N-3B Snorkel Parka

Ik heb mijn nieuwe winterjas vervangen met het 60 jaar oudere origineel…

Mijn fascinatie voor Amerikaanse legerkleding heeft weer een nieuw nerd-niveau bereikt. De nieuwste aankoop is een origineel vintage exemplaar van een van de meest legendarische winterjassen die de Verenigde Staten ontwikkeld heeft; een N-3B uit 1957.

Rond de tweede wereldoorlog begon het Amerikaanse leger door te hebben dat ze meer functionele kleding nodig hadden; de leren jassen die piloten bijvoorbeeld droegen zagen er mooi uit maar hielden de piloten niet warm genoeg tijdens de vlucht. En ook het grondpersoneel had het zwaar; op vliegdekschepen en legerbasissen in besneeuwde gebieden waren de bestaande jassen simpelweg te koud om lang buiten te blijven. De N serie winterjassen, ook wel parka’s genoemd, werden juist voor dat doel ontwikkeld. Met een officiele classificatie als “JACKET,FLYING, MAN’S, EXTREME COLD WEATHER” krijg je wel een gevoel welke richting ze op wilden.

De inspiratie voor deze kleding kwam van de Inuit eskimo’s, die flink ervaring hadden met in bittere kou overleven: zij gebruikten in hun kleding bijvoorbeeld bont rondom het hoofd en de polsen, omdat bont als een natuurlijk windscherm werkt en warmte binnenhoudt. Op de N parka’s werd daarom ook bont verwerkt rondom de capouchon. Dit bontkraagje, de voorganger van alle moderne bontkraagjes, kon zo hoog dichtgeritst worden dat de capouchon alles behalve de ogen bedekte – vandaar de bijnaam ‘snorkel parka’. Met zo weinig huidcontact konden zelfs temperaturen van -50 Celcius overleefd worden met een N parka over je uniform.

Ook andere features hielpen deze parka’s je warm houden. Het toen heel moderne nylon werd gebruikt voor de buitenlaag, omdat het wind en water tegenhield, en de jas werd uitgevoerd met speciale zakken om handen warm te houden en een windflap die over de rits dichtgeknoopt kon worden. Van de N modellen was de N-3 wat langer, en had een capouchon die uit één stuk bestond. De N-3 werd doorontwikkeld en veranderde uiteindelijk in de N-3B, het model dat ook door de Amerikaanse luchtmacht massaal in gebruik werd genomen vanaf de jaren ’50.

De N-3B is vervolgens vele decennia voor de Amerikaanse defensie gemaakt, waardoor ze langere tijd vrij consistent in legerdumps te vinden waren. De jas is zo iconisch dat veel details op moderne winterjassen hun oorsprong vinden in de N-3B of zijn soortgenoten, en het model eigenlijk een soort grootvader is van alle parka’s zoals we ze nu kennen. De militaire specificatie voor de N-3B was voor het laatst in 2003 nog geupdate tot de MIL-DTL-6279M spec. Ondanks deze recente aanpassing is de N-3B in het leger ondertussen allang vervangen door modernere jassen, al blijven producenten als Alpha Industries nog steeds versies van deze jas maken – maar dan voor burgers.

Dat de N-3B een designklassieker is merk je ondertussen ook als je op zoek gaat naar zo’n originele jas. Vintage, ongebruikte exemplaren van vroege N-3B legermodellen gaan nu zelfs voor een klein fortuin weg – verzamelaars in Japan leggen zonder probleem 1000 dollar neer voor zo’n jas. Maar latere jaargangen hebben die verzamelwaarde niet, en beschadigingen op gedragen exemplaren doen de waarde ook flink zakken.

Mijn interesse in de N-3B was al een tijdje gewekt. Maar voor ik serieus geld ging investeren in een vintage N-3B leek het me een goed idee om eerst te kijken of het model uberhaupt iets voor me was. Ik kocht online een goedkope zwarte replica van de N-3B. Voor een paar tientjes kon ik daarmee de maatvoering vergelijken en zien of het model mij stond. Dat was in 2014… en 3 winters verder kan ik je zeker vertellen dat de N-3B iets voor me is. Die goedkope jas, origineel alleen als test was bedoeld, heb ik bijna permanent in de koude seizoenen aangehad, omdat ie zo praktisch en warm was. Deze winter bedacht ik me dat het ondertussen wel tijd was geworden om een echte N-3B aan te schaffen!

Makkelijker gezegd dan gedaan. Ongebruikte N-3B’s zijn niet te krijgen, want die eerder genoemde Japanse verzamelaars winnen altijd van je, ongeacht je bod. Gebruikte N-3B’s zijn een gok want het blijven legerjassen, en die worden echt afgetuigd als ze gedragen worden – dat dunne lijntje tussen wat nog vintage is of gewoon echt gesloopt is soms ver te zoeken bij de verkopers. Daarnaast bleken de meeste vintage N-3B jassen toch in Amerika te verblijven, wat een hoop gedoe zou betekenen met verzend- en douanekosten. Uiteindelijk kwam ik na een lange zoektocht op eBay uit op mijn huidige aankoop: een verkoper in Belgie had een N-3B die geproduceerd was in de jaren ’50, wat erg vroeg is, maar wel gedragen was, waardoor hij toch betaalbaar blijft. Inclusief verzendkosten was ik een zeer prima 80 euro kwijt aan deze jas.

Mijn jas is volgens het label gemaakt door Albert Turner & Co, een bekende producent van legerkleding en één van bedrijven die de N-3B officieel voor de luchtmacht gemaakt heeft. De militaire specificatie van deze jas is 6279C – bij elke aanpassing ging de letter aan het eind een stap verder, dus dit was de derde aanpassing op het N-3B model. Omdat er geen DSA (Defense Supply Agency) nummer, een identificatie voor producent en productiejaar, op het label staat kunnen we niet meteen zien in welk jaar de jas gemaakt is – maar de DSA werd pas in 1962 geintroduceerd, dus deze jas is sowieso ouder. Dit klopt ook met het zwarte label, want het moderne witte label werd ook pas rond de introductie van het DSA nummer toegepast. Veel andere sites (bijvoorbeeld deze) over N-3B parka’s verwijzen voor een Albert Turner parka met 6279C als spec naar 1957 als productiejaar, dus laten we daar ook even van uit gaan.

Tof detail: gebruikte legerjassen hebben vaak persoonlijke aanpassingen of identificatie van de originele eigenaar erop. Zo zie je bijvoorbeeld veel N-3B jassen met reflectieve strips erop gestikt, zodat grondpersoneel goed zichtbaar was, ook als ze nacht-operaties moesten voorbereiden. Mijn jas heeft een handgeschreven naam van de voormalige eigenaar onder het label staan, die niet meer te lezen is na al die tijd. ‘Berielke’ misschien? De eigenaar zat in ieder geval in de USAF – niet verrassend, aangezien deze jassen daar voor gemaakt waren – maar meer weten we niet. Was hij piloot? Of technisch grondpersoneel? Je kunt er van alles bij bedenken.

Zo’n oud model is niet alleen meer gewild door de zeldzaamheidswaarde, maar ook omdat in latere jaren flink bezuinigd werd op het materiaal van deze jassen. Zo heeft deze 6279C jas een buitenkant gemaakt van 100% nylon en een 60% wol / 40% katoen mix voor de vulling, en werd er toen nog echt bont op de jas gebruikt. Latere jassen gebruikten een goedkopere nylon/katoen mix voor de buitenkant en simpel polyester voor de vulling, met een synthetisch nepbont uit de tijd dat ze dat nog niet heel goed konden maken.

Opvallend bij het nylon is dat dit destijds nog een ontzettend nieuw materiaal was, waar ze nog veel over moesten leren. Zo bleek de nylon samenstelling die zij gebruikten zeer gevoelig te zijn voor verkleuring, waardoor het groene nylon langzaam paars kon worden. Vooral onder langere invloed van UV licht was dit merkbaar, waardoor oudere N-3B jassen some volledig paars zijn uitgeslagen. Onder het luchtmachtpersoneel die de jassen droegen was dit echter een statussymbool; het dragen van een ‘salty’ jas, zoals zij dat noemden, betekende dat je al lang in dienst was. Mijn jas heeft hier ook last van, al blijft het bij een aantal vlekken hier en daar.

Deze oudere jassen hebben ook andere details die latere jaargangen niet hebben. Zo is er nog een U.S. Air Force logo gestencild op de linkermouw, wel flink vervaagd vergeleken met hoe duidelijk deze origineel had moeten zijn. Een ander mooi detail is het merk ritssluitingen, nog van het originele Amerikaanse merk Crown. Zoals veel Made in the USA producten werden Crown ritssluitingen later vervangen door de veel goedkopere – en volgens kenners kwalitatief slechtere – ritssluitingen die gemaakt werden in het buitenland. Crown ritssluitingen zijn zo’n belangrijk onderdeel van vintage Amerikaanse kleding, dat het Japanse Buzz Rickson’s – een merk dat perfecte replica’s maakt van legerkleding – een fortuin heeft uitgegeven om exacte kopieen te kunnen produceren van Crown ritsen.

Ondanks de goede staat, voor een gebruikte jas van ruim 60 jaar oud, kun je zeker stellen dat hij niet perfect is. Naast een beperkt aantal beschadigingen, die mijn kleermaker allemaal netjes weer kon bijwerken, mist deze jas het originele bontkraagje en de originele knopen voor de windflap. Echt bont vergaat op den duur, en ik kan me voorstellen dat het laagje bont op deze jas na 60 jaar niet bijzonder fris meer was. Ik ga even op zoek naar een vervanging voor bont en knopen, en dan is deze jas weer helemaal klaar voor het winterseizoen eind dit jaar!

Een nieuwe plaat in een oude Omega

Na het monteren van een vervangende wijzerplaat kan deze Omega Seamaster uit de ’60s er weer tegen aan!

Een van de eerste vintage horloges die ik kocht was een Omega Seamaster uit de ’60s, een 14759 om precies te zijn. Het horloge had alles wat ik zocht in een net kantoorklokje – rustig en ingetogen model van een goed merk, met mooie details zoals de ‘alpha’ vorm van de handen en de goudkleurige opgelegde markers.

IMG_9115.jpg

Ik liep er een paar weken heel enthousiast mee rond, maar toen merkte iemand op dat de Omega tekst er een beetje scheef op stond. En toen ik er met een macro-lens foto’s van nam zag ik ook hoe slecht afgewerkt het Omega logo op de plaat zat. En eigenlijk viel het ook wel op dat de wijzerplaat veel te clean was, vergeleken met de wijzers.

Vintage Omega Seamaster

En zodra je het gezien hebt kun je het natuurlijk nooit meer negeren. Zo’n slecht gerestaureerde wijzerplaat noemen de horloge-fans een ‘redial’, en het betekent ook dat het horloge een stuk minder waard wordt. Miskoopje dus, maar ik wist toen nog niet zoveel van horloges.

En toen vond ik op eBay dit vintage exemplaar tussen de horloge onderdelen liggen:

Vintage Omega dial

Andere markers, geen Seamaster text en een crosshair over de plaat, maar alsnog zag deze plaat er beter uit dan de plaat die al in m’n Seamaster zat. Ik wist niet helemaal zeker of het ging passen, dus op hoog van zegen maar op geboden – en gewonnen! Deze week door een horlogemaker laten monteren en…

Omega Seamaster

Pretty damn good. Erg tevreden over zelfs. De markers hebben een andere vorm, maar ik vind deze misschien nog wel mooier. De Seamaster tekst mis ik niet, de crosshair vind ik de plaat juist weer mooi opvullen. En dat ziet er zo uit om de pols:

Vintage Omega Seamaster wristshot

Deze Seamaster gaat weer wat vaker gedragen worden!

ONA Union Street Cameratas

Bedoeld als cameratas, maar ook uitstekend geschikt als dagelijkse werktas.

Ik wil al ruim 5 jaar de ONA Union Street cameratas. Het is één van de mooiste cameratassen die ik ooit gezien heb, gemaakt van waxcanvas en leer in een klassieke stijl die destijds helemaal niet gangbaar was tussen de nylon Crumpler, LowePro en vergelijkbare merken. In de tussenliggende jaren kwamen er steeds meer merken bij die ook zoiets deden, maar dat eerste ONA model heeft me nooit losgelaten. Het probleem bleef de prijs: meer dan 300 euro voor een cameratas is stiekem een beetje absurd. Ik heb zelfs geprobeerd om er DIY een zelf te maken door een normale messenger tas te waxen en daarna te voorzien van camera padding. Maar dat was toch lang niet hetzelfde.

Ona-Union-messenger-bags

Toen ik vorige maand besloot om een nieuwe werktas te kopen keek ik al snel naar de standaard hipster heritage merken als Filson. De Filson 256 is een van de mooiste werktassen die er bestaat. Deze kost ook rond de 300 euro, maar voor een tas die je elke dag gebruikt is dat helemaal niet zo’n gek bedrag.

En toen bedacht ik me dat ik natuurlijk ook de ONA kon kopen voor dat geld, als werktas kon gebruiken, en dan ook nog eens veilig elke dag m’n dSLR kon meenemen. Ja, ik ben echt heel goed in het voor mezelf bedenken van rationalisaties om meer geld uit te geven :)

Dus meteen besteld in de kleur Smoke – grijs dus. Ik heb ‘m nu twee weken in bezit en ik moet zeggen: Wauw. Wat een tas.

Van buiten is het al een fraai apparaat: grijs waxcanvas, roodbruin leer. De wax in de stof zorgt ervoor dat de tas waterafstotend is, en zorgt er ook voor dat de tas net als het leer mooi oud wordt. Het doek gaat op den duur een geheel eigen karakter krijgen, omdat er vouwen en krassen in komen die het patina geven.

IMG_0979.jpg

De tas kun je dragen met het leren hengsel of de schouderriem. De schouderriem heeft een leren pad met een zachte onderkant, die prima comfortabel is. Het hengsel is wat ongebalanceerd omdat het alleen aan de achterkant zit, waardoor de tas wel schuin hangt als je hem hiermee draagt. De schouderriem staat daarom een stuk mooier. Achter het leren hengsel heb je ook nog een verborgen vak. Deze is groot genoeg voor wat documenten of een tablet die je snel bij de hand wilt hebben, en sluit met een klein magneetje.

IMG_0981.jpg

De bodem is volledig met leer versterkt, zodat die niet kan doorlekken als je de tas neerzet op een vochtige stoep of andere natte ondergrond.

IMG_0982.jpg

Het metaalwerk is uitgevoerd in ‘antique brass’, wat het net ff wat meer klasse geeft dan een standaard roestvrij staal uiterlijk.

IMG_0987.jpg

IMG_0983.jpg

De tas sluit aan de voorkant met verborgen schuifgespjes, terwijl de riempjes alleen bedoeld zijn om de klep te verstellen.

IMG_0988.jpg

IMG_0990.jpg

Van binnen heeft de Union Street verschillende padded compartimenten die je naar wens kunt instellen. De padding is superzacht en dik, dikker dan in mijn andere cameratassen, en je kunt je helemaal uitleven op de indeling. Als je wilt kun je ook alles verwijderen zodat je een volledig lege tas hebt, zonder laptop of cameravakken.

IMG_0994.jpg

Voorin zit nog een apart voorvak, gesloten met een rits, waar ruimte is voor wat losse spullen. Er zitten 4 SD-kaart vakjes in, 2 grotere vakken waar bijvoorbeeld visitekaarten kunnen, en een aantal pennenhouders. De grote vakken zijn stevig afgewerkt met leer zodat ze hun vorm blijven behouden.

IMG_1001.jpg

IMG_1000.jpg

Aan beide weerszijden zit onder het ONA logo een klein vakje waar bijvoorbeeld een flesje water in zou kunnen.

IMG_0985.jpg

De zijkanten zijn ook voorzien van extra flapjes die naar binnen vouwen als je de tas sluit; deze zorgen ervoor dat de regen buitengehouden wordt. Superhandig en eigenlijk heel raar dat dit niet op alle tassen zit.

IMG_0999.jpg

Om je een idee te geven van mijn dagelijkse indeling, dit is de tas leeg:

IMG_0992.jpg

En dit met vulling:

IMG_1006.jpg

Mijn EDC bestaat uit een 13″ Macbook Air, een Canon 60d met 24mm pancake lens, een Moleskine notebook met een Visconti Rembrandt pen in een HardGraft houder, een Western Digital USB3 externe HD, astma medicijnen en een busje deo, en verder wat kleine kabeltjes en losse spullen als een powerbank in het voorvak.

IMG_1004.jpg

Tot nu toe super tevreden mee. Ik zal over een paar maanden nog een update geven als ik er een tijdje mee heb rondgelopen, maar ik denk niet dat ik hier snel iets te klagen over zal hebben!

Barbour International jas

De iconische Britse motorjas, zoals Steve McQueen ook ooit droeg…

Deze week kan ik weer een kledingstuk van de lijst afstrepen. Nouja, soort van – het bleek eigenlijk niet helemaal wat ik gedacht had…

manbike

Barbour maakte in 1936 een motorpak speciaal ontworpen voor de ISDT – de International Six Day Trials, een van de oudste offroad wedstrijden voor motorfietsen. Het pak werd gemaakt van waterbestendig waxed canvas en ontworpen met veel details die handig waren voor een motorrijder, zoals een grote ringvormige rits die je met handschoenen aan kon dichtritsen en een riem om de wind buiten te houden. Daarnaast had het pak specifieke features bedoeld voor deze trials, zoals de ‘dronken’ schuine linkerborstzak waar je makkelijk met je rechterhand een landkaart uit kon halen en een kleine zak op de mouw waar een scheidsrechter tijdens de wedstrijd een afgetekende tijdkaart in kon stoppen.

ursula

De pakken waren zo goed dat de kapitein van de HMS Ursula, een Britse onderzeeër uit de tweede wereldoorlog, speciale versies bestelde voor zijn eigen bemanning. De kleding die de Britse marine zelf aan de onderzeeërs leverde was ontworpen voor gebruik op normale schepen en niet opgewassen tegen de extra natte omstandigheden op een onderzeeër. De Barbours daarentegen waren wel in staat om weer en wind te overleven.

Deze Ursula variant was geen volledig pak meer, maar een jas. En daaruit ontstond na de oorlog de moderne versie van de International, de Barbour motorjas die nog decennia daarna gemaakt zou worden. De jas was zo goed dat Britse nationale motorteams uitsluitend de International droegen en ook bekendheden uit andere landen, zoals Steve McQueen, ervoor kozen.

mcqueen

In tegenstelling tot de Schott Perfecto, waar ik eerder over schreef, is de International de Britse interpretatie van de ideale motorjas. De Amerikaanse Perfecto is gemaakt van leer, kort en nauw aangesloten op het lichaam, perfect om eindeloze mijlen aan vlak asfalt te doorkruisen. De Britse International daarentegen is van stevig waxed canvas, met een lange, ruime fit om probleemloos op de motor de doorweekte Engelse bossen te overwinnen. En net als de Perfecto begon de International het uniform te worden van een bepaalde lifestyle.

barbourinternational

Daardoor werd ook buiten de motorsport de International bekend en gaandeweg steeds vaker gezien in het straatbeeld als normale jas. En ondertussen zo belangrijk voor Barbour dat zij een apart label hebben vernoemd naar de International, met een volledige collectie kleding die dezelfde associaties probeert op te roepen.

IMG_9409.jpg

Een fraaie jas met een toffe historie dus. Zeker geen onaangename verrassing toen ik in de Episode, bladerend tussen de waxjassen, opeens zo’n dronken borstzak zag verschijnen. Ik plukte de jas uit het rek en was meteen enthousiast: een goede bruine tint met een fijn verweerd patina, zoals het hoort op een waxjas, niet versleten maar ook zeker niet nieuw. Snel trok ik de jas aan in de hoop dat het ook maar een beetje mijn maat zou zijn. Aziaten zijn nou eenmaal erg aan de kleine kant en Britten zijn dat, kort door de bocht, vaak niet.

Untitled

Maar hij paste perfect. Te perfect zelfs, hij was zo fitted dat ik haast niet kon geloven dat het kon kloppen. Barbour valt over het algemeen verschrikkelijk groot omdat het van oorsprong hele functionele kleding moest zijn, maar deze zat aan alle kanten meteen goed. Dat maakte het een no-brainer: meteen naar de kassa gelopen en gekocht.

Eenmaal thuisgekomen ging ik toch even googlen, want bij Barbour jassen zit er in de binnenzak een wit label met modelinformatie. Altijd handig, want dan kun je het modelnummer opzoeken en zo een tweedehandse jas volledig identificeren. En toen ontdekte ik waarom deze International zo verrassend slimfit valt.

Modelnummer L1926 hoort namelijk bij een vrouwenjas. Oeps.

Barbour_Ladies_Wax_International_Jacket_-_Sandstone_L1926_1

Achteraf vallen de verschillen ook op. De knopenrij sluit op de vrouwelijke wijze rechts-over-links. De borstzakken zijn hoger geplaatst om meer ruimte te maken en het label zit aan de andere kant. Maar dat was me allemaal niet opgevallen omdat de rits wel op de traditioneel mannelijke manier sluit, en dat is de enige test die ik normaal doe om te kijken of het wel een mannenjas is.

Maar om eerlijk te zijn… fuck it. ’tis misschien een vrouwenjas, maar hij staat me met m’n kleine bouw een stuk beter dan een echte mannen-International me zou staan. En er is echt niemand die in het wild de omgekeerde knopenrij opvalt. Hij is voor de komende winter zeker niet warm genoeg, maar ik denk dat ik er in de lente heel veel plezier van ga hebben!

barbour_ursula_jacket

Ondertussen blijf ik ook gewoon doorzoeken naar een paar andere vergelijkbare jassen op de lijst. De Ursula is door Barbour in recente jaren weer opnieuw uitgebracht als limited edition, en dat vind ik toch ook een verrassend mooi exemplaar. Hij verschilt vooral op details van de International, maar het meest opvallend zijn de ontbrekende borstzakken waardoor de jas bij de borst minder bulky is.

Screenshot 2014-11-27 15.15.04

En de eeuwige concurrent van Barbour, het modieuze Belstaff, heeft ook een aantal vergelijkbare motorjassen als de Trialmaster en de Panther in de collectie. Destijds waren deze modellen ook verkrijgbaar in waxed canvas maar het merk is tegenwoordig voornamelijk bekend om zijn leren versies, die er ook erg goed uit zien. Omdat de Perfecto voor mij toch lastig dragen is – het biker imago is niet helemaal mijn ding – is de veel lagere in-your-face factor van deze modellen een erg goed alternatief.

Nu nog hopen dat ik deze jassen ooit ga tegenkomen in een vintage store, want ik was zeker niet van plan de hoofdprijs te betalen :)

Schott Perfecto 618

Ultieme rock chic: de klassieke Amerikaanse biker jas…

Ik zal vast een stukje mannelijkheid moeten inleveren als ik dit beken, maar who cares: ik heb een kleding bucketlist. Best een grote, zelfs. Gevuld met bepaalde objecten die zo iconisch zijn dat ik ze simpelweg ooit moet hebben. Sommige zijn makkelijk te krijgen omdat ze én goedkoop zijn én nog steeds geproduceerd worden. Denk aan de donkerblauwe Vans Authentics, die de Z-boys droegen, of de Adidas Superstar sneakers die Run DMC beroemd heeft gemaakt. Sommige zijn een flink stuk prijziger of zijn, als ze niet meer gemaakt worden, alleen in extra dure reproducties te verkrijgen. De klassieke Burberry trenchcoats, of de Amerikaanse fishtail legerparka’s waar de Britse mods na de tweede wereldoorlog mee rondliepen. Duizenden euro’s neerleggen voor een jas is gewoon nog niet echt een optie voor mij.

Eén van de kledingstukken op die bucketlist is de Schott Perfecto. De allereerste leren motorjas ooit, ontworpen in 1928, speciaal gemaakt om motorrijders warm te houden zonder in de weg te zitten tijdens de rit.

viceinfographic1

Niemand had daarvoor eraan gedacht om kleding specifiek voor op de motor te maken. Bijna elke motorjas die daarna kwam is geïnspireerd geweest door de originele Perfecto. Veel iconischer kun je het eigenlijk al niet krijgen. Maar in de decennia daarna werd de Perfecto ook nog eens geassocieerd met alles van outlaw biker gangs en acteurs als Marlon Brando en James Dean in de ’50s, tot het uniform van de punkscene in de ’70s bij bands als de Sex Pistols, Blondie, Joan Jett en natuurlijk het belangrijkste: de Ramones.

ramones-photo3(large)

Met een wannabe-skate jeugd gevuld met punkmuziek luisteren heb je hier dan natuurlijk best wel een heilige graal te pakken. Schott maakt ook nog steeds Perfecto’s, maar ze zijn ondertussen ietsje duurder geworden: voor 825 dollar heb je een gloednieuwe, zwarte runderleren Perfecto.

perfectomodern

Dat valt toch wel ietsje buiten budget. Je zou natuurlijk via eBay of een andere veilingsite er goedkoper aan kunnen komen, maar een gebruikte Perfecto in redelijke staat levert nog steeds makkelijk 300 euro op. Dat blijft een hoop geld.

En daarom ben ik zo blij met de Episode in Utrecht. Met stip mijn favoriete winkel in heel de stad. Kringloopwinkels zijn niet echt mijn ding, maar de Episode is schoon, netjes, georganiseerd en voorzien van relaxte lui achter de kassa. En minstens zo belangrijk – als vintage store hebben ze net wat vaker de echt boeiende merken in huis dan een willekeurige kringloop.

episode

Burberry, Barbour, Gloverall, etc… ik ben het allemaal al tegengekomen daar. En je neemt het mee voor een paar tientjes per stuk, terwijl die dingen op eBay voor het veelvoud gaan.

Maar een Schott had ik er nog nooit gezien. Het merk is voornamelijk bekend in Amerika dus het is ook lastig om ze hier in het wild tegen te komen, ze kunnen alleen verkopen wat er ook daadwerkelijk binnenkomt. Maar toch hoopte ik elke keer dat er misschien deze week wel een Schott tussen de leren jassen zou hangen. Twee jaar lang keek ik steeds weer, en zag ik opnieuw dezelfde leren jassen in het rek hangen. Tot vorige week. Toen zag ik opeens een aantal nieuwe jassen hangen, en tussen de revers van één jas…

Schott Perfecto 618 - neck tag detail

Yeah baby. De heilige graal: een Perfecto!

Schott Perfecto 618 - zipped

En niet alleen een Perfecto, maar ook nog een Perfecto in maat 42 (US). Mijn maat! Mijn maat!!!

Even zoeken naar het verborgen merkje in de zak, waar de model informatie op staat…

Schott Perfecto 618 - production label detail

Een 618, het tweede modelnummer Perfecto dat Schott uitbracht, die sindsdien nog steeds wordt gemaakt. Met deze informatie en wat foto’s kun je via de Schott site laten dateren wanneer je jas de fabriek verlaten heeft. Een post op het forum van Schott later en al snel wist ik meer:

The jacket is the Steerhide version style 618 which is confirmed on the pocket ticket. Since the pocket ticket has no bar code the jacket was produced prior to 1992. Based on the Perfecto label w/Schott NYC, YKK & Ideal zippers in the jacket the jacket is probably from the mid-1980’s. – Gail

Vintage stierenleer uit de ’80s, dus al een jaartje of 30 lekker ingesleten. Dat zie je ook, maar het is niet lelijk, en de jas is eigenlijk zelfs nog in verrassend goede staat voor z’n leeftijd. Maar als je de verhalen zo leest zijn deze jassen ook degelijk genoeg gemaakt om het langer te overleven dan de eigenaar, uitzonderingen als motorongelukken daargelaten.

Schott Perfecto 618 - sleeve detail

Nog wat extra detail shots. Check die afwerking:

Schott Perfecto 618 - sleeve zipper detail

Schott Perfecto 618 - button detail

Schott Perfecto 618 - pocket zipper detail

Schott Perfecto 618 - belt buckle detail

Schott Perfecto 618 - main zipper detail

En hoeveel heb ik betaald voor zo’n legendarisch item? Slechts 45 euro. Jep, dat klopt, vier tientjes en één vijfje. Suck it, eBay, met je 300 euro.

Schott Perfecto 618 - unzipped

Nu alleen nog kijken hoe ik ‘m daadwerkelijk kan gaan dragen – je hebt nog best wat van de juiste attitude nodig om met zo’n jas rond te lopen, en zowel de indie hipster als preppy student look passen er tot nu toe niet helemaal bij :) .

Vintage Huguenin Reparatie

Vorige zomer kocht ik een vintage Huguenin horloge; een goudkleurig mechanisch horloge dat als testcase diende voor een nog te kopen afstudeercadeau. Pluspunt: ik merkte meteen dat een horloge met een kleinere diameter en een gouden kast mij erg kon bekoren. Minpunt: Na een paar maanden begon het horloge heel slecht te lopen. Steeds vaker stond het uurwerk stil en moest je een ferme tik tegen het glas geven om hem weer op gang te krijgen.

Nu koste dit horloge me een paar tientjes, het uurloon van een echte horlogemaker is daar al een veelvoud van. Een mechanisch uurwerk servicen kost een paar uur, dus je snapt al waar het heen gaat – dat ging hem kostentechnisch niet echt worden. Gelukkig bood Peter me via een forum toen aan gratis een kijkje te nemen en de boel schoon te maken; hij had het eerste deel van de horlogemakersopleiding in Schoonhoven afgerond en vond het leuk om wat meer te kunnen oefenen. Dat hoef je me niet twee keer te zeggen!

Peter schoot meteen wat foto’s voor me, een paar highlights wil ik hier nog even aanstippen:

Eerste keer op de timegrapher, het apparaat dat de afwijking van een horloge meet. Het diagram hoort een rechte lijn te laten zien terwijl de amplitude rond de 270 ligt en de rate zo dicht mogelijk bij 0 staat – not quite. De beat error is zelfs zo groot dat er geen getal meer achter staat:
1

Een eerste kijkje nemen op het uurwerk. Dit blijkt een oud ETA 1100 uurwerk te zijn, wordt niet meer gemaakt:
2

Smerigheid op de plaat en in het uurwerk:
4
9

Opgedroogde olie op de jewels, die er juist voor moeten zorgen dat zij vrij kunnen draaien:
8

Waarschijnlijk ook niet echt waterdicht meer; rechts is het rubber wat erin zat en links wat erin hoort:
29

Kapotte hebel; het onderdeel wat ervoor zorgt dat er een ‘klik’ is tussen de stand van de kroon om op te winden en om de wijzers te verzetten. Deze kon gelukkig nog nabesteld worden:
6
22

Volledig gedemonteerd:
14

Close-up van de delicate radertjes:
13

Schoongemaakt, weer in elkaar gezet en aan het afstellen op de timegrapher:
20

Dat ziet er al een stuk beter uit:
23

Wijzertjes er weer op:
27

Terug in de kast:
30

En weer in mijn bezit op een gloednieuw 19mm Rios bandje:
Vintage Huguenin dresswatch, back from service

Bedankt voor alle moeite Peter! Ben er ontzettend blij mee :D

Superga sneakers

Terwijl ik de afgelopen jaren steeds meer Superga sneakers om me heen zag verschijnen dacht ik dat er weer een nieuw modemerk plimsolls tevoorschijn was gekomen. En ik vond het twijfelachtig of dat wel nodig was. Converse maakt al Allstars sinds de jaren ’20, Vans heeft z’n Authentics sinds de ’60s, en zo zijn er nog zat andere merken met historie te vinden die vergelijkbare schoenen maken. Waarom zou je dus nu voor een of ander nieuw merk kiezen?

Maar die nieuwheid blijkt dus mee te vallen. Het Italiaanse Superga bestaat namelijk sinds 1911 (!!!) en is nu al een eeuw een iconisch merk in Zuid-Europa. De slogan van het merk is zelfs “People’s Shoes Of Italy”

Oeps. My bad.

Gelukkig ben ik verder niet zo moeilijk, dus zonder meer bereid om deze sneakers spontaan wel te dragen nu ik weet dat ze toch heritage bezitten ;-)

Aangezien m’n huidige paar allstars bijna doorgesleten is leek het me aardig voor de rest van deze ‘zomer’ om Superga eens uit te proberen. Het klassieke must-have model is de 2750, een tennisschoen die sinds 1925 door Superga gemaakt wordt:

Ze zijn in alle kleuren van de regenboog te krijgen, maar wit canvas is de original:

Ik heb echter al plannen voor nog te kopen witte sneakers dus mijn keuze viel nu op een model 2950 – dezelfde upper als de 2750 maar dan met een dunnere zool voor een iets eleganter uiterlijk – in lichtgrijs.

Besteld voor een paar tientjes in de aanbieding bij Spartoo. Ben erg benieuwd!

Overigens, hoe heerlijk ’90s is die reclame van Superga hierboven. Zweverig triphop soundtrackje (Tricky – Hell Is Around The Corner) gecombineerd met wannabe-vintage zwart/wit en zo’n typisch onlogisch jaren ’90 reclame-plot… Wordt er meteen nostalgisch van.

Bonus: twee behind-the-scenes videos van fotoshoots met het schatje Alexa Chung, die het gezicht van Superga is.

Baracuta Harrington G9 jack

De Harrington G9 is in het straatbeeld een misschien wat onopvallende vertoning. Het is een vrij standaard jack, met elastiekband bij de mouwen en middel, een ritssluiting en twee zakken met knopen. Je zou zoiets ook bij de C&A kunnen vinden, zeg maar. Het verschil is dat de Harrington G9 het origineel is van al dat soort mannenjacks. Tachtig jaar geleden ontworpen door het Britse Baracuta en vervolgens door uiteenlopende generaties na elkaar gedragen – mods, skins, punks, trads, allemaal droegen ze Harringtons.

Het leuke is dat Baracuta in al die tijd nooit gestopt is met het maken van precies hetzelfde jack dat ze in de ’30s ontworpen hebben. Onder de ‘original fit’ modelnaam kun je dus nog precies hetzelfde model Harrington kopen zoals gedragen door James Dean, Elvis Presley, Frank Sinatra, Steve McQueen, etc. Ik weet dat het niet meer dan een goed stuk marketingverhaal is en dat ik er weer eens met beide benen intrap, maar hier hou ik dus van. Dat gevoel van heritage, historie, authenticiteit. Mooi! Voor de minder puristische consument hebben ze ook de wat strakker gesneden ‘slim fit’ en ‘vintage fit’ modellen, die beter inspelen op de moderne smaak.

Er zijn nog twee varianten van het jack die Baracuta verkoopt: de G10 en de G4. De G10 is van voren identiek aan de G9, maar bij dit model zijn aan de achterkant geen vents verwerkt. De G4 heeft in plaats van elastiek rond de mouwen en middel een verstelling door middel van drukknopen. De G4 is daarom handig voor mensen bij wie het elastiek op minder fraaie wijze bijvoorbeeld een bierbuik benadrukt ;)

Dankzij mijn Modifast dieet was mijn vorige zomerjas opeens een beetje te groot, dus had ik even snel – en liefst niet te duur – wat nieuws nodig. Handig dus dat je er dan op gewezen word dat er een online sale is op de site van Baracuta met kortingen tot 70%. Ik heb nu met flinke korting deze vintage fit G9 in ivoorwit besteld:

Het is niet een van de traditionele modellen – ivoorwit hadden ze vroeger niet als kleur en dit model mist de eigenlijk verplichte red Fraser tartan voering – maar ik denk dat ie me wel lekker zal staan. Als je de couponcode GOLD invoert bij het afrekenen gaat er nog eens extra 20% van de prijs af, wat toch weer leuk meegenomen is. De sale is al een tijdje bezig dus de gangbare maten zijn wel zo’n beetje op, maar je kunt er misschien nog net wat leuks tussen vinden!

DIY Waxcanvas Cameratas: deel 1

Als ik nu €300 aan onbesteed geld op de rekening had staan dat ik nergens anders voor nodig had weet ik zeker waar het heen zou gaan. Dat werd gepaypald naar de VS om een van deze twee cameratassen te bestellen:


ONA Union Street


ONA Brixton

Ik vind de meeste normale cameratassen verschrikkelijk lelijk. Het zijn net laptoptassen; zwarte nylon gedrochten, functioneel gemaakt om een bepaald object van plek A naar plek B te slepen, zonder enige aandacht voor hoe het eruit ziet. De paar merken die wel aandacht aan het uiterlijk besteden zijn op hun beurt weer diefstalgevoelig; elke dief weet dat er uit een Crumpler tas waarschijnlijk een hoop geld te halen valt. Daarnaast moet het moderne, synthetische uiterlijk van Crumpler je ook maar net bevallen.

ONA pakt het anders aan. Van binnen zijn deze tassen net zo functioneel als elke andere goede cameratas, maar van buiten wekt de tas niet de indruk dat er een dure camera in zit. Het lijkt een ‘gewone’ messengerbag met een wat ouderwets uiterlijk. Je ziet er dan ook geen grammetje nylon of plastic aan – het doek is gemaakt van waxcanvas, de trim is van volnerf leder, het metaalwerk is van koper. Precies mijn smaak dus.

Waxcanvas is een oude methode uit de jaren ’20 om stof waterafstotend te maken door het met een wasmengsel te behandelen. Het idee was de eeuw daarvoor ontwikkeld voor zeilen op schepen, maar het werd toen opgepikt door bedrijven als Barbour, Filson en Belstaff om kleding en tassen te maken die bestand waren tegen het vochtige buitenleven. Zo werd waxcanvas al snel geassocieerd met activiteiten als jagen en motorrijden. De was maakt de stof stugger en geeft het een heel typerend uiterlijk, dat net als leer er mooier uit gaat zien naarmate het meer doorleefd en gebruikt wordt. Waxcanvas is daardoor nu opnieuw populair bij merken die een stijlvol heritage tintje aan hun producten willen geven. Maar omdat men het tegenwoordig nog maar weinig gebruikt – er zijn ondertussen functioneel betere synthetische oplossingen ontdekt – wordt er niet meer op grote schaal waxcanvas geproduceerd. Het proces om canvas te waxen is ook niet geautomatiseerd en het is lastiger om gewaxte stoffen te verwerken tot het eindproduct, waardoor er veel handwerk in zit. Dat drijft de prijs van producten met waxcanvas flink op.

Zo’n ONA is dus helaas buiten mijn huidige financiele bereik. Maar toen werd ik via Stijlforum op het volgende idee gebracht:

  • Je kunt door middel van een padded insert van elke normale tas een geschikte cameratas maken.
  • Webshop ASOS heeft een aantal goedkope tassen – slechts 20 euro – die oppervlakkig gezien best veel lijken op zo’n ONA, van katoen canvas en met splitlederen trim en koperkleurige gespjes.
  • Je kunt zelf canvas waxen, ook als het al in een eindproduct is verwerkt.

Vooral dat laatste punt was een openbaring. Na wat googlen bleek dat het jarenlang voor scouts, survivalists en kampeerders de normaalste zaak van de wereld was om hun eigen spullen als tenten en rugzakken te behandelen met wax. En heel lastig lijkt het niet te zijn, als je de videos op YouTube zo bekijkt. Een tas in ONA stijl ligt dus wel binnen bereik! En aangezien ik altijd hou van niet helemaal goed doordachte doe-het-zelf plannen…

De ASOS tas is verkrijgbaar in zwart, blauw en mosterdgeel (origineel ook in olijfgroen, nu helaas niet meer). Omdat ik de blauwe versie het mooiste vond heb ik deze besteld, maar later realiseerde ik me dat gewaxte stof donkerder van kleur wordt en dat het mosterdgele model na het waxen waarschijnlijk precies de tint bruin was geworden die ONA ‘Ranger Tan’ noemt. Als het eindresultaat bevalt koop ik de mosterdgele ook wel, voor het geld hoef je het niet te laten.

Ik heb nog een padded insert van het merk Tenba liggen. Toevallig heeft Marijn dezelfde ASOS tas (wel in olijfgroen) met dezelfde insert getest – zie foto hierboven – waardoor ik weet dat dit model in ieder geval perfect past. Misschien koop ik, als het wax-experiment goed verloopt, er nog wel een mooiere insert voor op eBay. Bijvoorbeeld de Puleme, die ook voorzien is van een flap aan de bovenkant om de compartimenten mee af te sluiten.

Zelf wax maken bleek simpel, het basisrecept is een mengsel van paraffinewas (waxinelichtjes) met bijenwas. Toevoegen van olie of thinner is ook mogelijk voor andere eigenschappen van de wax, maar niet noodzakelijk. Maar hoewel dit de goedkoopste optie was had ik eigenlijk helemaal geen zin in het zelf omsmelten en mengen van wax. Ik wil eerst zien of het resultaat uberhaupt de moeite waard is voor ik een paar kilo kaars ga omsmelten, dus moest een wax kopen die al klaar voor gebruik was.

Aankoop 1 voor project waxed canvas cameratas is binnen! #otterwax

Mijn keuze voor deze eerste poging viel op OtterWax. In tegenstelling tot reguliere wax bevat OtterWax geen paraffine en is daardoor 100% natuurlijk, hoewel dat mij natuurlijk weinig kan schelen. Het belangrijkste voordeel van Otterwax is namelijk dat het niet gesmolten hoeft te worden, het blok wax (ter grootte van een stuk zeep) kan direct op de stof worden uitgewreven. Barbour, Filson, en andere bedrijven die waxcanvas producten maken leveren ook eigen wax, maar die moet eerst boven een vuurtje gesmolten worden voor het met een kwast of roller op het object gesmeerd wordt. OtterWax leek mij de minste moeite te gaan kosten.

De OtterWax is al binnen, want besteld bij de Nederlandse webshop Warenmagazijn, de ASOS tas komt overvliegen uit Engeland en laat nog even op zich wachten. Zodra die er ook is ga ik het meteen proberen, dan volgt ook een deel 2 bericht met uitgebreide fotoshoot van het proces en hopelijk het succesvolle resultaat!

Update: Deel 2 staat nu ook online!

The Black Ivy

De Amerikaanse Ivy League universiteiten – duurste, prestigieuste, meest historische – zijn volgens de verhalen altijd bolwerken van de preppy look geweest. Het komt redelijk overeen met wat we ook hier van ballerige studentjes gewend zijn – rugbytruien, bootschoenen, kraagjes, teruggrijpen naar het traditionele en er een hedendaagse swing aan geven. In de boeken over deze stijl valt één ding heel erg op: er zijn nauwelijks zwarte studenten in te vinden. De Ivy League was in de hoogtijdagen van prep dan ook een bijna geheel blanke ervaring.

De jongens van Street Etiquette zijn daarom op bezoek geweest bij een aantal traditioneel zwarte universiteiten, om te laten zien op wat voor manier deze stijl zich bij hun heeft ontwikkeld. Naast een fotoshoot, die te zien is op hun Black Ivy projectpagina, is de bovenstaande video in elkaar geklust. Zitten wat idiote uitspattingen tussen maar ook erg stijlvolle ensembles.

Oxxford Clothes – Made in the USA

Bespoke is de hoogst mogelijk graad van op maat gemaakte kleding: gemaakt op basis van een persoonlijk patroon (normale maatkleding is slechts een aanpassing van een standaardpatroon) dat elke curve van je lichaam perfect volgt en compenseert voor elke afwijking, inclusief bloed-zweet-tranen met de hand in elkaar gezet. Londen, Milaan, dat zijn de plekken waar je aan denkt als het om bespoke pakken gaat. Maar daarbuiten…
Ik had nog nooit van het Amerikaanse Oxxford Clothes gehoord, maar blijkbaar zijn zij het enige bedrijf in heel (!!!) Amerika dat deze dienst nog levert. En ze zouden ook geheel aan me voorbij zijn gegaan als ze niet deze fraaie promo video online hadden gezet – iets wat ik hun traditionele concurrenten in Engeland en Italie nog niet zie doen.

Prachtig is ook deze quote tegen het einde van het filmpje:

“When there’s a better way to make a suit, we’ll change.”

Dat is nou een mission statement. Heb je geen duurbetaalde consultant voor nodig.