N-3B Snorkel Parka

Ik heb mijn nieuwe winterjas vervangen met het 60 jaar oudere origineel…

Mijn fascinatie voor Amerikaanse legerkleding heeft weer een nieuw nerd-niveau bereikt. De nieuwste aankoop is een origineel vintage exemplaar van een van de meest legendarische winterjassen die de Verenigde Staten ontwikkeld heeft; een N-3B uit 1957.

Rond de tweede wereldoorlog begon het Amerikaanse leger door te hebben dat ze meer functionele kleding nodig hadden; de leren jassen die piloten bijvoorbeeld droegen zagen er mooi uit maar hielden de piloten niet warm genoeg tijdens de vlucht. En ook het grondpersoneel had het zwaar; op vliegdekschepen en legerbasissen in besneeuwde gebieden waren de bestaande jassen simpelweg te koud om lang buiten te blijven. De N serie winterjassen, ook wel parka’s genoemd, werden juist voor dat doel ontwikkeld. Met een officiele classificatie als “JACKET,FLYING, MAN’S, EXTREME COLD WEATHER” krijg je wel een gevoel welke richting ze op wilden.

De inspiratie voor deze kleding kwam van de Inuit eskimo’s, die flink ervaring hadden met in bittere kou overleven: zij gebruikten in hun kleding bijvoorbeeld bont rondom het hoofd en de polsen, omdat bont als een natuurlijk windscherm werkt en warmte binnenhoudt. Op de N parka’s werd daarom ook bont verwerkt rondom de capouchon. Dit bontkraagje, de voorganger van alle moderne bontkraagjes, kon zo hoog dichtgeritst worden dat de capouchon alles behalve de ogen bedekte – vandaar de bijnaam ‘snorkel parka’. Met zo weinig huidcontact konden zelfs temperaturen van -50 Celcius overleefd worden met een N parka over je uniform.

Ook andere features hielpen deze parka’s je warm houden. Het toen heel moderne nylon werd gebruikt voor de buitenlaag, omdat het wind en water tegenhield, en de jas werd uitgevoerd met speciale zakken om handen warm te houden en een windflap die over de rits dichtgeknoopt kon worden. Van de N modellen was de N-3 wat langer, en had een capouchon die uit één stuk bestond. De N-3 werd doorontwikkeld en veranderde uiteindelijk in de N-3B, het model dat ook door de Amerikaanse luchtmacht massaal in gebruik werd genomen vanaf de jaren ’50.

De N-3B is vervolgens vele decennia voor de Amerikaanse defensie gemaakt, waardoor ze langere tijd vrij consistent in legerdumps te vinden waren. De jas is zo iconisch dat veel details op moderne winterjassen hun oorsprong vinden in de N-3B of zijn soortgenoten, en het model eigenlijk een soort grootvader is van alle parka’s zoals we ze nu kennen. De militaire specificatie voor de N-3B was voor het laatst in 2003 nog geupdate tot de MIL-DTL-6279M spec. Ondanks deze recente aanpassing is de N-3B in het leger ondertussen allang vervangen door modernere jassen, al blijven producenten als Alpha Industries nog steeds versies van deze jas maken – maar dan voor burgers.

Dat de N-3B een designklassieker is merk je ondertussen ook als je op zoek gaat naar zo’n originele jas. Vintage, ongebruikte exemplaren van vroege N-3B legermodellen gaan nu zelfs voor een klein fortuin weg – verzamelaars in Japan leggen zonder probleem 1000 dollar neer voor zo’n jas. Maar latere jaargangen hebben die verzamelwaarde niet, en beschadigingen op gedragen exemplaren doen de waarde ook flink zakken.

Mijn interesse in de N-3B was al een tijdje gewekt. Maar voor ik serieus geld ging investeren in een vintage N-3B leek het me een goed idee om eerst te kijken of het model uberhaupt iets voor me was. Ik kocht online een goedkope zwarte replica van de N-3B. Voor een paar tientjes kon ik daarmee de maatvoering vergelijken en zien of het model mij stond. Dat was in 2014… en 3 winters verder kan ik je zeker vertellen dat de N-3B iets voor me is. Die goedkope jas, origineel alleen als test was bedoeld, heb ik bijna permanent in de koude seizoenen aangehad, omdat ie zo praktisch en warm was. Deze winter bedacht ik me dat het ondertussen wel tijd was geworden om een echte N-3B aan te schaffen!

Makkelijker gezegd dan gedaan. Ongebruikte N-3B’s zijn niet te krijgen, want die eerder genoemde Japanse verzamelaars winnen altijd van je, ongeacht je bod. Gebruikte N-3B’s zijn een gok want het blijven legerjassen, en die worden echt afgetuigd als ze gedragen worden – dat dunne lijntje tussen wat nog vintage is of gewoon echt gesloopt is soms ver te zoeken bij de verkopers. Daarnaast bleken de meeste vintage N-3B jassen toch in Amerika te verblijven, wat een hoop gedoe zou betekenen met verzend- en douanekosten. Uiteindelijk kwam ik na een lange zoektocht op eBay uit op mijn huidige aankoop: een verkoper in Belgie had een N-3B die geproduceerd was in de jaren ’50, wat erg vroeg is, maar wel gedragen was, waardoor hij toch betaalbaar blijft. Inclusief verzendkosten was ik een zeer prima 80 euro kwijt aan deze jas.

Mijn jas is volgens het label gemaakt door Albert Turner & Co, een bekende producent van legerkleding en één van bedrijven die de N-3B officieel voor de luchtmacht gemaakt heeft. De militaire specificatie van deze jas is 6279C – bij elke aanpassing ging de letter aan het eind een stap verder, dus dit was de derde aanpassing op het N-3B model. Omdat er geen DSA (Defense Supply Agency) nummer, een identificatie voor producent en productiejaar, op het label staat kunnen we niet meteen zien in welk jaar de jas gemaakt is – maar de DSA werd pas in 1962 geintroduceerd, dus deze jas is sowieso ouder. Dit klopt ook met het zwarte label, want het moderne witte label werd ook pas rond de introductie van het DSA nummer toegepast. Veel andere sites (bijvoorbeeld deze) over N-3B parka’s verwijzen voor een Albert Turner parka met 6279C als spec naar 1957 als productiejaar, dus laten we daar ook even van uit gaan.

Tof detail: gebruikte legerjassen hebben vaak persoonlijke aanpassingen of identificatie van de originele eigenaar erop. Zo zie je bijvoorbeeld veel N-3B jassen met reflectieve strips erop gestikt, zodat grondpersoneel goed zichtbaar was, ook als ze nacht-operaties moesten voorbereiden. Mijn jas heeft een handgeschreven naam van de voormalige eigenaar onder het label staan, die niet meer te lezen is na al die tijd. ‘Berielke’ misschien? De eigenaar zat in ieder geval in de USAF – niet verrassend, aangezien deze jassen daar voor gemaakt waren – maar meer weten we niet. Was hij piloot? Of technisch grondpersoneel? Je kunt er van alles bij bedenken.

Zo’n oud model is niet alleen meer gewild door de zeldzaamheidswaarde, maar ook omdat in latere jaren flink bezuinigd werd op het materiaal van deze jassen. Zo heeft deze 6279C jas een buitenkant gemaakt van 100% nylon en een 60% wol / 40% katoen mix voor de vulling, en werd er toen nog echt bont op de jas gebruikt. Latere jassen gebruikten een goedkopere nylon/katoen mix voor de buitenkant en simpel polyester voor de vulling, met een synthetisch nepbont uit de tijd dat ze dat nog niet heel goed konden maken.

Opvallend bij het nylon is dat dit destijds nog een ontzettend nieuw materiaal was, waar ze nog veel over moesten leren. Zo bleek de nylon samenstelling die zij gebruikten zeer gevoelig te zijn voor verkleuring, waardoor het groene nylon langzaam paars kon worden. Vooral onder langere invloed van UV licht was dit merkbaar, waardoor oudere N-3B jassen some volledig paars zijn uitgeslagen. Onder het luchtmachtpersoneel die de jassen droegen was dit echter een statussymbool; het dragen van een ‘salty’ jas, zoals zij dat noemden, betekende dat je al lang in dienst was. Mijn jas heeft hier ook last van, al blijft het bij een aantal vlekken hier en daar.

Deze oudere jassen hebben ook andere details die latere jaargangen niet hebben. Zo is er nog een U.S. Air Force logo gestencild op de linkermouw, wel flink vervaagd vergeleken met hoe duidelijk deze origineel had moeten zijn. Een ander mooi detail is het merk ritssluitingen, nog van het originele Amerikaanse merk Crown. Zoals veel Made in the USA producten werden Crown ritssluitingen later vervangen door de veel goedkopere – en volgens kenners kwalitatief slechtere – ritssluitingen die gemaakt werden in het buitenland. Crown ritssluitingen zijn zo’n belangrijk onderdeel van vintage Amerikaanse kleding, dat het Japanse Buzz Rickson’s – een merk dat perfecte replica’s maakt van legerkleding – een fortuin heeft uitgegeven om exacte kopieen te kunnen produceren van Crown ritsen.

Ondanks de goede staat, voor een gebruikte jas van ruim 60 jaar oud, kun je zeker stellen dat hij niet perfect is. Naast een beperkt aantal beschadigingen, die mijn kleermaker allemaal netjes weer kon bijwerken, mist deze jas het originele bontkraagje en de originele knopen voor de windflap. Echt bont vergaat op den duur, en ik kan me voorstellen dat het laagje bont op deze jas na 60 jaar niet bijzonder fris meer was. Ik ga even op zoek naar een vervanging voor bont en knopen, en dan is deze jas weer helemaal klaar voor het winterseizoen eind dit jaar!

Barbour Durham jas

Een nieuwe Barbour jas voor de collectie.

Ik heb een lichte, misschien wat ongezonde, fascinatie met Barbour. Het is een van die Britse heritage merken waar je niet omheen kunt, zo Brits als de Mini, als Burberry, als de Beatles. Deze met wax behandelde jassen houden probleemloos de regen en kou buiten, of je nou een op fazanten jagende prins bent of een motorrijder die door de Engelse modder een trial rijdt. En het is, natuurlijk, ook het merk van door de blubber banjeren op Glastonbury, want festivalgangers kopen elk jaar de kringlopen in Engeland leeg voor deze waterdichte waxjassen.

Als gevolg van die fascinatie heb ik al een Barbour Bedale (met de optionele bont binnenvoering), Barbour International (de klassieke motorrijdersjas) en een Barbour Liddesdale (de ongeveer 5 jaar geleden oh-zo-hippe ovenwant) in de kast hangen. Maar er is altijd ruimte voor meer. Bij mijn laatste tripje naar de Episode – mijn favoriete vintage winkel in Utrecht – kwam ik een model tegen dat ik nog niet eerder had gezien: de Barbour Durham.

Durham blijkt een pittoresk stadje in het noorden van Engeland te zijn, waar het natuurlijk altijd nat en koud is. Dat is min of meer het scenario waar elke Barbour jas voor gemaakt wordt. Maar in tegenstelling tot de gemiddelde Barbour jas heeft de Durham een aantal aparte features – een vaste capouchon, een dubbel schouderstuk om regen buiten te houden, stormflappen op de rits en zakken. Klinkt als een typische winterjas, maar in tegenstelling tot die verwachting is hij juist lichtgewicht gemaakt, zonder zware voering en met een flexibele sylkoil wax coating. Perfect in slecht weer, zonder meteen zwaar en verstikkend heet te zijn.

De jas was door die combinatie van eigenschappen zo handig, dat een aantal regimenten Britse paratroopers tijdens de Falkland oorlog zelfs aangepaste Durhams gebruikten, in plaats van hun officiele overjassen. Barbour heeft daar overigens een rijke historie in – de Britse onderzeeboten kregen in de tweede wereldoorlog standaard marinekleding toegewezen, maar die kleding bleek tijdens de oorlog niet waterdicht genoeg voor gebruik op een onderzeeboot. De kapitein van de onderzeeboot HMS Ursula heeft toen aangepaste Barbour kleding voor zijn bemanning laten maken, wat uiteindelijke zou resulteren in het Barbour model wat we nu als de International kennen.

De Durham is dus uitstekend geschikt als lente/herfst jas, vooral in de landen waar die seizoenen vooral nat zijn in plaats van koud. Ik heb hem nu een week op vakantie in Valencia gebruikt, in het seizoen dat er toch wat minder zon is en er flink wat meer regen valt – maar waarbij de temperatuur in Spanje dan nog steeds prima is, en een echte gevoerde jas je oververhit en zweterig maakt. Slecht weer? Jas dicht, capouchon op, en de wind en regen maakt geen kans meer. Zonnig? Jasje open, capouchon af, mouwen opstropen – nergens last van. Mooie nieuwe aanwinst, die zeker vaker gedragen zal worden als de winter weer voorbij is!

Helbros vintage chronograaf

Een chronograaf uit de jaren ’40 – niet slecht voor een horloge wat nog steeds elke dag om de pols gedragen wordt!

Ik kwam er laatst achter, toen ik op GoT mijn oude posts aan het terugzoeken was, dat ongeveer 10 jaar geleden mijn fascinatie met horloges begonnen was. In die tijd heb ik tientallen horloges gekocht, gedragen en weer verkocht. Ondertussen heb ik er nog zoveel in bezit dat mijn horlogedoos met ruimte voor 12 stuks – vrij ruim, dacht ik toen ik hem kocht – uitpuilt. Heb ik dus nog meer horloges nodig? Nee, natuurlijk niet. Maar blijf ik ze kopen? Jep, en dat gaat ook niet veranderen.

Mijn dagelijkse klokje is de afgelopen drie jaar een vintage Omega Seamaster uit de ’60s geweest die ik qua model zeer fraai vind, behalve dat het een ‘redial’ is. Dat betekent dat bij een restauratie de originele wijzerplaat is vervangen door een aftermarket exemplaar, omdat het origineel te veel beschadigd was. In deze macro-foto kun je goed zien dat de redial niet van de beste kwaliteit is – en aan de wijzers ook zien wat de originele staat van de plaat waarschijnlijk was:

Vintage Omega Seamaster

Dat wist ik toen ik het horloge kocht en vond ik destijds niet erg, maar het bleef toch een beetje aan me knagen. Bij vintage horloges wordt ‘patina’, het mooi oud worden van het object, juist ontzettend op waarde geschat. Restauraties waarbij onderdelen grof vervangen worden zodat het horloge er weer als nieuw uitziet is vloeken in de kerk. Het is zelfs zo erg not done dat je bij een vintage Rolex meteen alle waarde door de plee spoelt als je op deze manier onderdelen zou vervangen.

Daarom zocht ik al een tijdje naar een klokje wat iets gracieuzer oud was geworden, en waar nog niet zoveel aan was verkloot. Daarnaast wou ik graag ook een mechanische chronograaf hebben, een horloge waar een stopwatch op is ingebouwd. Dit zijn best complexe apparaten en daarom extra gaaf om te bezitten, vooral als ze al wat ouder zijn en het desondanks nog steeds goed doen. Dus ik was zeer tevreden toen ik dit horloge oppikte:

Vintage '40s Helbros chronograph watch #2

Deze Helbros stamt uit de jaren ’40, wat betekent dat het al ruim 70 jaar oud is. Maar na een recente servicebeurt loopt ie weer zo netjes dat ik hem elke dag probleemloos naar werk kan dragen zonder dat het horloge er last van ondervindt.

Zoals veel horlogemerken uit de pre-quartz tijd is Helbros een merk wat geruisloos dood is gegaan en we tegenwoordig nog weinig van kennen. De internetfora zijn verdeeld over de origine – het ene verhaal gaat dat er destijds Helbros warenhuizen in verschillende steden in de VS waren, die in opdracht horloges lieten bouwen bij fabrikanten en daar hun eigen naam op lieten zetten. Andere bronnen zeggen dat de Helbros Watch Company de Amerikaanse tak was van de Helbein Brothers, Zwitserduitse horlogemakers. Een oude advertentie uit 1947 laat wel een vergelijkbaar chronograaf model zien onder de Helbros Watch Company naam:

helbros-ad

Ik kwam er, zo zoekende naar meer informatie over Helbros, ook achter dat exact dit klokje recent nog een aantal vorige eigenaren had gehad. Dankzij het patina is dit exemplaar meteen te herkennen van elk ander Helbros horloge. Zo stond hij een jaar geleden ook al te koop. En een andere vorige eigenaar had zelfs deze beauty shot genomen:

tumblr_ntakuzqMF41suvpdbo1_1280

Het horloge draait van binnen op een Zwitserse Venus 170. Venus was een gespecialiseerde uurwerkmaker die z’n producten verkocht aan verschillende horlogemerken. De 170 werd gebruikt door bekende merken als Breitling, Heuer en Gallet. Het is geen topmodel uit dat tijdperk – dat waren de zeer gewilde Excelsior Parks en Minerva’s – maar zeker een respectabel stuk techniek, niet zo budget uitgevoerd als een Landeron.

De Venus 17x lijn gebruikt een ‘column wheel’ in plaats van de ‘cam’ in veel moderne mechanische chronografen; daarom zijn de knoppen gevoeliger en voelen ze minder stroef. En de layout van de kleine wijzers zijn op een Venus 170 verticaal geplaatst, in plaats van het traditionele horizontaal, wat ik ontzettend mooi vind. De onderste kleine wijzer is de normale secondewijzer; de grote secondewijzer op de plaat hoort bij de chronograaf. De kleine wijzer boven telt de minuten die de chronograaf gelopen heeft. De knop rechtsboven is de start/stop knop, terwijl de knop rechtsonder de chronograaf weer reset naar nul.

venus170

Over het uiterlijk in combinatie met het patina kan ik nog uren blijven praten. Het creme-kleurig geworden wit van de wijzerplaat, het sprankelende rood van de telemeter schaal, de diep donkerblauwe wijzers die nu haast zwart lijken. De ouderdomspatronen op de plaat, die alleen bij een bepaalde invalshoek van het licht echt opvallen, het afgebladderde chroom op de kast, de krassen en butsen die laten zien dat het horloge echt gebruikt is geweest. Alles klopt gewoon – dit is patina zoals het bedoeld is voor mij. Niet zo verneukt dat je een half weggeroest brok ijzer om de pols hebt, maar zeker niet zo nep-nieuw als een gerestaureerd model. Dit uiterlijk is respectvol gezien de leeftijd – meer dan 70 jaar oud! – van het object.

Vintage '40s Helbros chronograph watch #3

Er moest nog wel een nieuw bandje op, want zoals veel vintage horloges heeft dit klokje een ongebruikelijk maat voor het bandje: 17mm. Normale moderne horloges gebruiken bijna alleen maar even maten (bv 16mm of 20mm), waardoor de selectie bandjes in oneven maten veel kleiner is. Daarom had de verkoper er waarschijnlijk ook geen passend bandje bij gedaan, want het horloge zat op een 16mm bandje toen ik hem ontving. 1mm verschil klinkt alsof het niet veel is, maar dat zie je meteen bij een horloge. Gelukkig kon ik bij de Horlogebandenspecialist een fraai Rios bandje van struisvogelleer in 17mm vinden.

Vintage '40s Helbros chronograph watch #1

Het enige nadeel? Het horloge is relatief klein, omdat de mode voor horloges uit de ’40s sowieso veel kleiner was. Een horloge van 36mm, tegenwoordig een vrouwenmaat, werd destijds ‘oversized’ voor mannen genoemd. Dit horloge is met 32mm vrij normaal voor de periode, maar voor de gemiddelde moderne man veel te klein. Maar nu wil het geluk dat ik met m’n Aziatische genen helemaal niet zulke grote horloges nodig heb. Dit klokje past prima bij mij op de pols:

Vintage '40s Helbros chronograph wristshot

En gaat dat de komende tijd dus ook mooi doen! Denk dat het een zeer fraaie vervanger wordt van m’n Omega, als dagelijks kantoorhorloge.

Polaroid Colorpack 100 packfilm camera

Packfilm was Polaroid’s oudere techniek, van voor ze de witte instant frames hadden ontwikkeld. Ik kocht een oude packfilm camera om te kijken of dat tof spul zou zijn…

De Polaroidfilm die iedereen wel kent, zo’n witte vierkante frame die uit de camera glijdt en waar vanzelf een foto in verschijnt, was niet Polaroid’s eerste instantfilm. Voordat deze integral film bestond had Polaroid namelijk al een andere instant techniek: de packfilm. Packfilm, ook wel bekend als peel-away film, is minder geavanceerd en kan het chemische proces om een foto te ontwikkelen niet automatisch stoppen. Daarom moet je na ongeveer twee minuten het negatief met ontwikkelchemicaliën eraf trekken. Dan stopt het proces en eindig je met in je ene hand de uiteindelijke foto en in je andere de restjes met een kleverig chemisch goedje.

peelfilm

Ik had al eerder van packfilm gehoord, maar dacht eigenlijk dat het allang niet meer gemaakt werd. Toen een vriend opmerkte dat hij nog steeds packfilm van Fuji kocht en dat deze goedkoper was dan Impossible’s integral film wou ik daar best eens mee experimenteren.

fp100c

De enige packfilm die je nog kunt krijgen is de Fujifilm FP-100c. Dat is een kleurenfilm; tot voor kort hadden ze ook een zwart/wit film (FP-3000b) maar sinds de productie daarvan gestopt is zijn de resterende pakjes film flink in prijs gestegen. Een stuk minder interessant om mee te spelen dus. FP-100c daarentegen kun je voor 10 euro per pak van 10 foto’s krijgen. Er waren vroeger twee soorten packfilm: type 80 en type 100, alleen verschillend in afmeting. Fuji’s film is type 100, wat betekent dat je goed moet opletten als je een Polaroid packfilm camera zoekt. Type 80 film wordt niet meer gemaakt dus type 80 camera’s zijn eigenlijk alleen nog maar als decoratie geschikt. Je kunt een type 80 camera wel aanpassen om type 100 film te gebruiken, maar dan moet je zowel de camera als de film flink verbouwen (lees: slopen). Daar wordt niemand gelukkig van.

Polaroid heeft door de jaren heen packfilm camera’s voor elk budget gemaakt, waardoor er veel verschillende varianten bestaan. De mooiste type 100 camera’s zijn de vouwende metalen varianten met balg, Zeiss Ikon rangefinder en glazen lenzen, maar die kosten in goede staat nu een paar honderd euro. Net even teveel voor een experimentje.

land350camera

Veel interessanter om mee te beginnen zijn de plastic rigid body – niet vouwende – camera’s. Die zijn vergeleken met de dure vouwende versies eigenlijk een soort speelgoedcamera’s waarbij alles van gammel plastic is, zelfs de lens. Maar je kunt op eBay en marktplaats voor haast niks een type 100 rigid body camera krijgen. Na een avondje zoeken was ik voor een tientje, inclusief verzendkosten, een camera rijker.

Plastic fantastic: Polaroid Colorpack 100 packfilm camera

Mijn nieuwe aanwinst is een Polaroid Colorpack 100. Volgens de Land List was dit een van de meer recente exportversies van de Amerikaanse Colorpack lijn, gemaakt tussen 1975 en 1976. Polaroid’s integral film bestond toen al, maar packfilm camera’s werden nog gemaakt en waren veel goedkoper. De term plastic fantastic wordt wel vaker gebruikt als het om plastic camera’s gaat, maar dit is toch wel echt het toppunt. Het enige metaal wat je aan de buitenkant kunt ontdekken is de klem aan de zijkant die de achterkant dichthoudt (!!!). De camera is verder ontzettend simpel: een schuif om de ISO te wisselen tussen 75 (kleurenfilm) of 3000 (zwart/wit film), een knop om de sluiter te bedienen, een draaiende lens waarmee je de focusafstand op de gok instelt en daarnaast een draaiknop waarmee je de foto lichter of donkerder kunt maken. Aan een zijkant heb je ook nog plek voor een flashcube, de weggooi-flitsers die ze vroeger gebruikten, aan de andere een soort keukenwekker waarmee je de tijd kunt aftellen voordat je je film mag opentrekken.

Er moeten 2 AA batterijen in een goedkope rigid body, wat erg handig is want de duurdere packfilm camera’s gebruiken obscure batterijen die niet meer gemaakt worden. De lichtmeter en daardoor de sluiter worden door de AA’s van stroom voorzien. Zonder stroom gaat de sluiter niet goed af en krijg je alleen maar pikzwarte foto’s. Om te testen of de camera werkt kun je deze simpele test uitvoeren:

Het eerste pakje FP-100c film kocht ik bij een lokale fotowinkel zodat ik snel kon testen. Ironisch genoeg koste dat pakje vijftien euro, waardoor de waarde van de camera meer dan verdubbelde nadat ik de film erin gestopt had. Het laden van film in een rigid body packfilm camera is heel simpel: Je haalt de klem eraf, opent de achterkant, duwt het pakje film erin, sluit de camera weer met de klem en trekt de zwarte beschermende folie eruit. Klaar!

Het nemen van een foto stelt ook niet heel veel voor. Zet het plastic schuifje op ISO 75 want ook al is FP-100c stiekem ISO 100, dat verschil merk je toch niet. Gok de afstand van jou tot je onderwerp, stel dat op de lens in en druk op de sluiter. Klik. Het witte papieren tabje aan de zijkant van de camera zit altijd vast aan de net genomen foto, als je daar aan trekt komt die foto uit de opening ernaast rollen. Tada! Stiekem blijkt dat treksysteem trouwens echt ontzettend ingenieus te zijn, maar daar merk je als gebruiker verder heel weinig van. En dat zijn natuurlijk de beste uitvindingen.

Het eerste boeiende onderwerp wat ik vanaf de fotowinkel tegenkwam was de Tivoli Vredenburg. Klik, trek, rol… en na twee minuten wachten – hoera voor de ingebouwde keukenwekker – mocht ik de foto opentrekken:

Eerste packfilm testfoto peelen...

En daar was ie dan, m’n eerste packfilm foto van de gevel van de nieuwe Tivoli:

Tada! Packfilm picca van de Tivoli Vredenburg ????

Wat me meteen opviel was hoe anders deze ervaring was dan de eerste keer dat ik schoot met Impossible film in mijn Polaroid SX-70. Het grote verschil? Dit spul werkt wel goed.

Ik wil niet lullig doen, want Impossible heeft natuurlijk ook een flinke kluif gehad aan het opnieuw maken van Polaroid’s integral formule met de chemicaliën die tegenwoordig nog verkrijgbaar zijn. Maar je merkt wel meteen dat Impossible’s chemische brouwsels eigenlijk in een soort permanente beta zitten, terwijl Fuji’s film al decennia lang in deze vorm geproduceerd wordt en precies werkt zoals het ooit bedoeld was.

Resultaat eerste pakje Polaroid packfilm!

M’n eerste pakje heb ik meteen opgeschoten en ik denk dat ik de komende tijd nog wat film ga bestellen. Ik vind de resultaten mooier dan de Impossible film die ik tot nu toe geprobeerd heb en het opentrekken een stuk leuker dan het half uur wachten tot de foto op een Impossible frame verschijnt. Ook de prijs bevalt beter: Impossible kost 2,50 euro per foto terwijl Fuji’s film maar 1 euro per foto kost. Nog steeds niet goedkoop, maar zeker niet het niveau kapitaalvernietiging waar Impossible voor staat.

FP100C-negative

Ook een leuk detail is dat de negatieven uit FP-100c film terug te halen zijn nadat de foto gemaakt is. Als je het overgebleven stuk film even laat opdrogen kun je met wat bleek en een beetje geduld de zwarte coating en de resterende chemische meuk eraf halen. Na het schoonmaken hou je een filmnegatief over met een gigantische 8,5×10,8 centimeter afmeting. Zelfs mijn medium format negatieven zijn maar 6×6 centimeter. Helaas blijft zo’n Colorpack verder een plastic speelgoedcamera, dus het is niet alsof er echt een ongekende wereld aan detail in het negatief verborgen zit, maar dit lijkt me supertof om mee te experimenteren.

Freelens camera

Misschien is dat ook een goede motivatie om op zoek te gaan naar een betere packfilm camera, want als ik ‘m vaker ga gebruiken zullen de limitaties van de plastic fantastic me vast snel tegenstaan. Optisch gezien hebben de betere modellen een glazen lens, wat voor beduidend scherpere foto’s zou moeten zorgen – dan wordt zo’n 8,5×10,8 negatief wat je in kunt scannen opeens wel boeiend. Met uitzondering van de rigid body Colorpack II zat die glazen lens alleen in een aantal vouwende modellen. Een goed overzicht van de Polaroid modelnummers en bijbehorende uitvoering kun je hier vinden. De mooiste zijn de volledig metalen modellen met Zeiss Ikon rangefinders – de 250, 350, 360 en 450 types – maar daar wordt ook meteen de hoofdprijs voor gevraagd. De iets lagere modellen met Polaroid’s eigen rangefinder, zoals de 240, 340 en 440, zijn vaak slechts een fractie van de prijs van de Zeiss versies. Hmmm… Tijd om eBay maar weer eens af te zoeken!

Barbour International jas

De iconische Britse motorjas, zoals Steve McQueen ook ooit droeg…

Deze week kan ik weer een kledingstuk van de lijst afstrepen. Nouja, soort van – het bleek eigenlijk niet helemaal wat ik gedacht had…

manbike

Barbour maakte in 1936 een motorpak speciaal ontworpen voor de ISDT – de International Six Day Trials, een van de oudste offroad wedstrijden voor motorfietsen. Het pak werd gemaakt van waterbestendig waxed canvas en ontworpen met veel details die handig waren voor een motorrijder, zoals een grote ringvormige rits die je met handschoenen aan kon dichtritsen en een riem om de wind buiten te houden. Daarnaast had het pak specifieke features bedoeld voor deze trials, zoals de ‘dronken’ schuine linkerborstzak waar je makkelijk met je rechterhand een landkaart uit kon halen en een kleine zak op de mouw waar een scheidsrechter tijdens de wedstrijd een afgetekende tijdkaart in kon stoppen.

ursula

De pakken waren zo goed dat de kapitein van de HMS Ursula, een Britse onderzeeër uit de tweede wereldoorlog, speciale versies bestelde voor zijn eigen bemanning. De kleding die de Britse marine zelf aan de onderzeeërs leverde was ontworpen voor gebruik op normale schepen en niet opgewassen tegen de extra natte omstandigheden op een onderzeeër. De Barbours daarentegen waren wel in staat om weer en wind te overleven.

Deze Ursula variant was geen volledig pak meer, maar een jas. En daaruit ontstond na de oorlog de moderne versie van de International, de Barbour motorjas die nog decennia daarna gemaakt zou worden. De jas was zo goed dat Britse nationale motorteams uitsluitend de International droegen en ook bekendheden uit andere landen, zoals Steve McQueen, ervoor kozen.

mcqueen

In tegenstelling tot de Schott Perfecto, waar ik eerder over schreef, is de International de Britse interpretatie van de ideale motorjas. De Amerikaanse Perfecto is gemaakt van leer, kort en nauw aangesloten op het lichaam, perfect om eindeloze mijlen aan vlak asfalt te doorkruisen. De Britse International daarentegen is van stevig waxed canvas, met een lange, ruime fit om probleemloos op de motor de doorweekte Engelse bossen te overwinnen. En net als de Perfecto begon de International het uniform te worden van een bepaalde lifestyle.

barbourinternational

Daardoor werd ook buiten de motorsport de International bekend en gaandeweg steeds vaker gezien in het straatbeeld als normale jas. En ondertussen zo belangrijk voor Barbour dat zij een apart label hebben vernoemd naar de International, met een volledige collectie kleding die dezelfde associaties probeert op te roepen.

IMG_9409.jpg

Een fraaie jas met een toffe historie dus. Zeker geen onaangename verrassing toen ik in de Episode, bladerend tussen de waxjassen, opeens zo’n dronken borstzak zag verschijnen. Ik plukte de jas uit het rek en was meteen enthousiast: een goede bruine tint met een fijn verweerd patina, zoals het hoort op een waxjas, niet versleten maar ook zeker niet nieuw. Snel trok ik de jas aan in de hoop dat het ook maar een beetje mijn maat zou zijn. Aziaten zijn nou eenmaal erg aan de kleine kant en Britten zijn dat, kort door de bocht, vaak niet.

Untitled

Maar hij paste perfect. Te perfect zelfs, hij was zo fitted dat ik haast niet kon geloven dat het kon kloppen. Barbour valt over het algemeen verschrikkelijk groot omdat het van oorsprong hele functionele kleding moest zijn, maar deze zat aan alle kanten meteen goed. Dat maakte het een no-brainer: meteen naar de kassa gelopen en gekocht.

Eenmaal thuisgekomen ging ik toch even googlen, want bij Barbour jassen zit er in de binnenzak een wit label met modelinformatie. Altijd handig, want dan kun je het modelnummer opzoeken en zo een tweedehandse jas volledig identificeren. En toen ontdekte ik waarom deze International zo verrassend slimfit valt.

Modelnummer L1926 hoort namelijk bij een vrouwenjas. Oeps.

Barbour_Ladies_Wax_International_Jacket_-_Sandstone_L1926_1

Achteraf vallen de verschillen ook op. De knopenrij sluit op de vrouwelijke wijze rechts-over-links. De borstzakken zijn hoger geplaatst om meer ruimte te maken en het label zit aan de andere kant. Maar dat was me allemaal niet opgevallen omdat de rits wel op de traditioneel mannelijke manier sluit, en dat is de enige test die ik normaal doe om te kijken of het wel een mannenjas is.

Maar om eerlijk te zijn… fuck it. ’tis misschien een vrouwenjas, maar hij staat me met m’n kleine bouw een stuk beter dan een echte mannen-International me zou staan. En er is echt niemand die in het wild de omgekeerde knopenrij opvalt. Hij is voor de komende winter zeker niet warm genoeg, maar ik denk dat ik er in de lente heel veel plezier van ga hebben!

barbour_ursula_jacket

Ondertussen blijf ik ook gewoon doorzoeken naar een paar andere vergelijkbare jassen op de lijst. De Ursula is door Barbour in recente jaren weer opnieuw uitgebracht als limited edition, en dat vind ik toch ook een verrassend mooi exemplaar. Hij verschilt vooral op details van de International, maar het meest opvallend zijn de ontbrekende borstzakken waardoor de jas bij de borst minder bulky is.

Screenshot 2014-11-27 15.15.04

En de eeuwige concurrent van Barbour, het modieuze Belstaff, heeft ook een aantal vergelijkbare motorjassen als de Trialmaster en de Panther in de collectie. Destijds waren deze modellen ook verkrijgbaar in waxed canvas maar het merk is tegenwoordig voornamelijk bekend om zijn leren versies, die er ook erg goed uit zien. Omdat de Perfecto voor mij toch lastig dragen is – het biker imago is niet helemaal mijn ding – is de veel lagere in-your-face factor van deze modellen een erg goed alternatief.

Nu nog hopen dat ik deze jassen ooit ga tegenkomen in een vintage store, want ik was zeker niet van plan de hoofdprijs te betalen :)

Yashica-A TLR camera

Een nieuwe, oude, aanwinst op fotografie gebied…

Mijn cameracollectie groeit de afgelopen jaren gestaag. Niet alleen met steeds nieuwere, luxere, digitale toestellen maar juist ook met oude analoge modelletjes. En kijk eens wat voor beauty ik afgelopen week gevonden heb…

IMG_7640.jpg

Een Yashica TLR! Ik had al langer besloten dat ik een TLR, een Twin Lens Reflex camera, aan de collectie wou toevoegen. Had me zelfs al een beetje dieper ingelezen op het onderwerp. Maar had ook verwacht dat ik maanden op marktplaats en eBay zou moeten stalken om iets betaalbaars te vinden. Ik had niet echt voorzien dat ik er nu zomaar één voor 25 euro in een vitrine van een willekeurige kringloop in Utrecht tegen zou komen. Meteen meegenomen natuurlijk.

IMG_7668.jpg

TLR camera’s vallen vooral op door hun aparte vormgeving – eigenlijk niets meer dan een doos met 2 lenzen. Dat puur functionele ontwerp, niet voorzien van enig modern ergonomisch inzicht, stamt nog uit de jaren ’20 van de vorige eeuw. De lenzen zijn identiek maar elk heeft een eigen doel: één lens waarmee jij de compositie van je foto kunt zien, en één lens waarmee de camera daadwerkelijk de foto neemt.

TLR-diagram

Voordat deze techniek ontwikkeld was kon een fotograaf namelijk niet tegelijk een foto nemen én zien wat er op de foto zou komen. De TLR zou later vervangen worden door de SLR – juist, Single Lens Reflex – die de spiegel omklapt zodat het beeld vanuit één enkele lens of naar de fotograaf, of naar de film wordt gestuurd. Maar voor z’n tijd was de TLR baanbrekend. Het doos-met-2-lenzen ontwerp stamt uit 1929 toen Rollei de Rolleiflex uitbracht, een model dat zo succesvol was dat andere bedrijven het ontwerp nog decennia imiteerden.

rollei3.5manua1

Zo ook Yashica. Vanaf het begin van de jaren ’50 maakten zij betaalbare Rollei klonen, vanaf het eind van dat decennium ook met een reputatie voor goed spul. Voor elk budget hadden ze wel een TLR die de beste prijs/kwaliteit verhouding had, vergeleken met de concurrentie. Mijn Yashica is een Yashica-A, volgens het serienummer uit februari 1958. De Yashica-A was het budgetmodel uit een serie waar ook de Yashica-B, -C en -D in zaten – okee, naamgeving was wat minder hun sterke punt. Er werd in de -A bezuinigd op de lens en een aantal handige features zoals een lichtmeter, waardoor deze modellen niet heel gewild zijn onder verzamelaars. De meest moderne Yashica TLR daarentegen, de Mat-124G, kan in goede staat nu nog steeds een paar honderd euro opleveren.

Ad

De Yashica gebruikt – net als alle andere TLR’s – een waist-level finder, een zoeker die je niet naar je oog toebrengt. In plaats daarvan hou je de camera op buikhoogte en kijk je van boven de camera in. Hier zit een groot matglas waar het beeld van de bovenste lens op geprojecteerd wordt. Dat matglas is groter dan de schermen die tegenwoordig op veel digitale camera’s zitten!

IMG_7699.jpg

Verrassend als je de zoeker voor het eerst gebruikt is de spiegeling – links en rechts zijn omgedraaid, waardoor je omgekeerd de camera moet bewegen om de compositie goed te krijgen. Daar wen je vanzelf aan, zegt iedereen online, maar in het begin is het nogal frustrerend. Om het beeld te zien moet je ook eerst de camera openklappen, de kwetsbare glazen zoeker wordt van boven beschermd door een metalen deksel.

IMG_7670.jpg

Ben je gewend aan een zoomknop op je moderne camera om te kijken of je goed gefocust hebt? Dat kon vroeger ook al, maar dan lekker analoog: er zit een vergrootglas verstopt in het deksel. Klap die over het glas en opeens kun je perfect zien of je goed zit.

IMG_7682.jpg

Verder is de bediening van de camera vrij simpel. Focussen doe je met een knop aan de rechterzijde van de camera. Door daaraan te draaien worden de lenzen verschoven en de focus verlegd naar een ander punt. Omdat de lenzen samen bewegen zie je in de zoeker ook altijd wat er op de uiteindelijke foto in focus zal zijn.

IMG_7663.jpg

Met een hendel onderaan de lens stel je het diafragma in, met een draairing op dezelfde lens de sluitertijd. Een hendel boven de lens windt de veer op die de sluiter mechanisch laat afgaan. Eén druk op de knop, onder in de hoek, en je foto is genomen.

IMG_7658.jpg

Dit model rolt niet automatisch voor je de film op. Om de volgende foto niet over hetzelfde stuk film te nemen moet je daarom met een andere knop aan de rechterkant handmatig de film doordraaien, totdat je in een venster achterop het volgende nummertje te zien krijgt. Als je overigens into lomografie bent kan het soms juist heel leuk zijn om niet door te draaien, maar te kijken wat er gebeurt als je meerdere foto’s combineert…

IMG_7666.jpg

Als film gebruikt de Yashica-A gebruikt medium, een verzamelnaam voor een aantal formaten film die gangbaar waren voordat we 35mm filmrolletjes hadden uitgevonden. Het mooie van medium is dat het een veel groter oppervlak heeft dan die 35mm rolletjes. Hoe groter je film – of tegenwoordig je digitale sensor – hoe meer detail je kunt vangen in je foto. Om je een idee te geven vergelijkt Wikipedia hier de oppervlakte van één type medium film met een aantal andere formaten:

35mm-vs-645-film-actual-size2

Full-frame is dezelfde grootte als een standaard 35mm filmrolletje, en dezelfde grootte die tegenwoordig in professionele digitale camera’s gebruikt wordt. Een crop-sensor zoals APS-C zit in de duurdere consumenten camera’s. En dat kleine vierkantje rechts onderin is wat er in de gemiddelde smartphone (of goedkope point&shoot!) wordt gestopt… Medium format film is daarom nog lange tijd de standaard geweest voor serieuze studiofotografie, en sommige pro’s zweren nu nog steeds bij (verschrikkelijk dure) digitale camera’s met een medium sensor.

De Yashica-A gebruikt niet het 6×4.5cm formaat uit het diagram, maar het nog grotere 6×6 formaat (en de originele inspiratie voor Instagram’s vierkante foto’s). Daarmee passen er 12 foto’s op een rolletje, en bij ‘rolletje’ moet je nu zeker niet teveel voorstellen. Het is geen lichtdicht geheel zoals je gewend bent van 35mm rolletjes; een rolletje 120 is niet meer dan een lange strip film om een crappy spoel van willekeurig materiaal gewonden. Als je alle foto’s geschoten hebt moet je heel voorzichtig de spoel opwinden en uit de camera halen zonder hem bloot te stellen aan licht.

120spools

Flink oldschool dus. 120 film is online en bij speciaalzaken nog prima verkrijgbaar, al kent niemand het verder meer. Je kunt het zelfs nog laten ontwikkelen bij de HEMA – die sturen alle rolletjes op naar een fotolab en doen er zelfs niks meer aan – maar dan moet je niks aan de baliemedewerkers vragen, want die hebben geen flauw idee wat je doet of wilt. Ik heb net 2 rolletjes gehaald en ga komende week eens experimenteren met de Yashica … ben erg benieuwd!

Schott Perfecto 618

Ultieme rock chic: de klassieke Amerikaanse biker jas…

Ik zal vast een stukje mannelijkheid moeten inleveren als ik dit beken, maar who cares: ik heb een kleding bucketlist. Best een grote, zelfs. Gevuld met bepaalde objecten die zo iconisch zijn dat ik ze simpelweg ooit moet hebben. Sommige zijn makkelijk te krijgen omdat ze én goedkoop zijn én nog steeds geproduceerd worden. Denk aan de donkerblauwe Vans Authentics, die de Z-boys droegen, of de Adidas Superstar sneakers die Run DMC beroemd heeft gemaakt. Sommige zijn een flink stuk prijziger of zijn, als ze niet meer gemaakt worden, alleen in extra dure reproducties te verkrijgen. De klassieke Burberry trenchcoats, of de Amerikaanse fishtail legerparka’s waar de Britse mods na de tweede wereldoorlog mee rondliepen. Duizenden euro’s neerleggen voor een jas is gewoon nog niet echt een optie voor mij.

Eén van de kledingstukken op die bucketlist is de Schott Perfecto. De allereerste leren motorjas ooit, ontworpen in 1928, speciaal gemaakt om motorrijders warm te houden zonder in de weg te zitten tijdens de rit.

viceinfographic1

Niemand had daarvoor eraan gedacht om kleding specifiek voor op de motor te maken. Bijna elke motorjas die daarna kwam is geïnspireerd geweest door de originele Perfecto. Veel iconischer kun je het eigenlijk al niet krijgen. Maar in de decennia daarna werd de Perfecto ook nog eens geassocieerd met alles van outlaw biker gangs en acteurs als Marlon Brando en James Dean in de ’50s, tot het uniform van de punkscene in de ’70s bij bands als de Sex Pistols, Blondie, Joan Jett en natuurlijk het belangrijkste: de Ramones.

ramones-photo3(large)

Met een wannabe-skate jeugd gevuld met punkmuziek luisteren heb je hier dan natuurlijk best wel een heilige graal te pakken. Schott maakt ook nog steeds Perfecto’s, maar ze zijn ondertussen ietsje duurder geworden: voor 825 dollar heb je een gloednieuwe, zwarte runderleren Perfecto.

perfectomodern

Dat valt toch wel ietsje buiten budget. Je zou natuurlijk via eBay of een andere veilingsite er goedkoper aan kunnen komen, maar een gebruikte Perfecto in redelijke staat levert nog steeds makkelijk 300 euro op. Dat blijft een hoop geld.

En daarom ben ik zo blij met de Episode in Utrecht. Met stip mijn favoriete winkel in heel de stad. Kringloopwinkels zijn niet echt mijn ding, maar de Episode is schoon, netjes, georganiseerd en voorzien van relaxte lui achter de kassa. En minstens zo belangrijk – als vintage store hebben ze net wat vaker de echt boeiende merken in huis dan een willekeurige kringloop.

episode

Burberry, Barbour, Gloverall, etc… ik ben het allemaal al tegengekomen daar. En je neemt het mee voor een paar tientjes per stuk, terwijl die dingen op eBay voor het veelvoud gaan.

Maar een Schott had ik er nog nooit gezien. Het merk is voornamelijk bekend in Amerika dus het is ook lastig om ze hier in het wild tegen te komen, ze kunnen alleen verkopen wat er ook daadwerkelijk binnenkomt. Maar toch hoopte ik elke keer dat er misschien deze week wel een Schott tussen de leren jassen zou hangen. Twee jaar lang keek ik steeds weer, en zag ik opnieuw dezelfde leren jassen in het rek hangen. Tot vorige week. Toen zag ik opeens een aantal nieuwe jassen hangen, en tussen de revers van één jas…

Schott Perfecto 618 - neck tag detail

Yeah baby. De heilige graal: een Perfecto!

Schott Perfecto 618 - zipped

En niet alleen een Perfecto, maar ook nog een Perfecto in maat 42 (US). Mijn maat! Mijn maat!!!

Even zoeken naar het verborgen merkje in de zak, waar de model informatie op staat…

Schott Perfecto 618 - production label detail

Een 618, het tweede modelnummer Perfecto dat Schott uitbracht, die sindsdien nog steeds wordt gemaakt. Met deze informatie en wat foto’s kun je via de Schott site laten dateren wanneer je jas de fabriek verlaten heeft. Een post op het forum van Schott later en al snel wist ik meer:

The jacket is the Steerhide version style 618 which is confirmed on the pocket ticket. Since the pocket ticket has no bar code the jacket was produced prior to 1992. Based on the Perfecto label w/Schott NYC, YKK & Ideal zippers in the jacket the jacket is probably from the mid-1980’s. – Gail

Vintage stierenleer uit de ’80s, dus al een jaartje of 30 lekker ingesleten. Dat zie je ook, maar het is niet lelijk, en de jas is eigenlijk zelfs nog in verrassend goede staat voor z’n leeftijd. Maar als je de verhalen zo leest zijn deze jassen ook degelijk genoeg gemaakt om het langer te overleven dan de eigenaar, uitzonderingen als motorongelukken daargelaten.

Schott Perfecto 618 - sleeve detail

Nog wat extra detail shots. Check die afwerking:

Schott Perfecto 618 - sleeve zipper detail

Schott Perfecto 618 - button detail

Schott Perfecto 618 - pocket zipper detail

Schott Perfecto 618 - belt buckle detail

Schott Perfecto 618 - main zipper detail

En hoeveel heb ik betaald voor zo’n legendarisch item? Slechts 45 euro. Jep, dat klopt, vier tientjes en één vijfje. Suck it, eBay, met je 300 euro.

Schott Perfecto 618 - unzipped

Nu alleen nog kijken hoe ik ‘m daadwerkelijk kan gaan dragen – je hebt nog best wat van de juiste attitude nodig om met zo’n jas rond te lopen, en zowel de indie hipster als preppy student look passen er tot nu toe niet helemaal bij :) .

Vintage Ronson Whirlwind aansteker

Een aandenken aan mijn overleden grootvader…

Mijn opa overleed toen ik nog jong was – wel oud genoeg dat ik er wat van zou kunnen herinneren, maar al zo lang geleden dat ik er toch weinig meer van weet. Longkanker, het resultaat van roken in de tijd dat nog niemand wist hoe slecht het voor je was.

Ergens is het dus cru dat van de twee dingen die ik nog van hem heb, één een horloge is – hoe kan het ook anders – maar de ander een aansteker.

IMG_9456.jpg

Na het overlijden van mijn oma, een paar jaar geleden, kwamen we deze spullen tegen tijdens het opruimen van het huis. Het horloge, relatief nieuw en afgezien van emotionele waarde niet speciaal, kon na vervangen van batterij en bandje meteen door. De aansteker daarentegen, weggestopt en vergeten in een hoekje van een kast, deed helemaal niks meer.

IMG_9465.jpg

Uit nieuwsgierigheid nam ik hem toch mee, om te kijken of ik hem kon repareren. Googlen naar het merk leverde al snel wat hulp – er blijken verzamelaars van aanstekers te zijn die daar ook hele sites aan wijden. De aansteker is een Ronson Whirlwind, een Amerikaans model gemaakt tussen 1941 en 1956, met een speciaal uitschuivend windscherm dat de vlam beschermt als je buiten staat.

IMG_9474.jpg

Ronson staat bekend om een ingenieus systeem waarbij je met één druk op de knop de aansteker ontsteekt en weer dooft als je hem loslaat, in tegenstelling tot een Zippo aansteker. Zelfs het patent, de handleiding en verschillende advertenties voor dit model zijn via Google nog beschikbaar.

ronsonad

Vroege modellen van de Whirlwind uit de jaren ’40 hadden Ronson “Whirlwind” op het windscherm staan, later stond daar geen tekst meer op. Ik vond zelfs afbeeldingen van identieke exemplaren die volgens de verzamelaars uit 1942 kwamen.

IMG_9470.jpg

Dat zou deze aansteker al zeventig jaar oud maken, nog uit de tijd dat de familie in Indonesië woonde, voor mijn moeder geboren was. Dat mijn opa deze aansteker zelfs in Nederland nog had betekent dat hij ‘m lang bij zich heeft gehouden, meegenomen in de periode dat Indonesië gevaarlijk onstabiel voor Chinezen werd en hij besloot zijn familie in Nederland in veiligheid te brengen. Opeens snap ik de charme van historische Zippo’s verzamelen ook – deze dingen waren belangrijke tools voor rokers, gingen overal mee naar toe, hebben wat meegemaakt. Heel anders dan de wegwerpaanstekers die we tegenwoordig gebruiken. Vintage kun je ook in een winkel kopen en leuk naar kijken, het patina waarderen, afvragen waar het geweest is. Maar dit stuk vintage komt uit de familie. Dat is toch anders.

Reparatie van zo’n oude aansteker bleek nog best lastig. Het één-knop systeem is simpel en elegant: door middel van tandwieltjes wordt bij het indrukken van de knop tegelijkertijd het deksel opengeklapt en de lont aangestoken. Bij het loslaten valt het deksel weer dicht en dooft de vlam. Maar alles was zo vastgeroest dat de knop niet eens ingedrukt kon worden. Ook het vuursteentje zat muurvast en de dop van de benzinetank bleek niet goed af te sluiten.

6825946923_fb6830b711_o.jpg

Uiteindelijk had ik hulp van een aansteker-reparateur op Marktplaats nodig – ja, die bestaan – om de buis voor vuursteentjes weer open te boren, de rest kon ik zelf oplossen. En toen had ik weer een werkende Ronson Whirlwind in handen:

IMG_9476.jpg

Een vreemd object om te hebben. Eén van de twee resterende bezittingen die ik nog van mijn grootvader heb. Die ook lang van hem is geweest, een leven over meerdere continenten heeft meegemaakt. Maar tegelijkertijd ook een symbool van de ziekte waar hij aan is overleden.

IMG_9478.jpg

Toch fijn dat ie het weer doet.