eens graag aan hebben in een zware regenbui. Het klokje draait op een JLC cal469/1c, een uurwerk waarvan het ontwerp uit de ’30s stamt maar waar verder niet zoveel over bekend is. Het ziet er wel verrassend prima uit, vaak zie je juist bij dit soort oude horloges veel slijtage op het uurwerk, door goedkopere horlogemakers in de afgelopen decennia die met net-niet-passende schroevendraaiers aan het werk zijn geweest. Maar elk schroefje hier ziet er nog perfect uit.

EH3B0038.jpg

Gezien de leeftijd is het klokje nog in verrassend goede staat. Natuurlijk is het wel 70 jaar oud en in die tijd gebruikt, dus krassen op de kast en patina op de plaat zijn geen verrassing. Maar de plaat is nog in goede staat, het patina geeft het juist wat leeftijd en karakter zonder meteen vies en oud aan te doen. Het acryl glaasje was bij ontvangst wel flink bekrast, wat niet heel gek is gezien de leeftijd. Maar een beetje polywatch poetsmiddel en drie kwartier boenen later was het glaasje weer prima bruikbaar. Er zitten door deze en eerdere poetsbeurten wel wat vertekeningen in het glas, wat gelukkig niet heel zichtbaar is als het horloge in elkaar zit.

IMG_1232.jpg

Wat wel tegenviel was de kroon. Omdat dit een handwinder is moet je hem elke dag met de hand opwinden, wat constante slijtage van de kroon als gevolg heeft. Daarom zijn de kronen op vintage horloges vaak al meerdere keren vervangen. In dit geval was de kroon bij de laatste service vervangen door een messing-kleurige kroon, wat helemaal niet past bij de rest van het horloge. Die heb ik meteen door een stalen exemplaar laten vervangen. Het is wel mooi dat JLC horloges uit deze tijd geen merkje op de kroon hadden, waardoor ik niet hoefde te zoeken naar een passende JLC kroon en juist een goedkopere blanco kroon kon laten plaatsen.

IMG_1422.jpg

Door drukte bij de horlogemaker kon ik dit horloge deze week pas ontvangen, nadat het al 6 maanden bij hem op service lag te wachten. Een lange tijd om zonder nieuw speelgoed te zitten, maar al met al ben ik nu zeer tevreden met het eindresultaat. Ik ben toch wat gevoelig voor merkjes en dan is het ontzettend tof om met een Jaeger-LeCoultre om de pols te lopen. En sowieso ben ik blij met weer een fraaie aanwinst erbij in de horlogedoos!

Yashica Electro 35 rangefinder

Ook wel bekend als de ‘poor man’s Leica M’

Hoog op mijn wishlist voor vintage camera’s staat een Leica M rangefinder. De red dot cult – de geuzennaam voor Leica fans – wordt vaak vergeleken met Apple fanboys – volledig idolaat zonder een echt rationele onderbouwing. Maar het merk staat voor alles waar ik altijd naar op zoek ben: authenticiteit, historie, kwaliteit. Ik kan er niks aan doen – bij elke hobby die ik erbij krijg zal voor een merk de heritage altijd een doorslaggevende factor zijn.

m3

Er zijn in al die jaren dat Leica bestaat flink wat leden bij de red dot cult gekomen. Daarom zijn Leica M toestellen, het meest bekende en gewilde model Leica, ook zo onbetaalbaar. Zelfs slecht onderhouden modellen die al decennia oud zijn kunnen nog steeds ruim 1000 euro opleveren. Een moderne, digitale Leica M? Die kost je zonder lens al 7000 euro.

Maar wat maakt die camera’s dan zo speciaal? Eén essentieel onderdeel is dat het rangefinders zijn. Een rangefinder is een type camera met een speciale focustechniek. Deze is ontwikkeld voordat electronische autofocus bestond, toen focussen nog met de hand, op het oog, en vaak op goed geluk ging. Neem de volgende video als voorbeeld:

Door de zoeker van een rangefinder zie je als fotograaf de wereld voor je, maar zie je tegelijkertijd een doorzichtige kopie in het midden hangen. Die kopie maakt duidelijk welk deel van de foto in focus is. De kopie beweegt als je aan de focusring draait; zodra jouw onderwerp in zowel de kopie als het volle beeld over zichzelf valt is deze in de uiteindelijke foto in focus. Fans van deze techniek vinden dat deze manier van focussen natuurlijker is, en dat je met wat oefening sneller en nauwkeuriger kunt zijn dan een moderne autofocus. Ideaal voor straatfotografie, waar de paar seconden zoeken van de autofocus het verschil kan zijn tussen perfectie of een gemiste shot.

Super interessant om eens te proberen, maar ik kan dus geen Leica betalen. Wat zijn dan m’n opties? Een regelmatig terugkerende aanbeveling is de Yashica Electro 35. Ik ontdekte de Electro na een artikel van GearPatrol. Verder zoekend kwam ik meer enthousiaste reviews tegen op sites als Steve Huff, Ken Rockwell en JapanCameraHunter. De conclusie: ’tis zeker geen Leica M, maar het is een hele leuke, hele betaalbare rangefinder om mee te beginnen.

En zelfs Peter Parker loopt ermee rond in de laatste Spiderman films :D
spiderman

Nog een voordeel van dit model Yashica? Er zijn er zo verschrikkelijk veel van gemaakt. Bij andere vintage camera’s moet je altijd even slikken als je begint te zoeken, want hoeveel zijn er nou tegenwoordig nog in werkende staat? Maar dat was hier absoluut niet het geval. Even jagen op marktplaats en voor je het weet ben je een paar tientjes armer en een camera rijker.

A post shared by Guy Sie (@guysie) on

Het eerst wat opvalt: wat een lomp ding. Ik had al gelezen dat de Electro één van de grotere rangefinders uit die tijd was, maar het blijft een flink brok metaal. Zelfs vergeleken met mijn toch niet laffe dSLR camera, een Canon 60D, heb ik het gevoel iets veel gewichtigers in handen te hebben.

Batterij is wel een probleem, aangezien de originele PX32 5.6V batterij niet meer gemaakt wordt en alleen nog maar van dure sites besteld kan worden die zich in zeldzame modellen specialiseren. Maar met een simpele adapter kun je een tegenwoordig nog te verkrijgen batterij omzetten naar de juiste grootte om in de Electro te passen. Ik haalde mijn adapter van eBay en was verrast om te zien dat de ‘adapter’ bestond uit een stukje hout, een plastic tube en een schroef. Maar ach, als het maar werkt.

Gebruik kan eigenlijk ook niet makkelijker. De camera staat in principe altijd in Av (Aperture Priority) mode en past de sluitertijd automatisch aan op het door jou gekozen diafragma. Dit maakt de camera simpeler en daarom minder interessant voor de pro dan de Leica’s, die volledig manual zijn. Maar fuck it, ik wil gewoon leuke plaatjes schieten. Dat gaat, vooral voor een rangefinder beginner, een stuk makkelijker als de camera je een klein beetje meehelpt.

Voortaan gaat deze camera daarom dagelijks mee in de ONA tas! Als ik het echt leuk blijk te vinden om met m’n rangefinder foto’s te maken, dan mag ik van mezelf erover nadenken om daadwerkelijk die Leica M eens op de kop te gaan tikken…

ONA Union Street Cameratas

Bedoeld als cameratas, maar ook uitstekend geschikt als dagelijkse werktas.

Ik wil al ruim 5 jaar de ONA Union Street cameratas. Het is één van de mooiste cameratassen die ik ooit gezien heb, gemaakt van waxcanvas en leer in een klassieke stijl die destijds helemaal niet gangbaar was tussen de nylon Crumpler, LowePro en vergelijkbare merken. In de tussenliggende jaren kwamen er steeds meer merken bij die ook zoiets deden, maar dat eerste ONA model heeft me nooit losgelaten. Het probleem bleef de prijs: meer dan 300 euro voor een cameratas is stiekem een beetje absurd. Ik heb zelfs geprobeerd om er DIY een zelf te maken door een normale messenger tas te waxen en daarna te voorzien van camera padding. Maar dat was toch lang niet hetzelfde.

Ona-Union-messenger-bags

Toen ik vorige maand besloot om een nieuwe werktas te kopen keek ik al snel naar de standaard hipster heritage merken als Filson. De Filson 256 is een van de mooiste werktassen die er bestaat. Deze kost ook rond de 300 euro, maar voor een tas die je elke dag gebruikt is dat helemaal niet zo’n gek bedrag.

En toen bedacht ik me dat ik natuurlijk ook de ONA kon kopen voor dat geld, als werktas kon gebruiken, en dan ook nog eens veilig elke dag m’n dSLR kon meenemen. Ja, ik ben echt heel goed in het voor mezelf bedenken van rationalisaties om meer geld uit te geven :)

Dus meteen besteld in de kleur Smoke – grijs dus. Ik heb ‘m nu twee weken in bezit en ik moet zeggen: Wauw. Wat een tas.

Van buiten is het al een fraai apparaat: grijs waxcanvas, roodbruin leer. De wax in de stof zorgt ervoor dat de tas waterafstotend is, en zorgt er ook voor dat de tas net als het leer mooi oud wordt. Het doek gaat op den duur een geheel eigen karakter krijgen, omdat er vouwen en krassen in komen die het patina geven.

IMG_0979.jpg

De tas kun je dragen met het leren hengsel of de schouderriem. De schouderriem heeft een leren pad met een zachte onderkant, die prima comfortabel is. Het hengsel is wat ongebalanceerd omdat het alleen aan de achterkant zit, waardoor de tas wel schuin hangt als je hem hiermee draagt. De schouderriem staat daarom een stuk mooier. Achter het leren hengsel heb je ook nog een verborgen vak. Deze is groot genoeg voor wat documenten of een tablet die je snel bij de hand wilt hebben, en sluit met een klein magneetje.

IMG_0981.jpg

De bodem is volledig met leer versterkt, zodat die niet kan doorlekken als je de tas neerzet op een vochtige stoep of andere natte ondergrond.

IMG_0982.jpg

Het metaalwerk is uitgevoerd in ‘antique brass’, wat het net ff wat meer klasse geeft dan een standaard roestvrij staal uiterlijk.

IMG_0987.jpg

IMG_0983.jpg

De tas sluit aan de voorkant met verborgen schuifgespjes, terwijl de riempjes alleen bedoeld zijn om de klep te verstellen.

IMG_0988.jpg

IMG_0990.jpg

Van binnen heeft de Union Street verschillende padded compartimenten die je naar wens kunt instellen. De padding is superzacht en dik, dikker dan in mijn andere cameratassen, en je kunt je helemaal uitleven op de indeling. Als je wilt kun je ook alles verwijderen zodat je een volledig lege tas hebt, zonder laptop of cameravakken.

IMG_0994.jpg

Voorin zit nog een apart voorvak, gesloten met een rits, waar ruimte is voor wat losse spullen. Er zitten 4 SD-kaart vakjes in, 2 grotere vakken waar bijvoorbeeld visitekaarten kunnen, en een aantal pennenhouders. De grote vakken zijn stevig afgewerkt met leer zodat ze hun vorm blijven behouden.

IMG_1001.jpg

IMG_1000.jpg

Aan beide weerszijden zit onder het ONA logo een klein vakje waar bijvoorbeeld een flesje water in zou kunnen.

IMG_0985.jpg

De zijkanten zijn ook voorzien van extra flapjes die naar binnen vouwen als je de tas sluit; deze zorgen ervoor dat de regen buitengehouden wordt. Superhandig en eigenlijk heel raar dat dit niet op alle tassen zit.

IMG_0999.jpg

Om je een idee te geven van mijn dagelijkse indeling, dit is de tas leeg:

IMG_0992.jpg

En dit met vulling:

IMG_1006.jpg

Mijn EDC bestaat uit een 13″ Macbook Air, een Canon 60d met 24mm pancake lens, een Moleskine notebook met een Visconti Rembrandt pen in een HardGraft houder, een Western Digital USB3 externe HD, astma medicijnen en een busje deo, en verder wat kleine kabeltjes en losse spullen als een powerbank in het voorvak.

IMG_1004.jpg

Tot nu toe super tevreden mee. Ik zal over een paar maanden nog een update geven als ik er een tijdje mee heb rondgelopen, maar ik denk niet dat ik hier snel iets te klagen over zal hebben!

Polaroid Colorpack 100 packfilm camera

Packfilm was Polaroid’s oudere techniek, van voor ze de witte instant frames hadden ontwikkeld. Ik kocht een oude packfilm camera om te kijken of dat tof spul zou zijn…

De Polaroidfilm die iedereen wel kent, zo’n witte vierkante frame die uit de camera glijdt en waar vanzelf een foto in verschijnt, was niet Polaroid’s eerste instantfilm. Voordat deze integral film bestond had Polaroid namelijk al een andere instant techniek: de packfilm. Packfilm, ook wel bekend als peel-away film, is minder geavanceerd en kan het chemische proces om een foto te ontwikkelen niet automatisch stoppen. Daarom moet je na ongeveer twee minuten het negatief met ontwikkelchemicaliën eraf trekken. Dan stopt het proces en eindig je met in je ene hand de uiteindelijke foto en in je andere de restjes met een kleverig chemisch goedje.

peelfilm

Ik had al eerder van packfilm gehoord, maar dacht eigenlijk dat het allang niet meer gemaakt werd. Toen een vriend opmerkte dat hij nog steeds packfilm van Fuji kocht en dat deze goedkoper was dan Impossible’s integral film wou ik daar best eens mee experimenteren.

fp100c

De enige packfilm die je nog kunt krijgen is de Fujifilm FP-100c. Dat is een kleurenfilm; tot voor kort hadden ze ook een zwart/wit film (FP-3000b) maar sinds de productie daarvan gestopt is zijn de resterende pakjes film flink in prijs gestegen. Een stuk minder interessant om mee te spelen dus. FP-100c daarentegen kun je voor 10 euro per pak van 10 foto’s krijgen. Er waren vroeger twee soorten packfilm: type 80 en type 100, alleen verschillend in afmeting. Fuji’s film is type 100, wat betekent dat je goed moet opletten als je een Polaroid packfilm camera zoekt. Type 80 film wordt niet meer gemaakt dus type 80 camera’s zijn eigenlijk alleen nog maar als decoratie geschikt. Je kunt een type 80 camera wel aanpassen om type 100 film te gebruiken, maar dan moet je zowel de camera als de film flink verbouwen (lees: slopen). Daar wordt niemand gelukkig van.

Polaroid heeft door de jaren heen packfilm camera’s voor elk budget gemaakt, waardoor er veel verschillende varianten bestaan. De mooiste type 100 camera’s zijn de vouwende metalen varianten met balg, Zeiss Ikon rangefinder en glazen lenzen, maar die kosten in goede staat nu een paar honderd euro. Net even teveel voor een experimentje.

land350camera

Veel interessanter om mee te beginnen zijn de plastic rigid body – niet vouwende – camera’s. Die zijn vergeleken met de dure vouwende versies eigenlijk een soort speelgoedcamera’s waarbij alles van gammel plastic is, zelfs de lens. Maar je kunt op eBay en marktplaats voor haast niks een type 100 rigid body camera krijgen. Na een avondje zoeken was ik voor een tientje, inclusief verzendkosten, een camera rijker.

Plastic fantastic: Polaroid Colorpack 100 packfilm camera

Mijn nieuwe aanwinst is een Polaroid Colorpack 100. Volgens de Land List was dit een van de meer recente exportversies van de Amerikaanse Colorpack lijn, gemaakt tussen 1975 en 1976. Polaroid’s integral film bestond toen al, maar packfilm camera’s werden nog gemaakt en waren veel goedkoper. De term plastic fantastic wordt wel vaker gebruikt als het om plastic camera’s gaat, maar dit is toch wel echt het toppunt. Het enige metaal wat je aan de buitenkant kunt ontdekken is de klem aan de zijkant die de achterkant dichthoudt (!!!). De camera is verder ontzettend simpel: een schuif om de ISO te wisselen tussen 75 (kleurenfilm) of 3000 (zwart/wit film), een knop om de sluiter te bedienen, een draaiende lens waarmee je de focusafstand op de gok instelt en daarnaast een draaiknop waarmee je de foto lichter of donkerder kunt maken. Aan een zijkant heb je ook nog plek voor een flashcube, de weggooi-flitsers die ze vroeger gebruikten, aan de andere een soort keukenwekker waarmee je de tijd kunt aftellen voordat je je film mag opentrekken.

Er moeten 2 AA batterijen in een goedkope rigid body, wat erg handig is want de duurdere packfilm camera’s gebruiken obscure batterijen die niet meer gemaakt worden. De lichtmeter en daardoor de sluiter worden door de AA’s van stroom voorzien. Zonder stroom gaat de sluiter niet goed af en krijg je alleen maar pikzwarte foto’s. Om te testen of de camera werkt kun je deze simpele test uitvoeren:

Het eerste pakje FP-100c film kocht ik bij een lokale fotowinkel zodat ik snel kon testen. Ironisch genoeg koste dat pakje vijftien euro, waardoor de waarde van de camera meer dan verdubbelde nadat ik de film erin gestopt had. Het laden van film in een rigid body packfilm camera is heel simpel: Je haalt de klem eraf, opent de achterkant, duwt het pakje film erin, sluit de camera weer met de klem en trekt de zwarte beschermende folie eruit. Klaar!

Het nemen van een foto stelt ook niet heel veel voor. Zet het plastic schuifje op ISO 75 want ook al is FP-100c stiekem ISO 100, dat verschil merk je toch niet. Gok de afstand van jou tot je onderwerp, stel dat op de lens in en druk op de sluiter. Klik. Het witte papieren tabje aan de zijkant van de camera zit altijd vast aan de net genomen foto, als je daar aan trekt komt die foto uit de opening ernaast rollen. Tada! Stiekem blijkt dat treksysteem trouwens echt ontzettend ingenieus te zijn, maar daar merk je als gebruiker verder heel weinig van. En dat zijn natuurlijk de beste uitvindingen.

Het eerste boeiende onderwerp wat ik vanaf de fotowinkel tegenkwam was de Tivoli Vredenburg. Klik, trek, rol… en na twee minuten wachten – hoera voor de ingebouwde keukenwekker – mocht ik de foto opentrekken:

Eerste packfilm testfoto peelen...

En daar was ie dan, m’n eerste packfilm foto van de gevel van de nieuwe Tivoli:

Tada! Packfilm picca van de Tivoli Vredenburg ????

Wat me meteen opviel was hoe anders deze ervaring was dan de eerste keer dat ik schoot met Impossible film in mijn Polaroid SX-70. Het grote verschil? Dit spul werkt wel goed.

Ik wil niet lullig doen, want Impossible heeft natuurlijk ook een flinke kluif gehad aan het opnieuw maken van Polaroid’s integral formule met de chemicaliën die tegenwoordig nog verkrijgbaar zijn. Maar je merkt wel meteen dat Impossible’s chemische brouwsels eigenlijk in een soort permanente beta zitten, terwijl Fuji’s film al decennia lang in deze vorm geproduceerd wordt en precies werkt zoals het ooit bedoeld was.

Resultaat eerste pakje Polaroid packfilm!

M’n eerste pakje heb ik meteen opgeschoten en ik denk dat ik de komende tijd nog wat film ga bestellen. Ik vind de resultaten mooier dan de Impossible film die ik tot nu toe geprobeerd heb en het opentrekken een stuk leuker dan het half uur wachten tot de foto op een Impossible frame verschijnt. Ook de prijs bevalt beter: Impossible kost 2,50 euro per foto terwijl Fuji’s film maar 1 euro per foto kost. Nog steeds niet goedkoop, maar zeker niet het niveau kapitaalvernietiging waar Impossible voor staat.

FP100C-negative

Ook een leuk detail is dat de negatieven uit FP-100c film terug te halen zijn nadat de foto gemaakt is. Als je het overgebleven stuk film even laat opdrogen kun je met wat bleek en een beetje geduld de zwarte coating en de resterende chemische meuk eraf halen. Na het schoonmaken hou je een filmnegatief over met een gigantische 8,5×10,8 centimeter afmeting. Zelfs mijn medium format negatieven zijn maar 6×6 centimeter. Helaas blijft zo’n Colorpack verder een plastic speelgoedcamera, dus het is niet alsof er echt een ongekende wereld aan detail in het negatief verborgen zit, maar dit lijkt me supertof om mee te experimenteren.

Freelens camera

Misschien is dat ook een goede motivatie om op zoek te gaan naar een betere packfilm camera, want als ik ‘m vaker ga gebruiken zullen de limitaties van de plastic fantastic me vast snel tegenstaan. Optisch gezien hebben de betere modellen een glazen lens, wat voor beduidend scherpere foto’s zou moeten zorgen – dan wordt zo’n 8,5×10,8 negatief wat je in kunt scannen opeens wel boeiend. Met uitzondering van de rigid body Colorpack II zat die glazen lens alleen in een aantal vouwende modellen. Een goed overzicht van de Polaroid modelnummers en bijbehorende uitvoering kun je hier vinden. De mooiste zijn de volledig metalen modellen met Zeiss Ikon rangefinders – de 250, 350, 360 en 450 types – maar daar wordt ook meteen de hoofdprijs voor gevraagd. De iets lagere modellen met Polaroid’s eigen rangefinder, zoals de 240, 340 en 440, zijn vaak slechts een fractie van de prijs van de Zeiss versies. Hmmm… Tijd om eBay maar weer eens af te zoeken!

Toshiba Flashair II en Shuttersnitch op een iPad

Hoe je ‘bijna’ instant foto’s van je camera kunt previewen op de iPad…

Bij tethering gebruik je jouw camera met een kabel verbonden aan een computer, zodat je meteen de foto die je net geschoten hebt kunt zien op een groot scherm. Zo’n instant preview is een stuk handiger dan achterop je camera kijken en hopen dat het uiteindelijk een beetje lijkt op wat het kleine schermpje laat zien.

Tethered Shooting

Het probleem van tetheren is natuurlijk ook meteen duidelijk: je zit met een kabel vast aan een computer. Als je een laptop hebt en een hele lange kabel valt daar nog wat voor te zeggen, maar het wordt toch lastig om een iMac mee te slepen naar een fotoshoot buiten.

Maar daar is nu een interessant alternatief voor: de iPad app Shuttersnitch, in combinatie met een SD-kaart waar ook WiFi op zit. De iPad maakt dan verbinding met de WiFi van de SD-kaart, om op die manier foto’s vanaf de camera naar Shuttersnitch te sturen en daar te bekijken.

teardown

Een iPad had ik al en Shuttersnitch was met één klik in de appstore gekocht – wel een prijzige app (€16,99) – dus het enige wat ik nog nodig had was zo’n SD-kaart. Er zijn een aantal verschillende merken beschikbaar, waaronder de Eye-Fi, PQI Air, Transcend Wifi, Trek Flu, Toshiba Flashair en de ezShare WiFi. Mijn lijstje met eisen was simpel:

  • Minstens 16gb opslagruimte
  • Minstens class 10 snelheid
  • Geen problemen met Magic Lantern (een alternatieve firmware voor Canon camera’s)
  • Geen problemen met Shuttersnitch
  • Laagst mogelijke prijs

toshiba-flashair-ii

Na een nachtje onderzoek kwam ik uit op de Toshiba Flashair II 16gb. Dit II model is in tegenstelling tot de oude I versie wel class 10, en omdat de nieuwe III is uitgekomen al voor 30 euro verkrijgbaar. Dat is een stuk goedkoper dan alle concurrenten (de Eye-Fi’s vallen overigens dubbel af omdat ze niet met Magic Lantern kunnen samenwerken). De Flashair heeft ook een eigen gratis iOS app, maar die wordt door iedereen afgeraden.

shuttersnitch

Het werkend krijgen van de combinatie van Flashair, iPad en Shuttersnitch bleek nog wel vrij lastig. Een aantal tips:

  • Update voor het eerste gebruik de firmware van de Flashair.
  • Om de iPad goed te laten verbinden met dit WiFi netwerk moet je enkele instellingen veranderen.
  • Stel bij Shuttersnitch in dat de app met een Flashair verbinding moet maken.
  • Stel je camera in om zowel in RAW (voor jou) als JPG (voor Shuttersnitch) op te slaan.
  • Zorg ervoor dat Shuttersnitch alleen de JPG bestanden opent, en niet de RAW, door de optie ‘Accept JPEGs only’ aan te zetten.
  • Laat je camera de JPG maken in de kleinste resolutie die je iPad-scherm vult. Op mijn Canon 60D bijvoorbeeld kies ik voor optie S2 (1920×1280) in plaats van L (5184×3456), omdat mijn iPad Mini maar een resolutie van 1024×768 heeft.
  • Om onduidelijke redenen sloeg mijn camera de foto’s op in een bestaande map van de Flashair, en de Flashair wou weer geen JPG’s versturen vanuit die map. Ik moest zelf op de computer een Canon style folderstructuur aanmaken op de Flashair om dat te verhelpen.

Een beetje gedoe, maar als het eenmaal werkt is het super simpel: aan het begin van een nieuwe shoot start je jouw camera. Na een aantal seconden is de Flashair dan ook opgestart en is er rondom de camera een nieuw WiFi netwerk aanwezig. Verbind je iPad met dit netwerk en open Shuttersnitch. Start in die app een nieuwe collectie voor deze shoot – als je niet in een collectie zit weigert de app foto’s te ontvangen. En voila: vanaf dat moment kun je foto’s schieten en ze vervolgens draadloos op de iPad bekijken. Met mijn instellingen zitten er zo’n 8 seconden tussen het schieten van de foto en het verschijnen ervan op de iPad.

Meteen een wireless preview van m'n dSLR pics op de iPad! Supervet.

Die 8 seconden was ik eigenlijk best teleurgesteld over – het is uiteindelijk nog best veel, en zeker niet zo ‘instant’ als bij bedrade tethering. Het zou ook alle snelheid uit een shoot halen, zeker als je modellen hebt, om steeds 8 seconden te moeten wachten voordat je de volgende foto schiet. Wat wel goed kan is in korte series schieten, om vervolgens op de iPad door een stuk of 20-30 foto’s te bladeren om te kijken of je globaal veranderingen wilt maken.

collection

Maar het zou ook heel goed kunnen dat je veel minder last hebt van die 8 seconden als je een nieuwere iPad bezit. Een groot deel van die tijdsduur lijkt namelijk niet besteed te worden aan de overdracht, maar aan een aantal berekeningen die de iPad moet uitvoeren voordat de foto getoond wordt. Mijn iPad Mini loopt ondertussen al aardig achter met slechts een A5 (dualcore 1ghz) processor, terwijl de nieuwste Air2 een A8X (triplecore 1,5ghz) heeft. Een snellere berekening zou betekenen dat de foto ook veel sneller getoond wordt – al kan het retina scherm van de Air2 weer grotere JPG’s aan, die er weer langer over doen om verstuurd te worden. Alsnog lijkt het me de moeite van het testen waard.

benchmark

Niet alleen op de iPad moet je wachten, ook op de computer is de Flashair geen snelheidsduivel. Het class systeem voor SD-kaarten is een soort minimumspecificatie: het getal is het aantal MB per seconde dat de kaart minstens aan kan. Class 10 is daarom minstens 10MB per seconde lezen en schrijven. Maar officieel gaan die classes niet verder dan 10, terwijl iedereen al veel snellere kaarten maakt. Mijn normale SD-kaarten, de Sandisk Extreme III’s, kunnen volgens de fabrikant 45MB per seconde halen. De Flashair is volgens verschillende benchmarks wel een class 10 (al is niet elke review het daar mee eens) maar op z’n best nog niet eens half zo snel als m’n Extremes. Dat merk je meteen wanneer je de Flashair direct in je computer plugt om de RAWs te importeren; Lightroom doet er vergeleken met de Extremes 2 tot 3 keer zo lang over.

IMG_9872.jpg

Een van de eerste shoots die ik deed was de kamer van Aniek. Die had voor een advertentie goede foto’s nodig en die wou ik best voor haar maken. Een grote preview tijdens het schieten van dit soort foto’s blijkt extreem handig. Kleine ongewenste details kunnen gemist worden tijdens het aankleden van de ‘set’ en op het kleine scherm achterop de camera valt vaak ook niet alles op. Je kunt ongewenste elementen natuurlijk achteraf photoshoppen, maar het is handig als je met één zoombeweging op een iPad al meteen duidelijkheid kunt krijgen.

IMG_9820.jpg

Dus voor product- en huisfotografie, of andere projectjes waar niemand anders bij aanwezig is, maakt dat beetje vertraging op zich niet uit terwijl de combinatie wel veel voordeel oplevert. Maar wat als je te maken hebt met modellen? Ik heb ook drie shoots gehad waar ik deze combinatie juist met mensen heb gebruikt. Eerst waren er twee profielfoto shoots, voor Thomas en voor Anneke.

thomas

Bij Thomas werd de iPad vooral gebruikt om tijdens de shoot een indruk te krijgen van de voortgang. De iPad lag tussen ons in, op de grond, zodat we allebei tijdens het schieten de foto’s konden bekijken. Voor mij handig om op een groot scherm om de zoveel tijd mijn belichting te checken, voor hem goed om on-the-go een beeld te krijgen van zijn pose en look. Maar we stopten dus niet na elke foto de shoot om te kijken hoe die foto geworden was.

Voor Anneke was de iPad handig, omdat ze na de shoot meteen een selectie kon maken van foto’s die ze mooi vond en nabewerkt wou zien. Shuttersnitch heeft een simpel 1-tot-5 sterren systeem waarmee je elke foto kunt beoordelen en afgekeurde foto’s meteen al in de app wegfiltert. Via de SnitchSync plugin – die ik overigens pas na deze shoot ontdekte en nog niet zelf geprobeerd heb – kun je deze sterretjes vervolgens automatisch in Lightroom importeren. Superhandig. Hier kwam de iPad dus aan het eind van de shoot pas aan bod, tijdens het nemen van de foto’s keken we er niet eens naar.

De laatste shoot was een theaterworkshop op locatie voor Buro Bis. Er was gevraagd om een aantal sessies in verschillende zalen in het pand te fotograferen. De iPad bleef daarbij de hele tijd op één plek bij m’n gear liggen, terwijl ik heen en weer rende om alle foto’s te nemen.

a-workshop-12

Hier kwam meteen een limitatie van deze oplossing om de hoek kijken. De SD-kaart heeft een miniscule antenne, die bij mij ook nog eens wordt omringd door een zware metalen camera. Het bereik van het WiFi netwerk is daardoor op z’n best een paar meter. Loop je iets te ver van de iPad vandaan, dan wordt de connectie verbroken. Op locatie is dat iets minder vervelend, want daar heb je waarschijnlijk geen andere netwerken op de iPad ingesteld en maakt de iPad automatisch weer contact zodra je terugloopt. Maar thuis is dat extra irritant: de iPad schakelt dan meteen over op je normale WiFi netwerk en maakt niet automatisch weer contact met je camera. Die moet je dan handmatig aanpassen. Bij het opnieuw maken van contact met de SD-kaart krijg je eerst van Shuttersnitch de vraag of je de in de tussentijd gemaakte foto’s ook nog wilt downloaden. Weer een handmatige stap, waarbij je dan ook staat te wachten tot alle missende foto’s zijn doorgestuurd voor je weer nieuwe foto’s kunt previewen.

Door dit probleem maakte ik tijdens deze workshop shoot eigenlijk nauwelijks gebruik van de iPad. Ook naderhand bleef de iPad ongebruikt, want er waren vele honderden foto’s geschoten. Veel van die foto’s waren onderbelicht door het gebrekkige licht op de locatie, maar dat zou prima naderhand op te lossen zijn in Lightroom. Nu nog die honderden foto’s importeren en nalopen om alles een beoordeling te geven zou dus niet alleen vervelend zijn, maar ook geen goede weergave geven van het uiteindelijke te verwachten resultaat.

We zijn er dus nog niet helemaal met deze combi. Al met al ben ik zeker overtuigd van het nut van een draadloze preview, maar ben vooral nog niet tevreden over de snelheid – zowel die van het draadloos schieten over WiFi, als die van direct kopiëren naar de computer. Misschien dat andere of nieuwere kaartjes sneller zijn, de Flashair II is natuurlijk al wat ouder. Maar volgens het persbericht van Toshiba over de III zijn er daar vooral in de interface en tools vernieuwingen aangebracht, niet in de hardware. Ik denk daarom dat deze oplossing vooral geschikt is voor de enthousiaste hobbyist, en het nog een tijdje zal duren voordat dit terecht komt in de workflow van een semi-pro.

PS. Als je wat technischer aangelegd bent kun je in plaats van de Flashair ook een Transcend WiFi kopen. Werkt hetzelfde met Shuttersnitch, maar dankzij vrij matige beveiliging zijn deze gehackt en leuk om mee te experimenteren. Ooit een webserver op een SD-kaart willen hebben? Nu kan het!

Yashica-A TLR camera

Een nieuwe, oude, aanwinst op fotografie gebied…

Mijn cameracollectie groeit de afgelopen jaren gestaag. Niet alleen met steeds nieuwere, luxere, digitale toestellen maar juist ook met oude analoge modelletjes. En kijk eens wat voor beauty ik afgelopen week gevonden heb…

IMG_7640.jpg

Een Yashica TLR! Ik had al langer besloten dat ik een TLR, een Twin Lens Reflex camera, aan de collectie wou toevoegen. Had me zelfs al een beetje dieper ingelezen op het onderwerp. Maar had ook verwacht dat ik maanden op marktplaats en eBay zou moeten stalken om iets betaalbaars te vinden. Ik had niet echt voorzien dat ik er nu zomaar één voor 25 euro in een vitrine van een willekeurige kringloop in Utrecht tegen zou komen. Meteen meegenomen natuurlijk.

IMG_7668.jpg

TLR camera’s vallen vooral op door hun aparte vormgeving – eigenlijk niets meer dan een doos met 2 lenzen. Dat puur functionele ontwerp, niet voorzien van enig modern ergonomisch inzicht, stamt nog uit de jaren ’20 van de vorige eeuw. De lenzen zijn identiek maar elk heeft een eigen doel: één lens waarmee jij de compositie van je foto kunt zien, en één lens waarmee de camera daadwerkelijk de foto neemt.

TLR-diagram

Voordat deze techniek ontwikkeld was kon een fotograaf namelijk niet tegelijk een foto nemen én zien wat er op de foto zou komen. De TLR zou later vervangen worden door de SLR – juist, Single Lens Reflex – die de spiegel omklapt zodat het beeld vanuit één enkele lens of naar de fotograaf, of naar de film wordt gestuurd. Maar voor z’n tijd was de TLR baanbrekend. Het doos-met-2-lenzen ontwerp stamt uit 1929 toen Rollei de Rolleiflex uitbracht, een model dat zo succesvol was dat andere bedrijven het ontwerp nog decennia imiteerden.

rollei3.5manua1

Zo ook Yashica. Vanaf het begin van de jaren ’50 maakten zij betaalbare Rollei klonen, vanaf het eind van dat decennium ook met een reputatie voor goed spul. Voor elk budget hadden ze wel een TLR die de beste prijs/kwaliteit verhouding had, vergeleken met de concurrentie. Mijn Yashica is een Yashica-A, volgens het serienummer uit februari 1958. De Yashica-A was het budgetmodel uit een serie waar ook de Yashica-B, -C en -D in zaten – okee, naamgeving was wat minder hun sterke punt. Er werd in de -A bezuinigd op de lens en een aantal handige features zoals een lichtmeter, waardoor deze modellen niet heel gewild zijn onder verzamelaars. De meest moderne Yashica TLR daarentegen, de Mat-124G, kan in goede staat nu nog steeds een paar honderd euro opleveren.

Ad

De Yashica gebruikt – net als alle andere TLR’s – een waist-level finder, een zoeker die je niet naar je oog toebrengt. In plaats daarvan hou je de camera op buikhoogte en kijk je van boven de camera in. Hier zit een groot matglas waar het beeld van de bovenste lens op geprojecteerd wordt. Dat matglas is groter dan de schermen die tegenwoordig op veel digitale camera’s zitten!

IMG_7699.jpg

Verrassend als je de zoeker voor het eerst gebruikt is de spiegeling – links en rechts zijn omgedraaid, waardoor je omgekeerd de camera moet bewegen om de compositie goed te krijgen. Daar wen je vanzelf aan, zegt iedereen online, maar in het begin is het nogal frustrerend. Om het beeld te zien moet je ook eerst de camera openklappen, de kwetsbare glazen zoeker wordt van boven beschermd door een metalen deksel.

IMG_7670.jpg

Ben je gewend aan een zoomknop op je moderne camera om te kijken of je goed gefocust hebt? Dat kon vroeger ook al, maar dan lekker analoog: er zit een vergrootglas verstopt in het deksel. Klap die over het glas en opeens kun je perfect zien of je goed zit.

IMG_7682.jpg

Verder is de bediening van de camera vrij simpel. Focussen doe je met een knop aan de rechterzijde van de camera. Door daaraan te draaien worden de lenzen verschoven en de focus verlegd naar een ander punt. Omdat de lenzen samen bewegen zie je in de zoeker ook altijd wat er op de uiteindelijke foto in focus zal zijn.

IMG_7663.jpg

Met een hendel onderaan de lens stel je het diafragma in, met een draairing op dezelfde lens de sluitertijd. Een hendel boven de lens windt de veer op die de sluiter mechanisch laat afgaan. Eén druk op de knop, onder in de hoek, en je foto is genomen.

IMG_7658.jpg

Dit model rolt niet automatisch voor je de film op. Om de volgende foto niet over hetzelfde stuk film te nemen moet je daarom met een andere knop aan de rechterkant handmatig de film doordraaien, totdat je in een venster achterop het volgende nummertje te zien krijgt. Als je overigens into lomografie bent kan het soms juist heel leuk zijn om niet door te draaien, maar te kijken wat er gebeurt als je meerdere foto’s combineert…

IMG_7666.jpg

Als film gebruikt de Yashica-A gebruikt medium, een verzamelnaam voor een aantal formaten film die gangbaar waren voordat we 35mm filmrolletjes hadden uitgevonden. Het mooie van medium is dat het een veel groter oppervlak heeft dan die 35mm rolletjes. Hoe groter je film – of tegenwoordig je digitale sensor – hoe meer detail je kunt vangen in je foto. Om je een idee te geven vergelijkt Wikipedia hier de oppervlakte van één type medium film met een aantal andere formaten:

35mm-vs-645-film-actual-size2

Full-frame is dezelfde grootte als een standaard 35mm filmrolletje, en dezelfde grootte die tegenwoordig in professionele digitale camera’s gebruikt wordt. Een crop-sensor zoals APS-C zit in de duurdere consumenten camera’s. En dat kleine vierkantje rechts onderin is wat er in de gemiddelde smartphone (of goedkope point&shoot!) wordt gestopt… Medium format film is daarom nog lange tijd de standaard geweest voor serieuze studiofotografie, en sommige pro’s zweren nu nog steeds bij (verschrikkelijk dure) digitale camera’s met een medium sensor.

De Yashica-A gebruikt niet het 6×4.5cm formaat uit het diagram, maar het nog grotere 6×6 formaat (en de originele inspiratie voor Instagram’s vierkante foto’s). Daarmee passen er 12 foto’s op een rolletje, en bij ‘rolletje’ moet je nu zeker niet teveel voorstellen. Het is geen lichtdicht geheel zoals je gewend bent van 35mm rolletjes; een rolletje 120 is niet meer dan een lange strip film om een crappy spoel van willekeurig materiaal gewonden. Als je alle foto’s geschoten hebt moet je heel voorzichtig de spoel opwinden en uit de camera halen zonder hem bloot te stellen aan licht.

120spools

Flink oldschool dus. 120 film is online en bij speciaalzaken nog prima verkrijgbaar, al kent niemand het verder meer. Je kunt het zelfs nog laten ontwikkelen bij de HEMA – die sturen alle rolletjes op naar een fotolab en doen er zelfs niks meer aan – maar dan moet je niks aan de baliemedewerkers vragen, want die hebben geen flauw idee wat je doet of wilt. Ik heb net 2 rolletjes gehaald en ga komende week eens experimenteren met de Yashica … ben erg benieuwd!

Polaroid SX-70 camera

Het begin van mijn vintage camera collectie: de mooiste Polaroid camera ooit gemaakt…

“Ik denk dat ik wat oude fotocamera’s wil verzamelen,” vertelde ik m’n pa. Ik zag op Tumblr en Pinterest aan de lopende band de gaafste foto’s gemaakt met oude filmcamera’s. En stiekem waren de camera’s zelf natuurlijk ook een stuk aantrekkelijker vormgegeven dan de moderne digitale modellen. De hipster in mij was hooked. “Eerst wat goedkope, om ook weer even te wennen aan film schieten. En dan langzaam omhoog werken naar het dure spul. Een Rollei TLR, een Leica M rangefinder. Ooit een Hasselblad als ik echt teveel geld heb. Maar eerst ga ik beginnen met een Polaroid SX-70, want die zijn vet.”

“Oh,” antwoordde hij, “je bedoelt die hele platte Polaroid? Die je helemaal moet openvouwen voordat je een foto kunt nemen?”

sx70

Dat was exact het model dat ik bedoelde.

“Die heb ik hier nog wel ergens in een kast liggen hoor.”

En zo had ik opeens een Polaroid SX-70.

De SX-70 is zo ongeveer de coolste Polaroid camera ooit. Iedereen kent hun latere boxcamera’s wel uit jaren ’80 films, maar dat waren best grote en lompe apparaten. De veel dunnere, en veel duurdere, SX-70 was het allereerste model waar ze de Polaroid integral techniek in gebruikten. Het doel was om toen al te maken waar we nu in onze smartphones aan gewend zijn: een camera die zo compact is dat je hem altijd bij je kunt hebben, en waar je meteen de resultaten van kunt zien zonder lastig te moeten doen met rolletjes of negatieven.

Om dat compacte, vouwende concept werkelijkheid te maken moest er een heel systeem van lenzen en spiegels aan de binnenkant ontworpen worden. Je waardeert niet hoe elegant dit ontwerp was tot je de visuele uitleg in de originele handleidingsvideo gezien hebt:

(deze video werd overigens gemaakt door Charles en Ray Eames, beroemde ontwerpers die iedereen kent van hun Lounge Chair)

Mijn ouders kregen deze SX-70, een Alpha 1 model met zwart leer en branding van de Duitse Revue winkel, als cadeau tijdens hun bruiloft. M’n moeder wist me zelfs nog te vertellen dat toen ik geboren werd mijn pa het hele ziekenhuis rondging met een Polaroid baby-foto die hij met deze camera had gemaakt. Maar al snel kochten ze toch camera’s die op de veel goedkopere 35mm rolletjes werkten en verdween de Polaroid in een kast.

IMG_7515.jpg

Nadat we de camera terugvonden – een zoektocht die ook niet probleemloos verliep, want vind maar eens iets wat je 25 jaar geleden ooit opgeborgen hebt – kreeg ik een AH-tas vol met oude Polaroid spullen mee. In die tas lag zelfs nog een flashbar en een oud pakje Time-Zero film in originele verpakking. De film zelf was onbruikbaar, chemisch allang verlopen en de batterij al jaren leeg. Maar het nostalgische gevoel van Polaroid’s simpele maar effectieve design op de verpakking warmt het hart van elke ontwerper.

Oldschool vondst bij ouders: origineel pakje Polaroid SX70 film!

De flashbar is al helemaal een fossiel wat niemand zich meer kan voorstellen. Voordat de flitser zoals we ‘m nu kennen bestond had je deze weggooi-units: een strip met tien lampjes, vijf aan elke kant, die bovenop een camera geplugd werd. Bij elke foto knalde één van de lampjes in een felle flits zichzelf kapot. Na vijf foto’s draaide je de bar om, en na tien foto’s was hij op en moest je weer een nieuwe op de camera plaatsen. Deze mate van verspilling geeft zelfs mij koude rillingen.

flashbar

Polaroid maakt al sinds 2006 geen film meer, maar The Impossible Project is door oudwerknemers van Polaroid opgestart om dat gat te vullen. Helaas zijn de chemicaliën die door Polaroid gebruikt werden niet meer verkrijgbaar in de hoeveelheden die zij nodig hebben, waardoor ze de afgelopen jaren bezig zijn geweest met het ontwikkelen van alternatieve formules. Die zijn nog niet even goed als het origineel, waardoor de nieuwste kleurenfilm bijvoorbeeld drie kwartier nodig heeft om te ontwikkelen. Dat is toch net even anders dan de instant shake-it waar Outkast had over had.

Het spul is ook duur. 20 euro voor 8 foto’s; omgerekend 2,50 euro voor één foto. Dat tikt snel aan. Soms heb je wel aanbiedingen – ik heb toevallig net voor nog geen 50 euro 6 pakjes aan B-kwaliteit film gekocht bij hun summer sale – maar die zijn schaars. Ik stopte dus met enige huivering mijn allereerste eerste pakje film in het apparaat.

Dat ging… niet zo goed.

De 25 jaar dat de camera in een kast had gelegen had niks kapot gemaakt, maar alles zat wel een beetje vast. De rollers, die tegelijkertijd de chemicaliën om de foto te ontwikkelen egaal verspreiden en hem uit de camera duwen, wilden niet lekker draaien en de foto’s bleven steeds half in de camera hangen. Mijn eerste pakje film later had ik acht mislukte foto’s en nog steeds geen werkende rollers. Elke nieuwe foto kwam wel steeds verder uit de camera, dus er was vooruitgang, maar we waren er nog niet. Nog een pakje film erin gooien zou me weer 20 euro kosten, en dan had ik nog steeds geen enkele foto gemaakt.

Toen had ik een geniaal idee. Als ik de mislukte foto’s nou terug in hun pakje duwde en dat weer in de camera stopte! Dan kon ik die steeds opnieuw blijven leegschieten totdat de rollers weer goed werkten.

sx70cameras

Niet zo geniaal dus. Polaroids vinden het namelijk niet tof om meerdere keren door die rollers geduwd te worden. De ingebouwde zakjes chemicaliën in elke frame zijn ook niet gemaakt om die druk meer dan één keer aan te kunnen. Toen ik het pakje film er voor de tweede keer doorheen klikte werd ik dan ook verrast door een plakkerige, paars-witte substantie die over alle frames gesmeerd was. De zakjes chemicaliën waren geknapt en door de rollers zelfs helemaal uit de foto’s geperst. Niet alleen de foto’s, maar ook de binnenkant van de camera zat er daardoor helemaal onder.

Die laatste foto kwam er wel, ondanks de zooi en plakkerigheid, volledig op eigen kracht uit. Dat maakte alsnog de twee uur goed die ik daarna bezig was om de rollers en andere stukken van de binnenkant schoon te maken waar alle chemische troep op zat :)

Een makkelijk begin van een vintage camera collectie dus – en ontzettend goedkoop, als je bedenkt dat een gerestaureerd model uit een winkel tegen de 300 euro kan kosten. Nu eens op zoek naar een Rollei of een Leica… of een Hasselblad… :D

Credits: animated GIFS, Photojojo

Canon 100mm macro vs DIY macro, test 1

How looooow can you gooooo…

Ik schiet vrij regelmatig macrofoto’s – voornamelijk van horloges, zoals iedereen ondertussen al weet – maar heb dat eigenlijk altijd nogal houtje-touwtje gedaan. Echte macrolenzen zijn duur en op zich zijn er zat DIY manieren om een vergelijkbaar effect met goedkope technieken te bereiken. Van alles wat ik heb uitgeprobeerd zijn extension tubes (tussenringen) en de aangepaste kitlens de twee technieken die ik heb gehouden.

Maar het blijft toch een beetje aan je vreten, dat gevoel dat je betere foto’s zou schieten als je een echte macro lens zou gebruiken. Toevallig heeft een vriendin een Canon 100mm f/2.8 macro lens die ik even kon lenen, om te zien of mijn DIY oplossingen het nou zo slecht deden. En dat viel me alleszins mee…

Een eerste, snelle test die ik gisteren even heb gedaan:

Het te fotograferen onderwerp, uurwerk van een van mijn mechanische horloges. Horloge is 39mm breed, kroon niet meegeteld. Foto’s zijn in Lightroom ongeveer even licht gemaakt maar verder niet bewerkt:
Macro lens test - 18-55mm kitlens, maximal zoom / entire watch
Foto’s genomen op 1/200, f/22, ISO aangepast per lens om de belichting in hetzelfde bereik te krijgen.

Maximaal macro met de Canon 100mm macrolens:
Macro lens test - 100mm macrolens, maximal zoom / closest focus

Maximaal macro met de 18-55mm kitlens met extension tubes:
Macro lens test - 18-55mm kitlens, with 31mm+13mm tube, maximal zoom

Maximaal macro met de omgebouwde 28-80mm kitlens:
Macro lens test - 28-80mm modified kitlens, maximal zoom

Hee, dat valt tegen. Zoveel vergroting levert die 100mm Canon dus helemaal niet op. Er is wel beduidend meer in focus bij de 100mm Canon, want de afstand tot het onderwerp is veel groter (ongeveer 30 centimer) vergeleken met de DIY oplossingen (ongeveer 3 centimeter). Dat alleen zou in bepaalde gevallen het geld voor zo’n lens waard kunnen zijn. En ik moet nog even een serieuze check van de kwaliteit van de foto doen, want die macro lens is van binnen ongetwijfeld wel een stuk beter dan zo’n goedkoop bijgeleverd kitlensje. Maar toch… ik kan nou niet zeggen dat ik het tienvoudige prijsverschil van de Canon lens meteen voel als ik de foto’s zo snel vergelijk.

Vooral de autofocus, waar ik eigenlijk het meeste van verwachte, vond ik erg teleurstellend tijdens deze test. Met mijn oplossingen moet je handmatig focussen door de hele camera heen en weer te bewegen; zo’n macrolens behoudt gewoon het nette autofocus systeem. Maar bij deze test moest ik steeds maar wachten tot de lens z’n focus gevonden had, en dat kon soms echt meerdere cycli duren. Dan was je weer een halve minuut verder, terwijl ik handmatig binnen 3 seconden de shot al had. Dat is niet helemaal een eerlijke vergelijking – ik ben na al die jaren erg gewend geraakt aan handmatig focussen, maar als n00b deed ik er nog minuten over. Toch was het niet echt de oplossing waar ik op gehoopt had.

Maar stel nou dat we die extension tubes ook op de 100mm Canon zetten?

Macro lens test - 100mm macrolens with 31mm+13mm tubes, maximal zoom / closest focus

Dat is nog steeds niet evenveel vergroting als de 28-80mm zonder tubes.

En wat als we dan op de 28-80mm deze tubes zetten?

IMG_9362.jpg

Damn. Dat is best dichtbij.

Ik kan me voorstellen dat zo’n uurwerkdetail wat abstract is, omdat niemand weet hoe groot dat in het echt is, maar het puntje van een potlood ziet er met zo’n tube/lens combinatie zo uit:

Pencil tip macro

Not too bad dus. We zitten nog niet in MP-E gebied, maar we komen een heel eind in de buurt…

Ik ga nog even wat meer uitproberen. Meer inhoudelijke tests van de 100mm Canon versus de DIY oplossingen volgen nog!

Goedkope softbox: de zoektocht begint

Jaren geleden begon ik aan Strobist fotografie – foto’s maken met losse kleine flitsers ter ondersteuning – en kocht ik het standaard basispakket met een lichtparaplu. De paraplu maakt het licht van een flitser zachter en verspreidt het egaler, waardoor het natuurlijk overkomt. Dit is mijn plu bijvoorbeeld tijdens een shoot voor de verenigingsalmanak:
Greed - setup shot

En dat leverde deze foto op:
Seven Deadly Sins - Greed

Het nadeel van paraplu’s is dat ze eigenlijk helemaal geen controle hebben. Dat zachte egale licht gaat alle kanten op en is bijna niet te richten. Ik wil daarom al jaren een softbox hebben, die net als de paraplu zacht egaal licht oplevert maar dat vanuit een afgesloten doos doet. Het licht uit zo’n softbox is daardoor veel beter onder controle te houden.

softboxes

Alleen zijn die dingen dus echt verschrikkelijk duur. De twee populairste types die geschikt zijn voor Strobist fotografie zijn de Westcott Apollo en de Lastolite Ezybox. Ze zijn allebei licht, inklapbaar en makkelijk mee te nemen maar werken toch net anders:

westcottlastolite

De Apollo klapt uit als een paraplu en wordt aan de binnenkant met de steel op een statief vastgezet. Omdat je flits ook bovenop dat statief zit wordt die vervolgens opgesloten in de softbox. Dat maakt het aanpassen van de hoek of het instellen van je flits een stuk lastiger, want daarvoor moet je de softbox weer openmaken.

Dat probleem heb je niet bij de Ezybox. In plaats van een paraplu gebruikt de Ezybox een geveerd frame, vergelijkbaar met dat van een werptentje. Door de Ezybox uit zijn verpakking te halen klapt hij haast vanzelf open. De flitser wordt aan de achterkant van de softbox gemonteerd en dat geheel wordt op een statief gezet. Zo kun je altijd de flitser nog instellen of de hoek aanpassen.

Wat kosten deze speeltjes dan? In Nederland betaal je voor een 70cm Apollo 139 euro en voor een 60cm Ezybox 189 euro, beiden exclusief verzendkosten. Dat is toch flink buiten budget, vooral als je nog niet weet welk van de twee systemen je het fijnst vindt. Op zoek naar de goedkope alternatieven!

Online kom je op de fotografiefora namen als de Cowboy QuickSetup en de Cheetah Qbox tegen, maar deze blijken niet buiten Amerika verkocht te worden. Binnen Europa lijken er helemaal geen merken te zijn die zich op dit gebied begeven. Dus dan komen we natuurlijk weer uit in China. Op favoriete gadgetsite DealExtreme heb je voor de Apollo stijl bijvoorbeeld een 70cm softbox of een 80cm octabox variant, die voor respectievelijk 20 en 21 euro inclusief verzendkosten jouw kant op komen. Geen geld dus.

dxsoftbox

Voor de Ezybox is het iets lastiger om een goedkope variant te vinden, de meeste vergelijkbare modellen die online verkocht worden gebruiken namelijk een Bowens mount. Die is bedoeld voor studio flitsers, terwijl wij voor onze flitsers juist een L adapter zoeken. Uiteindelijk vond ik een geschikte merkloze 60cm softbox van eBay shop foto4easy, voor zo’n 27 euro inclusief verzendkosten. Mocht je zo’n eBay shop niet aandurven kun je in Nederland bij Foto Konijnenberg de 60cm Jinbei E60 oppikken voor 55 euro met verzending, maar volgens mij is dat exact hetzelfde ding.

foto4easy

En zoals altijd ga ik nu lekker proefkonijn spelen :D

Voor een beetje variatie in de aankopen heb ik een 80cm octabox bij DealExtreme besteld, om die te vergelijken met de 60cm softbox van foto4easy. Het kan nog weken duren voordat het spul binnen is, maar verwacht een deel 2 met tests en foto’s!

Header photo credit: Conor Keller

Hampden Wm. McKinley zakhorloge

Zeven maanden geleden kocht ik via een horlogeforum een aantal klokjes, waaronder een antiek zakhorloge dat ik in een onduidelijke verzamelfoto had zien liggen. Zelfs in die onscherpe waas zag ik dat het uurwerk verrassend mooi was afgewerkt. De verkoper wist er eigenlijk niks over maar wou hem zonder problemen toevoegen aan de deal. Je kon het horloge nog wel opwinden, vertelde hij, maar het glas was kapot en het lukte niet om de tijd te verstellen. Daarnaast dacht hij dat het balanswiel gebroken was, omdat er een gat in zat. Het zakhorloge was volgens hem hoogstens als bron voor reserve-onderdelen geschikt.

IMG_9071.jpg

Bij het ontvangen van het pakket pakte ik meteen het zakhorloge eruit. Het zag er goed uit – de plaat was niet beschadigd, de wijzers nog recht, de binnenkant was inderdaad prachtig versierd. Ik begon te googlen naar alle namen en serienummers die ik erop kon vinden. Het uurwerk bleek uit de Amerikaanse Hampden fabriek te komen, gehuld in een kast van de Dueber fabriek. Volgens een blog over de historie van deze twee bedrijven weigerde de eigenaar van Dueber destijds om mee te doen aan de ‘watch trust’, een prijskartel van fabrikanten van zakhorloge onderdelen. Zonder lid te zijn van de trust kreeg hij geen uurwerken meer, maar zijn oplossing was simpel: hij kocht gewoon de hele Hampden uurwerkfabriek. Sindsdien kon je volledige Dueber-Hampden zakhorloges kopen.

IMG_9062.jpg

De handtekening Wm. McKinley op het uurwerk was van William McKinley, een Amerikaanse president die goed bevriend was met de eigenaar van Dueber. McKinley werd in 1901 door een boze anarchist doodgeschoten en vervolgens begraven in Canton, dezelfde stad waar Hampden gevestigd was. Als eerbetoon werd het uurwerk wat Hampden het jaar daarop ontwikkelde naar hem vernoemd. Volgens het serienummer op het uurwerk was dit horloge in 1903 gemaakt – al meer dan 100 jaar oud! Ik kwam zelfs een advertentie voor dit zakhorloge uit dat jaar tegen.

IMG_9054.jpg

Het gat in het balanswiel waar de verkoper het over had – in de volgende foto rechtsboven op het bovenste wiel te zien – bleek geen defect, maar juist zo bedoeld. Deze speciale methode om balanswielen te maken zorgt ervoor dat ze minder gevoelig worden voor temperatuurverschillen, waarbij het metaal uitzet of inkrimpt.

IMG_9041.jpg

Ook het niet kunnen verzetten van de tijd bleek geen probleem te zijn. Dit is een zakhorloge dat gemaakt was naar ‘railroad standard’ specificaties. Deze specs waren bedacht voor zakhorloges die door conducteurs en machinisten werden gebruikt, nadat onnauwkeurige zakhorloges eerder hadden geleid tot treinongelukken met vele doden. Het voor- of achterlopen van een zakhorloge betekende in die tijd dat er onverwacht toch een trein op jouw spoor kon zitten…

Eén van de eisen was daarom dat het zakhorloge ook niet per ongeluk versteld kon worden. Bij een normaal zakhorloge kun je tijdens het opwinden de kroon onbedoeld iets opzij duwen en daarmee de tijd veranderen. Bij deze railroad zakhorloges moet eerst een klein hendeltje, in de volgende foto onderin te zien, omgezet worden. Dit hendeltje schakelt de kroon tussen het opwinden en het instellen van de tijd. De verkoper wist simpelweg niet van het bestaan van dat hendeltje af!

IMG_9063.jpg

Alles bij elkaar leek de schade dus mee te vallen. Het glas moest sowieso vervangen en het lang genegeerde uurwerk had ook wel wat aandacht nodig, maar het was niet zo hopeloos als de verkoper dacht. Ondanks een maandenlang verblijf bij de horlogemaker – die dankzij een verhuizing van zijn juwelierszaak andere dingen aan z’n hoofd had – was er enkel een nieuw glas en een reparatie van de minutenpijp nodig. Een eerdere reparatie had meer kwaad dan goed gedaan en de minutenwijzer bleef niet goed op z’n plek zitten. Met een beetje creativiteit zorgde de horlogemaker ervoor dat de wijzer nu om een ander deel van de pijp vastklemde. Afgelopen week haalde ik het zakhorloge dan eindelijk op en nu tikt het weer blij op mijn bureau.

IMG_9010.jpg

Fraai speelgoed dus! Een verbazingwekkend stukje vakmanschap om te zien, zo’n zakhorloge dat 100 jaar nadat het gemaakt is nog steeds prima werkt. Ook de afwerking is prachtig, zeker als je bedenkt dat zulke gedetailleerde versiering destijds zorgvuldig met de hand werd aangebracht. Hij zal niet vaak gedragen worden, zo’n hipster ben ik nou ook weer niet, maar hij krijgt zeker een speciaal plekje in mijn collectie.

Update: Het zakhorloge heeft nu z’n plek in m’n horlogedoos verlaten en hangt nu in de woonkamer aan een standaard!
Aankopen die je mss niet ècht nodig had: Zakhorloge standaard

‘Nieuwe’ 350d/M42 street photography cam

Het is een projectje zoals ik ze wel vaker heb – raar idee, impulsaankoop, beetje spijt, hoop cognitieve dissonantie – maar het verschil is dat die projectjes meestal in de prullenbak eindigen. Deze zit tot nu toe elke dag in m’n tas.

Men neme…

… een 8 jaar oude Canon 350d dSLR
… een 40 jaar oude Industar 50-2 50mm f/3.5 pancake lens met M42 mount
… een M42 naar Canon EF adapter ring
… een split prism focusscherm van eBay
… beetje Sugru, beetje ducttape

En dan krijg je dit. Mijn nieuwe (oude) straatfotografie camera.

Modded 350d streetphotography cam

Sinds ik een Canon 60d heb lag de 350d ongebruikt in de kast. Zogenaamd als ‘backup body’, maar dat was onzin want die heb ik nooit nodig. Daarom zat ik al langer te bedenken wat ik voor leuks met deze camera kon doen.

Een van de dingen waar ik aan dacht was er een onopvallende straatfotografie camera van maken. Straat is iets wat me de laatste tijd fascineert en wat ik nog niet goed begrijp. Het zijn foto’s van wat er in het dagelijks leven om je heen gebeurt, vastgelegd zonder uitgebreide enscenering. Voor iemand die de afgelopen jaren voornamelijk bezig is geweest met DIY studio setups en voorbedachte fotoshoots is dat iets heel vreemds, het idee dat je in zo’n situatie niet de baas bent maar een toevallige omstander. Niet alle straatfotografie doet me dan ook echt wat, maar een klassieker zoals Robert Doisneau’s The Kiss zorgt ervoor dat ik het wel graag wil leren.

thekiss

De pro’s gebruiken toestellen die relatief klein en onopvallend zijn, maar toch een goede beeldkwaliteit opleveren – denk aan een Leica M9 of een Fujifilm X100s. Die zijn echter concreet buiten budget. Ik heb ook een kleine Canon S90 en natuurlijk ook mijn iPhone4S, maar als je een dSLR gewend bent is de beeldkwaliteit van beide weer vaak teleurstellend. Mijn eigen 60d met een 17-85 IS lens erop is gigantisch – dat valt teveel op als je foto’s van mensen neemt. De kleinere 350d zou met de juiste lens kunnen voldoen, maar lenzen zijn het probleem: voor een spiegelreflex allemaal vrij groot en lomp.

My Canon trio

Op zoek naar een oplossing ontdekte ik M42 lenzen: leuke, goedkope, oude lenzen die met een adapter ook op Canon camera’s passen. Ze zijn wel zo oud dat je ze handmatig moet instellen en focussen, maar ze werken prima en kosten juist door dat handmatige een schijntje. En dan specifiek de Industar 50-2, een oude Russische M42 lens die zeker niet groot en lomp is:

Industar 50-2 M42 lens

Het probleem van een lens die je handmatig focust op een moderne camera is dat er geen hulpmiddelen meer zijn om te focussen. Oude camera’s hadden bijvoorbeeld split prism schermen, waarbij de zoeker een optisch truukje gebruikte om je te helpen focussen. Hierbij moet je de twee helften van een cirkel in de zoeker op elkaar laten aansluiten door de focusring te draaien; als dat gebeurde was het object dat je in de cirkel zag in focus. Op eBay bleken zulke schermen nog steeds te koop voor moderne camera’s! Nu ziet het beeld door de camera er zo uit:

View through split prism focus screen on my 350d

Daarna was het nog een kwestie van met wat Sugru en ducttape de camera verder onopvallend maken. Aandacht trekkende witte of chromen merkjes en type-aanduiding zijn afgeplakt; ik ben vooral blij dat het opvallende Canon in wit net boven de lens nu weg is.

Ik heb al wat eerste testfoto’s geschoten en ben zelf erg onder de indruk hoe ragscherp ze zijn, ondanks de oude camera en de nog oudere lens. Een goed voorteken dus! Ik wil proberen zoveel mogelijk deze camera altijd mee te nemen, onderweg wat vaker stil te staan bij wat ik om me heen zie en daar foto’s van te schieten. Een nieuw fotografie projectje dus! Ik heb het meteen maar een eigen tumblr gegeven: Manual Apprehension.

En nu kijken of ik er wat moois mee kan schieten…

Vintage Huguenin Reparatie

Vorige zomer kocht ik een vintage Huguenin horloge; een goudkleurig mechanisch horloge dat als testcase diende voor een nog te kopen afstudeercadeau. Pluspunt: ik merkte meteen dat een horloge met een kleinere diameter en een gouden kast mij erg kon bekoren. Minpunt: Na een paar maanden begon het horloge heel slecht te lopen. Steeds vaker stond het uurwerk stil en moest je een ferme tik tegen het glas geven om hem weer op gang te krijgen.

Nu koste dit horloge me een paar tientjes, het uurloon van een echte horlogemaker is daar al een veelvoud van. Een mechanisch uurwerk servicen kost een paar uur, dus je snapt al waar het heen gaat – dat ging hem kostentechnisch niet echt worden. Gelukkig bood Peter me via een forum toen aan gratis een kijkje te nemen en de boel schoon te maken; hij had het eerste deel van de horlogemakersopleiding in Schoonhoven afgerond en vond het leuk om wat meer te kunnen oefenen. Dat hoef je me niet twee keer te zeggen!

Peter schoot meteen wat foto’s voor me, een paar highlights wil ik hier nog even aanstippen:

Eerste keer op de timegrapher, het apparaat dat de afwijking van een horloge meet. Het diagram hoort een rechte lijn te laten zien terwijl de amplitude rond de 270 ligt en de rate zo dicht mogelijk bij 0 staat – not quite. De beat error is zelfs zo groot dat er geen getal meer achter staat:
1

Een eerste kijkje nemen op het uurwerk. Dit blijkt een oud ETA 1100 uurwerk te zijn, wordt niet meer gemaakt:
2

Smerigheid op de plaat en in het uurwerk:
4
9

Opgedroogde olie op de jewels, die er juist voor moeten zorgen dat zij vrij kunnen draaien:
8

Waarschijnlijk ook niet echt waterdicht meer; rechts is het rubber wat erin zat en links wat erin hoort:
29

Kapotte hebel; het onderdeel wat ervoor zorgt dat er een ‘klik’ is tussen de stand van de kroon om op te winden en om de wijzers te verzetten. Deze kon gelukkig nog nabesteld worden:
6
22

Volledig gedemonteerd:
14

Close-up van de delicate radertjes:
13

Schoongemaakt, weer in elkaar gezet en aan het afstellen op de timegrapher:
20

Dat ziet er al een stuk beter uit:
23

Wijzertjes er weer op:
27

Terug in de kast:
30

En weer in mijn bezit op een gloednieuw 19mm Rios bandje:
Vintage Huguenin dresswatch, back from service

Bedankt voor alle moeite Peter! Ben er ontzettend blij mee :D