Nieuwe baan: Social Media Manager

Ik had het stil willen houden totdat ik officieel getekend had, maar door mijn vakantieplanning gebeurt dat pas op mijn eerste werkdag. En dat duurt me nog veel te lang, dus zal ik het nu maar vast verklappen:

Ik heb een nieuwe baan! :D

Vanaf augustus ga ik aan de slag als Social Media Manager bij Brooklyn Ventures.

brooklyn

Brooklyn is een venture capital bedrijf in de regio Utrecht, met een kantoor op de campus van de Nyenrode Universiteit – weer eens wat anders dan het gemiddelde industrieterrein ;) . Ze investeren in verschillende start-ups – van Facebook foto-apps tot emergency repair in de olie/gas industrie – in sectoren waar de partners al eerder ervaring hebben opgedaan, waardoor ze ook inhoudelijk een rol kunnen spelen.

Nyenrode University

Omdat het niet praktisch/haalbaar is voor elk van deze start-ups om iemand aan te nemen die zich fulltime bezig houdt met social media word het mijn taak om dit vanuit Brooklyn Ventures te gaan doen. Ik zal de verschillende start-ups helpen een strategie te ontwerpen voor hun social media activiteiten en ze vervolgens ondersteunen in de uitvoering hiervan. Zo’n beetje mijn dreamjob dus: werken in de start-up scene, op strategisch niveau social media aanpakken maar tegelijkertijd hands-on aan de slag kunnen, en ondertussen kennismaken met het venture capital wereldje. Heb er ontzettend zin in!

Voor ik ga werken pak ik nu nog even snel een weekje vakantie, daar was ik door al het solliciteren nog niet aan toegekomen. Ben nu dus druk op zoek naar een last-minute bestemming om komende week nog even chill door te brengen. Ik sta open voor suggesties, dus als je wat leuks weet – roep maar!

Afgestudeerd!

Het is ondertussen alweer meer dan een maand geleden, maar het verwaarlozen van mijn blog heeft er ook toe geleid dat ik het hier nog helemaal niet gemeld heb. Ik ben dus op 18 november 2011 eindelijk afgestudeerd! Als je geïnteresseerd bent, mijn scriptie is in paper-vorm hier te vinden.

De dag verliep, zoals dat bij mij hoort, een beetje rommelig – maar na een ‘ietsje’ uitgelopen presentatie kreeg ik van mijn begeleider het cijfer te horen: een 8! En dat betekende in combinatie met mijn andere cijfers dat ik cum laude was geslaagd voor mijn master Communication Studies.

Voortaan ben ik dus Guy Sie, MSc. Wen er maar vast aan. :D

Deze gebeurtenis kon natuurlijk niet voorbij gaan zonder een feestje en bijbehorende consumptie van alcohol. Dan blijkt ook dat je best wel veel mensen kent als je, uh, wat langer over je studie hebt gedaan… Asterion zat goed vol, er waren speeches, liedjes en filmpjes, ik kreeg van iedereen de tofste cadeautjes en de huisband .Punt Uit! knalde er ook nog een mooie set tegenaan. Foto’s – met dank aan Fabian Tubbing – vindt u boven dit bericht, voor een recensie van de avond verwijs ik naar de Drienerlo blog. Ik heb in ieder geval genoten!

Bonus: de afstudeervideo die door mijn bestuur in elkaar geklust is :)

The Black Ivy

De Amerikaanse Ivy League universiteiten – duurste, prestigieuste, meest historische – zijn volgens de verhalen altijd bolwerken van de preppy look geweest. Het komt redelijk overeen met wat we ook hier van ballerige studentjes gewend zijn – rugbytruien, bootschoenen, kraagjes, teruggrijpen naar het traditionele en er een hedendaagse swing aan geven. In de boeken over deze stijl valt één ding heel erg op: er zijn nauwelijks zwarte studenten in te vinden. De Ivy League was in de hoogtijdagen van prep dan ook een bijna geheel blanke ervaring.

De jongens van Street Etiquette zijn daarom op bezoek geweest bij een aantal traditioneel zwarte universiteiten, om te laten zien op wat voor manier deze stijl zich bij hun heeft ontwikkeld. Naast een fotoshoot, die te zien is op hun Black Ivy projectpagina, is de bovenstaande video in elkaar geklust. Zitten wat idiote uitspattingen tussen maar ook erg stijlvolle ensembles.

Kamer in Utrecht

De meeste mensen weten dat mijn zoektocht naar huisvesting in Amsterdam niet al te geweldig loopt en dat ik in de tussentijd bij m’n ouders crash. Nu vind ik dat in principe niet erg – er wordt weer voor me gekookt, de was gedaan, etc ;) – maar is Purmerend toch echt niet de place to be. Amsterdam is maar een half uurtje met de bus, maar zodra je afhankelijk wordt van de nachtbus wordt ook dat vervelend.

Dus toen Paul me vorige week opbelde of ik zin had om in Utrecht een paar maanden bij hem in huis te zitten wist ik het al snel. Hij is onlangs uit Amsterdam naar Utrecht verhuisd en zijn twee huisgenoten gaan bijna aansluitend naar het buitenland toe voor een paar maandjes – in totaal kan ik er bijna 4 maanden zitten. Lastige keuze hoor: in middle-of-nowhere-dorp Purmerend bij m’n ouders zitten deze zomer, of in een relaxt studentenhuis in Utrecht met een van m’n beste maten een zomer op het dakterras met witbiertjes chillen. En afstuderen natuurlijk ;)

Ik moet in de tussentijd toch weer op zoek naar een plek om permanent te wonen, als Utrecht me bevalt kan ik ook daar eens gaan kijken. Niet dat ik daar nou veel meer slagingskans heb maar ik heb er wel een stuk meer bekenden wonen, misschien dat dat helpt.

Locatie van het huis is wel geweldig, ik zit daar op nog geen vijf minuten lopen van Utrecht Centraal, midden in een buurt tussen de kleine Turkse winkeltjes – dat staat haast garant voor een zomer superlekker en supergoedkoop koken. Oh, en mojito’s. Veel mojito’s.

Authenticity – Gilmore & Pine

In het kader van mijn afstuderen heb ik net het boek Authenticity: What Consumers Really Want van James Gilmore en Joseph Pine II gelezen.

Gilmore en Pine zien authenticiteit als het nieuwe doel waar bedrijven zich op moeten richten. Doordat vroegere drempels overwonnen zijn kun je niet meer alleen op schaarste, kosten of kwaliteit concurreren. Om de consument te behouden moet de volledige beleving van je product goed zijn. Authenticiteit is volgens hen een belangrijk kenmerk van deze beleving.

Maar wat is authenticiteit precies? Dat hield mij bij het formuleren van mijn opzet ook al bezig; het is niet zo makkelijk te definiëren wanneer je iets authentiek vindt. Een mandenvlechter in een dorp in het Andes gebergte maakt misschien authentieke manden voor je, maar doet dat als toeristische attractie – niet authentiek. En Disneyland is misschien wel het meest onauthentieke wat je je voor kunt stellen… maar anderzijds zijn ze weer door en door Disney, tot de laatste steen authentiek waar het bedrijf voor staat.

Blijkbaar zijn er meerdere vlakken waarop authenticiteit een rol speelt. Gilmore en Pine zien in het concept twee assen die tot uiting komen in de twee vragen die elk bedrijf zich volgens hen moet stellen:

  1. Are you true to yourself?
  2. Are you what you say to others?

Op basis van het antwoord wordt een bedrijf ingedeeld in één van de vier resulterende kwadranten: Real-Real, Fake-Fake, Real-Fake en Fake-Real. Real-Real en Fake-Fake spreken voor zich maar Fake-Real en Real-Fake zijn de veel voorkomende en interessante combinaties.
Real-Fake betekent dat je wel echt jezelf bent, maar daar niet eerlijk over bent. Disneyland is typisch Real-Fake: het is echt door en door Disney, van de ingang tot het topje van het paleis. Maar het is niet echt: hun Main Street is geen echte ‘typische Amerikaanse winkelstraat’, hoe gelikt ze er ook proberen uit te zien en hoe erg ze de bezoekers ervan proberen te overtuigen. Real-Fake gaat daarom niet om zo authentiek mogelijk te zijn, maar iets te creëren waar mensen in kunnen geloven.
Bij Fake-Real is het omgekeerd. Zo’n bedrijf geeft z’n klanten precies wat het ze belooft, maar laat z’n eigen identiteit daarbij los. Gilmore en Pine nemen als voorbeeld de NBA Stores in Amerika. In principe zijn dit sportwinkels met een basketbal gimmick – de vloer ziet eruit als een sportzaal en er is een prominente basketbal korf in het midden van de winkel. Maar het is allemaal nep; op de korf staat uitdrukkelijk dat je hem niet mag gebruiken en als je toch een basketbal dribbelt wordt je eruit gezet. Het is zeker een winkel waar NBA spullen verkocht worden, maar heeft niks te maken met de core business van het sportmerk.

Wat de schrijvers ook opmerken is dat Fake-Fake helemaal zo’n ramp niet hoeft te zijn. Als je bewust bent van je volledige gebrek aan authenticiteit valt ook daar winst te behalen. Wees er trots op, maak er haast een grap van. Je eerlijkheid over hoe nep iets is geeft het weer een authentiek randje. In China zou er een volledig winkelcentrum geopend worden dat alleen maar nepmerken verkoopt, waar je koffie drinkt bij de Bucksstar of eet bij de McDnoalds. De mode om ironisch een nepartikel te gebruiken is zo groot geworden dat zelfs daar blijkbaar markt voor is.
Real-Real daarentegen is wel een mooie plek om te zijn, maar ook lastig om te behouden. De klant is niet heel vergevingsgezind en elke misstap die je overkomt is een reden om je van de troon te stoten.

Gilmore en Pine hebben nog veel meer te melden over authenticiteit en leggen vervolgens uit hoe je als bedrijf deze kennis kunt gebruiken om een nieuwe koers te varen, maar de Fake/Real assen waren voor mij het belangrijkste inzicht en de 25 euro voor het boek meer dan waard. Authenticiteit is niet zozeer een ja/nee kwestie of één enkele dimensie, er is een dualiteit van externe betrouwbaarheid en interne echtheid die beide een belangrijke rol spelen. Jammer genoeg is Authenticity voornamelijk geschreven op basis van eigen gedachten en ervaringen van Gilmore en Pine, met her en der referenties naar cases. Dat maakt het geen betrouwbare literatuur voor m’n afstuderen, maar in ieder geval een goede voorzet om in nieuwe richtingen wel iets passends te zoeken!

Afstudeeronderwerp: Authenticity

Deze week heb ik m’n afstuderen weer op de rails geholpen. Zoals afgesproken met m’n begeleiders een eerste ruwe idee voor het introductie hoofdstuk van mijn afstudeerverslag op papier gezet en verstuurd. M’n afstudeeronderwerp is de afgelopen maanden een flink aantal keer veranderd, maar ik denk dat ik nu iets te pakken heb wat me echt boeit. Niet zo ongrijpbaar als het object centered sociality concept, maar ook niet zo nietszeggend als het iets-over-marketing-op-twitter idee.

Ik heb het hoofdstuk dat ik mijn begeleiders heb opgestuurd hieronder geplakt. Het is nog ruw en weinig wetenschappelijk onderbouwd, maar voel je vrij om feedback/kritiek/affakkeling achter te laten. Het kan alleen beter worden als zoveel mogelijk mensen er hard tegenaan schoppen, toch? ;)

The role of Authenticity in Social Media Marketing

When marketing entered the internet-era before the turn of the century, the first forays made into this new medium were based on earlier experiences in traditional media. The web banner was the digital equivalent of the magazine ad placement while classic advertising measurements such as cost per mille (views) became the standard, again. But as the internet progressed and experience in online marketing was gained, new techniques developed that made use of the qualities specific to the web.
Now the internet has become so mainstream that it has merged with society at large. Access to the web becomes almost ubiquitous due to cheap internet connectivity and the use of smartphones and other mobile devices. Time spent on web applications has grown exponentially. Whether we traverse social networks to find out what our friends are doing, comment on the news on our favourite blogs or upload a picture of a party to a photosharing site, we are online creating and interacting as part of our everyday life. Collectively these activities are commonly referred to as Social Media.
Social Media is an umbrella term often used interchangeably with other industry buzzwords denoting new technologies, like “Web 2.0” and “User generated content”. Though a formal definition is still lacking, we might posit that social media encompasses the current Web-based technologies that allow people to share and discuss information through the full range of multimedia; words, pictures, audio and video. It’s this participatory interaction between people that makes social media social and different from traditional media, which is commonly thought to be a top-down and one-way form of communication.
Once marketeers discovered social media, even avant-la-lettre, social media tools were incorporated into online marketing strategies. At first this meant using existing social media influencers as an extension of the PR apparatus, getting the news about the company out there. Then they used social media for direct market research, listening to their consumers online and understanding what they really wanted. But the last step was for companies to engage directly in the use of social media tools, interacting with their consumers on an equal footing (Constantinides & Fountain, 2008). Companies started blogs, communities were built on Facebook, virals were uploaded to YouTube, a variety of tactics was deployed. But not all of these social media marketing campaigns have been all-out successes. In fact some have backfired, damaging the reputation of the company and its brand.
A key factor in the success of a social media campaign may lie in its authenticity. Authenticity has been an industry buzzword for even longer than Social Media has been (Gilmore & Pine, 2007), in fact it’s been said that “the search for authenticity is one of the cornerstones of contemporary marketing” (Brown et al, 2003). The basic premise that social media is built around interaction between people may indicate that companies which operate in social media will be expected to behave in a similar manner. Whereas the savvy consumer may be so desensitized that he accepts, even expects, a certain amount of dishonesty in traditional media advertising, he might demand a truthfulness, a genuine reflection of the company and its intentions in social media – just as he would of any another person he was engaging with there. Some online marketeers have in fact remarked that authenticity is the vital component of an online social media strategy.
Though authenticity has been researched in other areas (e.g. tourism, advertising) no current research exists that provides a review of the effects of authenticity in a social media marketing context. As such there is no scientific proof yet that authenticity affects the way consumers evaluate a marketing campaign in a social media context. To further investigate this subject the first research question is:

• Does authenticity affect the evaluation of social media marketing campaigns by consumers and if so, how?

To be able to research authenticity a definition of the concept in this social media context has to be constructed. The second research question examines the dimensions underlying authenticity:

• What dimensions does the concept of authenticity, from a social media perspective, consist of?

Science Commons

[bliptv]1319678[/bliptv]

Als er iets is waar ik me al die studiejaren al aan erger is het wel literatuur zoeken. In de eerste paar jaar ging alles nog oldschool, eindeloos bladeren door de electronische UT bieb catalogus (tenminste, voor ons. Het kan nog olderschool en daar wil ik al helemaal niet aan denken) en hopen dat je iets tegenkomt wat je nodig hebt. Referenties terugzoeken in literatuurlijsten en erachter komen dat het artikel niet door de UT te verkrijgen is. Boeken nodig hebben die natuurlijk allang uitgeleend zijn. De komst van Google Scholar was een geschenk uit de hemel.

Maar het is nog steeds niet perfect. Google Scholar werkt, maar alleen als ik via het netwerk van de UT artikelen zoek. Zonder deze goedkeuring van de UT kan ik wel zoeken, maar zodra ik een artikel probeer te openen begint de host te bokken. Die laat mij het artikel zien als ik er geld voor neerleg.

Zou het in de ideale wetenschappelijke wereld, waarin jouw onderzoek ook bijdraagt aan de verbetering van de maatschappij, niet zo moeten zijn dat je altijd probleemloos bij de kennis kunt komen die je nodig hebt? Toen alles nog op papier in kasten stond was het begrijpelijk dat dit moeilijk ging – gelimiteerde opslagruimte in je bibliotheek, de kosten die ontstaan bij het runnen van wetenschappelijke publicaties, onduidelijkheid over welke informatie wel of niet gearchiveerd moet worden, etc. Maar tegenwoordig hebben we internet, met z’n oneindige opslagruimte en de mogelijkheid om de opgeslagen informatie eindeloos en ongehinderd te verspreiden. Met de vooruitgang in zoekmachines en andere informatie technologieën kunnen we de informatie ook makkelijker terugvinden. Technisch kan het al, maar waarom doen we het nog niet?

Bij Science Commons denken ze er hetzelfde over. SC is een spinoff van Creative Commons, een groepering die ons tools biedt om onze werken onder bepaalde voorwaarden vrij te stellen voor het algemeen gebruik. SC denkt dat het toepassen van deze tools op wetenschappelijke data, gecombineerd met de infrastructuur die internet en nieuwe technologieën ons bieden, die ideale wetenschappelijke wereld zouden benaderen. Het belooft een toekomst waar ik na al die jaren literatuur zoeken toch verdomd graag de vruchten van zou plukken.

Adios Enschede – verhuisd uit Huize Picasso

Op 23 oktober heb ik (met hulp van vrienden: thanks Evan, Mark, Martijn en Roy!) m’n hele hebben en houden in een busje geladen en naar Purmerend toe gebracht. Het is dan eindelijk zo ver: ik woon officieel niet meer in Huize Picasso. Mijn eens zo mooie (nou ja, in ieder geval goed gevulde…) kamer is een beetje zielige lege huls geworden.

Lege kamer 1

Ik ben er gaan wonen in 2000, enkele maanden na de vuurwerkramp. Het huis zat op de rand van het rampgebied en had nog een flinke tik gekregen – toen ik de kamer voor het eerst zag waren de ramen nog afgeplakt met tijdelijke stukken plexiglas, lagen er nog scherven en splinters op de doorgescheurde vloerbedekking. Het was, subtiel gezegd, niet fraai. Maar het huis… ik moest die kamer wel aannemen. Gigantische woonkamer, studentenhuis-vies maar verder netjes onderhouden, grote tuin (waar ik verder nooit meer wat in gedaan heb)… Dat de kamer leek alsof hij zo uit Roombeek was getild was gewoon een kwestie van de huisbaas de ramen laten fixen, wat vloerbedekking leggen en alles een likje verf geven.

Noem het naïviteit, maar om een of andere reden leek wit – je weet wel, die kleur waardoor kamers groot en ruim lijken – me zo standaard. Afgezaagd. Cliché. Logischerwijs besloot ik om de muren terracotta te verfen. Vooral in combinatie met het gele plafond, want het plafond witten was ik uiteraard te lui voor, toch wel erg fraai. Zeker toen de volgende avond de kleurcombinatie zonlicht-terracotta-geel mijn kamer deed oplichten in een kleur die nog het beste met Barbie-roze vergeleken kan worden. Dankzij het resulterende trauma zullen al mijn toekomstige kamers/huizen in de prachtige kleuren zwart en wit worden uitgevoerd.

Maar ondanks mijn frivool gekleurde muren heb ik hier wel acht jaar (acht jaar! Als je dat telt in jaren waarin je echt bewust keuzes maakt heb ik langer in dit huis gewoond dan bij mijn ouders!) een hoop lol gehad. Ook wat mindere tijden (Ward Klop is een ontzettende autist en het is echt compleet a-relaxt om met die kerel in één huis te moeten wonen, ik wil er niet eens over denken hoe het moet zijn om met hem samen te werken. Mocht je dit vinden omdat je naar aanleiding van zijn CV hem googled: Beware. You have been warned.), maar die worden ruimschoots gecompenseerd door de goede momenten. Ouwehoeren met je huisgenoten, biertjes drinken, lekker eten, films kijken, hersenloos zappen, saaie doch intellectuele programma’s kijken om slim over te komen, vette series samen volgen, multiplayer gamen, huisfeesten houden, poolen, darten, pokeren, mexxen, cocktails zuipen, kerstdiners, dronken de trap afdonderen, geil de trap oplopen, keihard op je gitaar spelen, sound system battles tegen je huisgenoten houden, ons om de zoveel tijd toch een beetje misdragen en gewoon een ontzettend chille tijd hebben.

Het was mooi.

Lege kamer 2

Dus die laatste nachten slapen in een dun slaapzakje op een logeermatras (inclusief doorgezakte veren en dubieuze vlekken) zullen we maar snel proberen te vergeten…

Gepland: The Next Web 2008

Net als vorig jaar leek The Next Web conference me verdomd interessant om heen te gaan, maar erg prijzig. 750 euro ex btw is niet iets wat je als student eventjes ophoest. En omdat m’n afstudeerplannen nog zo onduidelijk waren wou ik niet zomaar plannen maken voor een evenement midden in de week… Toevallig zag ik net voor het weekend op Twitter langskomen dat ze dit jaar aan een studententarief zijn gaan doen. Het bleef erg prijzig, 300 euro inc btw. Maar nu dus wel betaalbaar, ook voor studenten.

Zonet toch maar het uiteindelijke besluit genomen, de creditcard erbij gepakt en een kaartje besteld. Investering in m’n toekomst, zullen we maar zeggen. Met een beetje geluk kom ik er een vette start-up tegen die een afstudeerder communicatie/marketing kan gebruiken!

Zotero


Interessant: Zotero, een Firefox plugin om referenties te verzamelen en literatuurlijsten te maken. Bij TCW moeten wij verplicht onze verslagen foutloos opleveren met APA citaten en literatuurlijsten. De eerste paar jaar doen we dat nog met de hand, maar hoe meer citaten hoe lastiger de controle. Bij grote verslagen reiken we naar geautomatiseerde software, meestal Endnote. Zotero wil de functionaliteit van zulke software combineren met een moderne interface en het 2.0 gedachtegoed, zoals tagging en interactiviteit.

Tegenwoordig vinden we het grootste gedeelte van onze bronnen toch via internet (Google Scholar FTW), dus waarom niet het pakket waarin we de data verzamelen integreren met de browser? Ik zal het gaan installeren en uitproberen. Als het bevalt wil ik tijdens m’n afstuderen zowel Zotero als Endnote naast elkaar draaien, om te kunnen vergelijken welke beter is. (via)

The Martini Method

Gisteren heb ik A Clockwork Orange gekeken. Een stuk filmhistorie waar je U tegen zegt, zeker omdat hij geregisseerd is door Kubrick. Ik vond het voornamelijk een vreemde film, maar daar hebben we het later nog wel eens over. Toevallig las ik net een stuk dat onder andere gaat over de werkmethode van Burgess, de schrijver van het boek waar deze film op gebaseerd is.

What I call the Martini Method is named after an anecdote I once read about the novelist Anthony Burgess (of Clockwork Orange fame). Burgess was a very productive writer, which is attributed to a system where he would force himself to write a 1000 words a day, 365 days a year. When he had completed his word count, he would relax with a dry martini, and enjoy the rest of the day with an easy conscience, and normally in a bar.

Dat klinkt als my-kind-of-guy. (via)