Gaggia Classic Espressomachine

Hoe dankzij twee vrienden de zoektocht naar het perfecte kopje espresso begonnen is…

Het is allemaal de schuld van Paul en Thijs. Vorig jaar kochten zij allebei espressomachines, van die flinke degelijke apparaten zoals je ze ook in een goed café ziet. Op mijn aanrecht stond nog steeds een Krups Nespresso apparaat, het goedkoopste model dat met kerst bijna gratis in je handen wordt geduwd om je maar aan die cups verslaafd te krijgen.

Tijdens een gezamenlijk weekendje Parijs kreeg ik van beide heren continu te horen dat ik als koffieverslaafde mijn mannelijkheid zo ongeveer mocht inleveren, omdat ik nog steeds die stomme cups dronk. Echte espresso komt voort uit met zorg geselecteerde, versgemalen bonen, die door bekwame handen worden aangedrukt om vervolgens onder optimale temperatuur en druk met de perfecte hoeveelheid water blablabla…

Dat lijkt voor buitenstaanders een vrij onzinnige discussie om te voeren, maar ik ben nogal beïnvloedbaar – en dat weten ze. Het idee dat ik iets minderwaardigs bezit, terwijl hoge klasse eigenlijk binnen handbereik is, bezorgt me meteen slapeloze nachten.

vibiemme

En zo zat ik opeens wekenlang mezelf in te lezen op espressomachines. Heat exchangers, E61 drukgroepen, boilers van messing, digitale PID’s, allemaal dingen waarvan ik nooit wist dat ik ze wou hebben maar waarvan het nu volledig zeker was dat mijn leven niet compleet zou zijn zonder. En toen ik midden in de nacht de specs van een Vibiemme Domobar Super zat door te bladeren, om die het liefst te combineren met een Mazzer Super Jolly maler, en dan ook nog een hele lijst aan andere accessoires verzameld had die absoluut nodig waren om een lekkere espresso te zetten… realiseerde ik me dat we het over meer dan 3000 euro aan gear hadden.

Eén reality check later ging ik op zoek naar een machine die beter bij mijn budget past.

gaggiaclassic

Aan de onderkant van de – volgens online puristen – lijst aan acceptabele espressomachines zit de Gaggia Classic. Deze machine, ontworpen in 1991 en sindsdien eigenlijk onveranderd, is een halfautomaat en kwalitatief goed maar zo kaal als het maar kan. Waar een volautomaat met één druk op de knop voor jou de bonen maalt en een kopje koffie zet moet je met een halfautomaat zelf de bonen malen, afmeten, aanstampen, in de machine zetten en de juiste hoeveelheid water erdoorheen laten lopen. De Classic doet ook niks voor jou om dat enigszins makkelijker te maken. De allergoedkoopste acceptabele optie, die meestal voor net onder de 300 euro te verkrijgen is. Hmmm. 300 euro is nog steeds niet echt goedkoop eigenlijk. Ik hou inderdaad zielsveel van koffie, maar is het me dat wel waard? Gelukkig hebben we marktplaats. Een weekje jagen later werd een bod van 75 euro geaccepteerd en was ik de bezitter van een tweedehandse Classic!

Maar ik was er nog niet. Met de Gaggia kun je al espresso zetten, maar als je dat met voorgemalen bonen doet had je net zo goed bij de Nespresso cups kunnen blijven. Want de puristen zeggen: bonen moeten vers gemalen worden en meteen gebruikt om geen smaak te verliezen. Gelukkig kon ik tegelijkertijd van een forumgenoot zijn oude, maar degelijke, maler overnemen. Top, want malers zijn net zo duur als (of zelf nog duurder dan) de espressomachines! Voor een vriendenprijsje was ik een Demoka M203 rijker en kon ik aan de slag.

Espresso machine setup

Helaas is goedkoop nog wel eens duurkoop. Na een paar eerste testkopjes te zetten besloot ik de Gaggia eens grondig schoon te maken. De buitenkant was geen probleem, de binnenkant daarentegen… Met een schroevendraaier en een imbus-sleuteltje trek je zonder moeite de kop waar het water uit komt van het apparaat en kun je zien wat erachter verscholen ligt. Ik wist dat daar best wel veel kalk- en koffieresten te vinden zouden zijn, dat is normaal, maar wat ik niet had verwacht was dat het aluminium half weggevroten was.

Ieuw. Ieuw ieuw ieuw. Brewgroup in de Gaggia vervangen.

Ieuw. Ieuw, ieuw, ieuw, ieuw, IEUW. Daar had ik dus al koffie uit gedronken. Waarschijnlijk was dit onderdeel in de afgelopen 10 jaar nog nooit schoongemaakt. Ik deed nog een laatste poging, maar het werd al snel duidelijk dat dit een verloren zaak was. De oude onderdelen gingen richting de vuilnisbak en een snel tripje naar de lokale espressomachine-boer later had ik een aantal nieuwe, zware, messing onderdelen gekocht die nooit zouden vergaan. Onderdelen die natuurlijk weer een stuk duurder waren dan de normale aluminium reserve-onderdelen.

So far, so good. Maar een schone machine en een maler zijn nog maar het beginpunt van deze queeste voor het perfecte kopje espresso. In een volgende blogpost zal ik jullie verblijden met alle andere accessoires die gekocht moesten worden, alleen maar omdat Paul en Thijs het niet konden laten om me te pesten over mijn Nespresso apparaat. Thanks guys. Mijn bankrekening haat jullie :D

Yashica-A TLR camera

Een nieuwe, oude, aanwinst op fotografie gebied…

Mijn cameracollectie groeit de afgelopen jaren gestaag. Niet alleen met steeds nieuwere, luxere, digitale toestellen maar juist ook met oude analoge modelletjes. En kijk eens wat voor beauty ik afgelopen week gevonden heb…

IMG_7640.jpg

Een Yashica TLR! Ik had al langer besloten dat ik een TLR, een Twin Lens Reflex camera, aan de collectie wou toevoegen. Had me zelfs al een beetje dieper ingelezen op het onderwerp. Maar had ook verwacht dat ik maanden op marktplaats en eBay zou moeten stalken om iets betaalbaars te vinden. Ik had niet echt voorzien dat ik er nu zomaar één voor 25 euro in een vitrine van een willekeurige kringloop in Utrecht tegen zou komen. Meteen meegenomen natuurlijk.

IMG_7668.jpg

TLR camera’s vallen vooral op door hun aparte vormgeving – eigenlijk niets meer dan een doos met 2 lenzen. Dat puur functionele ontwerp, niet voorzien van enig modern ergonomisch inzicht, stamt nog uit de jaren ’20 van de vorige eeuw. De lenzen zijn identiek maar elk heeft een eigen doel: één lens waarmee jij de compositie van je foto kunt zien, en één lens waarmee de camera daadwerkelijk de foto neemt.

TLR-diagram

Voordat deze techniek ontwikkeld was kon een fotograaf namelijk niet tegelijk een foto nemen én zien wat er op de foto zou komen. De TLR zou later vervangen worden door de SLR – juist, Single Lens Reflex – die de spiegel omklapt zodat het beeld vanuit één enkele lens of naar de fotograaf, of naar de film wordt gestuurd. Maar voor z’n tijd was de TLR baanbrekend. Het doos-met-2-lenzen ontwerp stamt uit 1929 toen Rollei de Rolleiflex uitbracht, een model dat zo succesvol was dat andere bedrijven het ontwerp nog decennia imiteerden.

rollei3.5manua1

Zo ook Yashica. Vanaf het begin van de jaren ’50 maakten zij betaalbare Rollei klonen, vanaf het eind van dat decennium ook met een reputatie voor goed spul. Voor elk budget hadden ze wel een TLR die de beste prijs/kwaliteit verhouding had, vergeleken met de concurrentie. Mijn Yashica is een Yashica-A, volgens het serienummer uit februari 1958. De Yashica-A was het budgetmodel uit een serie waar ook de Yashica-B, -C en -D in zaten – okee, naamgeving was wat minder hun sterke punt. Er werd in de -A bezuinigd op de lens en een aantal handige features zoals een lichtmeter, waardoor deze modellen niet heel gewild zijn onder verzamelaars. De meest moderne Yashica TLR daarentegen, de Mat-124G, kan in goede staat nu nog steeds een paar honderd euro opleveren.

Ad

De Yashica gebruikt – net als alle andere TLR’s – een waist-level finder, een zoeker die je niet naar je oog toebrengt. In plaats daarvan hou je de camera op buikhoogte en kijk je van boven de camera in. Hier zit een groot matglas waar het beeld van de bovenste lens op geprojecteerd wordt. Dat matglas is groter dan de schermen die tegenwoordig op veel digitale camera’s zitten!

IMG_7699.jpg

Verrassend als je de zoeker voor het eerst gebruikt is de spiegeling – links en rechts zijn omgedraaid, waardoor je omgekeerd de camera moet bewegen om de compositie goed te krijgen. Daar wen je vanzelf aan, zegt iedereen online, maar in het begin is het nogal frustrerend. Om het beeld te zien moet je ook eerst de camera openklappen, de kwetsbare glazen zoeker wordt van boven beschermd door een metalen deksel.

IMG_7670.jpg

Ben je gewend aan een zoomknop op je moderne camera om te kijken of je goed gefocust hebt? Dat kon vroeger ook al, maar dan lekker analoog: er zit een vergrootglas verstopt in het deksel. Klap die over het glas en opeens kun je perfect zien of je goed zit.

IMG_7682.jpg

Verder is de bediening van de camera vrij simpel. Focussen doe je met een knop aan de rechterzijde van de camera. Door daaraan te draaien worden de lenzen verschoven en de focus verlegd naar een ander punt. Omdat de lenzen samen bewegen zie je in de zoeker ook altijd wat er op de uiteindelijke foto in focus zal zijn.

IMG_7663.jpg

Met een hendel onderaan de lens stel je het diafragma in, met een draairing op dezelfde lens de sluitertijd. Een hendel boven de lens windt de veer op die de sluiter mechanisch laat afgaan. Eén druk op de knop, onder in de hoek, en je foto is genomen.

IMG_7658.jpg

Dit model rolt niet automatisch voor je de film op. Om de volgende foto niet over hetzelfde stuk film te nemen moet je daarom met een andere knop aan de rechterkant handmatig de film doordraaien, totdat je in een venster achterop het volgende nummertje te zien krijgt. Als je overigens into lomografie bent kan het soms juist heel leuk zijn om niet door te draaien, maar te kijken wat er gebeurt als je meerdere foto’s combineert…

IMG_7666.jpg

Als film gebruikt de Yashica-A gebruikt medium, een verzamelnaam voor een aantal formaten film die gangbaar waren voordat we 35mm filmrolletjes hadden uitgevonden. Het mooie van medium is dat het een veel groter oppervlak heeft dan die 35mm rolletjes. Hoe groter je film – of tegenwoordig je digitale sensor – hoe meer detail je kunt vangen in je foto. Om je een idee te geven vergelijkt Wikipedia hier de oppervlakte van één type medium film met een aantal andere formaten:

35mm-vs-645-film-actual-size2

Full-frame is dezelfde grootte als een standaard 35mm filmrolletje, en dezelfde grootte die tegenwoordig in professionele digitale camera’s gebruikt wordt. Een crop-sensor zoals APS-C zit in de duurdere consumenten camera’s. En dat kleine vierkantje rechts onderin is wat er in de gemiddelde smartphone (of goedkope point&shoot!) wordt gestopt… Medium format film is daarom nog lange tijd de standaard geweest voor serieuze studiofotografie, en sommige pro’s zweren nu nog steeds bij (verschrikkelijk dure) digitale camera’s met een medium sensor.

De Yashica-A gebruikt niet het 6×4.5cm formaat uit het diagram, maar het nog grotere 6×6 formaat (en de originele inspiratie voor Instagram’s vierkante foto’s). Daarmee passen er 12 foto’s op een rolletje, en bij ‘rolletje’ moet je nu zeker niet teveel voorstellen. Het is geen lichtdicht geheel zoals je gewend bent van 35mm rolletjes; een rolletje 120 is niet meer dan een lange strip film om een crappy spoel van willekeurig materiaal gewonden. Als je alle foto’s geschoten hebt moet je heel voorzichtig de spoel opwinden en uit de camera halen zonder hem bloot te stellen aan licht.

120spools

Flink oldschool dus. 120 film is online en bij speciaalzaken nog prima verkrijgbaar, al kent niemand het verder meer. Je kunt het zelfs nog laten ontwikkelen bij de HEMA – die sturen alle rolletjes op naar een fotolab en doen er zelfs niks meer aan – maar dan moet je niks aan de baliemedewerkers vragen, want die hebben geen flauw idee wat je doet of wilt. Ik heb net 2 rolletjes gehaald en ga komende week eens experimenteren met de Yashica … ben erg benieuwd!

Polaroid SX-70 camera

Het begin van mijn vintage camera collectie: de mooiste Polaroid camera ooit gemaakt…

“Ik denk dat ik wat oude fotocamera’s wil verzamelen,” vertelde ik m’n pa. Ik zag op Tumblr en Pinterest aan de lopende band de gaafste foto’s gemaakt met oude filmcamera’s. En stiekem waren de camera’s zelf natuurlijk ook een stuk aantrekkelijker vormgegeven dan de moderne digitale modellen. De hipster in mij was hooked. “Eerst wat goedkope, om ook weer even te wennen aan film schieten. En dan langzaam omhoog werken naar het dure spul. Een Rollei TLR, een Leica M rangefinder. Ooit een Hasselblad als ik echt teveel geld heb. Maar eerst ga ik beginnen met een Polaroid SX-70, want die zijn vet.”

“Oh,” antwoordde hij, “je bedoelt die hele platte Polaroid? Die je helemaal moet openvouwen voordat je een foto kunt nemen?”

sx70

Dat was exact het model dat ik bedoelde.

“Die heb ik hier nog wel ergens in een kast liggen hoor.”

En zo had ik opeens een Polaroid SX-70.

De SX-70 is zo ongeveer de coolste Polaroid camera ooit. Iedereen kent hun latere boxcamera’s wel uit jaren ’80 films, maar dat waren best grote en lompe apparaten. De veel dunnere, en veel duurdere, SX-70 was het allereerste model waar ze de Polaroid integral techniek in gebruikten. Het doel was om toen al te maken waar we nu in onze smartphones aan gewend zijn: een camera die zo compact is dat je hem altijd bij je kunt hebben, en waar je meteen de resultaten van kunt zien zonder lastig te moeten doen met rolletjes of negatieven.

Om dat compacte, vouwende concept werkelijkheid te maken moest er een heel systeem van lenzen en spiegels aan de binnenkant ontworpen worden. Je waardeert niet hoe elegant dit ontwerp was tot je de visuele uitleg in de originele handleidingsvideo gezien hebt:

(deze video werd overigens gemaakt door Charles en Ray Eames, beroemde ontwerpers die iedereen kent van hun Lounge Chair)

Mijn ouders kregen deze SX-70, een Alpha 1 model met zwart leer en branding van de Duitse Revue winkel, als cadeau tijdens hun bruiloft. M’n moeder wist me zelfs nog te vertellen dat toen ik geboren werd mijn pa het hele ziekenhuis rondging met een Polaroid baby-foto die hij met deze camera had gemaakt. Maar al snel kochten ze toch camera’s die op de veel goedkopere 35mm rolletjes werkten en verdween de Polaroid in een kast.

IMG_7515.jpg

Nadat we de camera terugvonden – een zoektocht die ook niet probleemloos verliep, want vind maar eens iets wat je 25 jaar geleden ooit opgeborgen hebt – kreeg ik een AH-tas vol met oude Polaroid spullen mee. In die tas lag zelfs nog een flashbar en een oud pakje Time-Zero film in originele verpakking. De film zelf was onbruikbaar, chemisch allang verlopen en de batterij al jaren leeg. Maar het nostalgische gevoel van Polaroid’s simpele maar effectieve design op de verpakking warmt het hart van elke ontwerper.

Oldschool vondst bij ouders: origineel pakje Polaroid SX70 film!

De flashbar is al helemaal een fossiel wat niemand zich meer kan voorstellen. Voordat de flitser zoals we ‘m nu kennen bestond had je deze weggooi-units: een strip met tien lampjes, vijf aan elke kant, die bovenop een camera geplugd werd. Bij elke foto knalde één van de lampjes in een felle flits zichzelf kapot. Na vijf foto’s draaide je de bar om, en na tien foto’s was hij op en moest je weer een nieuwe op de camera plaatsen. Deze mate van verspilling geeft zelfs mij koude rillingen.

flashbar

Polaroid maakt al sinds 2006 geen film meer, maar The Impossible Project is door oudwerknemers van Polaroid opgestart om dat gat te vullen. Helaas zijn de chemicaliën die door Polaroid gebruikt werden niet meer verkrijgbaar in de hoeveelheden die zij nodig hebben, waardoor ze de afgelopen jaren bezig zijn geweest met het ontwikkelen van alternatieve formules. Die zijn nog niet even goed als het origineel, waardoor de nieuwste kleurenfilm bijvoorbeeld drie kwartier nodig heeft om te ontwikkelen. Dat is toch net even anders dan de instant shake-it waar Outkast had over had.

Het spul is ook duur. 20 euro voor 8 foto’s; omgerekend 2,50 euro voor één foto. Dat tikt snel aan. Soms heb je wel aanbiedingen – ik heb toevallig net voor nog geen 50 euro 6 pakjes aan B-kwaliteit film gekocht bij hun summer sale – maar die zijn schaars. Ik stopte dus met enige huivering mijn allereerste eerste pakje film in het apparaat.

Dat ging… niet zo goed.

De 25 jaar dat de camera in een kast had gelegen had niks kapot gemaakt, maar alles zat wel een beetje vast. De rollers, die tegelijkertijd de chemicaliën om de foto te ontwikkelen egaal verspreiden en hem uit de camera duwen, wilden niet lekker draaien en de foto’s bleven steeds half in de camera hangen. Mijn eerste pakje film later had ik acht mislukte foto’s en nog steeds geen werkende rollers. Elke nieuwe foto kwam wel steeds verder uit de camera, dus er was vooruitgang, maar we waren er nog niet. Nog een pakje film erin gooien zou me weer 20 euro kosten, en dan had ik nog steeds geen enkele foto gemaakt.

Toen had ik een geniaal idee. Als ik de mislukte foto’s nou terug in hun pakje duwde en dat weer in de camera stopte! Dan kon ik die steeds opnieuw blijven leegschieten totdat de rollers weer goed werkten.

sx70cameras

Niet zo geniaal dus. Polaroids vinden het namelijk niet tof om meerdere keren door die rollers geduwd te worden. De ingebouwde zakjes chemicaliën in elke frame zijn ook niet gemaakt om die druk meer dan één keer aan te kunnen. Toen ik het pakje film er voor de tweede keer doorheen klikte werd ik dan ook verrast door een plakkerige, paars-witte substantie die over alle frames gesmeerd was. De zakjes chemicaliën waren geknapt en door de rollers zelfs helemaal uit de foto’s geperst. Niet alleen de foto’s, maar ook de binnenkant van de camera zat er daardoor helemaal onder.

Die laatste foto kwam er wel, ondanks de zooi en plakkerigheid, volledig op eigen kracht uit. Dat maakte alsnog de twee uur goed die ik daarna bezig was om de rollers en andere stukken van de binnenkant schoon te maken waar alle chemische troep op zat :)

Een makkelijk begin van een vintage camera collectie dus – en ontzettend goedkoop, als je bedenkt dat een gerestaureerd model uit een winkel tegen de 300 euro kan kosten. Nu eens op zoek naar een Rollei of een Leica… of een Hasselblad… :D

Credits: animated GIFS, Photojojo

DIY BoomCase speakerkoffer

Wat doe je als je wat autospeakers, een goedkoop versterkertje en een vintage koffer over hebt? Nou…

Soms heb je van die ideeën die voortkomen uit het gevoel dat je iets voor een paar tientjes ook wel zelf kunt maken.

Meestal heb je dan ongelijk :)

Ik had op Tumblr en Pinterest al vaker BoomCases voorbij zien komen; omgebouwde vintage koffers waar een volledig speakersysteem met accu’s was ingebouwd (Boombox + Suitcase, je weet).

leviboomcaseweb

Supertof leken die me, voor chillen in het park in de zomer, of om mee te nemen naar Lowlands of elk ander festival voor op de camping. Maar die BoomCases zijn meer bedoeld als art project dan als puur functionele gadget, en daar is de prijs dan ook naar – zo’n BoomCase kost makkelijk $1000. En hoewel er een hoop winkels bij zijn gekomen die hetzelfde voor minder geld maken blijft de prijs toch vaak op vele honderden euro’s steken.

Toen ik erover nadacht leek me dat eigenlijk een beetje belachelijk. Een vintage koffer, een stel speakers, versterkertje en een accu – en klaar. Zelfs als je alles nieuw kocht zou je makkelijk onder de 100 euro moeten blijven. Nu had ik ook nog autospeakers liggen uit m’n vorige wagen en een klein Chinees versterkertje van een ander project dat niet doorging… dan was ik al halverwege!

Zo googlend vond ik meer bewijs dat het niet zo moeilijk kon zijn. Op Instructables zag ik een goede guide en op Tweakers was er een ontzettend actief Krat- en KistRadio topic waar ook veel mensen koffers hadden gebruikt als alternatief voor een leeg krat bier.

Bij het inlezen bleek eigenlijk al dat het toch wat gecompliceerder zou zijn dan ik eerst dacht, maar ik was nu zo betrokken bij m’n DIY idee dat stoppen geen optie meer was :D

Een trip langs de kringloop en ik was een klein, rood leren koffertje rijker. Snel keek ik of de rest van de spullen er ongeveer in zouden passen.

Not too bad. Met karton maakte ik een mal voor de speakers en sneed ik alvast stukken uit de leren voorkant van de koffer.

Zou die het doen?

Sweet.

Een decoupeerzaag en een plaat 6mm dik MDF later en de kartonnen mal was omgezet tot een lelijke, maar degelijke voor- en achterkant van de koffer.
Experiment 1 met de decoupeerzaag. Not bad.

De aansluiting om je iPod in te pluggen zit ook al meteen aan de buitenkant.
Boomcase project is weer stapje verder: minijack ingang verplaatst naar buitenkant.

Met de accu erbij kunnen we nu voor het eerst testen zonder netsnoer!
Wiring setup.

Ziet er goed uit…
BoomCase V1 is een feit!

… en er komt zelfs geluid uit!

De volgende stap is de AccuSafe inbouwen. Dit circuit maakt de koffer zo ‘intelligent’ dat automatisch de accu gaat opladen en de versterker aan de voeding wordt gehangen als je een netsnoer aansluit. Als je die vervolgens afkoppelt kun je gewoon weer vanaf de accu doorspelen. Ook schakelt de koffer automatisch uit als de accu te leeg wordt en lui zou worden als er nog meer stroom werd verbruikt. Superhandig!
Laatste onderdeel van de BoomCase - een AccuSafe circuit - is binnen!

Daarna het status LEDje ingebouwd.
Aan/uit LEDje gemonteerd :D

Toen de aan/uit knoppen.
Aan/uit knoppen aan de buitenkant gemaakt. V1.5 is bijna klaar!

Als laatste de aansluiting voor een netsnoer.
En af. Voeding aansluiting zit nu ook buiten, koffer hoeft niet meer open!

Opeens is het een stuk meer spaghetti in de koffer geworden. Ik voegde ook een aantal stokken toe om het inzakken van het zachte leer tegen te gaan.
Final wiring setup van BoomCase v1.5!

En dan heb je ook wat!
Af!

De koffer weegt uiteindelijk een flinke 7 kilo, wat toch wel een stuk zwaarder is dan ik origineel voor ogen had. Ook een stuk zwaarder dan het gemiddelde iPod dock wat je naar het park zou meenemen. Maar goed, hier zit dan ook een volwaardig speakersysteem in en genoeg accu om ruim 10 uur op feestvolume door te kunnen spelen. Dat lukt je niet met een dockje.

Maar hoeveel heeft dit projectje me dan nou uiteindelijk gekost? Ik dacht snel en goedkoop klaar te kunnen zijn, maar uiteindelijk moesten er allemaal dingen bij komen. Zo’n AccuSafe bijvoorbeeld, met bijbehorende lader en voeding. Maar ook een decoupeerzaag, die ik nog niet had, en veel klein electronica spul zoals kabels, faston connectors en krimpkous moesten in huis gehaald worden. Als je alles bij elkaar optelt zit ik toch dichter bij de 150 euro dan bij die paar tientjes die ik voor ogen had…

Oh well :D zo gaat dat meestal met mijn projectjes.

In m’n hoofd ben ik alweer bezig met een v2 van het project. Een mooiere vintage koffer gecombineerd met speakers met een ouderwets uiterlijk zouden het helemaal af maken, zoals de mooiste BoomCases die me origineel inspireerden.

atest

Maar laat ik eerst maar eens dit seizoen mijn rode speeltje gaan uitproberen, met een biertje in de hand genietend van de ondergaande zon, m’n eigen zomer playlist keihard door het park heen schallend :D

Draaitafel terug van service bij Dr. Thorens

Ook draaitafels hebben soms wat zorg nodig. Daar is Dr Thorens voor!

Elke zelfrespecterende hipster luistert naar vinyl. En een hipster is natuurlijk alleen een hipster als ie dat doet op een draaitafel die beter is dan die van z’n vrienden, alleen maar om te kunnen zeggen dat ie beter is. Vandaar dat ik vier jaar geleden een vintage Thorens TD-166 draaitafel kocht in plaats van een nieuw plastic USB geval uit de MediaMarkt.

Thorens TD166 - Overview

Een nadeel van vintage kopen is dat niemand verwacht had dat deze apparaten een halve eeuw later nog steeds gebruikt zouden worden. Ze zijn nooit gemaakt om zo lang zonder iets van onderhoud te blijven draaien, regelmatig een beetje nieuwe olie is toch wel het minste. En vooral tijdens de opkomst van de CD werden dit soort draaitafels massaal weggestopt in kasten en voor tientallen jaren vergeten. Eenmaal weer gevonden en doorverkocht heeft zo’n draaitafel meestal al iets van dertig jaar aan achterstallig onderhoud te verduren gehad.

Mijn TD-166 was volgens het serienummer al veertig jaar oud, en volgens de verkoper waarschijnlijk in de jaren ’80 voor het laatst gebruikt. Wat er überhaupt nog aan restjes olie in zat had ik de afgelopen vier jaar er wel uitgedraaid. Achterstallig onderhoud was nog de nette manier om het te omschrijven. Gelukkig is er Dr. Thorens.

Thorens TD166 - Close-up Thorens text

Dr. Thorens, oftewel Rob, komt hoog aanbevolen op de verschillende Nederlandse audio fora. Een liefhebber die jarenlang in de hifiwereld gewerkt heeft en nu in z’n vrije tijd Thorens draaitafels onder handen neemt. Ongeacht het model of de leeftijd van je Thorens, bij Rob kun je ermee terecht voor een opfrisbeurt.

Thorens TD166 - Close-up RPM selector

Afgelopen november stuurde ik een email met alle gebreken die mijn tafel had en de vraag wat een servicebeurt precies zou kosten. Ik kreeg meteen een duidelijke prijslijst terug, maar ook de melding dat ik pas in februari (!!!) aan de beurt zou zijn. Drukke man, die Rob. Maar goed, ik had geen haast, die paar maanden gingen het verschil ook niet maken na dertig jaar.

Thorens TD166 - Close-up Ortofon Red cartridge

Voor ik de tafel naar Rob bracht moest ik zelf al een beetje onderhoud uitvoeren – door een ongelukje bij het verplaatsen van de draaitafel vloog de arm van z’n standaard af en knalde de naald tegen het plateau. Hopeloos verbogen, maar dat was stiekem een geluk bij een ongeluk: ik wou toch al een upgrade en dit was het perfecte excuus om niet alleen de naald maar het hele element te vervangen.

Van de populaire budgetelementen koos ik uiteindelijk de Ortofon 2M Red, stiekem omdat de vormgeving van de Red zoveel mooier is dan van zijn competitie. Kiezen op uiterlijk is vloeken in de audiofiele kerk natuurlijk, maar de Red ziet er wel echt veel toffer uit op je arm dan een standaard element.

Thorens TD166 - TP16 mkIV arm

Toen ik begin februari de draaitafel bracht inspecteerde Rob alles samen met mij, om zo een goede prijsopgave te kunnen maken. Sowieso zou de hele tafel schoongemaakt en geolied worden, maar we zouden nu nog andere onderdelen tegen kunnen komen die aan vervanging toe waren. Stukje bij beetje haalde hij delen van de tafel om de stand van zaken te kunnen beoordelen. De rubber snaar die het plateau aandrijft moest bijvoorbeeld meteen vervangen worden, die was zo uitgelubberd dat hij een paar centimeter langer was dan een nieuwe. Dit veroorzaakte ook het probleem dat de tafel niet goed kon schakelen tussen 33 en 45 toeren.

Thorens TD166 - Close-up TP16 mkIV arm gimbal

De arm, een TP16 mkIV, hoort niet standaard op deze tafel maar komt van een duurder model Thorens. Rob vond dat zeker een mooie combinatie, vooral gezien zijn positieve ervaringen behaald met TP16 armen. Maar dit exemplaar was niet perfect, er was speling op gekomen. De lagers zaten niet meer strak en hij kon zijdelings bewegen terwijl hij echt alleen maar omhoog en omlaag moet kunnen. De armsteun stond ook hopeloos verkeerd, waardoor het mogelijk was voor de arm om zo hard tegen het plateau te slaan. En mijn montage van het Red element bleek ook niet helemaal zoals bedoeld. Geen probleem, werd allemaal gefixed.

DSCN2171

De binnenkant werd ook niet ontzien. De as van het plateau werd gedempt zodat zo min mogelijk trillingen werden doorgegeven. De overige bitumen demping – de zwarte strips die rondom de kast en op het subchassis geplakt zijn – was door de vorige eigenaar aangebracht. Rob was daar niet geweldig enthousiast over maar hij vond het wel acceptabel uitgevoerd.
De audiokabels waren door de vorige eigenaar al vervangen door dikkere, wat er goed uit zag. Maar de stroomkabel voor de motor liep naast deze audiokabels, wat voor storing zou kunnen zorgen. Deze kabels werden daarom naar andere kanten van de kast verplaatst. Intern werden de audio- en grondkabels ook verlegd, zodat deze zo min mogelijk invloed zouden hebben op de beweging van het geveerde subchassis.

DSCN2170

Dat geveerde subchassis was het volgende aandachtspunt. Thorens staat bekend om draaitafels waarbij de arm en het plateau samen op een apart geveerd subchassis gemonteerd zijn. Als je een tik geeft tegen het plateau terwijl de tafel speelt zie je dat het plateau en de arm samen exact dezelfde bewegingen maken, waardoor de muziek niet overslaat. Ook onzichtbare trillingen worden op deze manier uit het geluid gehouden. Maar om dat systeem goed te laten werken moeten de drie veren van het subchassis perfect ingesteld staan. Omdat de veren langzaam uitrekken zou dat na al die jaren niet meer het geval zijn. De zware bitumen demping op het subchassis is hier eigenlijk een nadeel – de veren moeten ook weer anders afgesteld worden om te compenseren voor het extra gewicht. En deze vering is ook meteen de reden waarom het zo lang duurt voordat een tafel bij Rob geserviced is, na elke aanpassing van de vering moet deze opnieuw inzakken tot een stabiel punt is bereikt.

Thorens TD166 - Close-up case

De buitenkant van de tafel kreeg daarna voldoende aandacht. De hele kast werd opnieuw zwart gespoten, zodat alle lelijke plekjes en stootjes in de lak verdwenen. De metalen bovenplaat werd volledig schoongepoetst, de metalen strip aan de voorkant omgedraaid zodat de mooiste kant zichtbaar was. Ook het plateau kreeg een poetsbeurt om alle vlekjes en krasjes eruit te werken.

Thorens TD166 - Close-up platter

Als laatste werd er een nieuwe bodemplaat gemaakt en gemonteerd. De standaard bodemplaat is gemaakt van dun hardboard, wat erg gevoelig is voor resonanties. Vaak worden vervangende bodemplaten van dik MDF gemaakt maar Rob gebruikt Trespa, een modern alternatief gemaakt van geperst papier. Dat klinkt alsof het al helemaal niks weegt, maar een dunne Trespa bodem is even zwaar en stevig als een 2 centimeter dik MDF alternatief. Onderop de bodemplaat werden nog drie voetjes van Trespa geplaatst om de tafel verder omhoog te tillen en te isoleren.

Thorens TD166 - Close-up record

Twee weken later kon ik de draaitafel weer ophalen. Weer werd ik door Rob op een tour door de hele tafel genomen om te laten zien wat er allemaal gebeurd was. Daarna nog even lekker met een kop koffie erbij kletsen over muziek en audio. Het is toch altijd mooi om iemand tegen te komen die zo overduidelijk een liefhebber is, die van een specifieke niche heel veel weet. Gave verhalen over de invloed van je bekabeling, over de DIY truukjes die hij door de jaren heen al had geprobeerd om geluid mooier te maken, welke superdure tafels toch een teleurstelling blijken. Hij liet ook vol enthousiasme een Origin Live Alliance arm horen, een modern budgetmodel die zijn duizend euro duurdere SME armen eruit wist te spelen. Mocht ik ooit nog zo ver doorslaan dat ik een draaitafel echt custom van onderdelen in elkaar ga zetten staat die zeker hoog op het lijstje.

Een keertje bij Rob langs gaan met je Thorens is dus zeker een aanrader. En nu staat de TD-166 weer fijn bij mij in de woonkamer plaatjes te draaien!

Vintage Ronson Whirlwind aansteker

Een aandenken aan mijn overleden grootvader…

Mijn opa overleed toen ik nog jong was – wel oud genoeg dat ik er wat van zou kunnen herinneren, maar al zo lang geleden dat ik er toch weinig meer van weet. Longkanker, het resultaat van roken in de tijd dat nog niemand wist hoe slecht het voor je was.

Ergens is het dus cru dat van de twee dingen die ik nog van hem heb, één een horloge is – hoe kan het ook anders – maar de ander een aansteker.

IMG_9456.jpg

Na het overlijden van mijn oma, een paar jaar geleden, kwamen we deze spullen tegen tijdens het opruimen van het huis. Het horloge, relatief nieuw en afgezien van emotionele waarde niet speciaal, kon na vervangen van batterij en bandje meteen door. De aansteker daarentegen, weggestopt en vergeten in een hoekje van een kast, deed helemaal niks meer.

IMG_9465.jpg

Uit nieuwsgierigheid nam ik hem toch mee, om te kijken of ik hem kon repareren. Googlen naar het merk leverde al snel wat hulp – er blijken verzamelaars van aanstekers te zijn die daar ook hele sites aan wijden. De aansteker is een Ronson Whirlwind, een Amerikaans model gemaakt tussen 1941 en 1956, met een speciaal uitschuivend windscherm dat de vlam beschermt als je buiten staat.

IMG_9474.jpg

Ronson staat bekend om een ingenieus systeem waarbij je met één druk op de knop de aansteker ontsteekt en weer dooft als je hem loslaat, in tegenstelling tot een Zippo aansteker. Zelfs het patent, de handleiding en verschillende advertenties voor dit model zijn via Google nog beschikbaar.

ronsonad

Vroege modellen van de Whirlwind uit de jaren ’40 hadden Ronson “Whirlwind” op het windscherm staan, later stond daar geen tekst meer op. Ik vond zelfs afbeeldingen van identieke exemplaren die volgens de verzamelaars uit 1942 kwamen.

IMG_9470.jpg

Dat zou deze aansteker al zeventig jaar oud maken, nog uit de tijd dat de familie in Indonesië woonde, voor mijn moeder geboren was. Dat mijn opa deze aansteker zelfs in Nederland nog had betekent dat hij ‘m lang bij zich heeft gehouden, meegenomen in de periode dat Indonesië gevaarlijk onstabiel voor Chinezen werd en hij besloot zijn familie in Nederland in veiligheid te brengen. Opeens snap ik de charme van historische Zippo’s verzamelen ook – deze dingen waren belangrijke tools voor rokers, gingen overal mee naar toe, hebben wat meegemaakt. Heel anders dan de wegwerpaanstekers die we tegenwoordig gebruiken. Vintage kun je ook in een winkel kopen en leuk naar kijken, het patina waarderen, afvragen waar het geweest is. Maar dit stuk vintage komt uit de familie. Dat is toch anders.

Reparatie van zo’n oude aansteker bleek nog best lastig. Het één-knop systeem is simpel en elegant: door middel van tandwieltjes wordt bij het indrukken van de knop tegelijkertijd het deksel opengeklapt en de lont aangestoken. Bij het loslaten valt het deksel weer dicht en dooft de vlam. Maar alles was zo vastgeroest dat de knop niet eens ingedrukt kon worden. Ook het vuursteentje zat muurvast en de dop van de benzinetank bleek niet goed af te sluiten.

6825946923_fb6830b711_o.jpg

Uiteindelijk had ik hulp van een aansteker-reparateur op Marktplaats nodig – ja, die bestaan – om de buis voor vuursteentjes weer open te boren, de rest kon ik zelf oplossen. En toen had ik weer een werkende Ronson Whirlwind in handen:

IMG_9476.jpg

Een vreemd object om te hebben. Eén van de twee resterende bezittingen die ik nog van mijn grootvader heb. Die ook lang van hem is geweest, een leven over meerdere continenten heeft meegemaakt. Maar tegelijkertijd ook een symbool van de ziekte waar hij aan is overleden.

IMG_9478.jpg

Toch fijn dat ie het weer doet.

Canon 100mm macro vs DIY macro, test 1

How looooow can you gooooo…

Ik schiet vrij regelmatig macrofoto’s – voornamelijk van horloges, zoals iedereen ondertussen al weet – maar heb dat eigenlijk altijd nogal houtje-touwtje gedaan. Echte macrolenzen zijn duur en op zich zijn er zat DIY manieren om een vergelijkbaar effect met goedkope technieken te bereiken. Van alles wat ik heb uitgeprobeerd zijn extension tubes (tussenringen) en de aangepaste kitlens de twee technieken die ik heb gehouden.

Maar het blijft toch een beetje aan je vreten, dat gevoel dat je betere foto’s zou schieten als je een echte macro lens zou gebruiken. Toevallig heeft een vriendin een Canon 100mm f/2.8 macro lens die ik even kon lenen, om te zien of mijn DIY oplossingen het nou zo slecht deden. En dat viel me alleszins mee…

Een eerste, snelle test die ik gisteren even heb gedaan:

Het te fotograferen onderwerp, uurwerk van een van mijn mechanische horloges. Horloge is 39mm breed, kroon niet meegeteld. Foto’s zijn in Lightroom ongeveer even licht gemaakt maar verder niet bewerkt:
Macro lens test - 18-55mm kitlens, maximal zoom / entire watch
Foto’s genomen op 1/200, f/22, ISO aangepast per lens om de belichting in hetzelfde bereik te krijgen.

Maximaal macro met de Canon 100mm macrolens:
Macro lens test - 100mm macrolens, maximal zoom / closest focus

Maximaal macro met de 18-55mm kitlens met extension tubes:
Macro lens test - 18-55mm kitlens, with 31mm+13mm tube, maximal zoom

Maximaal macro met de omgebouwde 28-80mm kitlens:
Macro lens test - 28-80mm modified kitlens, maximal zoom

Hee, dat valt tegen. Zoveel vergroting levert die 100mm Canon dus helemaal niet op. Er is wel beduidend meer in focus bij de 100mm Canon, want de afstand tot het onderwerp is veel groter (ongeveer 30 centimer) vergeleken met de DIY oplossingen (ongeveer 3 centimeter). Dat alleen zou in bepaalde gevallen het geld voor zo’n lens waard kunnen zijn. En ik moet nog even een serieuze check van de kwaliteit van de foto doen, want die macro lens is van binnen ongetwijfeld wel een stuk beter dan zo’n goedkoop bijgeleverd kitlensje. Maar toch… ik kan nou niet zeggen dat ik het tienvoudige prijsverschil van de Canon lens meteen voel als ik de foto’s zo snel vergelijk.

Vooral de autofocus, waar ik eigenlijk het meeste van verwachte, vond ik erg teleurstellend tijdens deze test. Met mijn oplossingen moet je handmatig focussen door de hele camera heen en weer te bewegen; zo’n macrolens behoudt gewoon het nette autofocus systeem. Maar bij deze test moest ik steeds maar wachten tot de lens z’n focus gevonden had, en dat kon soms echt meerdere cycli duren. Dan was je weer een halve minuut verder, terwijl ik handmatig binnen 3 seconden de shot al had. Dat is niet helemaal een eerlijke vergelijking – ik ben na al die jaren erg gewend geraakt aan handmatig focussen, maar als n00b deed ik er nog minuten over. Toch was het niet echt de oplossing waar ik op gehoopt had.

Maar stel nou dat we die extension tubes ook op de 100mm Canon zetten?

Macro lens test - 100mm macrolens with 31mm+13mm tubes, maximal zoom / closest focus

Dat is nog steeds niet evenveel vergroting als de 28-80mm zonder tubes.

En wat als we dan op de 28-80mm deze tubes zetten?

IMG_9362.jpg

Damn. Dat is best dichtbij.

Ik kan me voorstellen dat zo’n uurwerkdetail wat abstract is, omdat niemand weet hoe groot dat in het echt is, maar het puntje van een potlood ziet er met zo’n tube/lens combinatie zo uit:

Pencil tip macro

Not too bad dus. We zitten nog niet in MP-E gebied, maar we komen een heel eind in de buurt…

Ik ga nog even wat meer uitproberen. Meer inhoudelijke tests van de 100mm Canon versus de DIY oplossingen volgen nog!

Goedkope softbox: de zoektocht begint

Jaren geleden begon ik aan Strobist fotografie – foto’s maken met losse kleine flitsers ter ondersteuning – en kocht ik het standaard basispakket met een lichtparaplu. De paraplu maakt het licht van een flitser zachter en verspreidt het egaler, waardoor het natuurlijk overkomt. Dit is mijn plu bijvoorbeeld tijdens een shoot voor de verenigingsalmanak:
Greed - setup shot

En dat leverde deze foto op:
Seven Deadly Sins - Greed

Het nadeel van paraplu’s is dat ze eigenlijk helemaal geen controle hebben. Dat zachte egale licht gaat alle kanten op en is bijna niet te richten. Ik wil daarom al jaren een softbox hebben, die net als de paraplu zacht egaal licht oplevert maar dat vanuit een afgesloten doos doet. Het licht uit zo’n softbox is daardoor veel beter onder controle te houden.

softboxes

Alleen zijn die dingen dus echt verschrikkelijk duur. De twee populairste types die geschikt zijn voor Strobist fotografie zijn de Westcott Apollo en de Lastolite Ezybox. Ze zijn allebei licht, inklapbaar en makkelijk mee te nemen maar werken toch net anders:

westcottlastolite

De Apollo klapt uit als een paraplu en wordt aan de binnenkant met de steel op een statief vastgezet. Omdat je flits ook bovenop dat statief zit wordt die vervolgens opgesloten in de softbox. Dat maakt het aanpassen van de hoek of het instellen van je flits een stuk lastiger, want daarvoor moet je de softbox weer openmaken.

Dat probleem heb je niet bij de Ezybox. In plaats van een paraplu gebruikt de Ezybox een geveerd frame, vergelijkbaar met dat van een werptentje. Door de Ezybox uit zijn verpakking te halen klapt hij haast vanzelf open. De flitser wordt aan de achterkant van de softbox gemonteerd en dat geheel wordt op een statief gezet. Zo kun je altijd de flitser nog instellen of de hoek aanpassen.

Wat kosten deze speeltjes dan? In Nederland betaal je voor een 70cm Apollo 139 euro en voor een 60cm Ezybox 189 euro, beiden exclusief verzendkosten. Dat is toch flink buiten budget, vooral als je nog niet weet welk van de twee systemen je het fijnst vindt. Op zoek naar de goedkope alternatieven!

Online kom je op de fotografiefora namen als de Cowboy QuickSetup en de Cheetah Qbox tegen, maar deze blijken niet buiten Amerika verkocht te worden. Binnen Europa lijken er helemaal geen merken te zijn die zich op dit gebied begeven. Dus dan komen we natuurlijk weer uit in China. Op favoriete gadgetsite DealExtreme heb je voor de Apollo stijl bijvoorbeeld een 70cm softbox of een 80cm octabox variant, die voor respectievelijk 20 en 21 euro inclusief verzendkosten jouw kant op komen. Geen geld dus.

dxsoftbox

Voor de Ezybox is het iets lastiger om een goedkope variant te vinden, de meeste vergelijkbare modellen die online verkocht worden gebruiken namelijk een Bowens mount. Die is bedoeld voor studio flitsers, terwijl wij voor onze flitsers juist een L adapter zoeken. Uiteindelijk vond ik een geschikte merkloze 60cm softbox van eBay shop foto4easy, voor zo’n 27 euro inclusief verzendkosten. Mocht je zo’n eBay shop niet aandurven kun je in Nederland bij Foto Konijnenberg de 60cm Jinbei E60 oppikken voor 55 euro met verzending, maar volgens mij is dat exact hetzelfde ding.

foto4easy

En zoals altijd ga ik nu lekker proefkonijn spelen :D

Voor een beetje variatie in de aankopen heb ik een 80cm octabox bij DealExtreme besteld, om die te vergelijken met de 60cm softbox van foto4easy. Het kan nog weken duren voordat het spul binnen is, maar verwacht een deel 2 met tests en foto’s!

Header photo credit: Conor Keller

Raspberry Pi media center

Afgelopen kerstvakantie ben ik toch overstag gegaan en heb ik een Raspberry Pi gekocht als mediacenter om XBMC in de slaapkamer te draaien. Ik heb vrij lang volgehouden dat een Pi niet krachtig genoeg was, maar dankzij een nogal minimaal budget voor een slaapkamersysteem waren er niet echt andere opties. En ik moet zeggen dat ik na wat tweaken blij verrast ben!

farnell

De Pi, het hierboven rood gekleurde bordje, is een minicomputer ontworpen voor gebruik in het onderwijs, die door zijn lage prijs van 35 dollar juist daarbuiten ontzettend populair is geworden. Uitleg over hoe je XBMC op je Pi installeert is overal te vinden, maar ik heb nog wat tips waar ze bij dat soort guides vaak overheen skippen:

Koop een set
Ik heb gekozen voor een samengesteld pakket. Dat is voornamelijk luiheid – ik ben eigenlijk prima in staat om zelf de juiste onderdelen bij elkaar te sprokkelen. Maar het gevaar van alles los kopen is dat het niet altijd zeker is of een willekeurig onderdeel ook goed met de Pi werkt. Als je dus gewoon snel aan de slag wilt is een set waarvan je weet dat alles samenwerkt wel zo makkelijk. Bij SOS Solutions kocht ik daarom de goedkoopste set a 58 euro en was ik in één keer klaar: Pi, behuizing, SD-kaart, voeding en HDMI kabel inbegrepen.

Installeer RaspBMC
Er zijn 3 populaire distributies waarmee je XBMC op je Pi kunt draaien: OpenElec, Xbian en RaspBMC. Ik draai zelf OpenElec op mijn woonkamer HTPC installatie en ben daar erg tevreden over. Maar hiervoor heb ik op een AppleTV 1G CrystalBuntu gedraaid en was ik erg te spreken over de manier waarop die distributie het maximale uit zo’n gelimiteerd systeem wist te halen. RaspBMC is van dezelfde ontwikkelaar als Crystalbuntu en ik heb er daarom veel vertrouwen in dat het hem bij de Pi ook lukt.

Installeer op een USB3 stick
De SD-kaart is een zwak punt van de Pi, die kan niet zo snel lezen en schrijven als optimaal zou zijn. In plaats daarvan kun je ervoor kiezen om de Pi alleen te laten opstarten vanaf de SD-kaart, maar XBMC vervolgens te draaien vanaf een USB stick. De USB poort is veel sneller dus dit zorgt voor flinke verbetering van de snelheid. De Pi heeft maar een USB2 poort, maar door een USB3 stick te nemen weet je dat de stick in ieder geval zo snel is dat hij die poort maximaal gebruikt. Ik heb een Transcend Jetflash 700 gekozen omdat die toevallig in de aanbieding was.

Overclock de Pi
Het tweede voordeel van de USB installatie is dat je de Pi nu kunt overclocken. Dit kan ook bij een SD-kaart installatie, maar je loopt dan kans dat de SD-kaart door het overclocken corrupt raakt en het systeem niet meer kan opstarten. Door XBMC vanaf de USB te draaien is dat geen probleem. Overclocken kan handmatig, maar in de RaspBMC settings kunnen ook een aantal presets gekozen worden, van ‘normal’ naar ‘fast’ tot ‘super’. Pas na de USB installatie en het overclocken naar ‘super’ stand vond ik de Pi snel genoeg draaien om als mediacenter gebruikt te worden.

overclock

Gebruik één centrale database
Als je meerdere mediacenters in huis hebt die allemaal XBMC draaien kan het de moeite waard zijn om één centrale database te gebruiken. Alle mediacenters hebben dan voortaan dezelfde library en alles wat daarbij hoort, zoals fanart en covers. Hierdoor kun je ook bijvoorbeeld een film kijken in de woonkamer, halverwege afzetten en doorgaan waar je gestopt bent op het systeem in de slaapkamer. Extra voordeel is ook nog dat het laden van een library via de gedeelde database sneller gaat dan het laden van een op de Pi lokaal opgeslagen library.

Installeer Constellation
Constellation is mijn favoriete XBMC app voor iOS. Vooral op een iPad erg mooi om te gebruiken, op een iPhone ietsje priegelig. Door niet continu de interface van XBMC zelf te gebruiken, maar juist die van je tablet of telefoon, merk je ook niet zo snel dat de Pi soms nog traag kan zijn.

20140212-003504.jpg

Koop toch een toetsenbord
Je kunt XBMC volledig via Constellation besturen, maar soms wil je gewoon harde toetsen hebben waar je op kunt drukken. Vooral tijdens het film kijken is het erg fijn als je in het donker gewoon op gevoel de juiste knoppen kunt vinden om even te pauzeren, het volume aan te passen of een paar scenes terug te skippen. Mijn keuze viel door de positieve recensies van een aantal andere Pi gebruikers op de iPazzport KP-810-12. Dit kleine QWERTY toetsenbordje met touchpad en media controls werkt via een USB-ontvanger, bevat een oplaadbare accu en kost inclusief verzendkosten maar 13 euro – geen geld dus. Wel afzichtelijk lelijk, helaas.

pazzport

Voeg de SuperRepo toe
Repositories (repo’s) zijn de plekken waar je add-ons voor XBMC kunt downloaden, de uitbreidingen die het systeem zo krachtig maken. Er is een officiële XBMC repo, maar veel leuke add-ons staan daar niet in. De makkelijkste manier om die niet-officiële add-ons in één keer wel beschikbaar te maken is de SuperRepo toe te voegen. Installeer daarna bijvoorbeeld IceFilms om makkelijk alle nieuwe films in HD te streamen, of SpotiMC om toegang tot alle muziek op Spotify te krijgen (heb je wel Premium nodig).

IMG_9089.jpg

En that’s it! Je Pi is nu een klein maar krachtig mediacenter geworden.

‘Nieuwe’ 350d/M42 street photography cam

Het is een projectje zoals ik ze wel vaker heb – raar idee, impulsaankoop, beetje spijt, hoop cognitieve dissonantie – maar het verschil is dat die projectjes meestal in de prullenbak eindigen. Deze zit tot nu toe elke dag in m’n tas.

Men neme…

… een 8 jaar oude Canon 350d dSLR
… een 40 jaar oude Industar 50-2 50mm f/3.5 pancake lens met M42 mount
… een M42 naar Canon EF adapter ring
… een split prism focusscherm van eBay
… beetje Sugru, beetje ducttape

En dan krijg je dit. Mijn nieuwe (oude) straatfotografie camera.

Modded 350d streetphotography cam

Sinds ik een Canon 60d heb lag de 350d ongebruikt in de kast. Zogenaamd als ‘backup body’, maar dat was onzin want die heb ik nooit nodig. Daarom zat ik al langer te bedenken wat ik voor leuks met deze camera kon doen.

Een van de dingen waar ik aan dacht was er een onopvallende straatfotografie camera van maken. Straat is iets wat me de laatste tijd fascineert en wat ik nog niet goed begrijp. Het zijn foto’s van wat er in het dagelijks leven om je heen gebeurt, vastgelegd zonder uitgebreide enscenering. Voor iemand die de afgelopen jaren voornamelijk bezig is geweest met DIY studio setups en voorbedachte fotoshoots is dat iets heel vreemds, het idee dat je in zo’n situatie niet de baas bent maar een toevallige omstander. Niet alle straatfotografie doet me dan ook echt wat, maar een klassieker zoals Robert Doisneau’s The Kiss zorgt ervoor dat ik het wel graag wil leren.

thekiss

De pro’s gebruiken toestellen die relatief klein en onopvallend zijn, maar toch een goede beeldkwaliteit opleveren – denk aan een Leica M9 of een Fujifilm X100s. Die zijn echter concreet buiten budget. Ik heb ook een kleine Canon S90 en natuurlijk ook mijn iPhone4S, maar als je een dSLR gewend bent is de beeldkwaliteit van beide weer vaak teleurstellend. Mijn eigen 60d met een 17-85 IS lens erop is gigantisch – dat valt teveel op als je foto’s van mensen neemt. De kleinere 350d zou met de juiste lens kunnen voldoen, maar lenzen zijn het probleem: voor een spiegelreflex allemaal vrij groot en lomp.

My Canon trio

Op zoek naar een oplossing ontdekte ik M42 lenzen: leuke, goedkope, oude lenzen die met een adapter ook op Canon camera’s passen. Ze zijn wel zo oud dat je ze handmatig moet instellen en focussen, maar ze werken prima en kosten juist door dat handmatige een schijntje. En dan specifiek de Industar 50-2, een oude Russische M42 lens die zeker niet groot en lomp is:

Industar 50-2 M42 lens

Het probleem van een lens die je handmatig focust op een moderne camera is dat er geen hulpmiddelen meer zijn om te focussen. Oude camera’s hadden bijvoorbeeld split prism schermen, waarbij de zoeker een optisch truukje gebruikte om je te helpen focussen. Hierbij moet je de twee helften van een cirkel in de zoeker op elkaar laten aansluiten door de focusring te draaien; als dat gebeurde was het object dat je in de cirkel zag in focus. Op eBay bleken zulke schermen nog steeds te koop voor moderne camera’s! Nu ziet het beeld door de camera er zo uit:

View through split prism focus screen on my 350d

Daarna was het nog een kwestie van met wat Sugru en ducttape de camera verder onopvallend maken. Aandacht trekkende witte of chromen merkjes en type-aanduiding zijn afgeplakt; ik ben vooral blij dat het opvallende Canon in wit net boven de lens nu weg is.

Ik heb al wat eerste testfoto’s geschoten en ben zelf erg onder de indruk hoe ragscherp ze zijn, ondanks de oude camera en de nog oudere lens. Een goed voorteken dus! Ik wil proberen zoveel mogelijk deze camera altijd mee te nemen, onderweg wat vaker stil te staan bij wat ik om me heen zie en daar foto’s van te schieten. Een nieuw fotografie projectje dus! Ik heb het meteen maar een eigen tumblr gegeven: Manual Apprehension.

En nu kijken of ik er wat moois mee kan schieten…

Vintage Huguenin Reparatie

Vorige zomer kocht ik een vintage Huguenin horloge; een goudkleurig mechanisch horloge dat als testcase diende voor een nog te kopen afstudeercadeau. Pluspunt: ik merkte meteen dat een horloge met een kleinere diameter en een gouden kast mij erg kon bekoren. Minpunt: Na een paar maanden begon het horloge heel slecht te lopen. Steeds vaker stond het uurwerk stil en moest je een ferme tik tegen het glas geven om hem weer op gang te krijgen.

Nu koste dit horloge me een paar tientjes, het uurloon van een echte horlogemaker is daar al een veelvoud van. Een mechanisch uurwerk servicen kost een paar uur, dus je snapt al waar het heen gaat – dat ging hem kostentechnisch niet echt worden. Gelukkig bood Peter me via een forum toen aan gratis een kijkje te nemen en de boel schoon te maken; hij had het eerste deel van de horlogemakersopleiding in Schoonhoven afgerond en vond het leuk om wat meer te kunnen oefenen. Dat hoef je me niet twee keer te zeggen!

Peter schoot meteen wat foto’s voor me, een paar highlights wil ik hier nog even aanstippen:

Eerste keer op de timegrapher, het apparaat dat de afwijking van een horloge meet. Het diagram hoort een rechte lijn te laten zien terwijl de amplitude rond de 270 ligt en de rate zo dicht mogelijk bij 0 staat – not quite. De beat error is zelfs zo groot dat er geen getal meer achter staat:
1

Een eerste kijkje nemen op het uurwerk. Dit blijkt een oud ETA 1100 uurwerk te zijn, wordt niet meer gemaakt:
2

Smerigheid op de plaat en in het uurwerk:
4
9

Opgedroogde olie op de jewels, die er juist voor moeten zorgen dat zij vrij kunnen draaien:
8

Waarschijnlijk ook niet echt waterdicht meer; rechts is het rubber wat erin zat en links wat erin hoort:
29

Kapotte hebel; het onderdeel wat ervoor zorgt dat er een ‘klik’ is tussen de stand van de kroon om op te winden en om de wijzers te verzetten. Deze kon gelukkig nog nabesteld worden:
6
22

Volledig gedemonteerd:
14

Close-up van de delicate radertjes:
13

Schoongemaakt, weer in elkaar gezet en aan het afstellen op de timegrapher:
20

Dat ziet er al een stuk beter uit:
23

Wijzertjes er weer op:
27

Terug in de kast:
30

En weer in mijn bezit op een gloednieuw 19mm Rios bandje:
Vintage Huguenin dresswatch, back from service

Bedankt voor alle moeite Peter! Ben er ontzettend blij mee :D

Vintage Huguenin horloge

Na mijn afstuderen stelden mijn ouders voor om me als cadeau – binnen een bepaald budget – zelf een horloge uit te laten zoeken. Dat leek me ontzettend tof en na wat wikken en wegen besloot ik dat ik graag een vintage gouden dresswatch wou. Ik heb zat casual en sportieve horloges, maar geen echt net, formeel klokje. Vintage is wat vriendelijker voor het budget, en symbolisch tof – het heeft al historie, een eigen verhaal bij elke kras en vlek, waar ik een paar hoofdstukken aan toe mag voegen voor ik het ook doorgeef aan een volgende generatie.

Maar in de afgelopen maanden heb ik nog niks gevonden wat ik durfde te kopen, want horloges zijn een stuk groter geworden in de afgelopen decennia. Waar vroeger een horloge van 35mm breed al een flink mannenmodel was, zit de norm nu meer rond de 42mm. Vintage dresswatches zijn een beetje te vinden in de 32 tot 36mm range, terwijl er in mijn horlogekist niks onder de 39mm voorkomt. Het zou zonde zijn om zo’n horloge voor veel geld te kopen en er dan pas achter te komen dat het me helemaal niet staat, of toch mijn smaak niet is – vooral omdat je een afstudeercadeau niet zomaar even verkoopt.

En toen kwam afgelopen week deze Huguenin op een forum tevoorschijn.

Huguenin Vintage Watch - patina on dial

Huguenin is een oud, maar verder niet prestigieus, Zwitsers merk. Het klokje is een mechanische handwinder, stamt uit de jaren ’60, heeft een 34mm brede vergulde kast en is lekker netjes en minimaal; er zit zelfs geen datum op. De wijzerplaat is voorzien van een fraaie laag patina die bewijst dat het horloge al een tijdje leeft. Als het een vintage IWC of Omega was geweest, met bijbehorende kwaliteit uurwerk en volledig gouden kast, zou zoiets minstens 1000 euro kosten. Deze Huguenin? Een paar tientjes.

Huguenin Vintage Watch - watch movement

De Huguenin had dus wel de looks waar ik naar benieuwd was, maar niet de kosten. Perfect als testhorloge dus. Door hier een tijdje mee rond te lopen merk ik vanzelf of zo’n goudkleurig, klein horloge wel mijn ding is. Tot nu toe ben ik in ieder geval prima tevreden over de looks en de maatvoering:

Huguenin Vintage Watch - wristshot