N-3B Snorkel Parka

Ik heb mijn nieuwe winterjas vervangen met het 60 jaar oudere origineel…

Mijn fascinatie voor Amerikaanse legerkleding heeft weer een nieuw nerd-niveau bereikt. De nieuwste aankoop is een origineel vintage exemplaar van een van de meest legendarische winterjassen die de Verenigde Staten ontwikkeld heeft; een N-3B uit 1957.

Rond de tweede wereldoorlog begon het Amerikaanse leger door te hebben dat ze meer functionele kleding nodig hadden; de leren jassen die piloten bijvoorbeeld droegen zagen er mooi uit maar hielden de piloten niet warm genoeg tijdens de vlucht. En ook het grondpersoneel had het zwaar; op vliegdekschepen en legerbasissen in besneeuwde gebieden waren de bestaande jassen simpelweg te koud om lang buiten te blijven. De N serie winterjassen, ook wel parka’s genoemd, werden juist voor dat doel ontwikkeld. Met een officiele classificatie als “JACKET,FLYING, MAN’S, EXTREME COLD WEATHER” krijg je wel een gevoel welke richting ze op wilden.

De inspiratie voor deze kleding kwam van de Inuit eskimo’s, die flink ervaring hadden met in bittere kou overleven: zij gebruikten in hun kleding bijvoorbeeld bont rondom het hoofd en de polsen, omdat bont als een natuurlijk windscherm werkt en warmte binnenhoudt. Op de N parka’s werd daarom ook bont verwerkt rondom de capouchon. Dit bontkraagje, de voorganger van alle moderne bontkraagjes, kon zo hoog dichtgeritst worden dat de capouchon alles behalve de ogen bedekte – vandaar de bijnaam ‘snorkel parka’. Met zo weinig huidcontact konden zelfs temperaturen van -50 Celcius overleefd worden met een N parka over je uniform.

Ook andere features hielpen deze parka’s je warm houden. Het toen heel moderne nylon werd gebruikt voor de buitenlaag, omdat het wind en water tegenhield, en de jas werd uitgevoerd met speciale zakken om handen warm te houden en een windflap die over de rits dichtgeknoopt kon worden. Van de N modellen was de N-3 wat langer, en had een capouchon die uit één stuk bestond. De N-3 werd doorontwikkeld en veranderde uiteindelijk in de N-3B, het model dat ook door de Amerikaanse luchtmacht massaal in gebruik werd genomen vanaf de jaren ’50.

De N-3B is vervolgens vele decennia voor de Amerikaanse defensie gemaakt, waardoor ze langere tijd vrij consistent in legerdumps te vinden waren. De jas is zo iconisch dat veel details op moderne winterjassen hun oorsprong vinden in de N-3B of zijn soortgenoten, en het model eigenlijk een soort grootvader is van alle parka’s zoals we ze nu kennen. De militaire specificatie voor de N-3B was voor het laatst in 2003 nog geupdate tot de MIL-DTL-6279M spec. Ondanks deze recente aanpassing is de N-3B in het leger ondertussen allang vervangen door modernere jassen, al blijven producenten als Alpha Industries nog steeds versies van deze jas maken – maar dan voor burgers.

Dat de N-3B een designklassieker is merk je ondertussen ook als je op zoek gaat naar zo’n originele jas. Vintage, ongebruikte exemplaren van vroege N-3B legermodellen gaan nu zelfs voor een klein fortuin weg – verzamelaars in Japan leggen zonder probleem 1000 dollar neer voor zo’n jas. Maar latere jaargangen hebben die verzamelwaarde niet, en beschadigingen op gedragen exemplaren doen de waarde ook flink zakken.

Mijn interesse in de N-3B was al een tijdje gewekt. Maar voor ik serieus geld ging investeren in een vintage N-3B leek het me een goed idee om eerst te kijken of het model uberhaupt iets voor me was. Ik kocht online een goedkope zwarte replica van de N-3B. Voor een paar tientjes kon ik daarmee de maatvoering vergelijken en zien of het model mij stond. Dat was in 2014… en 3 winters verder kan ik je zeker vertellen dat de N-3B iets voor me is. Die goedkope jas, origineel alleen als test was bedoeld, heb ik bijna permanent in de koude seizoenen aangehad, omdat ie zo praktisch en warm was. Deze winter bedacht ik me dat het ondertussen wel tijd was geworden om een echte N-3B aan te schaffen!

Makkelijker gezegd dan gedaan. Ongebruikte N-3B’s zijn niet te krijgen, want die eerder genoemde Japanse verzamelaars winnen altijd van je, ongeacht je bod. Gebruikte N-3B’s zijn een gok want het blijven legerjassen, en die worden echt afgetuigd als ze gedragen worden – dat dunne lijntje tussen wat nog vintage is of gewoon echt gesloopt is soms ver te zoeken bij de verkopers. Daarnaast bleken de meeste vintage N-3B jassen toch in Amerika te verblijven, wat een hoop gedoe zou betekenen met verzend- en douanekosten. Uiteindelijk kwam ik na een lange zoektocht op eBay uit op mijn huidige aankoop: een verkoper in Belgie had een N-3B die geproduceerd was in de jaren ’50, wat erg vroeg is, maar wel gedragen was, waardoor hij toch betaalbaar blijft. Inclusief verzendkosten was ik een zeer prima 80 euro kwijt aan deze jas.

Mijn jas is volgens het label gemaakt door Albert Turner & Co, een bekende producent van legerkleding en één van bedrijven die de N-3B officieel voor de luchtmacht gemaakt heeft. De militaire specificatie van deze jas is 6279C – bij elke aanpassing ging de letter aan het eind een stap verder, dus dit was de derde aanpassing op het N-3B model. Omdat er geen DSA (Defense Supply Agency) nummer, een identificatie voor producent en productiejaar, op het label staat kunnen we niet meteen zien in welk jaar de jas gemaakt is – maar de DSA werd pas in 1962 geintroduceerd, dus deze jas is sowieso ouder. Dit klopt ook met het zwarte label, want het moderne witte label werd ook pas rond de introductie van het DSA nummer toegepast. Veel andere sites (bijvoorbeeld deze) over N-3B parka’s verwijzen voor een Albert Turner parka met 6279C als spec naar 1957 als productiejaar, dus laten we daar ook even van uit gaan.

Tof detail: gebruikte legerjassen hebben vaak persoonlijke aanpassingen of identificatie van de originele eigenaar erop. Zo zie je bijvoorbeeld veel N-3B jassen met reflectieve strips erop gestikt, zodat grondpersoneel goed zichtbaar was, ook als ze nacht-operaties moesten voorbereiden. Mijn jas heeft een handgeschreven naam van de voormalige eigenaar onder het label staan, die niet meer te lezen is na al die tijd. ‘Berielke’ misschien? De eigenaar zat in ieder geval in de USAF – niet verrassend, aangezien deze jassen daar voor gemaakt waren – maar meer weten we niet. Was hij piloot? Of technisch grondpersoneel? Je kunt er van alles bij bedenken.

Zo’n oud model is niet alleen meer gewild door de zeldzaamheidswaarde, maar ook omdat in latere jaren flink bezuinigd werd op het materiaal van deze jassen. Zo heeft deze 6279C jas een buitenkant gemaakt van 100% nylon en een 60% wol / 40% katoen mix voor de vulling, en werd er toen nog echt bont op de jas gebruikt. Latere jassen gebruikten een goedkopere nylon/katoen mix voor de buitenkant en simpel polyester voor de vulling, met een synthetisch nepbont uit de tijd dat ze dat nog niet heel goed konden maken.

Opvallend bij het nylon is dat dit destijds nog een ontzettend nieuw materiaal was, waar ze nog veel over moesten leren. Zo bleek de nylon samenstelling die zij gebruikten zeer gevoelig te zijn voor verkleuring, waardoor het groene nylon langzaam paars kon worden. Vooral onder langere invloed van UV licht was dit merkbaar, waardoor oudere N-3B jassen some volledig paars zijn uitgeslagen. Onder het luchtmachtpersoneel die de jassen droegen was dit echter een statussymbool; het dragen van een ‘salty’ jas, zoals zij dat noemden, betekende dat je al lang in dienst was. Mijn jas heeft hier ook last van, al blijft het bij een aantal vlekken hier en daar.

Deze oudere jassen hebben ook andere details die latere jaargangen niet hebben. Zo is er nog een U.S. Air Force logo gestencild op de linkermouw, wel flink vervaagd vergeleken met hoe duidelijk deze origineel had moeten zijn. Een ander mooi detail is het merk ritssluitingen, nog van het originele Amerikaanse merk Crown. Zoals veel Made in the USA producten werden Crown ritssluitingen later vervangen door de veel goedkopere – en volgens kenners kwalitatief slechtere – ritssluitingen die gemaakt werden in het buitenland. Crown ritssluitingen zijn zo’n belangrijk onderdeel van vintage Amerikaanse kleding, dat het Japanse Buzz Rickson’s – een merk dat perfecte replica’s maakt van legerkleding – een fortuin heeft uitgegeven om exacte kopieen te kunnen produceren van Crown ritsen.

Ondanks de goede staat, voor een gebruikte jas van ruim 60 jaar oud, kun je zeker stellen dat hij niet perfect is. Naast een beperkt aantal beschadigingen, die mijn kleermaker allemaal netjes weer kon bijwerken, mist deze jas het originele bontkraagje en de originele knopen voor de windflap. Echt bont vergaat op den duur, en ik kan me voorstellen dat het laagje bont op deze jas na 60 jaar niet bijzonder fris meer was. Ik ga even op zoek naar een vervanging voor bont en knopen, en dan is deze jas weer helemaal klaar voor het winterseizoen eind dit jaar!

Een nieuwe plaat in een oude Omega

Na het monteren van een vervangende wijzerplaat kan deze Omega Seamaster uit de ’60s er weer tegen aan!

Een van de eerste vintage horloges die ik kocht was een Omega Seamaster uit de ’60s, een 14759 om precies te zijn. Het horloge had alles wat ik zocht in een net kantoorklokje – rustig en ingetogen model van een goed merk, met mooie details zoals de ‘alpha’ vorm van de handen en de goudkleurige opgelegde markers.

IMG_9115.jpg

Ik liep er een paar weken heel enthousiast mee rond, maar toen merkte iemand op dat de Omega tekst er een beetje scheef op stond. En toen ik er met een macro-lens foto’s van nam zag ik ook hoe slecht afgewerkt het Omega logo op de plaat zat. En eigenlijk viel het ook wel op dat de wijzerplaat veel te clean was, vergeleken met de wijzers.

Vintage Omega Seamaster

En zodra je het gezien hebt kun je het natuurlijk nooit meer negeren. Zo’n slecht gerestaureerde wijzerplaat noemen de horloge-fans een ‘redial’, en het betekent ook dat het horloge een stuk minder waard wordt. Miskoopje dus, maar ik wist toen nog niet zoveel van horloges.

En toen vond ik op eBay dit vintage exemplaar tussen de horloge onderdelen liggen:

Vintage Omega dial

Andere markers, geen Seamaster text en een crosshair over de plaat, maar alsnog zag deze plaat er beter uit dan de plaat die al in m’n Seamaster zat. Ik wist niet helemaal zeker of het ging passen, dus op hoog van zegen maar op geboden – en gewonnen! Deze week door een horlogemaker laten monteren en…

Omega Seamaster

Pretty damn good. Erg tevreden over zelfs. De markers hebben een andere vorm, maar ik vind deze misschien nog wel mooier. De Seamaster tekst mis ik niet, de crosshair vind ik de plaat juist weer mooi opvullen. En dat ziet er zo uit om de pols:

Vintage Omega Seamaster wristshot

Deze Seamaster gaat weer wat vaker gedragen worden!

Barbour Durham jas

Een nieuwe Barbour jas voor de collectie.

Ik heb een lichte, misschien wat ongezonde, fascinatie met Barbour. Het is een van die Britse heritage merken waar je niet omheen kunt, zo Brits als de Mini, als Burberry, als de Beatles. Deze met wax behandelde jassen houden probleemloos de regen en kou buiten, of je nou een op fazanten jagende prins bent of een motorrijder die door de Engelse modder een trial rijdt. En het is, natuurlijk, ook het merk van door de blubber banjeren op Glastonbury, want festivalgangers kopen elk jaar de kringlopen in Engeland leeg voor deze waterdichte waxjassen.

Als gevolg van die fascinatie heb ik al een Barbour Bedale (met de optionele bont binnenvoering), Barbour International (de klassieke motorrijdersjas) en een Barbour Liddesdale (de ongeveer 5 jaar geleden oh-zo-hippe ovenwant) in de kast hangen. Maar er is altijd ruimte voor meer. Bij mijn laatste tripje naar de Episode – mijn favoriete vintage winkel in Utrecht – kwam ik een model tegen dat ik nog niet eerder had gezien: de Barbour Durham.

Durham blijkt een pittoresk stadje in het noorden van Engeland te zijn, waar het natuurlijk altijd nat en koud is. Dat is min of meer het scenario waar elke Barbour jas voor gemaakt wordt. Maar in tegenstelling tot de gemiddelde Barbour jas heeft de Durham een aantal aparte features – een vaste capouchon, een dubbel schouderstuk om regen buiten te houden, stormflappen op de rits en zakken. Klinkt als een typische winterjas, maar in tegenstelling tot die verwachting is hij juist lichtgewicht gemaakt, zonder zware voering en met een flexibele sylkoil wax coating. Perfect in slecht weer, zonder meteen zwaar en verstikkend heet te zijn.

De jas was door die combinatie van eigenschappen zo handig, dat een aantal regimenten Britse paratroopers tijdens de Falkland oorlog zelfs aangepaste Durhams gebruikten, in plaats van hun officiele overjassen. Barbour heeft daar overigens een rijke historie in – de Britse onderzeeboten kregen in de tweede wereldoorlog standaard marinekleding toegewezen, maar die kleding bleek tijdens de oorlog niet waterdicht genoeg voor gebruik op een onderzeeboot. De kapitein van de onderzeeboot HMS Ursula heeft toen aangepaste Barbour kleding voor zijn bemanning laten maken, wat uiteindelijke zou resulteren in het Barbour model wat we nu als de International kennen.

De Durham is dus uitstekend geschikt als lente/herfst jas, vooral in de landen waar die seizoenen vooral nat zijn in plaats van koud. Ik heb hem nu een week op vakantie in Valencia gebruikt, in het seizoen dat er toch wat minder zon is en er flink wat meer regen valt – maar waarbij de temperatuur in Spanje dan nog steeds prima is, en een echte gevoerde jas je oververhit en zweterig maakt. Slecht weer? Jas dicht, capouchon op, en de wind en regen maakt geen kans meer. Zonnig? Jasje open, capouchon af, mouwen opstropen – nergens last van. Mooie nieuwe aanwinst, die zeker vaker gedragen zal worden als de winter weer voorbij is!

ONA Union Street Cameratas

Bedoeld als cameratas, maar ook uitstekend geschikt als dagelijkse werktas.

Ik wil al ruim 5 jaar de ONA Union Street cameratas. Het is één van de mooiste cameratassen die ik ooit gezien heb, gemaakt van waxcanvas en leer in een klassieke stijl die destijds helemaal niet gangbaar was tussen de nylon Crumpler, LowePro en vergelijkbare merken. In de tussenliggende jaren kwamen er steeds meer merken bij die ook zoiets deden, maar dat eerste ONA model heeft me nooit losgelaten. Het probleem bleef de prijs: meer dan 300 euro voor een cameratas is stiekem een beetje absurd. Ik heb zelfs geprobeerd om er DIY een zelf te maken door een normale messenger tas te waxen en daarna te voorzien van camera padding. Maar dat was toch lang niet hetzelfde.

Ona-Union-messenger-bags

Toen ik vorige maand besloot om een nieuwe werktas te kopen keek ik al snel naar de standaard hipster heritage merken als Filson. De Filson 256 is een van de mooiste werktassen die er bestaat. Deze kost ook rond de 300 euro, maar voor een tas die je elke dag gebruikt is dat helemaal niet zo’n gek bedrag.

En toen bedacht ik me dat ik natuurlijk ook de ONA kon kopen voor dat geld, als werktas kon gebruiken, en dan ook nog eens veilig elke dag m’n dSLR kon meenemen. Ja, ik ben echt heel goed in het voor mezelf bedenken van rationalisaties om meer geld uit te geven :)

Dus meteen besteld in de kleur Smoke – grijs dus. Ik heb ‘m nu twee weken in bezit en ik moet zeggen: Wauw. Wat een tas.

Van buiten is het al een fraai apparaat: grijs waxcanvas, roodbruin leer. De wax in de stof zorgt ervoor dat de tas waterafstotend is, en zorgt er ook voor dat de tas net als het leer mooi oud wordt. Het doek gaat op den duur een geheel eigen karakter krijgen, omdat er vouwen en krassen in komen die het patina geven.

IMG_0979.jpg

De tas kun je dragen met het leren hengsel of de schouderriem. De schouderriem heeft een leren pad met een zachte onderkant, die prima comfortabel is. Het hengsel is wat ongebalanceerd omdat het alleen aan de achterkant zit, waardoor de tas wel schuin hangt als je hem hiermee draagt. De schouderriem staat daarom een stuk mooier. Achter het leren hengsel heb je ook nog een verborgen vak. Deze is groot genoeg voor wat documenten of een tablet die je snel bij de hand wilt hebben, en sluit met een klein magneetje.

IMG_0981.jpg

De bodem is volledig met leer versterkt, zodat die niet kan doorlekken als je de tas neerzet op een vochtige stoep of andere natte ondergrond.

IMG_0982.jpg

Het metaalwerk is uitgevoerd in ‘antique brass’, wat het net ff wat meer klasse geeft dan een standaard roestvrij staal uiterlijk.

IMG_0987.jpg

IMG_0983.jpg

De tas sluit aan de voorkant met verborgen schuifgespjes, terwijl de riempjes alleen bedoeld zijn om de klep te verstellen.

IMG_0988.jpg

IMG_0990.jpg

Van binnen heeft de Union Street verschillende padded compartimenten die je naar wens kunt instellen. De padding is superzacht en dik, dikker dan in mijn andere cameratassen, en je kunt je helemaal uitleven op de indeling. Als je wilt kun je ook alles verwijderen zodat je een volledig lege tas hebt, zonder laptop of cameravakken.

IMG_0994.jpg

Voorin zit nog een apart voorvak, gesloten met een rits, waar ruimte is voor wat losse spullen. Er zitten 4 SD-kaart vakjes in, 2 grotere vakken waar bijvoorbeeld visitekaarten kunnen, en een aantal pennenhouders. De grote vakken zijn stevig afgewerkt met leer zodat ze hun vorm blijven behouden.

IMG_1001.jpg

IMG_1000.jpg

Aan beide weerszijden zit onder het ONA logo een klein vakje waar bijvoorbeeld een flesje water in zou kunnen.

IMG_0985.jpg

De zijkanten zijn ook voorzien van extra flapjes die naar binnen vouwen als je de tas sluit; deze zorgen ervoor dat de regen buitengehouden wordt. Superhandig en eigenlijk heel raar dat dit niet op alle tassen zit.

IMG_0999.jpg

Om je een idee te geven van mijn dagelijkse indeling, dit is de tas leeg:

IMG_0992.jpg

En dit met vulling:

IMG_1006.jpg

Mijn EDC bestaat uit een 13″ Macbook Air, een Canon 60d met 24mm pancake lens, een Moleskine notebook met een Visconti Rembrandt pen in een HardGraft houder, een Western Digital USB3 externe HD, astma medicijnen en een busje deo, en verder wat kleine kabeltjes en losse spullen als een powerbank in het voorvak.

IMG_1004.jpg

Tot nu toe super tevreden mee. Ik zal over een paar maanden nog een update geven als ik er een tijdje mee heb rondgelopen, maar ik denk niet dat ik hier snel iets te klagen over zal hebben!

Barbour International jas

De iconische Britse motorjas, zoals Steve McQueen ook ooit droeg…

Deze week kan ik weer een kledingstuk van de lijst afstrepen. Nouja, soort van – het bleek eigenlijk niet helemaal wat ik gedacht had…

manbike

Barbour maakte in 1936 een motorpak speciaal ontworpen voor de ISDT – de International Six Day Trials, een van de oudste offroad wedstrijden voor motorfietsen. Het pak werd gemaakt van waterbestendig waxed canvas en ontworpen met veel details die handig waren voor een motorrijder, zoals een grote ringvormige rits die je met handschoenen aan kon dichtritsen en een riem om de wind buiten te houden. Daarnaast had het pak specifieke features bedoeld voor deze trials, zoals de ‘dronken’ schuine linkerborstzak waar je makkelijk met je rechterhand een landkaart uit kon halen en een kleine zak op de mouw waar een scheidsrechter tijdens de wedstrijd een afgetekende tijdkaart in kon stoppen.

ursula

De pakken waren zo goed dat de kapitein van de HMS Ursula, een Britse onderzeeër uit de tweede wereldoorlog, speciale versies bestelde voor zijn eigen bemanning. De kleding die de Britse marine zelf aan de onderzeeërs leverde was ontworpen voor gebruik op normale schepen en niet opgewassen tegen de extra natte omstandigheden op een onderzeeër. De Barbours daarentegen waren wel in staat om weer en wind te overleven.

Deze Ursula variant was geen volledig pak meer, maar een jas. En daaruit ontstond na de oorlog de moderne versie van de International, de Barbour motorjas die nog decennia daarna gemaakt zou worden. De jas was zo goed dat Britse nationale motorteams uitsluitend de International droegen en ook bekendheden uit andere landen, zoals Steve McQueen, ervoor kozen.

mcqueen

In tegenstelling tot de Schott Perfecto, waar ik eerder over schreef, is de International de Britse interpretatie van de ideale motorjas. De Amerikaanse Perfecto is gemaakt van leer, kort en nauw aangesloten op het lichaam, perfect om eindeloze mijlen aan vlak asfalt te doorkruisen. De Britse International daarentegen is van stevig waxed canvas, met een lange, ruime fit om probleemloos op de motor de doorweekte Engelse bossen te overwinnen. En net als de Perfecto begon de International het uniform te worden van een bepaalde lifestyle.

barbourinternational

Daardoor werd ook buiten de motorsport de International bekend en gaandeweg steeds vaker gezien in het straatbeeld als normale jas. En ondertussen zo belangrijk voor Barbour dat zij een apart label hebben vernoemd naar de International, met een volledige collectie kleding die dezelfde associaties probeert op te roepen.

IMG_9409.jpg

Een fraaie jas met een toffe historie dus. Zeker geen onaangename verrassing toen ik in de Episode, bladerend tussen de waxjassen, opeens zo’n dronken borstzak zag verschijnen. Ik plukte de jas uit het rek en was meteen enthousiast: een goede bruine tint met een fijn verweerd patina, zoals het hoort op een waxjas, niet versleten maar ook zeker niet nieuw. Snel trok ik de jas aan in de hoop dat het ook maar een beetje mijn maat zou zijn. Aziaten zijn nou eenmaal erg aan de kleine kant en Britten zijn dat, kort door de bocht, vaak niet.

Untitled

Maar hij paste perfect. Te perfect zelfs, hij was zo fitted dat ik haast niet kon geloven dat het kon kloppen. Barbour valt over het algemeen verschrikkelijk groot omdat het van oorsprong hele functionele kleding moest zijn, maar deze zat aan alle kanten meteen goed. Dat maakte het een no-brainer: meteen naar de kassa gelopen en gekocht.

Eenmaal thuisgekomen ging ik toch even googlen, want bij Barbour jassen zit er in de binnenzak een wit label met modelinformatie. Altijd handig, want dan kun je het modelnummer opzoeken en zo een tweedehandse jas volledig identificeren. En toen ontdekte ik waarom deze International zo verrassend slimfit valt.

Modelnummer L1926 hoort namelijk bij een vrouwenjas. Oeps.

Barbour_Ladies_Wax_International_Jacket_-_Sandstone_L1926_1

Achteraf vallen de verschillen ook op. De knopenrij sluit op de vrouwelijke wijze rechts-over-links. De borstzakken zijn hoger geplaatst om meer ruimte te maken en het label zit aan de andere kant. Maar dat was me allemaal niet opgevallen omdat de rits wel op de traditioneel mannelijke manier sluit, en dat is de enige test die ik normaal doe om te kijken of het wel een mannenjas is.

Maar om eerlijk te zijn… fuck it. ’tis misschien een vrouwenjas, maar hij staat me met m’n kleine bouw een stuk beter dan een echte mannen-International me zou staan. En er is echt niemand die in het wild de omgekeerde knopenrij opvalt. Hij is voor de komende winter zeker niet warm genoeg, maar ik denk dat ik er in de lente heel veel plezier van ga hebben!

barbour_ursula_jacket

Ondertussen blijf ik ook gewoon doorzoeken naar een paar andere vergelijkbare jassen op de lijst. De Ursula is door Barbour in recente jaren weer opnieuw uitgebracht als limited edition, en dat vind ik toch ook een verrassend mooi exemplaar. Hij verschilt vooral op details van de International, maar het meest opvallend zijn de ontbrekende borstzakken waardoor de jas bij de borst minder bulky is.

Screenshot 2014-11-27 15.15.04

En de eeuwige concurrent van Barbour, het modieuze Belstaff, heeft ook een aantal vergelijkbare motorjassen als de Trialmaster en de Panther in de collectie. Destijds waren deze modellen ook verkrijgbaar in waxed canvas maar het merk is tegenwoordig voornamelijk bekend om zijn leren versies, die er ook erg goed uit zien. Omdat de Perfecto voor mij toch lastig dragen is – het biker imago is niet helemaal mijn ding – is de veel lagere in-your-face factor van deze modellen een erg goed alternatief.

Nu nog hopen dat ik deze jassen ooit ga tegenkomen in een vintage store, want ik was zeker niet van plan de hoofdprijs te betalen :)

Vintage Huguenin horloge

Na mijn afstuderen stelden mijn ouders voor om me als cadeau – binnen een bepaald budget – zelf een horloge uit te laten zoeken. Dat leek me ontzettend tof en na wat wikken en wegen besloot ik dat ik graag een vintage gouden dresswatch wou. Ik heb zat casual en sportieve horloges, maar geen echt net, formeel klokje. Vintage is wat vriendelijker voor het budget, en symbolisch tof – het heeft al historie, een eigen verhaal bij elke kras en vlek, waar ik een paar hoofdstukken aan toe mag voegen voor ik het ook doorgeef aan een volgende generatie.

Maar in de afgelopen maanden heb ik nog niks gevonden wat ik durfde te kopen, want horloges zijn een stuk groter geworden in de afgelopen decennia. Waar vroeger een horloge van 35mm breed al een flink mannenmodel was, zit de norm nu meer rond de 42mm. Vintage dresswatches zijn een beetje te vinden in de 32 tot 36mm range, terwijl er in mijn horlogekist niks onder de 39mm voorkomt. Het zou zonde zijn om zo’n horloge voor veel geld te kopen en er dan pas achter te komen dat het me helemaal niet staat, of toch mijn smaak niet is – vooral omdat je een afstudeercadeau niet zomaar even verkoopt.

En toen kwam afgelopen week deze Huguenin op een forum tevoorschijn.

Huguenin Vintage Watch - patina on dial

Huguenin is een oud, maar verder niet prestigieus, Zwitsers merk. Het klokje is een mechanische handwinder, stamt uit de jaren ’60, heeft een 34mm brede vergulde kast en is lekker netjes en minimaal; er zit zelfs geen datum op. De wijzerplaat is voorzien van een fraaie laag patina die bewijst dat het horloge al een tijdje leeft. Als het een vintage IWC of Omega was geweest, met bijbehorende kwaliteit uurwerk en volledig gouden kast, zou zoiets minstens 1000 euro kosten. Deze Huguenin? Een paar tientjes.

Huguenin Vintage Watch - watch movement

De Huguenin had dus wel de looks waar ik naar benieuwd was, maar niet de kosten. Perfect als testhorloge dus. Door hier een tijdje mee rond te lopen merk ik vanzelf of zo’n goudkleurig, klein horloge wel mijn ding is. Tot nu toe ben ik in ieder geval prima tevreden over de looks en de maatvoering:

Huguenin Vintage Watch - wristshot

Superga sneakers

Terwijl ik de afgelopen jaren steeds meer Superga sneakers om me heen zag verschijnen dacht ik dat er weer een nieuw modemerk plimsolls tevoorschijn was gekomen. En ik vond het twijfelachtig of dat wel nodig was. Converse maakt al Allstars sinds de jaren ’20, Vans heeft z’n Authentics sinds de ’60s, en zo zijn er nog zat andere merken met historie te vinden die vergelijkbare schoenen maken. Waarom zou je dus nu voor een of ander nieuw merk kiezen?

Maar die nieuwheid blijkt dus mee te vallen. Het Italiaanse Superga bestaat namelijk sinds 1911 (!!!) en is nu al een eeuw een iconisch merk in Zuid-Europa. De slogan van het merk is zelfs “People’s Shoes Of Italy”

Oeps. My bad.

Gelukkig ben ik verder niet zo moeilijk, dus zonder meer bereid om deze sneakers spontaan wel te dragen nu ik weet dat ze toch heritage bezitten ;-)

Aangezien m’n huidige paar allstars bijna doorgesleten is leek het me aardig voor de rest van deze ‘zomer’ om Superga eens uit te proberen. Het klassieke must-have model is de 2750, een tennisschoen die sinds 1925 door Superga gemaakt wordt:

Ze zijn in alle kleuren van de regenboog te krijgen, maar wit canvas is de original:

Ik heb echter al plannen voor nog te kopen witte sneakers dus mijn keuze viel nu op een model 2950 – dezelfde upper als de 2750 maar dan met een dunnere zool voor een iets eleganter uiterlijk – in lichtgrijs.

Besteld voor een paar tientjes in de aanbieding bij Spartoo. Ben erg benieuwd!

Overigens, hoe heerlijk ’90s is die reclame van Superga hierboven. Zweverig triphop soundtrackje (Tricky – Hell Is Around The Corner) gecombineerd met wannabe-vintage zwart/wit en zo’n typisch onlogisch jaren ’90 reclame-plot… Wordt er meteen nostalgisch van.

Bonus: twee behind-the-scenes videos van fotoshoots met het schatje Alexa Chung, die het gezicht van Superga is.

Baracuta Harrington G9 jack

De Harrington G9 is in het straatbeeld een misschien wat onopvallende vertoning. Het is een vrij standaard jack, met elastiekband bij de mouwen en middel, een ritssluiting en twee zakken met knopen. Je zou zoiets ook bij de C&A kunnen vinden, zeg maar. Het verschil is dat de Harrington G9 het origineel is van al dat soort mannenjacks. Tachtig jaar geleden ontworpen door het Britse Baracuta en vervolgens door uiteenlopende generaties na elkaar gedragen – mods, skins, punks, trads, allemaal droegen ze Harringtons.

Het leuke is dat Baracuta in al die tijd nooit gestopt is met het maken van precies hetzelfde jack dat ze in de ’30s ontworpen hebben. Onder de ‘original fit’ modelnaam kun je dus nog precies hetzelfde model Harrington kopen zoals gedragen door James Dean, Elvis Presley, Frank Sinatra, Steve McQueen, etc. Ik weet dat het niet meer dan een goed stuk marketingverhaal is en dat ik er weer eens met beide benen intrap, maar hier hou ik dus van. Dat gevoel van heritage, historie, authenticiteit. Mooi! Voor de minder puristische consument hebben ze ook de wat strakker gesneden ‘slim fit’ en ‘vintage fit’ modellen, die beter inspelen op de moderne smaak.

Er zijn nog twee varianten van het jack die Baracuta verkoopt: de G10 en de G4. De G10 is van voren identiek aan de G9, maar bij dit model zijn aan de achterkant geen vents verwerkt. De G4 heeft in plaats van elastiek rond de mouwen en middel een verstelling door middel van drukknopen. De G4 is daarom handig voor mensen bij wie het elastiek op minder fraaie wijze bijvoorbeeld een bierbuik benadrukt ;)

Dankzij mijn Modifast dieet was mijn vorige zomerjas opeens een beetje te groot, dus had ik even snel – en liefst niet te duur – wat nieuws nodig. Handig dus dat je er dan op gewezen word dat er een online sale is op de site van Baracuta met kortingen tot 70%. Ik heb nu met flinke korting deze vintage fit G9 in ivoorwit besteld:

Het is niet een van de traditionele modellen – ivoorwit hadden ze vroeger niet als kleur en dit model mist de eigenlijk verplichte red Fraser tartan voering – maar ik denk dat ie me wel lekker zal staan. Als je de couponcode GOLD invoert bij het afrekenen gaat er nog eens extra 20% van de prijs af, wat toch weer leuk meegenomen is. De sale is al een tijdje bezig dus de gangbare maten zijn wel zo’n beetje op, maar je kunt er misschien nog net wat leuks tussen vinden!

WatchUSeek Chinese Project Watch

Mijn nieuwste aanwinst heb ik nu een weekje in huis en het is meteen een blijvertje. WatchUSeek is een van de grootste horlogefora op internet – toevallig ook gerund door een Nederlander, Ernie Romers – en mijn favoriete plek om het online over klokjes te hebben. Ik zit zelf vooral in de ‘betaalbare’ subfora als Affordables, waar men het over horloges van onder de pakweg 500 euro heeft, en Chinese Mechanical, waar het gaat om horloges met een Chinees (duh) uurwerk.

Nu is het populair op horlogefora om elk jaar een ‘forumwatch’ te laten bouwen; een speciale gelimiteerde editie alleen gemaakt voor leden van dat specifieke forum. Helaas is de gemiddelde forumbezoeker ietsje welvarender dan de gemiddelde student, waardoor ik nog nooit mee heb kunnen doen aan zo’n forumwatch – veels te prijzig. Tot vorig jaar: rond augustus bedacht een enthousiaste commissie van leden op WUS Chinese dat het best een optie was om ook daar een forumwatch te bouwen. Maar dan wel betaalbaar, want geproduceerd in China via de contacten die zij hadden!

Het resultaat kwam vorige week, na een halve maand verblijf bij de douane, bij mij aan de deur. Het is een horloge geworden met flinke prijs/kwaliteit verhouding: een mechanische automaat (geen quartz, maar nog echt met veren en radertjes dus), met werkende maanfase, big date, een sunburst guilloche champagnekleurige wijzerplaat, krasvast saffierglas en een gepolijste RVS kast. En daarnaast nog het WUS logo op wijzerplaat, kroon, en bandje gezet.

En dat alles voor maar $130. Een model met vergelijkbaar ontwerp en identiek uurwerk kost in webshops het drievoudige, terwijl een Zwitsers mechanisch horloge met maanfase makkelijk meer dan €1000 zou kosten.

Leuk speelgoed dus :D

Parnis Portuguese Power Reserve watch review

[Door de jaren heen heb ik een aantal Engelstalige horloge reviews geschreven die op de relevante fora werden gepost en vooral daar verspreid werden. Ik merk nu dat het door verplichte account registratie en andere zaken steeds lastiger wordt om naar mijn eigen werk te linken, daarom plaats ik ook een kopie op mijn eigen site. Deze review stamt uit 27 juli, 2009. – Guy]

Parnis started life as one of the many Panerai homage brands, springing up after Panerai’s crackdown on any watches that had the text Marina Militare (the Italian for navy) on its dial. Turned out to be a Panerai trademark, who would’ve guessed? At first we thought the Parnis name had merely been introduced to get around the legalities, but were pleasantly surprised to find Parnis introduce more and more non-Panerai homage models as time went on. An interesting homage line was introduced with a series of watches that closely mimicked design elements of the popular IWC Portuguese line. This model, usually referred to as simply the Parnis Power Reserve (though ironically several of its brethren have Power Reserve indicators too), is the prettiest of the bunch.

Parnis Portuguese homage #2
The Parnis Portuguese Power Reserve Automatic

Original
According to lore IWC was visited in 1936 by two Portuguese traders, Rodrigues and Teixeira, who desired a wristwatch with the same accuracy as a ships on-board chronometer. The resulting watch was referred to as the Portuguese watch in the workshop and the name stuck. A variety of models, all referring to the original design in some way, have been released since. IWC keeps several of these models in their current line-up but the Parnis reviewed here is actually a mix between two separate Portuguese models, the Portuguese Chrono-Automatic (ref 3714) and the Portuguese Automatic (ref 5001).

The Portuguese Automatic started as a special limited edition in 2000 that featured a 7-days movement, giving this Portuguese an impressively extended power reserve. In 2004 the watch was re-released as a regular part of the IWC line-up. It retains the typical Portuguese elements like the embossed numerals, tapering swallow-style hands and the recessed subdials but adds the railway track that was popular in a previous generation Portuguese.


IWC Portuguese Automatic (ref 5001), via Google

The Portuguese Chrono-Automatic in white with blued hands and numerals is my personal grail. Some day I will own this watch, even if I have to rob a bank or come up with an incredible Ponzi scheme to do it. Anyway… The dial is based on the original Portuguese dial with dots for minute markers, but a more detailed chapter ring has been added for use with the chronograph. It too has retained the Portuguese design elements.


IWC Portuguese Chrono-Automatic (ref 3714), via Google

Homage
Parnis is an eBay-only homage brand that is offered by various sellers, none of which is assumed to be the actual source of the watches. Prices vary though the Buy-It-Now option for this model is usually around $80. Apart from this specific homage Parnis also has some watches that retain the same numerals, hands and railway track but remove or change the sub-dials and add a date. These are not specifically based on a current existing Portuguese model. Also available from Parnis sellers (though not marked as Parnis watches) are models that mimic the Portuguese F.A. Jones and Vintage Hand-Wound limited editions, which have different vintage style dials. Parnis offers most of their Portuguese homages in two colour combinations: White with blued hands and numerals (reviewed here) or black with gold hands and numerals. The homage is not sterile but signed Parnis on the dial. I bought my Parnis Power Reserve on eBay for about 55 euro’s at the end of May 2009.
As you can see the Parnis takes the details of the embossed numerals, railway track and case of the ref 5001 Portuguese, but changes the bicompax horizontal subdial layout to a vertical one more reminiscent of the ref 3714, losing the date window in the process. It also copies the text placement of the ref 3714, but has no actual chronograph movement. Instead the upper sub-dial is a 40 hour power reserve meter, while the lower sub-dial is the small running seconds.

Movement
The Parnis is powered by the hacking automatic Sea-Gull ST25 movement, a 38 jewel open-heart design Sea-Gull refers to as a premium movement. The Swiss open-heart watches are usually based on regular movements, with a porthole made in the dial and bridge plate to display moving parts. Sea-Gull has instead taken to purposefully designing new movements with a large, double bridged visible balance moved to the front side. From various tests on the internet the ST25 appears to have come out of this design process with flying colours as its accuracy has not been compromised to beautify the movement. In fact the ST25 performs well enough that it’s now being used in non open-heart watches, with the closed dial covering up the balance wheel – as is the case in this Parnis. You can still see the windmill decorations on the balance wheel when you look at the movement through the display caseback, whirling away unseen underneath the dial.


Sea-Gull ST25 movement, via Google


Sea-Gull ST2509 diagram, via Martin_B

The specific ST25 variant has been tentatively identified as the ST2509 by Martin_B, with an open heart balance with windmill decorations and power reserve at 12 ‘o clock. Technically the ST25 beats at 21600 bph and is a unidirectional winding automatic. It winds when the rotor spins clockwise when seen from the front and can also be hand-wound with the crown, the rotor spins freely in the other direction. A negative point here is that this rotor is noisy, especially when it’s spinning freely. Very, very loud for what Sea-Gull calls a ‘premium’ movement. When you move your arms around and get the rotor spinning the swooshing sound will certainly attract attention. On the other hand, there is almost no audible ticking sound coming from the watch unless you hold it to your ear. Quite refreshing when you’ve become used to the 6497 based homages, which sound like grandfather clocks at times. Optically there’s not much to see in the ST25 as the rotor covers half the movement, which is not particularly interesting to look at. Still Sea-Gull has added Geneva stripes and pearlage on the visible plates and a sunburst and pearlage pattern on the unsigned rotor.

Case
The 43mm (without crown) 3 part case is solidly built from 316L stainless steel. It has brushed sides, but the bezel, tops of the lugs and the caseback are finished in a mirror polish. The bezel has a slight upwards curve from the case towards the glass which adds some character to the reflections. It’s obviously designed to mimic the ref 5001 case which is especially apparent when you look at the display caseback: almost the entire caseback is glass and reveals everything that lies inside the watch. In the ref 5001 this would be a huge 38mm Pellaton 7-days movement, but the ST25 is a lot smaller in diameter than this monstrous IWC movement. It fills up the remaining space with a metal movement spacer which is visible through the glass. The spacer is surprisingly nice though, with pearlage on visible parts and even blued screws holding it in, but it would have been better if the caseback had been designed to cover up the spacer and the winding stem. Though the watch is reported to have gaskets on the caseback and crown I wouldn’t trust it to have any water resistance.

Dial
The dial is easily the most attractive part of the watch. The pure white combines well with the painted blue hands and embossed arabic numerals, while the black outer railway track visually ties the blue markers together. The text is printed nice and crisply in a black sans serif font on the dial, fitting well with the fairly minimalist style of the dial. This Parnis also calls itself a chronometer, implying COSC certification, though this is obviously not true. It’s a common mistake on homage watches though and we usually let it slide. The recessed sub-dials are slightly silver tinted, with a raised concentric circles design that gives the sub-dials an interesting metallic depth. The text on these sub-dials does look a bit smudged from very up close, probably due to printing on the raised circles.

Parnis Power Reserve vintage look

When making macro photo’s it becomes apparent that the finishing of the numerals still leaves something to be desired. The application to the dial is not perfect – you can see the way the 5 and the 1 lift slightly off the dial in this picture revealing the pins holding them in the dial. It’s a minor QC issue as this is not visible during normal use.

Hands
The minute and hour hand are built in the archetypal Portuguese tapering swallow-style, though the subdial hands are wedge shaped. The tapered hands are very elegant and give the watch much of it’s style. Like the numerals they’re painted blue instead of heat or chemically blued, but with the naked eye it’s impossible to see any faults. Only with a macro lens can some inconsistencies in the paintwork be revealed.

Crystal
The Parnis has lightly domed mineral glass on the front and flat mineral glass on the back, neither of which has any AR coating. Though AR coating adds much to the quality look of a watch I don’t really miss it here, the dial looks just fine in most light.

Strap
As with almost every Chinese homage watch the stock strap you get for free is crap. Though the black faux-croc is not as bad as some specimens I’ve seen before, it’s still stiff and uncomfortable to wear. The strap comes with an unsigned buckle that has sharp edges but looks rather cool. I quickly replaced the strap with a blue ostrich leather strap with white stitching to match the dial.

Parnis Power Reserve on blue ostrich wristshot #1
Parnis Portuguese Power Reserve wristshot on a blue ostrich leather strap with white stitching

Usage
Wind the crown, wind the watch. Pull out the crown, set the time. Doesn’t really get any simpler than this. Like all auto’s it’s protected from overwinding so there’s really nothing that can go wrong.

Parnis Portuguese homage #3

Conclusion
It’s kind of hard to believe you can get a watch that is this good looking for a mere 55 euro’s. Even people not interested in watches are intrigued by this watch, which has a distinguished and classy appearance compared to the big and brash fashion watches that are all the rage today. Still at 43mm it’s no tiny vintage style watch, pleasing those who prefer the larger sizes that are now in fashion. The vertical bicompax subdials are also not a common appearance on watches anymore and attract quite some attention. Though not a true dress watch (sub-dials are a no-no) it goes well with formal dress and looks a lot more suitable than the divers (think Submariner and Seamaster styles) some people wear with their suits, but still has casual charm when worn with jeans and a polo-shirt. Get a nice leather strap to replace the POS that comes with it and you’ve got a great bang-for-bucks affordable homage.

Still, what I really want is a decent homage to the ref 3714 Chrono-Automatic. Functional vertical bicompax chronograph, chapter ring, the works. Parnis or any other homage maker out there, if you’re reading this: Please make a proper ref 3714 homage with functional chrono? Pretty please?

Update
In the end I just couldn’t make this watch work as a ‘casual dress’ watch on my tiny wrists. 43mm might not sound that big, but it is when your optimal dress watch size is 39mm. Sold it to a new owner with bigger wrists who seems to be quite happy with it :)

Ticino Big Pilot watch review

[Door de jaren heen heb ik een aantal Engelstalige horloge reviews geschreven die op de relevante fora werden gepost en vooral daar verspreid werden. Ik merk nu dat het door verplichte account registratie en andere zaken steeds lastiger wordt om naar mijn eigen werk te linken, daarom plaats ik ook een kopie op mijn eigen site. Deze review stamt uit 29 juli, 2009. – Guy]

During the second World War the German Luftwaffe pilots wore wristwatches strapped to the outside of their flightsuits with a massive 55mm case. They were commonly referred to as B-uhr for Beobachtungs-uhr – Observer’s watch. As pilot watches they needed to be accurate (highly necessary for navigation), easily readable and reliable – they were a critical part of a pilot’s equipment. With such historical cachet it’s no wonder that the B-uhr design has survived beyond the World War and made a transition into civilian life. Many homages to the original B-uhr design have been made in smaller, more wearable sizes than the original 55mm. This Ticino is one of them.

Ticino Big Pilot
Ticino Big Pilot in profile

Original
The Reichsluftfahrtministerium or Imperial Air Ministry of Germany during World War 2 ordered five German watchmakers to build the B-uhr watches: A. Lange & Sohne, IWC, Wempe, Stowa and Laco. Each of these factories now builds their own version of the classic B-uhr design and are considered by some to be the only ‘true’ brands for a B-uhr. However, it’s hard to accuse any other brand of stealing when the design for the watch was a military standard originally conceived almost 70 years ago.


An original WW2 B-uhr by IWC, via Google

The B-uhr watches had 55mm cases, large crowns that could be handled while wearing gloves, hacking center seconds (so they could be synchronized to a reference mother clock) and ran on hand-wound pocket watch movements because they were more accurate than the traditional wristwatch movements available at the time. Two dial designs were used during the war, the early type A with only hour markers on an outside ring and the later type B, with hour markers on an inside ring and minute markers on the outside. Personally, I’m more of a fan of the minimalistic type A dial, but both designs are equally popular with WIS.


Type A and type B dial comparison, via Google

Obviously a 55mm watch can’t be worn seriously by 99% of the general population, so the various B-uhr makers have made different versions ranging from 39mm (e.g. Archimede Pilot L) to 47mm (e.g. IWC Big Pilot) and then kitted them out with a variety of different movements and functions (power reserve, chronograph, etc). All in all it’s hard to define ‘the watch’ that the Ticino is trying to be an homage of, but you’re getting the general idea of the style watch they’re striving for.


How the Laco 55mm reissue looks on a normal wrist, via Google

Homage
Ticino is a watch company that builds several types of homages and some rebranded OEM models. They only appear to be available through Sizzlin’ Watches webshop or eBay store, which makes me suspect that Ticino and Sizzlin’ are in fact one and the same entity. They sell several B-uhr variations of which the so-called Big Pilot is a WIS favourite; with its 47mm case, sterile dial, blued hands, center seconds and large diamond crown it hits a lot of the right notes. It’s called the Big Pilot in deference to IWC’s Big Pilot, which has a different dial layout but is also 47mm. Ticino’s other B-uhr homages, which includes several 44mm versions, differ notably from the Big Pilot by being hand-wound (6497 based), having a sub-dial at 9 ‘o clock for the running seconds and not having blued hands. I bought my Ticino Big Pilot at the end of April 2009 for a reduced price through Sizzlin’ Watches offer on WatchUSeek. For a mere $130 plus $10 shipping to the Netherlands I had my own B-uhr.

Movement
The Ticino runs on a non-hacking automatic Miyota 8200 movement. These Japanese (partly owned by Citizen) Miyota movements are well regarded and considered to be workhorse movements – nothing extremely special or fancy about them, but they’ll function reliably and can take a beating. The watch has 21 jewels, runs at a comfortable 21600 bph and winds uni-directionally, clockwise when facing the watch from the front. The 8200 uses an indirectly driven seconds hand which means that it can, if badly adjusted, stutter while sweeping across the dial – my Ticino however does not suffer from this problem.


Miyota 8200 movement, via Google

When googling for Miyota 8200s on Google you find several different kind of rotors used. The Ticino rotor is a half-circle without any holes, engraved “Miyota Co. Unadjusted Japan 21 Jewels” around the edge and stamped with the Ticino logo and brandname underneath. The rotor goes around pretty silently, even when it’s spinning freely, but it does make a soft ratcheting sound when the rotor winds up the watch. Like many automatic movements there’s not much to look at with the rotor blocking most of the view, and what you can see is not that pretty. No measures have been taken to dress up the movement either, none of the blued screws or pearlage we’ve seen on similarly priced Chinese movements. But like the previously mentioned workhorse moniker implies, it does what it has to do just fine.


Ticino Big Pilot rear case shot from Sizzlin’ Watches

Case
The case is a nice and hefty 47mm piece with a fully brushed finish all over. Interestingly the case turns out to come from the same factory as the (far more expensive) Steinhart/Debaufre 47mm B-uhr cases. I put my Big Pilot next to a limited edition 47mm Steinhart and was surprised to find that the cases only differed in caseback – the Ticino was fitted with a signed display caseback, while the Steinhart had an engraved closed back. The diamond crown is pleasantly big and gives the watch that popular distinctive b-uhr look. It’s also very easy to hold and wind. The display caseback has a relatively small glass porthole, about the size of the rotor, showing us only the equally small movement and none of the empty space surrounding it. Though this does drive home that the movement is really too small for such a big watch, it’s still good that they didn’t expose the entire empty case for the world to see.

Dial
The B-uhr type A dial is a classic design that gives brands little freedom to deviate from, but there’s still a few points where a watch can differ from it’s many cousins. The choice of font and the size and placement of the numerals relative to the markers can make the difference between a sloppy also-ran or an impressive flieger watch. On the Ticino there’s not much to complain about as everything looks fine, very well balanced. The font is noticeably less bold than the dial on IWC’s Big Pilot, but that is actually an improvement in my opinion. It’s also noticeably sterile – no cheap brandname or logo to spoil the looks of this watch, very much a plus. Lume on the other hand is quite disappointing. There’s more than enough room to apply it, considering the relatively huge numerals and markers, but the poor quality of the lume used just doesn’t help. They fade out within half an hour of being exposed.

Ticino Big Pilot
Dial view

Hands
The hands are painted an appealing steel blue, with large patches of lume on the minute and hour hand. The seconds hand is a long, thin needle with a vane at the tail end. Unlike the other hands the seconds hand has no lume which makes it invisible in the dark. Historically inaccurate too: the original seconds hand was covered in lume from the turning point to the tip. Lume is as disappointing on the hands as on the dial, dying out far too soon to be usable. But the contrast between the white markers and hands against the black dial do give the watch enough visibility for normal non-pitchblack night use – except for that seconds hand, which just disappears.

Update: The 2010 revision of the Big Pilot model has a lumed seconds hand! I wonder if they read my review :)


2010 Big Pilot from Sizzlin Watches website

Crystal
The watch has a lightly domed mineral crystal up front and a small, flat mineral crystal on the displayback. According to Ticino both sides are DLC coated for extra hardness, though I have no idea how this would compare to standard mineral or sapphire glass. I can only say that the glass has had no scratches almost 4 months into ownership. Neither side has any AR coating.


Ticino Big Pilot front and strap shot from Sizzlin’ Watches

Strap
Traditionally a B-uhr strap needs to have two rivets at the lug end of each strap part. In the old days this was functional because the rivets actually attached the open-ended strap to the watch, but nowadays the rivets are purely for show and straps are attached with regular springbars. The strap that comes with the Big Pilot is a black calf with a double rivet look. It’s not too bad and actually wearable, though rather thin and stiff. But what I really wanted was a riveted brown leather flieger strap, the traditional choice for any B-uhr, so I bought a 22mm Steinhart strap that looked a bit like IWC’s stock Big Pilot strap and mounted it in reverse.


IWC mounts the strap the other way around on their Big Pilot

Yeah, I’m trying much too hard to copy the IWC, but the deployant does actually wear better on the wrist this way around :)

Ticino Big Pilot
My Ticino on the Steinhart strap

Usage
Winding the crown winds the watch. Pull out the crown to first position to… uh… set the date. Yes, the date, on a non-date watch. The datewheel, you see, is hidden underneath the dial. You can hear it clicking and rotating when you turn the crown. It’s not that distracting but I would have preferred a movement without a datewheel, this just seems like a rather amateurish solution. Pull out the crown to the second position and you can set the time. It winds automatically while worn and is protected from overwinding (like all automatics).

Conclusion
In my opinion every collection needs a B-uhr. It’s the quintessential WW2 watch with excellent visual design and a beautiful wrist presence. The Ticino is an inexpensive B-uhr with a lot going for it, giving it excellent price/performance value. There’s really nothing else in this price range (< $150) that has all the features like blued hands, center seconds, a sterile dial and diamond crown - which is how I personally like my B-uhrs. There are several less expensive B-uhr homages available from Chinese makers (Parnis, Herc, etc) that don't quite have these options and many far more expensive Swiss/German B-uhr's like Archimedes, Steinhart and Laco that do. But the Ticino seems to have taken up an interesting place in the price range. Sure it has its faults: bad lume, mineral crystal, mediocre strap... but we've kinda gotten used to that in this homage segment. They don't really bother me. What does bother me on the other hand is its massive 47mm size. Now this is the day and age of huge fashion watches, where even 50+ mm is starting to become normal, but you’ve got to consider your own physique. With my 6 inch wrists I feel that I can wear it only casually, but even that is stretching it. If you’ve got thin wrists, you’re really better off looking at some of the smaller models that are around. Sadly, you’ll also have to skip some of the perks of the Ticino or upgrade your budget to Stowa amounts. All in all, I’d recommend the Ticino Big Pilot – if you’re man enough to wear it.

And if anybody spots a 40-44mm B-uhr with my wishlist (blued center hands, sterile type A dial, diamond crown) for a similar price, be sure to let me know. Can’t wait to own a B-uhr that I could actually fit under a shirt ;)

Update
Due to size issues I have sold this watch in 2010 and can no longer provide updates on the durability of this watch. Furthermore, as of january 2012 Sizzlin’ Watches now sells an upgraded version of this watch, featuring a Chinese ETA2824 clone from SeaGull, a scratchproof AR-coated sapphire crystal, closed caseback and C1 superlume. While this does address most of the quality issues I had with my original Ticino, the price increase puts it dangerously close to competitors from more well-known brands.

Maatshirt bij Ettemadis: Tussenpas

Eindelijk was het zover: na één afspraak waar ik afhaakte wegens extreme brakheid na ESK Stef, één keer random langskomen in de hoop dat m’n shirt er toevallig lag en één afspraak waarbij de NS dwars lag door de verbinding tussen Utrecht en Amersfoort optioneel te maken… had ik vandaag eindelijk de tussenpas van m’n maatshirt bij Ettemadis (Evan was na Stef minder brak en had daarom drie weken geleden zijn tussenpas al gehad).

Een tussenpas is niet een verplichte stap in het proces maar wel een aanrader: de maten die tijdens de eerste afspraak zijn opgenomen zijn theoretisch correct, maar kunnen op het oog toch anders uitvallen. Tijdens de tussenpas wordt een ruwe vorm van het shirt – bestaand uit enkel voorkant, achterkant en één mouw – gepast om te zien of er voor het lichaam verder nog aanpassingen nodig zijn.

Tussenpas shirt

De heer Etemadi liet me mijn shirt zien, op dat moment eigenlijk nog nauwelijks als een overhemd te herkennen, en ik was meteen tevreden over mijn stofkeuze. Het is lastig om je in te beelden hoe een shirt eruit gaat zien van een stofje uit een stalenboek, maar het lichtblauwe visgraatje was geweldig. Het mocht dan ook de goedkeuring dragen van mevrouw Etemadi, die op dat moment ook in de winkel hielp.

Ik trok m’n polo uit en deed voorzichtig het ruwe shirt aan, Mehdi spelde het met beleid dicht…

Wow.

Voor m’n gevoel zat zelfs deze ruwe versie sowieso al 10x beter dan elk compleet overhemd wat ik ooit aangetrokken heb. Het was geweldig getailleerd, klopte rond de borst, schouders volgden de natuurlijke lijn van mijn lichaam, mouwgat zat bij m’n oksel in plaats van halverwege m’n arm, alle plekken waar het meestal mis gaat waren nu prima… Ik had wel eens eerder gelezen dat het een slecht idee is om als student maatshirts te laten maken, want daarna wil je nooit meer van het rek kopen. Ik heb nog niet eens een volledig shirt aangehad en ik snap het al.

Voorkant

Achterkant

(oef, ik ben niet echt een geschikt kledingmodel… Er is een reden waarom ik normaal achter de camera sta…)

Ik vond het nu misschien al prima, maar Mehdi Etemadi was nog geenszins tevreden. Het shirt was nog te breed bij m’n schouders (echt waar?), moest nog getailleerder zijn (oef), de mouwen en het mouwgat waren nog te wijd… met spelden en krijt werden zijn aanpassingen doorgevoerd. Nadat hij zich er van verzekerd had dat ik ook tevreden was – niet zo heel moeilijk, beginner op dit gebied als ik ben – ontdeed hij het shirt van de spelden en mocht ik het uittrekken.

Krijten shirt

Krijten shirt close-up

IJverig werd het shirt op de werkbank gelegd en begon hij met een oranje krijt de aangestipte plekken verder uit te werken. Streepjes die aangaven waar een speld had gezeten werden volledige lijnen, een preview van de uiteindelijke vorm die het shirt zou gaan krijgen.

Meten

Aanpassen maten

Nadat alle aanpassingen waren doorgevoerd werd de meetlint erbij gepakt en werden de nieuwe maten van het shirt opgenomen. De resultaten werden direct bijgeschreven op mijn overzicht en zullen uiteindelijk in mijn persoonlijke patroon verwerkt worden, in de toekomst kan een nieuw shirt dan al bij de tussenpas haast perfect zitten.

Mijn shirt :D

In totaal was ik met een half uurtje klaar. Zaterdag 6 juni staat de afspraak om het afgemaakte shirt te zien, ik kan niet wachten!