Boomcase v3

Oude spullen in een nieuw jasje; m’n nieuwste boomcase is een feit!

Boomcase v1 is dood, lang leve boomcase v3! V1 was mijn eerste speakerkoffer experiment, waar ik ook een hoop onderdelen in- en uitgebouwd heb om mee te testen. Dat heeft het koffertje geen goed gedaan, en het werd steeds lastiger om hem te repareren als er weer eens iets mis ging. Net voor ik hem mee zou nemen naar Frankrijk stopte opeens één van de speakers ermee en kreeg ik ‘m niet meer aan de praat. Toen was ik er klaar mee en besloot ik de onderdelen uit v1 opnieuw te gebruiken in een nieuwe, beter gebouwde koffer. Tada:

IMG_0607.jpg

Dat ziet er al een stuk strakker uit dan de vorige twee versies. Vintage leren koffers zien er geweldig uit, maar hebben als nadeel dat ze zacht zijn. Je moet een houten frame bouwen – die de hele koffer meteen twee keer zo zwaar maakt – om de speakers en andere onderdelen te dragen. Toen ik v1 bouwde was ik ook nog een totale noob op het gebied van houtbewerking, en dat zag je meteen. Niks past, alles staat schots en scheef, de halve koffer zakt steeds in. Not great.

Bij het bouwen van v2 ontdekte ik hoe handig vintage koffers van licht hout zijn, die uit zichzelf al genoeg stevigheid bieden om de speakers te dragen. Ik probeerde nog zo’n koffertje te vinden in de kringlopen in de buurt, maar die waren helemaal leeggekocht – blijkbaar ben ik niet meer de enige hipster die ze ombouwt. En toen kwam ik geheel willekeurig bij de Blokker dit koffertje tegen.

blokkerfolder

Okee, die wereldkaart is intens lelijk en het mist de echte vintage charme. Maar voor 2 tientjes heb je wel een stevig koffertje met de juiste afmetingen. Moeite van het proberen waard!

Afgelopen zaterdag begon ik om 2 uur ‘s middags met meten, plaatsen, aftekenen en zagen. In tegenstelling tot v1 wou ik nu de versterker aan een zijkant monteren in plaats van aan de voorkant, geïnspireerd door een aantal modellen op Instructables. Dat ziet er beduidend professioneler uit:

sideamp

Na 3 uur passen en meten zat de koffer vol met de juiste gaten en kon ik de oude onderdelen beginnen over te zetten. Deze koffer blijkt overigens niet van hout te zijn gemaakt; bij het boren kwam er een kartonachtige pulp uit. Maar de koffer is alsnog stevig genoeg om alles te dragen.

Untitled

De binnenkant is gevoerd met stof, die ik eigenlijk wou laten zitten. Maar de eerste keer dat ik gaten boorde in het deksel bleef de boorkop haken in de stof en anderhalve seconde later was alles uit de koffer gescheurd en om m’n boor gewikkeld. Dat had, bedacht ik me later, veel slechter en pijnlijker kunnen aflopen. Voortaan snij ik daarom de de voering eerst uit de koffer.

Untitled

Qua techniek is v3 nog steeds hetzelfde als v1: een 7200mAh 12v (scooter)accu met een accusafe regeling en ingebouwde lader, Lepai LP-2020A+ digitale versterker met ingebouwde adapter, en twee Pioneer autospeakers. Op normaal luistervolume verwacht ik met deze spullen makkelijk 20+ uur muziek te halen, op feestvermogen waarschijnlijk een uur of 10. Als ik na gebruik de accu weer wil opladen hoef ik de koffer alleen maar in een stopcontact te pluggen; de accusafe regelt verder dat de accu veilig opgeladen wordt.

IMG_0601.jpg

Na 3 uur onderdelen inbouwen, kabels afwerken en alle polariteit nog een keer checken was ik klaar. Bouwtijd is dus teruggebracht van dagenlang avondjes klussen naar 6 uur aan één stuk doorwerken. ‘Tis nog steeds niet iets wat ik winstgevend voor de verkoop zou kunnen doen, maar wel leuk om te zien hoe snel je beter wordt in dit soort geklus.

Stiekem vind ik v3 veel mooier zonder het speakergaas erop, en de eerste paar uur heb ik ‘m dan ook zonder bewonderd. Maar het is echt niet veilig om zonder gaas zo’n koffer te gebruiken, ook al lijkt iedereen online dat zogenaamd te doen. Je hoeft maar één keer per ongeluk de hoek van een tafel verkeerd aan te stoten en er zit een scheur dwars door je speaker. Zonder gaas is misschien een optie als je koffer permanent op één veilige plek in je huis blijft staan. Maar deze gaat mee naar festivals, dus nee.

Untitled

Eén feature die volledig nieuw is in v3 is een USB aansluiting, met rubber dop om in het geval van regen niet kort te sluiten. Deze plug met 2 USB uitgangen, waaronder een 2A uitgang voor tablets, is eigenlijk bedoeld voor inbouw op een motorfiets. Hij maakt van de 12v waar de koffer op draait netjes de 5v die USB nodig heeft. Ik kan hiermee vanaf de boomcase accu ook mijn telefoon opladen – dat gaat superhandig zijn op Lowlands over een paar weken.

IMG_0604.jpg

Wat moet er nu nog gebeuren? Waar ik me nog echt zorgen om maak is het handvat. Het koffertje is zelf wel stevig genoeg om de 6 kilo aan spullen te dragen, maar datzelfde vertrouwen heb ik eigenlijk niet in het handvat. Vooral de manier waarop die aan de koffer is bevestigd lijkt de term ‘decoratiekoffer’ uit de Blokker folder nogal te benadrukken. Maar dat is op zich zo opgelost met een dremel en een verstevigde plaat om ‘m aan te monteren.

Ik heb nu nooit een flauw idee hoe leeg de accu al is. Het liefste zou je een smartphone-achtig indicatortje hebben met een volle tot lege accu, maar zo simpel werkt het helaas niet. Wat je wel kunt monteren is een voltmeter die aangeeft hoeveel spanning nog op de accu staat. Naarmate de accu leger wordt gaat de spanning namelijk ook naar beneden. Als de voltmeter bij de 11.5v komt is de accu zo ongeveer leeg.

voltmeter

Daarnaast zou ik het liefst toch weer bluetooth hebben in deze case, maar het BT bordje wat ik in v1 heb getest was verschrikkelijk. Minder dan één meter bereik en het in de hand houden van je telefoon is al genoeg om het signaal te verbreken. Maar het is mogelijk om BT antennes te vervangen, en dat zou natuurlijk weer een prima oplossing kunnen zijn om de ontvangst te verbeteren.

En eigenlijk ziet deze koffer er veel te nieuw uit. Ik heb al wat ideeën over hoe ik wat nep patina kan aanbrengen om toch het vintage effect te krijgen, en dan meteen die wereldkaart eraf te schuren. Deze guide van Mythbuster’s Adam, die laat zien hoe hij z’n props een oud uiterlijk geeft, geeft ook genoeg inspiratie:

Nog genoeg te doen dus! En wat gebeurt er met de restjes van v1? Tjah, ik kon het toch niet over m’n hart verkrijgen om die koffer nu weg te gooien. Dus misschien komt er daar toch ook weer een projectje uit…

Best Kept Secret 2015

Best Kept Secret was mijn eerste festival van 2015: geen geweldig weer, maar zeker wel wat mooie bands meegepakt. Een klein verslag!

Dit was voor mij een festival vol met eerste keren. Eerste keer Best Kept Secret. Eerste keer zien voor bijna al deze bands. Eerste keer in een tentje, want normaal gaan we met een vouwwagen naar festivals maar die is na jaren intens gebruik nu toch echt overleden. Eerste keer een festival zonder dat ik alcohol drink – ik ben weer eens strak op dieet. Eerste keer een festival met zoveel Belgen (Tilburg is voor ze om de hoek). Eerste keer een festival met RFID bandje in plaats van muntjes. Eerste keer verstandig zijn en oordopjes gebruiken – nouja, bij de bands waar het je verder toch niks kan schelen. En let’s face it, je wordt ook ouder en dat merk je: doorfeesten tot de vroege ochtend om na een powernap vervolgens ook weer fris te knallen bij het eerste bandje zit er gewoon niet meer in. Dus ook een eerste keer niet elke nacht doorgaan tot het bittere eind, en een eerste keer op zondag al weer terug naar huis.

Ik ben er nog niet helemaal over uit wat ik van BKS vind. De locatie is top, line-up was leuk, maar het weer viel tegen en door mijn dieet was ik zowel op eet- als drankgebied niet helemaal aan het meedoen. Ik was eigenlijk de eerste dag gewoon permanent koud, ondervoed en nuchter en daardoor zelfs ronduit chagrijnig. Naarmate de dagen vorderden werd het beter maar deze ervaring kan – ook door eigen toedoen – nog niet tippen aan een Lowlands voor me.

BKS15plattegrond

Met een zonnetje erbij is het BKS terrein echt prachtig. Bomen met fijne schaduw aan de ene kant, zand en water om in te chillen aan de andere kant. Het nadeel van het verder gezellige kleine terrein van BKS is dat je je daadwerkelijk kunt vervelen. Iets wat ik niet gewend ben na al die jaren Lowlands, wat groot en immens is maar waar je elke 100 meter lopen altijd wel iets nieuws boeiends gevonden hebt. Ik zat best wat momenten bij BKS een beetje stil om me heen te kijken met zo’n gevoel van “Is dit het nou?”. De altijd perfect op elkaar aansluitende programmering tussen podium 1 en tent 2 zorgde er ook voor dat je vaak netjes tussen die 2 plekken heen en weer bleef lopen, met veel minder verspreiding over het terrein dan ik gewend ben.

Het eten bij BKS wordt altijd de hemel ingeprezen om z’n speciale foodtrucks en stands, maar ik kan me daar niet echt in vinden. Ik ben groot fan van foodtruckfestivals, maar dan geef ik een klein fortuin uit om een dag speciale dingen te proeven als doel. Bij een muziekfestival heb ik al een fortuin uitgegeven met een ander doel, dus het eten op een festival mag nog steeds lekker zijn maar moet vooral genoeg energie geven om weer een paar uur te springen en feesten. Een optie als de hamburgers van de Burgermeester is daar prima voor. Maar als je serieus oesters en kreeft kunt halen op een muziekfestival gaat er volgens mij iets mis, ongeacht dat ik hipster scum en dus doelgroep ben.

Over die RFIDs bandjes wil ik meteen duidelijk zijn: superkut. Met muntjes kun je gewoon steeds van iedereen die wat te drinken wil een muntje krijgen en alles in één keer halen, en dan komt het financieel prima uit. Nu moet òf iedereen los halen, òf steeds per rondje grote bedragen gehaald worden van één armbandje en hopen dat het een beetje gelijk verdeeld was aan het eind van het weekend. Dat potpasje dat je kunt halen lost ook niks op, want gaat er nog steeds van uit dat je gezamenlijk bij elkaar blijft de hele tijd. Festivals zijn voor mij juist mooi omdat je van hot naar her kunt met die paar mensen die je smaak delen, maar dat hoeven niet bij elk optreden dezelfde mensen te zijn.

Anyways, genoeg geklaag. Liever start ik het verslag van wat ik gezien heb de afgelopen drie dagen, dat is namelijk een stuk positiever! Best Kept Secret festivalgangers lijken een stuk langzamer te zijn met het uploaden van videomateriaal dan ik bij Lowlands gewend ben; bij de bands dus vaak opnames van andere festivals om je in ieder geval een idee te geven hoe het was.

Zoals vanouds begon onze eerste festivaldag met alles opzetten en vervolgens rondhangen bij de tenten, biertjes drinken (Bavaria 0.0% witbier voor mij, ook even wennen) en bijpraten met festivalvrienden. Normaal doen we dat op donderdagavond, maar aangezien de BKS camping pas op vrijdag opent snoepte dit een aantal uur van de eerste dag af. De eerste act die we zagen was daarom het relaxte Klangstof in tent 3. Iets te relaxt misschien, maar een lekker makkelijk begin van de dag.

Eén van de vrienden koos helaas dit moment om nogal onwel te worden – combinatie van weken te hard werken en dan nu opeens enthousiast indrinken alsof je weer 19 bent – en moest even in z’n bed gelegd worden. Door het rondje naar de camping en terug misten we wat optredens maar kwamen we net op tijd weer terug om Circa Waves op het hoofdpodium te zien.

Circa Waves: supervet.

Ik had ze al eerder gehad als voorprogramma bij een optreden van de Libertines in de HMH. Normaal kunnen voorprogrammaband’s me helemaal niks schelen, maar zij waren echt leuk. Chille muziek, goed passend bij de vibe van de Libs. Het aanstekelijke T-Shirt Weather was de 3FM megahit een paar maanden geleden en sindsdien regelmatig op de radio te horen. Helaas was het niet daadwerkelijk t-shirt weather, dag 1 van BKS was echt fucking koud. Ik had de hele dag met een tshirt, polo en legerparka combi nog steeds kippevel.

Chet Faker

Daarom was onze next stop een stuk comfortabeler: Chet Faker deed daar zijn ding in de fijne, warme tent 2. Ondanks de warmte had ik hier nog steeds kippevel, maar dan van zijn soulstem over de kalme, trippy electronica beats heen. Een geweldige afwisseling voor de meer uptempo gitaarbandjes waar ik normaal op festivals voor ga.

Waar we voor kwamen: Libertines!!!

En dan de reden waarom we überhaupt voor dit festival kozen: de Libertines op het hoofdpodium. Zij zijn heilig voor mij; hun muziek de perfecte uiting van de 00’s Britse garagerock die ik haast verafgood. Als ik ooit weer een eigen band zou hebben dan zou ik zo willen klinken. Lange tijd gedacht dat ik ze nooit meer zou zien, want Barat en Doherty waren met flinke ruzie uit elkaar gegaan. Maar eind vorig jaar kwam de band na jaren toch weer bij elkaar en speelden ze weer een prachtige debuutshow in Hyde Park. Hun show hier in de HMH was top en ook op BKS waren ze weer aan het knallen.

Mooi extraatje: Doherty besloot tegen het eind van de show dat ze een nieuw nummer moesten spelen. Een echte scoop, want er is verder nog helemaal niks gelekt van het nieuwe Libertines materiaal. Het nieuwe Gunga Gin heeft een weird reggea/dub achtig couplet maar het refrein klinkt weer als de Libertines vanouds. Het wordt ook de eerste single van het nieuwe album, dus we gaan het vast vaker horen.

Na de Libertines doken we weer tent 2 in. Daar was Eskmo bezig, maar daar kon ik weinig mee. Ik respecteer de manier waarop ie live elke track in elkaar knutselt met willekeurige objecten en samplers/loopers – als hij een melodieus ritme weet te kloppen uit alle hoeken van een sneeuwschep is dat toch best een prestatie. Maar ondanks de interessante show stond ik aan het eind van de dag nog steeds helemaal stil.

Als alternatief voor Eskmo doken we tent 5 in. Daar was Pissed Jeans bezig. Dat was het ook niet helemaal voor mij. Als het om punk gaat blijft ik toch dat kutjoch die voor de meer melodieuze, poppy punkrock gaat. Dit soort punk herken ik gewoon te weinig in.

Cashmere Cat

Onverwacht tof vond ik juist de set van Cashmere Cat, weer in tent 2. Deze turntablist-turned-DJ/producer weet totaal van geen ophouden. Nummers lijken bij hem alleen door de selectie te komen als ze ergens een overdreven flinke build-up bevatten, en alles daarvoor en daarna is filler dus hoeft niet echt gedraaid te worden. Daardoor voelt het aan alsof je zo ongeveer elke minuut weer een nieuwe climax ondergaat. Er is in de hele set niks van opbouw of elegantie te vinden, maar het zorgt wel voor een verdomd leuk stukje knallen.

Grappig is trouwens dat als je z’n oude DMC (turntablist kampioenschappen) sets bekijkt, je ook al dezelfde energieke vibe voelt:

Na Cashmere Cat was het tijd voor mij om te slapen. Ik was nog steeds bevroren koud, ik had geen alcohol in m’n systeem en het geluid uit tent 3 en podium 4 klonken me weinig boeiend: liever wat slaap inhalen om de volgende dag meer te pakken.


Dag 2 opende relaxt. De rest van de mannen was tegen het sluiten van het festival pas gaan pitten dus kwamen rond de middag de tent uitgerold. Zoals altijd op festivals kwamen we ook nog eens langzaam op gang, dus misten sowieso de eerste paar namen van de dag. Met de kou van de eerste dag in het achterhoofd en een nog ergere voorspelling in het vooruitzicht koos ik nu voor de ’tis-echt-kutweer optie: t-shirt, dikke hoodie, voering in de legerparka en voor de zekerheid nog een plastic poncho mee.

John Coffey

Het eerste wat we zagen was John Coffey, voornamelijk bekend van het viral bier filmpje van Pinkpop. We hadden in de auto onderweg een paar nummers geluisterd en dat klonk op zich wel prima. Vertwijfeld keek de zanger na de opening de tent in en vroeg letterlijk “Hoeveel van jullie zijn gekomen om te zien of ik nòg een biertje kan vangen?”. Achterin de tent, waar wij stonden, gingen niet geheel onverwacht heel veel handen omhoog. Of hij er nog een ving hebben we uiteindelijk niet meer gezien, want het klonk toch niet echt zoals in de auto en na een paar nummers gingen we door.

Hinds

Temples speelde op het hoofdpodium en daar ging een groot deel van m’n groep heen, maar dat vond ik niet zo boeiend dus ik ging zelf even verder kijken. In tent 5 kwam ik één van de grote verrassingen van dit festival voor mij tegen: Hinds. Zo leuk. Hinds zijn vier superschattige Spaanse meisjes die zich voorheen Deers noemden, maar dat niet meer mochten omdat een andere band die naam ook al gebruikte. Hun sound is lo-fi ’60s jangle, een soort nostalgisch Beach Boys gevoel maar dan met girlpower vocals in plaats van gelikte mannenharmonie. Het ademt gewoon dat gevoel van zomer, van blauwe hemels en warme avonden op stranden tijdens eindeloze roadtrips. Ze hebben nog maar een paar singles uit, maar ik hoop dat er snel een album volgt.

Of Monsters And Men

Uit het niks klaarde de hemel opeens en verscheen de zon. En daar sta je dan, met je hoodie en je parka en zonder je zonnebril. Met een klein deel van de groep ging ik daarom terug naar de camping om voor iedereen wat kleding te wisselen en zonnebrillen te halen. Daardoor miste ik St. Paul & The Broken Bones, die me toch wel tof leken, maar was ik nog wel op tijd terug voor Of Monsters And Men.

Ironisch genoeg verdween hierna de zon ook weer, om de rest van de dag niet meer gezien te worden. Dat hele lopen was dus een iets minder zinvolle actie.

Death Cab for Cutie!

Van het grote podium liepen we weer terug naar tent 2. Death Cab For Cutie stond al eeuwen op de moet-ik-nog-eens-zien lijst. Niet dat ik ze nou zo uitzonderlijk vet vind, maar ze zijn wel één van de legendarische iconen van de indie scene. En Ben Gibbard, de man achter Death Cab, is ook de helft van The Postal Service – wel weer een heilige band voor mij. Ze speelden veel nieuw werk wat ik niet goed ken, maar wel allemaal perfect uitgevoerd.

Balthazar

Onverwacht tof: we zaten na Death Cab te chillen op de heuvel naast het hoofdpodium met weinig zin om meer te doen dan uitrusten, biertjes drinken en vrouwen kijken. Maar de klanken die we achter ons hoorden waren toch interessanter dan gedacht. We doken het publiek in die bij Balthazar vooraan stonden, om het wat beter te horen. Superstrakke arrangementen met zoveel gelaagdheid van zang en instrument. Ik had nog niet eerder van deze Belgische band gehoord maar ga ook zeker hier meer van luisteren.

Vaccines!!!

En toen kwam het volgende hoogtepuntje van het festival: the Vaccines! Die stond al een tijdje op de lijst, maar het was nog niet zo uitgekomen dat we die ook op een festival gezien hadden. Ze stelden zeker niet teleur. Na het bekende hitje Wreckin’ Bar eruit te knallen als tweede nummer ratelden ze even wat van hun rustige repertoire af, om daarna weer vol voor hun uptempo spul te gaan. Leukste pit die ik het hele weekend gezien heb, met ook daarbuiten een veld vol blije springende mensen.

Noel Gallagher!!

De albums van Noel Gallagher’s High Flying Birds ken ik eigenlijk niet. Ik was gigantisch Oasis fan als tiener, en kan elk nummer op Definitely Maybe, (What’s The Story) Morning Glory en Be Here Now meezingen. Maar na de eindeloze ruzies van de broertjes Gallagher was ik er een beetje klaar mee. Ik ken daarom ook niks van Liam’s Beady Eyes, en had stiekem weinig interesse in deze show. Maar dat veranderde vrij snel toen Noel’s nieuwe werk heel veel oud-Oasis invloeden bleek te hebben – ga ik zeker meer naar luisteren. De pareltjes van de avond waren echter wat Oasis klassiekers die ik niet had verwacht ooit af te kunnen strepen van de bucketlist, aangezien Oasis never-nooit-niet meer bij elkaar gaat komen. Champagnene Supernova, Masterplan en Don’t Look Back In Anger waren ge-wel-dig.

Gelukzalig na het zien van een paar van mijn favoriete Oasis klassiekers liepen we door naar podium 4 om nog wat uit te chillen. Huis-DJ St. Paul begon net te draaien en zette hitje na hitje op. Niet elke mix was heel netjes, maar dat vergeef je een man die van Ceasars Palace via DuvelDuvel naar Portishead gaat meteen – wij hadden een toptijd. Ik had eigenlijk nog Kiasmos (mooie minimale techno) en Kero Kero Bonito (weird-ass Britten die 8-bit melodietjes en Japanse raps bij elkaar mashen) op m’n lijstje staan om te zien deze avond, maar ik was wederom kapot en zonder alcohol om me gaande te houden was het om 2 uur ‘s nachts toch tijd om weer te crashen.


Dag 3 begon met een klein stortbuitje, waarbij werd bewezen hoe kut mijn 20 euro werptent van de Action precies was.

Ah zo goed waterdicht is mijn tentje dus. Gelukkig had ik mn spullen al eruit.

Maar fuck it, dat werd al snel goedgemaakt door het verschijnen van een puur zonnetje. Trui en jas mochten uit en ik kon eindelijk met t-shirt en een zonnebril op het festivalterrein rondlopen.

Alvvays

Ik starte de dag met Alvvays – uitgesproken als ‘always’ – een bandje met een lekkere jangly sound die goed te vergelijken is met Hinds. Ik heb daar blijkbaar een zwak voor, want ook dit vond ik geweldig. Dromerige indie met een mooie vrouwenstem kun je me altijd voor wakker maken. Een paar van de nummers deden me ontzettend aan Rilo Kiley denken, ook een van mijn favoriete bands – wiens zangeres meewerkte aan The Postal Service.

Wat het dus extra leuk maakt dat ik zo googlend een cover van dit nummer ontdek door Ben Gibbard, inderdaad die man achter Death Cab for Cutie en dus ook van The Postal Service. Hij is ook fan en zijn versie heeft meteen iets van een Postal Service tintje:

Na Alvvays zocht ik de rest van m’n groep op. Zij hadden net het terras-setje voor de worstenbroodstand gescoord: die heeft perfect uitzicht op het hoofdpodium maar zit relaxt dicht in de buurt van drank en eten. Met de volle zon daar op ons dak en het wandelverkeer aan festivalgangers om ons aan te vergapen waren we daar natuurlijk niet meer vanaf te krijgen. Het deel van onze groep die toch nog naar Kate Tempest was geweest zegt dat we een topfeestje gemist hebben, maar ik kreeg eindelijk die lading vitamine D die ik dit hele festival al miste dus dat vond ik een prima afweging.

Future Islands speelt daar ergens; ik blijf even hier in de zon liggen.

Future Island was prima te zien en horen vanaf deze locatie, dus het volgende uur hoefden we ook niet weg. ‘Tis niet echt mijn ding, maar respect voor de getergde stem die de zanger uit z’n strot weet te persen. Ik neem aan dat daar jarenlang misbruik van whisky en sigaren voor nodig was. Ik ben wel benieuwd hoeveel jaar hij nog een zangcarrière kan hebben.

Typhoon

Na genoeg opgeladen te zijn in de zon gingen we door naar tent 2. Ik was, om eerlijk te zijn, sceptisch over Typhoon. Er hangt voor mij een DWDD nasmaak aan, zo’n muzikant die daar een paar keer heeft mogen verschijnen, overdreven gehyped wordt en die heel zichzelf-hip-vindend Nederland dan automatisch geweldig vindt. Ja dat is heel hypocriet van me, maar fuck it.

Nou, ik had dat dus he-le-maal fout. Wat een topgast, wat een fucking mooie show, echt een van de betere feestjes van het weekend. Ik begon dit optreden helemaal achterin bij de bar, maar eindigde al springend en dansend ergens voorbij de eerste paal. De sfeer deed me heel erg denken aan de eerste keer dat ik Relax ooit live zag spelen op een bevrijdingsfestival in Wageningen; binnen nog geen 5 minuten was zelfs de saaiste lul opgezweept en sprong z’n longen uit z’n lijf. Zo ook hier in tent 2: niemand met een werkend gehoor stond stil. Nie-mand.

Royal Blood tijdens het eten.

Royal Blood was voor mij de laatste show van het festival. Ik zou eigenlijk ook Alt-J ook nog kijken, maar dat kwam qua vermoeidheid en rijtechnisch gewoon te slecht uit. Daarom tijdens het eten van één laatste burger bij de Burgermeester uitgebreid deze 2 jongens zich helemaal naar de tering zien spelen. Wat een muur van geluid voor maar 2 man, onbegrijpelijk. Ergens had dat wel wat weg van Blood Red Shoes, die ook met maar 2 muzikanten een oorverdovend lawaai kunnen maken. Maar de snerpende klanken van Royal Blood komen uit een basgitaar, iets wat ik zelf als bassist niet voor mogelijk had gehouden. Ik was eigenlijk ervan overtuigd dat hij White Stripes style een gitaar via een octave pedaal gebruikte om laag te kunnen gaan. Geweldig van genoten dus, ook al zaten we op een bankje te eten in plaats van voorin rond te springen.

En toen was het alweer tijd om naar huis te gaan. Mooie opener van mijn festivalseizoen, ondanks wat eerder aangestipte negatieve puntjes, en ik heb ontzettend zin gekregen in alle volgende feestjes die deze zomer komen gaan!

Headerplaatje gejat van de Best Kept Secret site.

Boomcase v2

Combineer een vintage danskoffertje, een versterkertje en accu uit China, een autospeaker en wat losse kabeltjes en onderdelen… en wat krijg je dan?

Vorig jaar heb ik, als leuk projectje voor in het park en op festivals, mijn eigen boomcase gemaakt. Een speakerkoffer met ingebouwde accu waarmee je een flink aantal uur op degelijk volume muziek kunt luisteren. Vergelijkbaar met die kleine Bluetooth speakertjes die nu populair zijn, maar dan wel met volume, accuduur en genoeg ademruimte om goede audio kwaliteit te leveren.

Een vriendin, die haar eigen theaterbureau begonnen is, keek het afgelopen jaar al een paar keer verlekkerd naar mijn creatie. Zoiets zou ze ook wel kunnen gebruiken als ze op locatie geluid nodig had, want zo’n koffer heeft een stuk creatievere vibe dan een standaard PA set. Met haar verjaardag in aantocht leek het me supertof om nog zo’n boomcase te bouwen en als cadeau te geven!

Maar mijn eigen koffer weegt, nu alles ingebouwd is, een ruime 8 kilo. Ik vind hem zelf eigenlijk al te zwaar om mee te nemen naar het park, laat staan als ik ‘m steeds voor m’n werk zou moeten meenemen naar verschillende locaties. In plaats daarvan werd het mijn doel om een zo licht mogelijke boomcase te bouwen. En nu, een paar weekjes later, ben ik best tevreden over het uiteindelijke resultaat!

IMG_0521.jpg

IMG_0523.jpg

Not too shabby. Of, eigenlijk, juist heel erg shabby en daarmee dus perfect de vintage look die ik zocht te pakken.

IMG_0552.jpg

Bij één van de lokale kringlopen vond ik een oud koffertje van leer en canvas over een dun houten binnenwerk, waar met legerstencils in het wit DANS op was geschilderd. Lekker licht, maar door het binnenwerk wel stevig genoeg dat ik zelf geen zware binnenkant meer hoefde te bouwen. Waarschijnlijk was de originele eigenaar leerling bij een dansschool en nam hij hierin zijn spullen mee? In ieder geval leek dit me perfect voor theaterworkshops, met een zeer gepast commando erop.

IMG_0555.jpg

Het prachtig verweerde canvas en het door ouderdom en gebruik aangetaste patina van het leer was ook exact wat ik in m’n hoofd had toen ik een koffertje zocht voor dit project. Ik had echt niet iets met meer karakter kunnen vinden.

IMG_0536.jpg

De handgreep is misschien het mooiste deel van deze koffer, gemaakt van leer gebonden om een kurkvorm. Het leer is door het jarenlang vasthouden een prachtig donker cognac tintje geworden. Ook het oude merkje – dit is original bagage van Giovanni – is een onmiskenbaar fraai detail.

IMG_0553.jpg

Bij het ijzerwerk zijn niet alle popnagels nog aanwezig, sommige zijn door de jaren heen al afgebroken. Ik heb zelf geen popnageltang dus heb met kleine schroeven deze onderdelen opnieuw vastgezet. Deze DIY reparaties vallen niet ontzettend op, en voegen wat mij betreft juist wat extra charme toe aan de koffer. Hij is daadwerkelijk zo oud dat niet alle delen meer origineel kunnen zijn.

IMG_0541.jpg

Links en rechts zitten stoffen riempjes om ervoor te zorgen dat de koffer niet te ver open kan klappen. Deze waren beide kapot gescheurd, maar heb ik opnieuw vastgezet met een boutje en een moertje.

IMG_0544.jpg

En dan komt natuurlijk ook nog de technische kant van het verhaal, al valt zoals je hier kunt zien het heel erg mee hoeveel werk daar in zit.

IMG_0550.jpg

Ten eerste de accu. Mijn eigen boomcase draait op een gelaccu die eigenlijk bedoeld is voor scooters, maar dat ding is verschrikkelijk zwaar en vereist extra electronica en een ingebouwde druppellader om er veilig gebruik van te maken. Een veel lichter alternatief zijn deze blauwe lithium-ion accu’s uit China. Het voordeel is dat ze betaalbaar en makkelijk in gebruik zijn. Het nadeel is dat het Chinees spul is: het werkt, zolang het werkt. Garanties bestaan niet en de beloofde capaciteit mag je sowieso door drie delen. Maar voor het doel, een zo licht mogelijke koffer, vond ik dat een acceptabele afweging.

IMG_0530.jpg

Door de laadaansluiting te verplaatsen naar de buitenkant kan de accu ook opgeladen worden zonder dat je kabels in de koffer zelf hoeft te pluggen.

IMG_0545.jpg

Om vervolgens met die stroom ook daadwerkelijk muziek te maken heb je een versterker nodig. Populair voor dit doel zijn deze Chinese TA2024 versterkers. Het is een simpele, lichte class D versterker die met vrij weinig vermogen al veel en kwalitatief acceptabel geluid weet te produceren. Om goed te werken met zwakke bronnen als telefoons en mp3 spelers moet je nog wel een kleine aanpassing maken door er 2 extra weerstanden op te solderen.

IMG_0542.jpg

Naast de versterker moet je speakers hebben om geluid te maken. Mijn keuze viel op een Pioneer autospeaker. Autospeakers zijn gecombineerde speakers – naast een woofer voor midden en lage tonen hebben ze in het midden ook een tweeter voor hoge tonen zitten. In een normale speaker zijn dit 2 aparte onderdelen, met extra electronica om het juiste signaal naar elk deel te sturen. Een autospeaker is door de combinatie een stuk simpeler voor zo’n koffer dan een normale speakerset. Door ook maar één autospeaker te gebruiken wordt het gewicht weer gehalveerd. De koffer is toch niet zo breed, waardoor er geen overtuigend stereobeeld kan worden neergezet. Mono is dan prima voor dit doel.

IMG_0557.jpg

Met twee speakers wil je een stereo signaal, maar met slechts één speaker heb ik een mono signaal nodig. De nette manier om dat te doen is door zowel het linker als rechter signaal met elkaar te combineren, te ‘summen’. Daarom soldeerde ik van een paar weerstandjes een hele simpele stereo-mono summer. Dat zit verborgen in de blauwe krimpkous van de minijack aansluiting.

n109fig2

IMG_0547.jpg

Ook de minijack aansluiting is naar de buitenkant van de koffer geplaatst. Op deze manier kun je met een standaard koptelefoonkabel een telefoon, mp3speler of andere geluidsbron aansluiten zonder dat de koffer open hoeft.

IMG_0540.jpg

Door de binnencirkel van de kap af te tekenen op het deksel van de koffer had ik een goede lijn om te volgen met de decoupeerzaag. Ik maakte me hier nog zorgen om, want dit ging een paar keer mis bij mijn originele boomcase, maar nu ging het meteen goed. Na het uitzagen van de cirkel paste de speaker zonder enig probleem in het gat.

IMG_0532.jpg

De origineel zwarte kap spoot ik perfect wit om beter te matchen met de witte DANS letters. Maar het pure wit blijkt helemaal niet te passen bij de verweerde looks van de koffer. Met wat schuurpapier maakte ik daarom de verflaag grover, spoot er een lichte zwarte waas over voor textuur en gebruikte koude koffie (!!!) om een aantal bruine vegen toe te voegen. Het resultaat lijkt misschien wat viezig, maar past daardoor veel beter bij de rest van de koffer.

IMG_0531.jpg

Om de kap helemaal af te maken wou ik het logo van haar theaterbureau op de plek hebben waar origineel het Pioneer logo zat. Door het logo op transferpapier te printen kreeg ik een decal, zo’n watersticker die je misschien nog wel kent van de plastic modelbouwkitjes uit je jeugd. Na de decal vochtig te maken kun je hem – als je een beetje behendig bent – zo van het papier schuiven op het plastic. Ik ben helaas niet zo behendig, dus had 12 pogingen nodig voor het een beetje wilde lukken. Maar een paar lagen blanke lak later zit de decal nu fraai en onzichtbaar op de kap.

IMG_0563.jpg

En toen was ie al af! Ook dit keer had ik het niet kunnen doen zonder de hulp van de GoT leden die in het Krat- en Kistradio topic posten. Als je nog getwijfeld hebt over het zelf maken van zo’n speakerkoffer na het zien van mijn vorige post, laat die twijfel dan varen: het hoeft helemaal niet zo moeilijk te zijn. Zoals je in deze post kunt zien kun je ook met weinig onderdelen een simpele en lichte, maar nog steeds erg gave, boomcase bouwen!

DIY BoomCase speakerkoffer

Wat doe je als je wat autospeakers, een goedkoop versterkertje en een vintage koffer over hebt? Nou…

Soms heb je van die ideeën die voortkomen uit het gevoel dat je iets voor een paar tientjes ook wel zelf kunt maken.

Meestal heb je dan ongelijk :)

Ik had op Tumblr en Pinterest al vaker BoomCases voorbij zien komen; omgebouwde vintage koffers waar een volledig speakersysteem met accu’s was ingebouwd (Boombox + Suitcase, je weet).

leviboomcaseweb

Supertof leken die me, voor chillen in het park in de zomer, of om mee te nemen naar Lowlands of elk ander festival voor op de camping. Maar die BoomCases zijn meer bedoeld als art project dan als puur functionele gadget, en daar is de prijs dan ook naar – zo’n BoomCase kost makkelijk $1000. En hoewel er een hoop winkels bij zijn gekomen die hetzelfde voor minder geld maken blijft de prijs toch vaak op vele honderden euro’s steken.

Toen ik erover nadacht leek me dat eigenlijk een beetje belachelijk. Een vintage koffer, een stel speakers, versterkertje en een accu – en klaar. Zelfs als je alles nieuw kocht zou je makkelijk onder de 100 euro moeten blijven. Nu had ik ook nog autospeakers liggen uit m’n vorige wagen en een klein Chinees versterkertje van een ander project dat niet doorging… dan was ik al halverwege!

Zo googlend vond ik meer bewijs dat het niet zo moeilijk kon zijn. Op Instructables zag ik een goede guide en op Tweakers was er een ontzettend actief Krat- en KistRadio topic waar ook veel mensen koffers hadden gebruikt als alternatief voor een leeg krat bier.

Bij het inlezen bleek eigenlijk al dat het toch wat gecompliceerder zou zijn dan ik eerst dacht, maar ik was nu zo betrokken bij m’n DIY idee dat stoppen geen optie meer was :D

Een trip langs de kringloop en ik was een klein, rood leren koffertje rijker. Snel keek ik of de rest van de spullen er ongeveer in zouden passen.

Not too bad. Met karton maakte ik een mal voor de speakers en sneed ik alvast stukken uit de leren voorkant van de koffer.

Zou die het doen?

Sweet.

Een decoupeerzaag en een plaat 6mm dik MDF later en de kartonnen mal was omgezet tot een lelijke, maar degelijke voor- en achterkant van de koffer.
Experiment 1 met de decoupeerzaag. Not bad.

De aansluiting om je iPod in te pluggen zit ook al meteen aan de buitenkant.
Boomcase project is weer stapje verder: minijack ingang verplaatst naar buitenkant.

Met de accu erbij kunnen we nu voor het eerst testen zonder netsnoer!
Wiring setup.

Ziet er goed uit…
BoomCase V1 is een feit!

… en er komt zelfs geluid uit!

De volgende stap is de AccuSafe inbouwen. Dit circuit maakt de koffer zo ‘intelligent’ dat automatisch de accu gaat opladen en de versterker aan de voeding wordt gehangen als je een netsnoer aansluit. Als je die vervolgens afkoppelt kun je gewoon weer vanaf de accu doorspelen. Ook schakelt de koffer automatisch uit als de accu te leeg wordt en lui zou worden als er nog meer stroom werd verbruikt. Superhandig!
Laatste onderdeel van de BoomCase - een AccuSafe circuit - is binnen!

Daarna het status LEDje ingebouwd.
Aan/uit LEDje gemonteerd :D

Toen de aan/uit knoppen.
Aan/uit knoppen aan de buitenkant gemaakt. V1.5 is bijna klaar!

Als laatste de aansluiting voor een netsnoer.
En af. Voeding aansluiting zit nu ook buiten, koffer hoeft niet meer open!

Opeens is het een stuk meer spaghetti in de koffer geworden. Ik voegde ook een aantal stokken toe om het inzakken van het zachte leer tegen te gaan.
Final wiring setup van BoomCase v1.5!

En dan heb je ook wat!
Af!

De koffer weegt uiteindelijk een flinke 7 kilo, wat toch wel een stuk zwaarder is dan ik origineel voor ogen had. Ook een stuk zwaarder dan het gemiddelde iPod dock wat je naar het park zou meenemen. Maar goed, hier zit dan ook een volwaardig speakersysteem in en genoeg accu om ruim 10 uur op feestvolume door te kunnen spelen. Dat lukt je niet met een dockje.

Maar hoeveel heeft dit projectje me dan nou uiteindelijk gekost? Ik dacht snel en goedkoop klaar te kunnen zijn, maar uiteindelijk moesten er allemaal dingen bij komen. Zo’n AccuSafe bijvoorbeeld, met bijbehorende lader en voeding. Maar ook een decoupeerzaag, die ik nog niet had, en veel klein electronica spul zoals kabels, faston connectors en krimpkous moesten in huis gehaald worden. Als je alles bij elkaar optelt zit ik toch dichter bij de 150 euro dan bij die paar tientjes die ik voor ogen had…

Oh well :D zo gaat dat meestal met mijn projectjes.

In m’n hoofd ben ik alweer bezig met een v2 van het project. Een mooiere vintage koffer gecombineerd met speakers met een ouderwets uiterlijk zouden het helemaal af maken, zoals de mooiste BoomCases die me origineel inspireerden.

atest

Maar laat ik eerst maar eens dit seizoen mijn rode speeltje gaan uitproberen, met een biertje in de hand genietend van de ondergaande zon, m’n eigen zomer playlist keihard door het park heen schallend :D

Draaitafel terug van service bij Dr. Thorens

Ook draaitafels hebben soms wat zorg nodig. Daar is Dr Thorens voor!

Elke zelfrespecterende hipster luistert naar vinyl. En een hipster is natuurlijk alleen een hipster als ie dat doet op een draaitafel die beter is dan die van z’n vrienden, alleen maar om te kunnen zeggen dat ie beter is. Vandaar dat ik vier jaar geleden een vintage Thorens TD-166 draaitafel kocht in plaats van een nieuw plastic USB geval uit de MediaMarkt.

Thorens TD166 - Overview

Een nadeel van vintage kopen is dat niemand verwacht had dat deze apparaten een halve eeuw later nog steeds gebruikt zouden worden. Ze zijn nooit gemaakt om zo lang zonder iets van onderhoud te blijven draaien, regelmatig een beetje nieuwe olie is toch wel het minste. En vooral tijdens de opkomst van de CD werden dit soort draaitafels massaal weggestopt in kasten en voor tientallen jaren vergeten. Eenmaal weer gevonden en doorverkocht heeft zo’n draaitafel meestal al iets van dertig jaar aan achterstallig onderhoud te verduren gehad.

Mijn TD-166 was volgens het serienummer al veertig jaar oud, en volgens de verkoper waarschijnlijk in de jaren ’80 voor het laatst gebruikt. Wat er überhaupt nog aan restjes olie in zat had ik de afgelopen vier jaar er wel uitgedraaid. Achterstallig onderhoud was nog de nette manier om het te omschrijven. Gelukkig is er Dr. Thorens.

Thorens TD166 - Close-up Thorens text

Dr. Thorens, oftewel Rob, komt hoog aanbevolen op de verschillende Nederlandse audio fora. Een liefhebber die jarenlang in de hifiwereld gewerkt heeft en nu in z’n vrije tijd Thorens draaitafels onder handen neemt. Ongeacht het model of de leeftijd van je Thorens, bij Rob kun je ermee terecht voor een opfrisbeurt.

Thorens TD166 - Close-up RPM selector

Afgelopen november stuurde ik een email met alle gebreken die mijn tafel had en de vraag wat een servicebeurt precies zou kosten. Ik kreeg meteen een duidelijke prijslijst terug, maar ook de melding dat ik pas in februari (!!!) aan de beurt zou zijn. Drukke man, die Rob. Maar goed, ik had geen haast, die paar maanden gingen het verschil ook niet maken na dertig jaar.

Thorens TD166 - Close-up Ortofon Red cartridge

Voor ik de tafel naar Rob bracht moest ik zelf al een beetje onderhoud uitvoeren – door een ongelukje bij het verplaatsen van de draaitafel vloog de arm van z’n standaard af en knalde de naald tegen het plateau. Hopeloos verbogen, maar dat was stiekem een geluk bij een ongeluk: ik wou toch al een upgrade en dit was het perfecte excuus om niet alleen de naald maar het hele element te vervangen.

Van de populaire budgetelementen koos ik uiteindelijk de Ortofon 2M Red, stiekem omdat de vormgeving van de Red zoveel mooier is dan van zijn competitie. Kiezen op uiterlijk is vloeken in de audiofiele kerk natuurlijk, maar de Red ziet er wel echt veel toffer uit op je arm dan een standaard element.

Thorens TD166 - TP16 mkIV arm

Toen ik begin februari de draaitafel bracht inspecteerde Rob alles samen met mij, om zo een goede prijsopgave te kunnen maken. Sowieso zou de hele tafel schoongemaakt en geolied worden, maar we zouden nu nog andere onderdelen tegen kunnen komen die aan vervanging toe waren. Stukje bij beetje haalde hij delen van de tafel om de stand van zaken te kunnen beoordelen. De rubber snaar die het plateau aandrijft moest bijvoorbeeld meteen vervangen worden, die was zo uitgelubberd dat hij een paar centimeter langer was dan een nieuwe. Dit veroorzaakte ook het probleem dat de tafel niet goed kon schakelen tussen 33 en 45 toeren.

Thorens TD166 - Close-up TP16 mkIV arm gimbal

De arm, een TP16 mkIV, hoort niet standaard op deze tafel maar komt van een duurder model Thorens. Rob vond dat zeker een mooie combinatie, vooral gezien zijn positieve ervaringen behaald met TP16 armen. Maar dit exemplaar was niet perfect, er was speling op gekomen. De lagers zaten niet meer strak en hij kon zijdelings bewegen terwijl hij echt alleen maar omhoog en omlaag moet kunnen. De armsteun stond ook hopeloos verkeerd, waardoor het mogelijk was voor de arm om zo hard tegen het plateau te slaan. En mijn montage van het Red element bleek ook niet helemaal zoals bedoeld. Geen probleem, werd allemaal gefixed.

DSCN2171

De binnenkant werd ook niet ontzien. De as van het plateau werd gedempt zodat zo min mogelijk trillingen werden doorgegeven. De overige bitumen demping – de zwarte strips die rondom de kast en op het subchassis geplakt zijn – was door de vorige eigenaar aangebracht. Rob was daar niet geweldig enthousiast over maar hij vond het wel acceptabel uitgevoerd.
De audiokabels waren door de vorige eigenaar al vervangen door dikkere, wat er goed uit zag. Maar de stroomkabel voor de motor liep naast deze audiokabels, wat voor storing zou kunnen zorgen. Deze kabels werden daarom naar andere kanten van de kast verplaatst. Intern werden de audio- en grondkabels ook verlegd, zodat deze zo min mogelijk invloed zouden hebben op de beweging van het geveerde subchassis.

DSCN2170

Dat geveerde subchassis was het volgende aandachtspunt. Thorens staat bekend om draaitafels waarbij de arm en het plateau samen op een apart geveerd subchassis gemonteerd zijn. Als je een tik geeft tegen het plateau terwijl de tafel speelt zie je dat het plateau en de arm samen exact dezelfde bewegingen maken, waardoor de muziek niet overslaat. Ook onzichtbare trillingen worden op deze manier uit het geluid gehouden. Maar om dat systeem goed te laten werken moeten de drie veren van het subchassis perfect ingesteld staan. Omdat de veren langzaam uitrekken zou dat na al die jaren niet meer het geval zijn. De zware bitumen demping op het subchassis is hier eigenlijk een nadeel – de veren moeten ook weer anders afgesteld worden om te compenseren voor het extra gewicht. En deze vering is ook meteen de reden waarom het zo lang duurt voordat een tafel bij Rob geserviced is, na elke aanpassing van de vering moet deze opnieuw inzakken tot een stabiel punt is bereikt.

Thorens TD166 - Close-up case

De buitenkant van de tafel kreeg daarna voldoende aandacht. De hele kast werd opnieuw zwart gespoten, zodat alle lelijke plekjes en stootjes in de lak verdwenen. De metalen bovenplaat werd volledig schoongepoetst, de metalen strip aan de voorkant omgedraaid zodat de mooiste kant zichtbaar was. Ook het plateau kreeg een poetsbeurt om alle vlekjes en krasjes eruit te werken.

Thorens TD166 - Close-up platter

Als laatste werd er een nieuwe bodemplaat gemaakt en gemonteerd. De standaard bodemplaat is gemaakt van dun hardboard, wat erg gevoelig is voor resonanties. Vaak worden vervangende bodemplaten van dik MDF gemaakt maar Rob gebruikt Trespa, een modern alternatief gemaakt van geperst papier. Dat klinkt alsof het al helemaal niks weegt, maar een dunne Trespa bodem is even zwaar en stevig als een 2 centimeter dik MDF alternatief. Onderop de bodemplaat werden nog drie voetjes van Trespa geplaatst om de tafel verder omhoog te tillen en te isoleren.

Thorens TD166 - Close-up record

Twee weken later kon ik de draaitafel weer ophalen. Weer werd ik door Rob op een tour door de hele tafel genomen om te laten zien wat er allemaal gebeurd was. Daarna nog even lekker met een kop koffie erbij kletsen over muziek en audio. Het is toch altijd mooi om iemand tegen te komen die zo overduidelijk een liefhebber is, die van een specifieke niche heel veel weet. Gave verhalen over de invloed van je bekabeling, over de DIY truukjes die hij door de jaren heen al had geprobeerd om geluid mooier te maken, welke superdure tafels toch een teleurstelling blijken. Hij liet ook vol enthousiasme een Origin Live Alliance arm horen, een modern budgetmodel die zijn duizend euro duurdere SME armen eruit wist te spelen. Mocht ik ooit nog zo ver doorslaan dat ik een draaitafel echt custom van onderdelen in elkaar ga zetten staat die zeker hoog op het lijstje.

Een keertje bij Rob langs gaan met je Thorens is dus zeker een aanrader. En nu staat de TD-166 weer fijn bij mij in de woonkamer plaatjes te draaien!

Lowlands 2012

Oh mijn god, wat een weekend was dit. Een hele zomer waardeloos weer in Nederland, en dan net dat weekend dat je bij Biddinghuizen op een festivalterrein staat alleen maar brandende zon en 30+ graden. Dat gebrek aan zomervakantie dit jaar kan ik hier ook weer tegen wegstrepen :D

Het was dit jaar in vergelijking met voorgaande jaren Lowlands een wat verkorte versie; normaal ben ik erbij van donderdag tot en met maandag. Maar meestal gaat dat ook gepaard met daarna een week ziek in bed liggen, en dat kon ik me misschien niet helemaal veroorloven in de proeftijd van m’n nieuwe baan ;) . Dit jaar koos ik daarom voor de laffe-borrelaar versie door vrijdagochtend pas naar Lowlands te komen en zondagnacht alweer te vertrekken. Het heeft wel gewerkt: maandag lag ik nog uitgeschakeld de hele dag in bed, maar vandaag ben ik alweer aanspreekbaar – ondanks het bijbehorende Lowlandskuchje – en in staat om dingen te doen. Zoals deze blogpost schrijven!

Mijn Lowlands zag er dit jaar in grote lijnen zo uit (videos zijn indien ik ze kan vinden van Lowlands zelf, maar de zelfgemaakte opnames van bezoekers zijn wat schaars dit jaar lijkt het):

Vrijdag 17 augustus – dag 1
13:30 Skip & Die (X-Ray)
We moesten naar dit groepje in de metalen X-Ray hangar omdat Paul had gehoord dat zij muziek a’la Die Antwoord maakten. Ik was nog even huiverig, maar toen ik las dat de helft van de groep uit de Nederlandse Jori Collignon (van C-Mon & Kypski en Nobody Beats The Drum) bestond was ik ook om. Lekker begin van het weekend!

15:10 Ed Sheeran (Alpha)
Ik ben geen fan van de Alpha tent. Hij is te massaal, te groot, en trekt naar mijn smaak teveel ‘nieuw’ Lowlands volk aan dat alleen maar de bekende bands komt bekijken en daarom continu klaagt over de line-up (ja, ik ben een kuthipster). Wat ik wel fijn vind is op de heuvel naast de Alpha tent liggen terwijl er chille muziek gespeeld wordt. Sheeran heb ik verder weinig mee, maar er is niet zoveel mis met genieten van de zon terwijl hij in de achtergrond op z’n gitaartje staat te spelen.

16:10 Howler (Charlie)
Howler was het eerste bandje dat ik ontdekte in de Spotify playlist van Lowlands, helaas bleek dat ene nummer dat ik zo vet vond – ‘Beach Sluts’ – ook het enige echt leuke nummer van ze te zijn. Geen geweldige vondst dus, maar het nummer blijft lekker.

16:40 The Gaslight Anthem (Alpha)
Na het optreden in de Charlie liepen we snel terug naar de Alpha om nog een goed plekje voor The Gaslight Anthem te bemachtigen. Maar dat bleek niet te hoeven, want het was een onbegrijpelijk rustige tent. We konden zonder problemen doorlopen naar de hekken achter het voorvak. Na de drukte bij deze band op Lowlands 2010 had ik dit echt niet verwacht…

18:30 Me First & the Gimme Gimmes (Alpha)
De eerste naam op de line-up waar ik echt blij van werd eerder dit jaar, want een band die ik al lang van het nog-zien lijstje wil afstrepen. Deze poppunk coverband bestaat alleen maar uit leden van ‘echte’ punkbands, die een vermakelijk projectje wilden hebben waarin ze de covers konden spelen die ze niet serieus bij hun eigen bands konden doen. Helaas werd de show door slechte nummerselectie om zeep geholpen, veel van de nummers die ze speelden zijn totaal niet bekend buiten de VS. En hoewel dat normaal geen probleem is, is het bij een coverband toch wel soort van de bedoeling dat je de nummers kent… Alsnog wel blij dat ik ze eindelijk eens gezien heb, ondanks het matige optreden!

(Spoel door naar 1m14, daar begint het echte nummer pas)

20:10 Otava Yo (Lima)
Deze Russische neofolk band speelt opgepepte versies van traditionele volksmuziek, inclusief een fout Red Alert stijl accent – “We come from Russia, to play songs… for you!”. Met een doedelzak, twee violen en een klein scala aan mij verder onbekende traditionele Russische instrumenten werd er een heerlijk uit de hand lopend feestje op de Lima en het omliggende terrein gecreeerd. De volledig verbaasde gezichten van de band zelf, toen ze onder oorverdovend gejuich voor hun laatste nummer terug het podium opkwamen, doet me denken dat zij dit ook niet verwacht hadden toen ze uitgenodigd werden om eens leuk een keer te komen spelen op een festival in Nederland…

21:15 Feist (Grolsch)
Okee, deze telt eigenlijk niet echt. Ik wou heel graag Feist live zien maar ik was nog compleet gesloopt van Otava Yo, dus heb naast de Grolsch in het gras gelegen en heb hier nauwelijks iets van meegekregen :)

22:00 The Black Keys (Alpha)
Een optreden van The Black Keys stond al lange tijd op het lijstje, maar de hoge ticketprijzen en de HMH als locatie (toch niet mijn favoriet) hielpen niet echt. Mooi dat ze dus op Lowlands stonden dit jaar! The Black Keys bestaan al sinds 2001, maar pas na hun hitje ‘Tighten Up’ in 2010 ontdekte ik hun muziek. Dat betekende dus een flinke inhaalslag om te luisteren, want wat een verdomd lekkere bluesrock knallen zij eruit zeg.

23:00 Beverly Hills 90’80’00’s (Grolsch)
Helaas eindigde de eerste avond voor mij met een domper. De klassieke ’90s party op vrijdag is al jarenlang een hitje voor onze vriendengroep geweest – beetje rondspringen op alle alternatieve klassiekers uit je jeugd, het is zo makkelijk en toch zo leuk. In 2010 werd het concept vervangen door Zeroes Heroes, om een nieuw decennium aan muziek aan te spreken, en in 2011 werd alles van de 80s tot en met de 00s erbij gepakt. Maar door de onbegrijpelijke incompetentie van de DJ’s dit jaar – want laten we eerlijk zijn, dit truukje kan elke feest-DJ zo uit z’n mouw schudden – had ik na een paar uur echt intens zin om ze buiten op te wachten en dood te knuppelen. Bagger geluidskwaliteit, superzacht volume, totaal waardeloze nummerkeuze, mixes die de naam nauwelijks waardig zijn, alle nummers volledig uitdraaien terwijl iedereen ze al 4 minuten zat is, en als klapper op de vuurpijl: net op het moment dat de sfeer er eindelijk wel goed in zit, fucking Krezip gaan draaien… Urgh. We hadden na het eerste half uur het gewoon moeten opgeven en wat leuks moeten opzoeken op het terrein, maar het is door alle voorgaande jaren echt een standaardonderdeel van onze Lowlands ervaring geworden. Volgend jaar niet meer dus.

Zaterdag 18 augustus – dag 2
14:25 Eagles of Death Metal (Alpha)
Bepakt en bezakt met gevulde waterpistolen en -ballonnen togen wij naar de Alpha tent toe, wat betekende dat de trip naar de overkant van het terrein een mobiele wet t-shirt contest werd, gewild of ongewild :) . Ook Willie Wartaal, die ergens onderweg met een cameraploeg bezig was, moest het ontgelden en kreeg een waterballon in z’n nek. De ene helft van onze groep dook bij aankomst het voorvak in om op de oldschool rockklanken van de Eagles of Death Metal rond te springen, de andere helft bleef lekker op de heuvel liggen en heeft zich uitgebreid vermaakt met het natspuiten van schaars geklede dames. Win/win.

15:30 La Pegatina (Grolsch)
Onze favoriete ontdekking van Lowlands 2010, toen dit Spaanse feestbandje uit Barcelona nog in de kleine Lima stond. Dat werd toen een gigantisch feest, een kolkende feestmassa die ver buiten de normale grenzen van de Lima doorging (vergelijkbaar met Otava Yo dit jaar). Dit jaar waren ze terug, maar kregen ze de veel grotere Grolsch om hun ding te mogen doen. In de afgelopen twee jaar hebben ze ook veel meer Nederlandse fans erbij gekregen, dus de Grolsch stond alsnog tot de nok toe vol met springende, dansende mensen. Ik heb ze ondertussen vaak genoeg gezien om het truukje wel te kennen, maar leuk blijft het zeker!

16:30 Linnea Olson (Lima)
18:30 SMOD (Lima)

De hitte begon ons degelijk te nekken en een van de meiden begon zich niet lekker te voelen, dus we besloten even in de buurt van de Lima wat schaduw op te zoeken, wat fris te drinken en iets te eten. Uiteindelijk zijn we bijna 3 uur op die plek blijven liggen om een beetje bij te komen, waardoor we in de achtergrond konden genieten van deze twee acts. Helaas kan ik me helemaal niks herinneren om over ze te melden, zo oninteressant vond ik het blijkbaar.

19:30 Knife Party (Bravo)
Supervet. Knife Party bestaat uit leden van Pendulum die vonden dat het daar niet hard genoeg ging en daarom een nieuwe groep hebben opgericht – ’nuff said. Dik feestje bij de Bravo tent dus!

20:10 Charles Bradley and his Extraordinaires (Lima)
Charles Bradley was ook een mooie om van de lijst te kunnen strepen; ik zou hem eigenlijk vorig jaar zien in de Melkweg. Maar door omstandigheden kon ik daar niet bij zijn en ik had blijkbaar best wel wat vets gemist. In de herkansing dus! Bradley deed tot 10 jaar geleden alleen maar James Brown covers, met zo’n stem die je alleen kunt ontwikkelen door jarenlang whisky en sigaren te misbruiken, tot hij ontdekt werd door Daptone en zijn eigen nummers mocht gaan doen. Altijd mooi om te zien, zo’n baas van over de 60 die je even meeneemt naar decennia geleden toen soul de naam nog waardig was.

21:30 Santigold (Bravo)
Hier had ik heel veel van verwacht, want ik heb haar eerste plaat Santogold helemaal kapotgedraaid. Maar na de eerste 4 nummers niet echt onder de indruk te zijn – erg laf, standaard, ongeinspireerde show – gingen we ervandoor om de volgende band te zien. Als ik de beelden op YouTube zo zie trok dat later bij en heb ik toch wat moois gemist, maar goed, dan moet je je set maar beter opbouwen…

21:45 Krema Kawa (Lima)
Samen met Otava Yo mijn favoriete ontdekking van Lowlands 2012. Een Belgische band die in het Nederlands, Frans en Spaans hun reggae/ska/latin/punk liedjes staat te spelen. Dansbare feelgood zomermuziek, waar je het ene moment Manu Chao stijl bij staat te chillen en het andere moment keihard in de pit staat te skanken.

23:30 Superstijl (India)
Na de teleurstelling van het Beverly Hills feestje van vrijdag wist ik niet zeker of ik wel zo’n zin had hierin. Het idee is aardig: er lopen mensen rond met stempanelen, waarop je 3 keuzes hebt met verschillende muziekstijlen. Die varieren van daadwerkelijke genres als ‘classic hiphop’ naar de wat apartere types als ‘mashups’ en de regelrecht weirde als ‘hipsters kiezen voor geel’ of ‘dierentuin’. Na ongeveer 15 minuten gaat de muziekstijl van het feestje over naar datgene wat de stemming gewonnen heeft. Zo blijf je dus wat variatie houden in je avond en krijg je het publiek daadwerkelijk enthousiast voor de muziek die gedraaid gaat worden. Gelukkig bleek dit daadwerkelijk een leuk feestje, door de DJ’s die beduidend beter waren in hun werk dan de stagiairs die we de vorige nacht moesten aanhoren.

??:?? Grolsch Beugelbad
Nadat Superstijl een beetje saai begon te worden besloten we even een verkoelend biertje te pakken in het Beugelbad van Grolsch. Hoewel met veel fanfare aangekondigd bleek het bad zelf nogal tegen te vallen, erg klein en vooral al heel snel erg smerig. Afgezien daarvan was het bad wel een ontzettend chille plek om even te hangen. En daar een koude beugelfles kopen die je even in je nek kon houden was zeker een verademing…

??:?? Titty Twister
Geheel in de stijl van de vuige bikerbar met dezelfde naam uit From Dusk Till Dawn, een favoriet van veel Tarantino fans (en dus Lowlands bezoekers), is er sinds vorig jaar op het Lowlands terrein de Titty Twister. Een perfect decor gevuld met net wat te vieze paaldanseressen, mooi overdreven getattoeerd barpersoneel, heerlijk zinloze hardrock karaoke en Joost van Bellen als smerige ceremoniemeester.

Zondag 19 augustus – dag 3
13:30 C2C (Bravo)
Deze Franse groep van 4 turntablists heeft een aantal jaar achter elkaar samen de DMC wereldkampioenschappen in de teamcategorie gewonnen, en treedt nu op onder de naam C2C (Coups2Cross). Nummers worden live in elkaar gescratched en gejuggled en hebben die fijne Franse feelgood vibe die je ook herkent in nummers van Daft Punk en Justice.

15:30 Sleigh Bells (India)
Een persoonlijke favoriet, nadat ik ontdekte dat M.I.A.’s Meds and Feds een track van Sleigh Bells als beat gebruikte. Helaas was mijn salespitch (vuige electropop met samples van lompe punk/metalgitaren, die nu live werden ingespeeld) niet genoeg om de rest van de groep mee te krijgen. Heb dus zelf op het lawaai van deze band staan springen – voorzover ik dat nog kon in de brandende hitte.

??:?? Llowlab
Vincent, een vriend van me die aan de Universiteit Twente gepromoveerd is, stond met zijn smartgrid modelhuis ook op het Lowlands terrein bij de Llowlab expositie tegenover de Alpha. Na het kapot gaan op Sleigh Bells was het dus een goed moment om even te chillen bij de duurzame projectjes die ze daar lieten zien en met een paar biertjes even bij te kletsen.

17:30 Miike Snow (Bravo)
Samen met Vincent liep ik de Bravo in om te genieten van dit Zweedse electropop bandje. Helaas werd de hitte hier mij na een paar nummers al echt teveel, ik begon zo hard te zweten dat ik m’n gezicht wel kon droog vegen maar 5 seconden later alweer kletsnat was. Toen op een bepaald moment in mijn zicht de kleuren begonnen weg te trekken en alles grijzig werd ben ik maar naar buiten gevlucht en in de schaduw cola gaan drinken. Jammer, want het was best een mooie show daarbinnen!

19:40 The Shins (Grolsch)
Ik voelde me al een stuk beter, maar nog steeds niet geweldig, dus dit was wederom een gevalletje buiten in het gras liggen. Gebeurde me dit jaar met de hitte toch een stuk vaker dan vorige keren Lowlands.

20:40 Imam Balldi (Lima)
Misschien kwam het doordat ik de dagen daarvoor al Otava Yo, La Pegatina en Krema Kawa had gezien, waardoor deze Griekse groep met een vergelijkbare vibe voor mij gewoon net even wat teveel was. Misschien omdat ik door het weer gewoon al kapot was. Maar ik kon gewoon echt niet zoveel met deze Griekse groep. Paar momenten dat het wat opleefde en origineel klonk, verder gewoon… meh.

Hierna was het voor mij al tijd om terug naar de tent te lopen, de spullen op te ruimen en een lift met de auto mee terug naar Utrecht te krijgen (thanks Jurrien en Dieke!). Topweekend gehad dus. Wat ik dit jaar verder gemist heb maar toch graag had willen zien: Dio, Movits!, Nobody Beats The Drum, Splendid, De Heideroosjes, Patrick Watson, The XX

En ik heb natuurlijk het traditionele zondagnacht eindfeestje van DJ Kees van Hondt gemist. Dat valt niet te omschrijven, het is iets wat je meegemaakt moet hebben. Pure chaos in de India tent. Heerlijk.

Op naar Lowlands 2013!

The Little Mermaid musical

Ik ben naar The Little Mermaid in het Nieuwe Luxor te Rotterdam geweest, en dat was voor mij als Disney- en musicalnerd natuurlijk weer een flink feest. The Little Mermaid is een van die heilige Disneyfilms en je kunt in principe weinig bij me verkeerd doen als je die live op een podium gaat uitvoeren. Toch viel de productie op een aantal punten wat tegen…

Even een stukje achtergrond: nadat Disney grote winsten draaide door hun meest succesvolle tekenfilms als Lion King en Beauty & the Beast tot musical uit te werken, was het in 2007 de beurt aan The Little Mermaid. Het script van de film werd tijdens workshopsessies uitgebreid tot een volledige musical, waarvan de demo-versie met alleen piano en zang ‘uitlekte’ op internet en meteen flinke interesse in de nieuwe Disney musical genereerde.

De sterkste nieuwe nummers uit de workshopsessies waren wat mij betreft voor de villains van het verhaal: twee nummers van Ursula en een duet voor Flotsam en Jetsam, de twee sidderalen. Helaas werden de twee nummers van Ursula uiteindelijk geschrapt. Het nummer All Good Things Must End, gezongen door Ursula om Ariel te pesten net voor het einde, kwam totaal niet meer terug:

Terwijl haar introductienummer, Wasting Away, werd vervangen door het nogal cliche aandoende I Want The Good Times Back:

Maar blijkbaar vonden ze dat in Nederland ook, want hier werd I Want The Good Times Back op z’n beurt weer geschrapt voor Pappie’s Kleine Meisje:

Ook geen groot succes. Volgens wikipedia is die overigens op dezelfde melodie als Wasting Away geschreven, maar dat haal ik er dus niet echt uit.

Sweet Child, gezongen door de sidderalen, bleef wel behouden in relatief dezelfde vorm als de workshop versie:

De nieuwe nummers voor de helden van het verhaal bleven meer steken in cliches, met weinig positieve uitschieters. Beyond My Wildest Dreams, het nummer wanneer Ariel eindelijk de wereld boven de zee kan ontdekken, is ontzettend schattig en heeft wel die Disney vibe die ik in de andere nummers mis:

Maar een nummer als If Only, dat overduidelijk bedoeld is om op typische musicalwijze een indrukwekkende samenzang neer te zetten met vier stemmen tegelijk, komt gewoon nooit uit de verf.

De nieuwe nummers waren voor mij dus geen volledige win, maar was ik nog steeds enthousiast genoeg dat ik de musical graag live wou zien. Uiteindelijk draaide de resulterende show maar 2 jaar op Broadway; tegenvallende kritieken en dalend bezoek bleken toch teveel voor een erg dure Disney productie. Ik had de hoop eigenlijk al opgegeven, en was daarom blij verrast toen bleek dat ze de show naar Nederland gingen halen! Minder blij toen ik las dat het een reizende musical werd; meestal betekent dat toch dat er gekort wordt op de grootte van het ensemble en de mogelijkheden met bijvoorbeeld het decor. Ook de perspresentatie die online werd gezet kon mij niet helemaal geruststellen:

Met liedjes op:
2:10 Onder De Zee (Under The Sea)
5:43 Ik Wou Maar (If Only)
8:42 Daar Ligt Mijn Hart (Part Of Your World)

Deels bleken mijn verwachtingen inderdaad waar. Het decor was grotendeels provisorisch en schaars, zoals het ‘schip’ van prins Erik ter grootte van een sloepje, terwijl bij grote groepsnummers als Under The Sea het podium toch een beetje onderbemand bleef. Erg jammer, vooral vergeleken met het Amerikaanse origineel:

Verder zitten er een aantal verschrikkelijke kostuums tussen (Flounder, de sidderalen, Sebastian) die echt ver voor de try-outs al geschrapt moesten worden. Om al helemaal niet te spreken over de zeepaardjes die op vermomde Segways (!!!) het podium op kwamen rijden.

Maar er waren ook positieve kanten aan de veranderingen: in de Broadway versie gebruikten de zeemeerminnen een soort rolschaatsen, om op die wijze over het podium te ‘zwemmen’. Dat zag er niet altijd even overtuigend uit, zoals hier te zien in The World Above, ook een van de nieuwe nummers:

In de Nederlandse productie werd daarom juist gekozen voor wirework, waarvan ze de techniek en ervaring natuurlijk direct konden overnemen van hun vorige Tarzan en Mary Poppins musicals. Dit zorgde voor een verrassend 3-dimensionaal gebruik van het podium en voor een beter uiteindelijk effect dan de originele Amerikaanse versie! Je kunt het effect zien in een aantal shots in de TV reclame voor de musical:

En zonder kostuum in deze behind-the-scenes opname van Part Of Your World:

Ook het kostuum van Ursula was erg verbeterd, het originele kostuum op Broadway was erg gelimiteerd en log, wat ervoor zorgde dat de actrice weinig bewegingsvrijheid had. In de Nederlandse versie werd ervoor gekozen die bewegingsvrijheid helemaal op te geven, maar alle tentakels van het octopuskostuum te laten besturen door een ‘onzichtbare’ acteur. Leuk effect!

Zeker wat pluspuntjes dus. Verder vond ik de cast het echt prima doen, vooral Tessa van Tol is een perfecte match voor de rol van Ariel. Sierra Boggess, die deze rol op Broadway had, zingt voor mijn gevoel te volwassen en gepolijst – een probleem dat zich ook voordoet wanneer zij Christine in The Phantom Of The Opera speelt. Ariel (en Christine trouwens ook) moet een beetje kinds klinken, een onschuldig meisje van 16 die de wereld nog moet ontdekken. Tessa heeft dat wel en combineert dat met de juiste uitstraling op het podium. Vooral tijdens Pozetieverik – een nieuw nummer dat ik verder volledig verafschuw – viel het me op hoe goed en vol overtuiging ze in de rol zit. Zelfs zonder een woord te zingen, want op dat moment heeft ze net haar stem geruild voor een paar mensenbenen.

Maar het grootste minpunt blijft eigenlijk een kwestie die ook al in de Amerikaanse versie zat: het einde is verschrikkelijk afgeraffeld. Ursula ruilt Ariel’s contract in voor Triton, net als in de film, maar daar hapert opeens het plot… Ariel steelt en breekt Ursula’s toverschelp, waardoor de zeeheks ter plekke doodgaat. Ta-da. Klaar. Even later komt Ariel weer boven water en trouwt doodleuk met de prins. Vijf minuten geleden was alles nog kommer en kwel, nu is alles probleemloos opgelost. Ik snap ook wel dat er een aantal kleine logistieke problemen zijn met het op een podium neerzetten van een reusachtige waterkolk, waar een gigantische octopus gespietst wordt door een volledig schip, maar dit was toch ook wel een een flinke anti-climax.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb de hele twee en een half uur met een brede grijns op m’n gezicht gezeten. Ik heb genoten van een favoriet stukje jeugd dat weer even opnieuw werd neergezet. Maar ik snap ook wel waarom deze musical geen lang leven beschoren was op Broadway, en ik denk ook niet dat hij in Nederland heel lang door zal blijven toeren. En dat is jammer, want de cast doet het al met al echt ontzettend goed.

Try Acrobatics EP Release

Try Acrobatics – het bandje dat voorheen nog Black Boys on Mopeds heette – heeft afgelopen zondag z’n eerste EP Sharp Moves & Dirty Minds uitgebracht. Met bijbehorend natuurlijk een feestje in Pakhuis Wilhelmina. Het voorprogramma bestond uit Sideditch en Politics, waarna de jongens rond een uurtje of zes het podium opklommen om zelf even stevig te rocken. Kijk boven naar de pics of luister hieronder naar de EP!

Zin In Zomer, volume 4

Het heeft even geduurd – zeg, 2 jaar – maar de Zin In Zomer serie heeft weer een vervolg! Ik ben al een tijdje weg uit Enschede en allang geen DJ in de kroeg meer, maar met het (eindelijk!) mooie weer van de afgelopen dagen kreeg ik opeens ontzettend zin in feest en muziek. En dat is natuurlijk de perfecte reden om weer eens wat lekkers in elkaar te zetten. Enjoy!

[audio:guy_sie_-_zin_in_zomer4.mp3]
(downloaden, rechterklik en ‘save as’ kiezen)
Continue reading “Zin In Zomer, volume 4”

Muziek luisteren – draaitafel

Vroeger hadden m’n ouders een flinke audio-installatie in de woonkamer staan. B&W DM7 speakers, een Wega all-in-one audio oplossing zo groot als een tafel. Ik vond het van kleins af aan al leuk om aan dingen met knopjes te zitten en dit apparaat had veel knopjes. En als je de goede indrukte en er voorzichtig een LP op legde kwam er muziek uit! Hoe vet! Zo groeide ik dus op met platen van the Beatles, Elvis Presley, Beach Boys, en nog veel meer muziek uit de jeugd van m’n ouders.

Nu is het tegenwoordig weer cool om vinyl te draaien en ik vroeg me al een tijdje af of het iets voor mij zou zijn. Vroeger had ik een flinke CD collectie waar ik trots op was, maar naarmate ik alles omzette naar MP3 werden ze niet meer gebruikt en zaten die CD’s me eigenlijk alleen maar in de weg. Ze gingen allemaal de deur uit, maar al snel miste ik toch die muur aan albums. De muziek die je luisterde was een teken van je identiteit toen ik opgroeide, en ik miste al die hoesjes die dat lieten zien aan bezoekers… Zou vinyl de oplossing zijn? Een collectie MP3’s voor het normale luisteren, en dan de vinyl albums kopen van de bands die ik echt heel goed vind. Ik geloof niet automatisch in het ‘warme, meer dynamische geluid’ wat zogenaamd bij vinyl hoort, maar als dat er ook nog eens in blijkt te zitten hoor je mij natuurlijk niet klagen. En aangezien m’n ouders toch nooit meer naar hun platen luisteren kan ik die collectie sowieso leegroven ;) Ik ging op zoek naar een goedkope draaitafel om het eens uit te proberen!

Nieuwe draaitafels worden meestal gemaakt voor DJ’s om mee te mixen en door de audiofielen sterk op neergekeken, terwijl de draaitafels met acceptabel geluid volgens hun pas rond de 300 euro beginnen. Voor veel minder geld kun je, zeggen zij, een betere tafel kopen als je kijkt naar vintage modellen van de dure oude merken. Nu vertoon ik met vlagen ook vervelende audiofiele trekjes dus dat leek me een interessante oplossing. Uiteindelijk vond ik op marktplaats voor 77 euro een aangepaste Thorens TD-166 met een Linn K5 element, toen ter tijd een degelijk maar niet heel speciale draaitafel. Interessant was echter dat de aanpassingen door Audio Design (high-end hifi shop in Utrecht) zijn gedaan in de jaren ’80.

Zondag heb ik ‘m opgehaald en vandaag kon ik, in verband met werk, pas naar een platenzaak (Da Capo in Utrecht) toe om wat vinyl te kopen. Ik heb nu twee oude Greatest Hits LP’s, één van de Beach Boys en één van de Supremes, voor 2,50 per stuk meegenomen en een nieuwe LP van het eerste album van de Arctic Monkeys. Die ken ik echt volledig uit m’n hoofd en zou een goede kwaliteitsvergelijking zijn.

Ik gooide eerst de Beach Boys LP erop en het gekraak van deze gehavende plaat was me eigenlijk net te veel, maar het bracht wel meteen de gevoelens van vroeger naar boven toen ik zo’n zelfde LP als 7 jarig jochie beluisterde. Toen de Supremes erop – een veel schonere en recentere plaat, met een minimum aan snaps en pops. Het klonk over de harman/kardon en de B&W DM220s eigenlijk nauwelijks anders dan de geremasterde Supremes greatest hits CD die ik als MP3 heb. Nice!

En toen natuurlijk de test met het Arctic Monkeys album. Een gloednieuwe plaat zonder krasjes of andere defecten, over een 40 jaar oude draaitafel waarvan ik niks weet over de componenten of afstellingen. Tot m’n verbazing klonk het geweldig! Ik zal niet gaan lopen doen alsof de LP nou magisch warmer, dynamischer of beter klonk dan de MP3s die ik normaal luister – maar het deed sowieso er niet voor onder.

M’n eerste vinyl ervaring is dus een succes! Tijd om op internet eens op zoek te gaan naar goede handleidingen om ‘m af te stellen en dan eens een wishlist maken van albums die ik als LP wil hebben…